<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:10742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:08:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.227.569</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10742">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:08:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:10742 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-12-2019 / WAHV 200.227.569</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:10742:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Artikel 5 Wahv. De ambtenaar heeft eerst de bestuurder gesproken en vervolgens de sanctie aan de kentekenhouder opgelegd. Niet blijkt dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan, zodat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 5 Wahv door de sanctie </para>
        <para>aan de kentekenhouder op te leggen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:10742:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">WAHV 200.227.569</emphasis>
  </para>
  <para>13 december 2019</para>
  <parablock>
    <para>CJIB 201077618</para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
  </para>
  <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
  <para>van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag</para>
  <para>van 24 oktober 2017</para>
  <para>betreffende</para>
  <para>
    [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
  <parablock>
    <para>wonende te [A] ,</para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>voor wie als gemachtigde optreedt [B] , <?linebreak?>kantoorhoudende te [C] .</para>
    <para />
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing van de kantonrechter</title>
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 123,75.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het procesverloop</emphasis>
      </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. <?linebreak?>Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 20 augustus 2016 om 15:36 uur op de Heulstraat te Den Haag met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het hoger beroep van de gemachtigde van de betrokkene richt zich - onder meer - tegen het niet staande houden van de bestuurster door de verbalisant. De betrokkene had niet ingevolge artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) op kenteken bekeurd mogen worden. Er kan namelijk niet worden vastgesteld dat de sanctie al was opgelegd vóór dat er contact was tussen de verbalisant en de bestuurster. Uit de verklaring van de verbalisant van 8 mei 2017 blijkt dat de verbalisant met de bestuurster en de verkeersregelaar heeft gesproken en toen is overgegaan tot het opleggen van een sanctie. Er was een reële mogelijkheid tot staandehouding en de verbalisant had hier dan ook toe moeten overgaan. De gemachtigde voert verder verweer tegen de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding. Voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting hadden beide een punt moeten worden toegekend. De proceskosten hadden daarom moeten worden vastgesteld op € 247,50 (2 x        € 495,- x 0,25). <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechter zal, indien de sanctie met toepassing van artikel 5 van de Wahv is opgelegd, zoals in dezen het geval, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, VR 2000,148). <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De verbalisant heeft geen expliciete verklaring gegeven voor het niet staande houden. Echter, in de ambtsverklaring van constatering van 8 mei 2017 verklaart de verbalisant als volgt:<?linebreak?>"(…) Ik zag toen dat daar een personenvoertuig, merk Audi, kleur zwart, met het Nederlandse kenteken [00-YY-YY] , stilstaand niet de rijbaan gebruiken. Ik zag namelijk dat het bovenstaande personenvoertuig op het trottoir geparkeerd stond, zodanig dat het de vrije doorgang van voetgangers belemmerde. Ik zag ook geen tekenen van laden en lossen. Ook heb ik geen bebording gezien ter plaatse waar de overtreding plaatsvond. De bestuurster vertelde mij dat ze toestemming had gekregen van een ter plaatse aanwezige verkeersregelaar. Maar de verkeersregelaar ontkende dat hij toestemming had gegeven. Tevens is de verkeersregelaar hier niet voor bevoegd. Ik heb toen van de overtreding een aankondiging van beschikking opgemaakt. (…)" <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In bovenstaande verklaring geeft de verbalisant eerst aan wat de bestuurster hem verteld heeft en dat hij <emphasis role="italic">toen</emphasis> een aankondiging van beschikking heeft opgemaakt. Het hof begrijpt hieruit dat de verbalisant de bestuurster eerst gesproken heeft en vervolgens de sanctie aan de kentekenhouder heeft opgelegd.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>7. Nu op grond van de stukken niet blijkt dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, moet het ervoor worden gehouden dat de verbalisant ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene is opgelegd, moet worden vernietigd. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.<?linebreak?></para>
    <para>8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.024,-.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
      <para>
        <?linebreak?>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;<?linebreak?></para>
      <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      <para>
        <?linebreak?>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 201077618 de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
      <para>
        <?linebreak?>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;</para>
      <para>
        <?linebreak?>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.024,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>