<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:10092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-09T08:06:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.239.822/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10092">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:10092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-05T10:19:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:10092 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-11-2019 / Wahv 200.239.822/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:10092:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geslotenverklaring. Het ligt op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij behoorde tot één van de op de onderborden genoemde uitgezonderde categorieën. Dat heeft de betrokkene niet gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:10092:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.239.822/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 208190675 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 25 november 2019</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 24 april 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. <?linebreak?>Op 20 juni 2018 is nog een brief van de betrokkene ontvangen</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel is door de advocaat-generaal aanvullende informatie overgelegd. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de betrokkene. Deze heeft daarop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen, weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 juni 2017 om 8:47 uur op de Wales in Purmerend met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .</para>
    <para />
    <para>2. De betrokkene klaagt erover dat de betreffende ambtenaar op grond van zijn ambtseed zonder meer wordt geloofd, ondanks dat hij in zijn processen-verbaal verschillende data noemt. Verder stelt de betrokkene dat hij niet ter plaatse is geweest en dat indien dit wel het geval zou zijn hem dan nog steeds geen sanctie kon worden opgelegd, omdat de ambtenaar zonder staandehouding niet in staat was om te beoordelen of de betrokkene behoorde tot één van de op de onderborden genoemde categorieën. De betrokkene heeft een foto van de bebording overgelegd, waarop een bord C1 is te zien met daaronder een aantal onderborden waaruit volgt dat bouwverkeer en verkeer met bestemming “Het Plankier” zijn uitgezonderd. </para>
    <para />
    <para>3. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet zo dat de ambtenaar altijd op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of de betrokkene specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.</para>
    <para>4. Het feit dat de ambtenaar in zijn processen-verbaal verschillende data heeft genoemd is weliswaar slordig, maar geeft het hof geen aanleiding om te twijfelen aan diens verklaring met betrekking tot de constatering van de gedraging. In zijn proces-verbaal d.d. 15 november 2017 verklaart de ambtenaar dat hij de gedraging op 6 juni 2017 heeft geconstateerd. In een aanvullend proces-verbaal d.d. 11 december 2017 verklaart hij dat hij in zijn eerdere proces-verbaal abusievelijk 6 juni 2017 heeft vermeld, maar dat dit 2 juni 2017 moet zijn. Het hof is dan ook van oordeel dat de onjuist vermelde datum in het eerstgenoemde proces-verbaal dient worden beschouwd als een kennelijke verschrijving die verbeterd moet worden gelezen. Dit geldt ook voor de in het proces-verbaal d.d. 27 juli 2018 genoemde datum, nu deze tekst (inclusief de onjuist vermelde datum) is gekopieerd uit het proces-verbaal d.d. 15 november 2017. De betrokkene is door de verbeterde lezing niet in zijn belangen geschaad.</para>
    <para />
    <para>5. In het proces-verbaal d.d. 27 juli 2018 verklaart de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende:<?linebreak?>“Op 6 juni 2017 (het hof begrijpt: 2 juni 2017) omstreeks 8:47 uur, bevond ik mij op de openbare weg Wales te Purmerend. Wales bevindt zich in een gebied waar een geslotenverklaring geldt, aangegeven met bord C2 (het hof begrijpt: C1) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Ik zag een personenauto van het merk Volkswagen, wit van kleur, kenteken [YY-000-Y] door de geslotenverklaring heen rijden. (…)</para>
    <parablock>
      <para>Verbalisanten stonden toen verdekt opgesteld. Verbalisanten zaten in een dienstvoertuig omdat veel bestuurders van motorvoertuigen welke niet tot werkverkeer konden worden gerekend door de geslotenverklaring heen reden. De reden om betrokkene niet staande te houden was omdat door het grote aantal overtreders was besloten om op kenteken te bekeuren. Verbalisanten voerden deze actie uit omdat er door het werkverkeer veel last werd ondervonden van sluipverkeer, d.w.z. verkeer wat daar toen niet mocht rijden. Verbalisanten zagen betrokkene daar toen wel rijden. (…)</para>
      <para>Verbalisant wijst op de foto die betrokkene zelf heeft bijgevoegd. Onder het bord C2 (het hof begrijpt: C1) staat een onderbord, waarop staat uitgezonderd werkverkeer. Betrokkene was voor verbalisanten toen duidelijk niet herkenbaar als werkvoertuig. (…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De betrokkene ontkent dat hij op het genoemde tijdstip ter plaatse is geweest. Ter onderbouwing heeft hij eerder in de procedure een uitdraai van het GPS-systeem van zijn telefoon overgelegd, waaruit blijkt dat hij pas om 8:48 uur vanuit zijn woning is vertrokken. Het hof ziet hierin echter geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat hij omstreeks 8:47 uur heeft waargenomen dat met het voertuig van de betrokkene de geslotenverklaring is genegeerd. Het is namelijk niet onaannemelijk dat de tijdregistratie van de telefoon van de betrokkene niet exact gelijk loopt met het door de ambtenaar gebruikte uurwerk. Bovendien laat dit onverlet dat iemand anders in het voertuig van de betrokkene heeft gereden.</para>
    <para />
    <para>7. Voorts is niet gebleken dat de geslotenverklaring niet voor de betrokkene gold. Het ligt in dit geval op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij behoorde tot één van de op de onderborden genoemde uitgezonderde categorieën. Dat heeft de betrokkene niet gedaan. Aldus is de sanctie terecht opgelegd.</para>
    <para />
    <para>8. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>