<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:8887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T11:40:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.242.772</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8887">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T11:39:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:8887 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-10-2018 / 200.242.772</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:8887:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling. Beschikking in klare taal.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:8887:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem						 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.242.772</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 336810)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 9 oktober 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vader]
        </emphasis>
      </para>
      <para>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [gemeente] ,<?linebreak?>verzoekers in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de ouders,</para>
      <para>advocaat: mr. I. Mercanoĝlu te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming Gelderland regio Noord</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Harderwijk,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het proces bij de rechtbank </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 28 juni 2018 (zaaknummer 336810) staat hoe het proces bij de rechtbank is gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het proces bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het dossier van het hof zitten de volgende stukken:</para>
      <para>- het beroepschrift met bijlagen, ontvangen op 18 juli 2018;</para>
      <para>- het verweerschrift met bijlagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De zitting was op 18 september 2018. De ouders zijn samen met hun advocaat naar de zitting gekomen. [naam kind 1] was uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter en is ook naar de zitting gekomen. Verder was aanwezig [naam] (de gezinsvoogd). Aan de raad voor de kinderbescherming was ook een uitnodiging voor de zitting gestuurd, maar er is niemand gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het hof heeft tijdens de zitting eerst alleen met [naam kind 1] gesproken en daarna (zonder [naam kind 1] ) met de andere personen die naar de zitting waren gekomen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De ouders hebben drie kinderen:</para>
      <para>- [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>- [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en</para>
      <para>- [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>samen te noemen: de kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. De kinderen wonen bij de ouders. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De kinderrechter heeft in een beschikking van 4 juli 2017 goed gevonden dat de kinderen onder toezicht van de GI komen te staan tot 4 juli 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waar het nu bij het hof over gaat</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De kinderrechter heeft in de beschikking van 28 juni 2018 beslist, dat de termijn dat de kinderen onder toezicht staan wordt verlengd tot 4 juli 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De ouders zijn het met de beslissing van de kinderrechter niet eens. Zij willen niet dat de kinderen nog langer onder toezicht staan. De ouders verzoeken het hof de beschikking van 28 juni 2018 ongedaan te maken en het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling alsnog af te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De GI is het niet eens met het verzoek van de ouders. De GI voert verweer en verzoekt het hof de beschikking van 28 juni 2018 te bekrachtigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De redenen voor de beslissing van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het hof ziet dat de ouders het beste met de kinderen voor hebben. Toch is het hof van oordeel dat ook hulp en begeleiding van andere mensen nodig is voor de kinderen. Er zijn vooral zorgen over het gewicht van de kinderen. De kinderen zijn veel te zwaar en dat is een ernstige bedreiging voor hun ontwikkeling. Het is nodig dat de kinderen hulp van buitenaf krijgen om flink af te vallen. Dit is tot nu toe niet voldoende gelukt, volgens de informatie die de ouders en de GI aan het hof hebben gegeven. Het hof is van oordeel dat er dingen zijn die echt moeten gaan gebeuren. Voorbeelden hiervan zijn dat de kinderen worden aangemeld bij een sportvereniging en dat de kinderen zich op vaste momenten laten meten en wegen bij de GGD. De gezinsvoogd is er om de ouders daarbij te helpen, ook al vinden de ouders dit lastig. Het is belangrijk dat de ouders die hulp niet afwijzen, maar die hulp aanpakken. Zij kunnen het niet alleen. De gezinsvoogd kan ook bij andere problemen helpen (bijvoorbeeld op school) en wil dat ook graag. De ouders zijn bang dat de kinderen niet meer thuis mogen wonen, maar door mee te werken aan de hulpverlening kunnen zij er juist voor zorgen dat de kinderen gewoon thuis kunnen blijven wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof vindt dus dat de ondertoezichtstelling van de kinderen nog steeds nodig is en moet worden verlengd. Dat klopt met de eisen die in de wet staan (in artikel 1:260, eerste lid, in verband met artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek).</para>
        <para>Het hof vindt dat de kinderrechter een goede beslissing heeft genomen. Het hof is het daarmee eens en zal daarom de beschikking van 28 juni 2018 bekrachtigen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 28 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeïng-van Hees, E.B. Knottnerus en </para>
      <para>R.C.C. van Leest, bijgestaan door mr. S.M.M. van Dalen als griffier, en is op 9 oktober 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>