<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:10355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-14T15:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.248.525/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10355">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-14T15:01:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:10355 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-12-2019 / Wahv 200.248.525/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:10355:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Voor de toepassing van de disculpatiemogelijkheid voor de verhuurder van het voertuig dient een verhuurovereenkomst te zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is. Dat is hier niet het geval. Bij het ontbreken van informatie is niet duidelijk wat de relatie is tussen de verschillende bedrijven. Het overgelegde uittreksel uit het handelsregister levert evenmin duidelijkheid op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:10355:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.248.525/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 208298126 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 3 december 2019</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 3 oktober 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene is vertegenwoordigd door [B] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2017 om 17:39 uur op de Winston Churchilllaan in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .</para>
    <para />
    <para>2. Het verweer dat namens de betrokkene gedurende de gehele procedure is gevoerd, komt er <?linebreak?>- zakelijk weergegeven - op neer dat het voertuig ten tijde van de gedraging bedrijfsmatig was verhuurd voor een termijn van ten hoogste drie maanden en dat de betrokkene derhalve een beroep toekomt op de in artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv genoemde disculpatiemogelijkheid voor de verhuurder van het voertuig. De kantonrechter heeft het beroep mede ongegrond verklaard, omdat de bestuurder onbekend was. Echter is al eerder in de procedure een kopie van de verhuurovereenkomst overgelegd, alsmede een kopie van het rijbewijs en het identiteitsbewijs van de bestuurder. Over de identiteit van de bestuurder kan dan ook geen onduidelijkheid bestaan. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging. Op grond van deze bepaling is de inleidende beschikking opgelegd aan de betrokkene – [betrokkene] B.V. - in de hoedanigheid van kentekenhouder.  </para>
    <para />
    <para>4. Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv luidt als volgt: "De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven: </para>
    <para>b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was."  </para>
    <para />
    <para>5. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.</para>
    <para />
    <para>7. Het stuk dat namens de betrokkene is bestempeld als verhuurovereenkomst betreft een document waarop staat ‘Overeenkomst vervangende auto’. Uit dit document valt – onder andere – af te leiden dat het voertuig met voormeld kenteken op het moment van de gedraging was verhuurd. Naast allerlei gegevens die betrekking hebben op het desbetreffende voertuig, de huurder en de kosten die bij de verhuur in rekening zijn gebracht – en ook daadwerkelijk door de huurder zijn voldaan – staat in het document, bovenaan, vermeld: [C] . </para>
    <para />
    <para>8. Namens de betrokkene is in de procedure bij de kantonrechter aangevoerd dat de tenaamstelling van het desbetreffende voertuig niet juist was en dat dit inmiddels door de RDW is rechtgetrokken. De vertegenwoordiger van de betrokkene benoemt dat de bedrijven [betrokkene] en [D] elkaar hebben gemachtigd. Van beide bedrijven is een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd. </para>
    <para />
    <para>9. Uit een bericht van de RDW van 5 september 2017 dat zich in het dossier bevindt, volgt dat de tenaamstelling van voormeld voertuig is gewijzigd in [D] B.V.. Verder bevinden zich in het dossier uittreksels uit het Handelsregister betreffende [betrokkene] B.V. en [D] B.V.. Een link met [C] ontbreekt. </para>
    <para />
    <para>10. Het hof stelt gelet op het voorgaande vast dat de kentekenhouder van het voertuig geen partij is bij de verhuur van het voertuig. Niet [betrokkene] B.V. is de verhuurder, maar [C] . Het is het hof bij het ontbreken van nadere informatie dienaangaande niet duidelijk wat de relatie is tussen deze bedrijven. Het namens de betrokkene in het geding gebrachte uittreksel betreffende [betrokkene] B.V. levert hieromtrent evenmin duidelijkheid op, nu hieruit – voor zover van belang - slechts kan worden afgeleid dat het bedrijf is gevestigd op hetzelfde adres als [C] en dat twee bestuurders aan het hoofd staan, namelijk [E] B.V. en [F] B.V.. </para>
    <para />
    <para>11. De overgelegde huurovereenkomst kan daarom niet worden aangemerkt als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. De kantonrechter heeft het beroep op voormeld artikel op dezelfde grond – en aldus terecht – verworpen. In tegenstelling tot hetgeen de vertegenwoordiger van de betrokkene aanvoert, heeft de kanonrechter het beroep niet verworpen, omdat de huurder van het voertuig niet bekend zou zijn. </para>
    <para />
    <para>12. Voorgaande houdt in dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.    </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>