<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:10668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-12T17:12:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-002649-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2018:1884" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2018:1884, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=2&amp;g=2006-07-01">Opiumwet 2</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10668">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-12T12:27:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:10668 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-11-2019 / 21-002649-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:10668:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:10668:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-002649-18 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	26 november 2019</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 3 mei 2018 met parketnummer 16-652637-17 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A. Boumanjal, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- en voor zover in hoger beroep nog aan de orde tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.<?linebreak?>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode gelegen tussen 1 januari 2014 tot en met 17 mei 2017 te Woerden en/of Uithoorn en/of Harmelen en/of Mijdrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaine, in elk geval (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; art. 2 Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 8 juli 2016 tot en met eind december 2016 cocaïne heeft verkocht.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte weliswaar enige tijd cocaïne heeft verkocht, maar dat hij dit alleen heeft gedaan en dat de door de rechtbank aangenomen periode – te weten van 1 januari 2015 tot en met 15 januari 2017 – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte kan slechts worden veroordeeld voor de periode van 8 juli 2016 tot en met eind december 2016. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat hij rond de tweede week van juli 2016 een aantal contacten heeft overgenomen van een dealer in Woerden die zichzelf Rambo noemde en dat hij rond de feestdagen van 2016 is gestopt met het dealen van drugs. Die verklaring vindt steun in meerdere bewijsmiddelen, waaronder verschillende getuigen (afnemers) die verklaren dat verdachte in de zomer van 2016 is begonnen en in de winter van 2016 is gestopt. De verklaringen van een aantal andere afnemers waaruit zou volgen dat sprake is van een langere dealperiode zijn onvoldoende betrouwbaar om de verklaring van verdachte terzijde te schuiven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat op grond van het dossier en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte gedurende de door de advocaat-generaal en de verdediging als uitgangspunt genomen periode onder de naam Rambo cocaïne heeft verkocht aan verschillende personen. Dat verdachte daarbij heeft samengewerkt met anderen, vindt steun in het feit dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de drugs afnam bij medeverdachte [medeverdachte] en diverse afnemers hebben verklaard dat als zij Rambo belden niet telkens dezelfde persoon kwam, maar dat één van de Rambo’s kwam en deze personen rouleerden.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof bevat het dossier weliswaar aanwijzingen waaruit lijkt te volgen dat verdachte gedurende een langere periode cocaïne heeft verkocht dan waarover hij zelf heeft verklaard, maar in het bijzonder gelet op de bij de rechter-commissaris afgelegde nadere verklaringen van verschillende afnemers kan niet  worden uitgesloten dat verdachte inderdaad (pas) in juli 2016 is begonnen met dealen en daarmee half januari 2017 is gestopt. Het hof zal daarom, grotendeels aansluitend bij de advocaat-generaal en de verdediging uitgaan van de periode van 1 juli 2016 tot en met 15 januari 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode gelegen tussen <emphasis role="strike-through">1 januari 2014 tot en met 17 mei 2017 </emphasis><emphasis role="bold">1 juli 2016 tot en met 15 januari 2017 </emphasis>te Woerden en<emphasis role="strike-through">/of Uithoorn en/of</emphasis> Harmelen <emphasis role="strike-through">en/of Mijdrecht, althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal,</emphasis> (telkens) opzettelijk heeft <emphasis role="strike-through">bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of</emphasis> verkocht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afgeleverd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verstrekt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vervoerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> hoeveelhe<emphasis role="strike-through">(</emphasis>i<emphasis role="strike-through">)</emphasis>d<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> van een materiaal bevattende cocaine, in elk geval <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) (</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> middel<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I<emphasis role="strike-through">; art. 2 Opiumwet</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte voor het bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft verzocht om aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 80 uren op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft verzocht om aan verdachte ofwel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, dan wel een gevangenisstraf met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan het voorarrest op te leggen, gecombineerd met een forse taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft gedurende een periode van ruim 6 maanden op frequente schaal en samen met anderen cocaïne verkocht aan een groot aantal verschillende personen. De handel in harddrugs zoals cocaïne dient krachtig te worden bestreden. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs zoals cocaïne schade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan de handel en het gebruik van drugs niet zelden gepaard met allerlei vormen van criminaliteit, hetgeen zorgt voor overlast voor de samenleving. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin, zonder stil te staan bij de nadelige consequenties van zijn gedrag voor anderen. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de strafoplegging tevens gelet op de inhoud van het uittreksel justitiële documentatie van 11 oktober 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met politie en justitie in aanraking is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft tevens acht geslagen op het Voortgangsverslag Toezicht van Reclassering Nederland van 29 oktober 2019, waaruit volgt dat verdachte zich aan de voorwaarden heeft gehouden, zich meewerkend heeft opgesteld, werk en inkomen heeft gekregen en hiermee zijn schulden (heeft) af(ge)lost, recent is getrouwd en een huurwoning heeft betrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden. Anders dan de raadsman heeft bepleit ziet het hof, gezien de ernst van het feit en de duur en frequentie waarmee verdachte cocaïne heeft verkocht, geen aanleiding om te volstaan met de enkele oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dan wel een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen waarvan 228 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 200 uur, passend en geboden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (Opel Corsa), met kenteken [kenteken] , zal het hof de teruggave gelasten aan de rechthebbende, te weten [rechthebbende] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">300 (driehonderd) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">228 (tweehonderdachtentwintig) dagen</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">200 (tweehonderd) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">100 (honderd) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de rechthebbende <emphasis role="bold">[rechthebbende]</emphasis> van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 personenauto (Opel Corsa), kenteken [kenteken] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. P.A.H. Lemaire, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.A. Holland en mr. M. Schoemaker, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.R. de Jong, griffier,</para>
      <para>en op 26 november 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>