<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:8833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-003508-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNNE:2015:2667" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2015:2667, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2021:734" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:734</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-2796</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018101612</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8833">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T10:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:8833 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-10-2018 / 21-003508-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:8833:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Fraude met kinderopvangtoeslag. Medeplegen van oplichting. Medeplegen van valsheid in geschrift. Gewoontewitwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:8833:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-003508-15 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	10 oktober 2018</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>Promis </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juni 2015 met parketnummer 19-996515-09 in de strafzaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1955] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 januari 2018 en 26 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De geldigheid van de dagvaarding </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde - partieel - en ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde - geheel - nietig verklaard. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting zijn voornoemde onderdelen van de dagvaarding niet meer aan de orde in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, </para>
      <para>mrs. M. Schlepers en J.T. Schlepers, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het hoger beroep </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis onbeperkt hoger beroep ingesteld.  </para>
      <para>De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld omdat hij zich niet kan verenigen met de beslissing van de rechtbank omtrent de opgelegde straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is in eerste aanleg, ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde, vrijgesproken van de vermeende valsheid van het document D-404. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, staat voor verdachte geen hoger beroep open tegen die deelvrijspraak. Het openbaar ministerie heeft geen bezwaren aangevoerd tegen de vrijspraak ten aanzien van dit document. Gelet hierop zal het hof verdachte en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover gericht tegen voormelde deelvrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw recht doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is - voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. primair:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 25 oktober 2009 in de gemeente Midden-Drenthe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen </para>
    <parablock>
      <para>D-039, D-040, D-178, D-179, D-183, D-196, D-197, D-236, D-237, D-268, D-269, D-276, D-277, D-330, D-342, D-343, D-377, D-378, D-381, D-406, D-407, D-496 en/of </para>
      <para>D-498, zijnde (een) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben laten opmaken, dan wel heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben laten vervalsen, (telkens) met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat verdachte en/of [naam] en/of één of meer andere(n) (telkens): </para>
    </parablock>
    <para>- op de bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen een onjuiste datum en/of onjuiste data heeft/hebben opgenomen/laten opnemen;</para>
    <para />
    <para>1. subsidiair:<?linebreak?>de besloten vennootschap [bedrijf] B.V. (h.o.d.n. [gastouderbureau] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 25 oktober 2009 in de gemeente Midden-Drenthe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen</para>
    <parablock>
      <para>D-039, D-040, D-178, D-179, D-183, D-196, D-197, D-236, D-237, D-268, D-269, D-276, D-277, D-330, D-342, D-343, D-377, D-378, D-381, D-406, D-407, D-496 en/of </para>
      <para>D-498, zijnde (een) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben laten opmaken, dan wel heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben laten vervalsen, (telkens) met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat [bedrijf] B.V. en/of [naam] en/of één of meer andere(n) (telkens):</para>
    </parablock>
    <para>- op de bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen een onjuiste datum en/of onjuiste data en/of onjuist aantal uren heeft/hebben opgenomen/laten opnemen; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verbodengedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>3 primair:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 31 oktober 2007 tot en met 25 oktober 2009 in de gemeente Midden-Drenthe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, inhoudende dat verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) hebben doen voorkomen: </para>
    <parablock>
      <para>A. dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag zonder dat er daadwerkelijk kosten werden gemaakt door de vraagouder voor de oppasouder, althans dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag terwijl de hoogte van de kosten lager was dan de gevraagde kinderopvangtoeslag, en/of; </para>
      <para>B. dat er een uurtarief tussen de oppasouder en de vraagouder was afgesproken, en/of; </para>
      <para>C. dat de vraagouder en gastouder de kinderopvangtoeslag dusdanig konden verdelen dat iedereen er profijt van had en het de vraagouder geen geld zou kosten en hiermee vraagouder en gastouder werden overgehaald om kinderopvangtoeslag aan te vragen </para>
      <para>(D-029a, D-086, D-361), en/of; </para>
      <para>D. dat de vraagouder(s) en/of gastouder(s) voldeden aan de eisen gesteld in de Wet Kinderopvang en aanverwante regelingen en besluiten, zoals het hebben van een verklaring omtrent gedrag, en/of; </para>
      <para>E. dat er, al dan niet met terugwerkende kracht, voor de diensten verleend in het kader van de oppasrelatie tussen de oppasouder, de vraagouder en het/de kind(eren), recht bestond op kinderopvangtoeslag, waardoor de belastingdienst is bewogen tot de afgifte van in totaal EUR 17.386.241,00 althans van enig geldbedrag, en/of waardoor de vraagouder(s) is/zijn bewogen tot de afgifte van EUR 0,70 en/of EUR 1,00 per oppasuur en/of tot het aangaan van een schuld, van in totaal EUR 17.386.241,00, althans van enig geldbedrag (AH-81) en/of het ter beschikking stellen van gegevens;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 subsidiair:<?linebreak?>de besloten vennootschap [bedrijf] B.V. (h.o.d.n. [gastouderbureau] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 31 oktober 2007 tot en met 25 oktober 2009 in de gemeente Midden-Drenthe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, inhoudende dat [bedrijf] B.V. en/of haar mededader(s), (telkens) hebben doen voorkomen: </para>
    <parablock>
      <para>A. dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag zonder dat er daadwerkelijk kosten werden gemaakt door de vraagouder voor de oppasouder, althans dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag terwijl de hoogte van de kosten lager was dan de gevraagde kinderopvangtoeslag, en/of; </para>
      <para>B. dat er een uurtarief tussen de oppasouder en de vraagouder was afgesproken, en/of; </para>
      <para>C. dat de vraagouder en gastouder de kinderopvangtoeslag dusdanig konden verdelen dat iedereen er profijt van had en het de vraagouder geen geld zou kosten en hiermee vraagouder en gastouder zijn overgehaald om kinderopvangtoeslag aan te vragen (D-029a, D-086, D-361), en/of; </para>
      <para>D. dat de vraagouder(s) en/of gastouder(s) voldeden aan de eisen gesteld in de Wet Kinderopvang en aanverwante regelingen en besluiten, zoals het hebben van een verklaring omtrent gedrag, en/of; </para>
      <para>E. dat er, al dan niet met terugwerkende kracht, voor de diensten verleend in het kader van de oppasrelatie tussen de oppasouder, de vraagouder en het/de kind(eren), recht bestond op kinderopvangtoeslag, en/of; waardoor de belastingdienst is bewogen tot de afgifte van in totaal EUR 17.386.241,00 althans van enig geldbedrag, en/of waardoor de vraagouder(s) is/zijn bewogen tot de afgifte van EUR 0,70 en/of EUR 1,00 per oppasuur en/of tot het aangaan van een schuld, van in totaal EUR 17.386.241,00, althans van enig geldbedrag (AH-81) en/of het ter beschikking stellen van gegevens; tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 28 maart 2008 tot en met 30 juni 2008 in de gemeente Midden-Drenthe en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met [mededader 1] en/of één of meer andere(n), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens): </para>
      <para>A. van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 410.000 althans EUR 360.000, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats of de verplaatsing, verborgen of verhuld, dan wel verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) is of wie het voorhanden heeft, en/of; </para>
      <para>B. (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 410.000 althans EUR 360.000, verworven of voorhanden heeft/hebben gehad of heeft/hebben overgedragen of van een voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, </para>
      <para>door te storten en/of te ontvangen en/of te houden en/of op te nemen op/van rekeningnummer(s): [rekeningnummer 1] (t.n.v. [gastouderbureau] ) en/of [rekeningnummer 2] (t.n.v. [gastouderbureau] ) en/of [rekeningnummer 3] (t.n.v. [verdachte] e/o) en/of enig ander rekeningnummer, van diverse contante geldbedragen van EUR 1.500, EUR 5.000, EUR 9.500, EUR 10.000, EUR 13.000, EUR 13.500, EUR 14.500, EUR 20.000 EUR althans van enig(e) contant(e) geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van EUR 410.000 (D-672) en/of door van dit totaal bedrag van EUR 410.000 (D-672) een bedrag van 360.000 EUR (D-678) althans enig geldbedrag over te boeken en/of door te betalen naar bankrekening [rekeningnummer 4] (t.n.v. [mededader 1] ), ten behoeve van de aankoop van een appartement/woning in Brazilië, terwijl hij/zij wist(en) dan wel redelijkerwijs moesten vermoeden dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan zich vinden in de navolgende (bewijs)overwegingen zoals de rechtbank die in haar beslissing heeft opgenomen en hieronder cursief zijn weergegeven. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“Relevante wetgeving </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte wordt verweten dat hij valsheid in geschrift en oplichting heeft gepleegd bij de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aanvragen kinderopvangtoeslag die door zijn gastouderbureau namens de vraagouders zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaan. Voor een beoordeling van de regels waaraan een aanvraag kinderopvangtoeslag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">destijds diende te voldoen zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang. In het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">navolgende wordt uitgegaan van de wetsteksten zoals die destijds luidden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: WKO) is een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inkomensafhankelijke regeling aangaande een tegemoetkoming in de kosten van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang en is in 2006 opgenomen in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir). In het Besluit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen (hierna: Besl. WKO) worden nadere regels</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gesteld omtrent de uitvoering van de wetgeving ten aanzien van de kinderopvangtoeslag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de wetten zijn de volgende definities opgenomen, voor zover hier van belang:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 1 WKO b. kinderopvang</emphasis>
        <emphasis role="italic">: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">c. gastouderopvang</emphasis>
        <emphasis role="italic">: kinderopvang in een gezinssituatie door een ander dan degene die als ouder op grond van artikel 5, eerste lid, aanspraak kan maken op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk een tegemoetkoming of diens partner, bestaande in de gelijktijdige opvang van ten hoogste vier kinderen in de woning waar de ouder of de gastouder zijn hoofdverblijf heeft;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">e. gastouderbureau</emphasis>
        <emphasis role="italic">: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">f. gastouder</emphasis>
        <emphasis role="italic">: de natuurlijke persoon die gastouderopvang biedt;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">n. kinderopvangtoeslag</emphasis>
        <emphasis role="italic">: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van de kinderopvang;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 2 Awir 	b. berekeningsjaar</emphasis>
        <emphasis role="italic">: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">i. tegemoetkoming</emphasis>
        <emphasis role="italic">: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inkomensafhankelijke regeling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de kinderopvangtoeslag zijn de volgende wettelijke bepalingen relevant:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 5 WKO	1.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Een ouder heeft aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang jegens de gemeente of jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien het betreft kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 15 Awir	1.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot het berekeningsjaar kan tot 1 april van het jaar volgend op het berekeningsjaar worden ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 7 WKO	1.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De hoogte van de kinderopvangtoeslag is afhankelijk van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">a.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de draagkracht, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">b.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de kosten van de kinderopvang per kind die worden bepaald door:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">1°</emphasis>
        <emphasis role="italic"> het aantal uren kinderopvang per kind in het berekeningsjaar,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2°</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">3°</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de soort kinderopvang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De uurprijs die bij de hoogte van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking wordt genomen gaat een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag niet te boven. Dat bedrag kan per soort kinderopvang verschillend worden vastgesteld en kan voor kinderopvang die plaatsvindt in landen die geen deel uitmaken van de Europese Unie dan wel geen partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte lager worden vastgesteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 4 Besl. WKO </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">1.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De maximumprijs voor dagopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang bedraagt € 6,10.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met betrekking tot de verklaring omtrent het gedrag zijn de volgende bepalingen van belang:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 56 WKO	3.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Op personen werkzaam bij een gastouderbureau en op gastouders is artikel 50, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 50 WKO 	2.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Personen werkzaam bij een kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">3.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De verklaring, als bedoeld in het tweede lid, wordt aan de houder overgelegd, voordat een persoon als bedoeld in het tweede lid, zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd, niet ouder dan twee maanden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">En daarnaast zijn nog de volgende algemene bepalingen in deze wetten opgenomen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">art. 1a WKO 	1.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Op deze wet is de Algemene wet inkomensafhankelijke regeling, met uitzondering van artikel 5, van toepassing, met dien verstande dat met de aanwezigheid van een partner geen rekening wordt gehouden in de kalendermaand waarin het partnerschap aanvangt of eindigt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De uitvoering van toekennen, uitbetalen en terugvorderen van de kinderopvangtoeslag is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Art. 49 WKO 	2.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Een houder van een gastouderbureau draagt zorg voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden van het bureau, waaronder wordt verstaan het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Art. 52 WKO	</emphasis>
        <emphasis role="italic">Kinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit bovenstaande wetgeving kan het volgende worden afgeleid.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De houder van een geregistreerd gastouderbureau brengt gastouderopvang tot stand. Voordat iemand als gastouder zijn werk kan aanvangen moet hij/zij in het bezit zijn van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaring omtrent het gedrag, welke aan de houder van het gastouderbureau moet worden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overgelegd en die niet ouder mag zijn dan twee maanden. De opvang geschiedt op basis van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een schriftelijke overeenkomst. Nadat aan - onder andere - deze voorwaarden is voldaan kan de vraagouder (of het gastouderbureau namens die vraagouder) een tegemoetkoming in de kosten aanvragen, waarvoor in 2008 en 2009 een maximale uurvergoeding was vastgesteld van € 6,10.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hieruit kan worden afgeleid dat, ook al was er voordat gastouderbureau [gastouderbureau] in beeld kwam bij de vraagouders (nog) geen sprake van betaling aan de gastouder(s), bij de ingang van het contract met het gastouderbureau wel moest zijn voldaan aan -onder andere - de volgende voorwaarden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">er moest een schriftelijke overeenkomst zijn, en</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de gastouder moest voorafgaand aan de werkzaamheden in het bezit zijn van een</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaring omtrent het gedrag. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hiernaast werden er ook regels gesteld aan de veiligheid van de oppasomgeving en de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">pedagogische voorwaarden voor het oppassen, maar daar ziet de tenlastelegging niet op.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande zonneklaar dat eerst nadat aan alle wettelijke voorwaarden was voldaan, de vraagouder, mits er daadwerkelijk kosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">werden gemaakt voor de gastouderopvang, een tegemoetkoming in die kosten kon</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aanvragen: de kinderopvangtoeslag. Een andere uitleg van de wettelijke bepalingen, zoals die door de verdediging wordt voorgestaan en die inhoudt dat ook recht op kinderopvangtoeslag zou kunnen bestaan over een periode waarin door de ouders geen kosten werden gemaakt en voordat gastouderopvang plaatsvond door tussenkomst van en op basis van een schriftelijke overeenkomst met een geregistreerd gastouderbureau, is evident in strijd met de tekst van de bepalingen en met de doelstelling van de WKO.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit de bevindingen van de FIOD met betrekking tot de klantdossiers, de eigen verklaring van verdachte, de verklaringen van de consulenten van [gastouderbureau] en de verklaringen van de verschillende vraag- en gastouders, blijkt dat het staande praktijk was bij [gastouderbureau]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> om de overeenkomsten met vraag- en gastouders en de bij behorende</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">machtigingen te antedateren indien de kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht werd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangevraagd. Hoewel uit de stukken ook blijkt dat deze geschriften - in ieder geval voor wat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betreft de relevante onderdelen daarvan - werden opgemaakt door de consulenten van [gastouderbureau]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> en niet door de verdachte zelf, is de rechtbank van oordeel dat de rol van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte bij het (laten) antedateren van de overeenkomsten en machtigingen van zodanig</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gewicht was, dat van nauwe en bewuste samenwerking kan worden gesproken. Het was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers de verdachte die de digitale formulieren heeft ontwikkeld die door de consulenten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verplicht werden gebruikt bij het afsluiten van deze overeenkomsten, en waarin de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ingevoerde datum van aanvraag automatisch werd overgenomen als dagtekening van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overeenkomst en machtiging. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van de consulenten en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">andere medewerkers van [gastouderbureau] dat de verdachte hen er ook regelmatig op wees</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat de overeenkomsten en machtigingen van dezelfde datum moesten worden voorzien als de aanvraagdatum.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op de bewijsmiddelen - in onderlinge samenhang bezien - is de rechtbank van oordeel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat de overeenkomsten van de vraag- of gastouders met [gastouderbureau] (en de bijbehorende machtigingen) doelbewust met een valse ingangsdatum en een valse datum van ondertekening zijn opgemaakt. De stelling van verdachte dat aan de onjuiste dagtekening uitsluitend een fout in het digitale formulier ten grondslag lag, verhoudt zich niet met het zeer grote aantal, zowel in absolute zin als verhoudingsgewijs, overeenkomsten en machtigingen die van een (evident) onjuiste datum zijn voorzien.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat deze documenten een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewijsbestemming hebben, nu zij konden dienen ter onderbouwing van hetgeen in de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aanvraag om kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst werd voorgewend, namelijk dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overeenkomstig de wettelijke bepalingen al vanaf de beoogde ingangsdatum van de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kinderopvangtoeslag door tussenkomst van gastouderbureau [gastouderbureau] kinderopvang werd verleend. Dit geldt ook voor de machtigingen aangezien de informatie in die documenten de bewijsbestemming van de overeenkomsten versterkt. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit al het voorgaande kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de verdachte (in nauwe en bewuste samenwerking met de consulenten) bij het (laten) antedateren van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betreffende documenten gehandeld heeft met het oogmerk een verkeerde voorstelling van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zaken te geven van de ingangsdatum van het contract van de vraag- en gastouders met [gastouderbureau]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank is resumerend van oordeel dat verdachte dient te worden veroordeeld voor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op hetgeen de rechtbank heeft overwogen overweegt het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht de verklaring van verdachte, inhoudende dat de onjuiste dagtekening van de bemiddelingsovereenkomsten per ongeluk is gebeurd omdat er na 1 juni 2008 een fout was ontstaan in de software, niet geloofwaardig. Bij bemiddelingsovereenkomsten waarvan vaststaat dat die vóór juni 2008 zijn getekend doet zich namelijk hetzelfde voor. Als voorbeeld wijst het hof op de formulieren D039 en D040. Als datum van ondertekening vermelden die formulieren 1 april 2008, terwijl getuige [getuige] (G012a) heeft verklaard dat die formulieren op 14 of 15 april 2008 zijn getekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omvang en ernst van de fraude is veel groter dan door de rechtbank is vastgesteld. Niet alleen de tegemoetkoming in de uren die werden gedeclareerd vóórdat een overeenkomst met [gastouderbureau] werd getekend werd ten onrechte aangevraagd. Ook tegemoetkoming voor de uren die ná het sluiten van de overeenkomst met [gastouderbureau] werden gedeclareerd is ten onrechte aangevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal dit toelichten aan de hand van een voorbeeldberekening uit het dossier. Deze berekening is te vinden als document D043. Dit document ziet er zo uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>KINDEROPVANGSUBSIDIE</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitgangspunten op maandbasis</emphasis>
      </para>
      <para>Deklaratie uren bij de belastingdienst	484  tarief €6,10		€ 2.952</para>
      <para>Per maand heeft u recht op de volgende subsidie: 			€ 2.756</para>
      <para>(op basis van de door u opgegeven inkomens, woonlasten en pensioenpremies)</para>
      <para>De ouderbijdrage is derhalve						€ 197</para>
      <para>Schenking krachtens leveringsvoorwaarden van oppas aan ouder 	€ 197</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De kosten voor de ouder zijn per saldo 				€ 0</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BETAALSCHEMA</title>
    <parablock>
      <para>Beschikbaar gesteld door fiscus: 				€ 2.756</para>
      <para>Vergoeding voor gastouderbureau				€    407</para>
      <para>Beschikbaar voor de oppas					€ 2.349</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Sparen:</title>
    <parablock>
      <para>Beschikbaar voor:</para>
      <para>Beschikbaar voor:</para>
      <para>Beschikbaar voor:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Reserveren voor belastingbetaling voor de oppas€    705        30%</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Besteedbaar:</emphasis>							€ 1.644</para>
      <para>Voor ouders							€    822        50%</para>
      <para>Resteert netto voor oppas					€    822</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Resumé:</para>
      <para>Ouders ontvangen besteedbaar					€   822 per maand</para>
      <para>Oppas ontvangt voor belastingbetaling				€   705 per maand</para>
      <para>Oppas ontvangt besteedbaar					€   822 per maand</para>
      <para>Kinderen sparen						€     0   per maand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het formulier is tevens in het gedeelte een betaalschema opgenomen waaruit volgt dat het geld van de fiscus wordt ontvangen door [gastouderbureau] die de tegemoetkoming onder inhouding van de vergoeding voor [gastouderbureau] doorbetaalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle zich in het dossier bevindende betaalschema’s hebben dezelfde structuur als het hierboven weergegeven voorbeeld. Overal is als uurtarief € 6,10 ingevuld (het maximum bedrag per uur dat gedeclareerd kan worden in het betreffende jaar), is vermeld dat de ouderbijdrage door de oppas krachtens leveringsvoorwaarden aan de vraagouders wordt geschonken en worden de percentages van 30% en 50% genoemd. De uiteindelijk in de formulieren opgenomen bedragen variëren uiteraard omdat die afhankelijk zijn van het aantal kinderen en het aantal uren. Ook wordt in een aantal gevallen in het formulier nog een schenking aan de kinderen opgenomen voor bijv. € 50 per kind per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het formulier is opgesteld door verdachte en door hem verstrekt aan de vertegenwoordigers van [gastouderbureau] ten behoeve van de werving van klanten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier blijkt dat in geen enkele overeenkomst een uurtarief tussen vraagouder en gastouder (of tussen [gastouderbureau] en de gastouder) is overeengekomen. Veelal werd er al opgepast door de gastouder op grond van een familierelatie en werd daarvoor door de gastouder geen of een geringe vergoeding ontvangen. In die gevallen waarin, veelal pas na bemiddeling door [gastouderbureau] , wel aan de gastouder een vergoeding werd verstrekt, was dat of het in het betaalschema genoemde bedrag of het al van [gastouderbureau] ontvangen bedrag. In geen enkel geval is er sprake van dat de vraagouder daadwerkelijk alle gedeclareerde kosten maakt voor kinderopvang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De regeling gaat er vanuit dat de vraagouder in het aangehaalde voorbeeld € 2.952 aan kosten maakt (inclusief de kosten van bemiddeling door het gastouderbureau die ook gedeclareerd kunnen worden) en na ontvangst van de toelage per saldo € 197 (de ouderbijdrage) aan kosten heeft gehad. Door de werkwijze van [gastouderbureau] heeft de vraagouder echter niet € 197 aan kosten, maar ontvangt deze nota bene € 822 per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoeft geen betoog dat dit evident in strijd is met het doel, de strekking en de tekst van de regeling. Verdachte vraagt met zijn bedrijf voor de vraagouders een vergoeding aan voor kosten die zij niet maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft gesteld dat er geen sprake was van opzet. Hij meent dat de gastouders recht hadden op de vergoeding en dat zij die vervolgens mochten schenken aan de vraagouders of de kinderen waar zij op pasten. In ieder geval zou dat volgens verdachte een pleitbaar standpunt zijn en was er sprake van een verschoonbare dwaling over de uitleg van de regeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof volgt verdachte niet. Uit een namens verdachte zelf in het geding gebrachte toelichting voor zijn medewerkers wordt er op gewezen dat er “op papier” betaald dient te worden aan de gastouders. Verder is opvallend dat in het schema wel rekening wordt gehouden met ongeveer 30% door de gastouder te betalen belasting over het bedrag dat in het schema genoemd wordt als beschikbaar voor oppas. Op geen enkele wijze wordt rekening gehouden met de belasting die de gastouder zou moeten betalen over het bedrag van de ouderbijdrage dat door de gastouder aan de vraagouder geschonken zou moeten worden volgens het schema. Dat er geen sprake is van een serieuze schenking blijkt ook uit het feit dat die schenking plaatsvindt “volgens leveringsvoorwaarden”. Nergens wordt door verdachte op de formulieren gewezen op de fiscale gevolgen van schenkingen. Daarnaast pasten de gastouders in zeer veel gevallen al op voor de vraagouders zonder er een vergoeding voor te willen hebben. Veelal wilde men die vergoeding ook niet in verband met de familierelatie. Verdachte heeft er nog op gewezen dat het de gastouders vrijstaat zelf te bepalen wat zij met de door hen ontvangen gelden doen. Daarbij gaat verdachte er echter aan voorbij dat door hem in het rekenschema van tevoren al is ingevuld wat er met de aan toelage ontvangen gelden zou dienen te gebeuren. De regeling laat geen ruimte voor het door verdachte ingenomen standpunt. Anders dan verdachte meent, kan daar geen misverstand over bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte stuurde zijn medewerkers op pad met overeenkomsten, machtigingen en berekeningsschema’s. Tevens gaf hij zijn medewerkers instructie. De in de tenlastelegging genoemde bescheiden zijn ook door de betrokkenen ingevuld conform die instructies en aan de hand van de schema’s. Er is daardoor in elk van die gevallen van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medewerkers en – in die gevallen waarin sprake is van opzet bij vraag- of gastouders – met de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft met zijn wijze van handelen ook de vraagouders misleid. Hij deed het voorkomen als zouden de vraagouders recht hebben op een vergoeding waardoor zij zijn bewogen tot het afstaan van een deel van de vergoeding aan het gastouderbureau.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan zich vinden in de volgende overwegingen van de rechtbank en neemt die over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Allereerst dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of het geld dat in de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wordt bedoeld, van misdrijf afkomstig is. De rechtbank overweegt dat een duidelijke</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">criminele herkomst van het geld dat in de tenlastelegging wordt bedoeld, ontbreekt, in die zin dat op grond van de beschikbare stukken niet met zekerheid valt te zeggen uit welk speciﬁek misdrijf het geld afkomstig zou zijn. Volgens vaste rechtspraak kan het bestanddeel “uit enig misdrijf afkomstig” niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">afkomstig is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit de processtukken blijkt dat op de rekening van verdachte en de rekeningen van zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedrijf [bedrijf] B.V. vanuit verschillende plaatsen in het land meerdere</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kasstortingen zijn gedaan variërend van € 5.000,- tot € 20.000,- per keer. Het gaat in totaal</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">om 64 stortingen in een periode van twee maanden tijd. Verdachte heeft aangegeven dat hij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">denkt dat deze stortingen gedaan zijn door [mededader 2] , een kennis uit de zakenwereld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Van deze [mededader 2] heeft verdachte daarnaast in een restaurant een bedrag van E 100.000,- contant, in coupures van € 500,- ontvangen. Verdachte heeft niet gevraagd waar dit geld vandaan kwam en heeft het in gedeeltes contant op zijn eigen rekening(en) gestort. In totaal is een bedrag van € 410.000,- middels kasstortingen bijgeboekt op de rekeningen van verdachte en zijn bedrijf.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op verzoek van [mededader 2] heeft verdachte vanaf de rekening(en) van zijn bedrijf twee</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">stortingen van € 50.000,- gedaan aan een voor hem onbekend bedrijf in Zwitserland.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte wist niet wat hiervan de reden was en heeft hier ook niet naar gevraagd. Hij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft een nota van deze betaling verzocht en heeft deze (valse) nota in de administratie van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijn bedrijf opgenomen om daarmee de ontvangst en de betaling van het bedrag van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 100.000,- te kunnen verantwoorden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daarnaast heeft verdachte, eveneens op verzoek van [mededader 2] , een bedrag van in totaal</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 360.000,- overgemaakt naar de rekening van een hem verder onbekende persoon genaamd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [mededader 1] ten behoeve van de aankoop van een pand in Brazilië. Dit deed verdachte nadat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een eerdere rechtstreekse overboeking naar Brazilië niet was geslaagd. Verdachte heeft</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangeven met deze transacties in totaal € 4.000,- te hebben verdiend</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank overweegt dat het zeer ongebruikelijk is om in een restaurant een bedrag van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 100.000,- in coupures van € 500,- die in het normale betalingsverkeer nauwelijks</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorkomen en waarvan bekend is dat deze bij misdaad vaak gebruikt worden, te ontvangen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en vervolgens zonder opgaaf van reden per bank voor een ander naar een buitenlandse firma over te boeken. Eveneens is het zeer ongebruikelijk, zo heeft verdachte zelf ook verklaard, om zonder vermelding van of duidelijkheid omtrent de herkomst ervan, een bedrag van ongeveer € 360.000,- in tientallen relatief kleine bedragen door kasstortingen gestort te krijgen en het totale bedrag vervolgens, tegen een fors bedrag aan commissie, over te maken op de rekening van een onbekend persoon ten behoeve van de aankoop van een pand in Brazilië.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op deze overwegingen merkt het hof het volgende op. Bij meerdere kasstortingen staat een omschrijving zoals “lening”, “terugbetaling lening” of “terugbetaling voorschot”. Verdachte heeft geen verklaring voor deze omschrijving, die niet strookt met de verklaring die hij heeft gegeven voor de geldstroom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens verdachte lukte het niet om via zijn rekening, c.q. die van zijn bedrijf, geld over te boeken naar Brazilië en is om die reden het geld door hem doorgeboekt naar de rekening van [mededader 1] . Uit de stukken blijkt dat op 5 mei 2008 voor het eerst door verdachte geld naar de rekening van [mededader 1] is overgeboekt. Verdachte heeft geen verklaring kunnen geven voor het feit dat nadien ook nog geld is gestort op rekeningen waarover hij de beschikking had in plaats van rechtstreekse storting of overboeking op de rekening van [mededader 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Net als de rechtbank komt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geld van enig misdrijf afkomstig was en dat het opzet van verdachte, op zijn minst in voorwaardelijke zin, daarop ook was gericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu verdachte in een korte periode meerdere bedragen op zijn rekening gestort heeft gekregen en heeft afgestort en in diezelfde periode meerdere overboekingen heeft gedaan, is sprake van het medeplegen van gewoontewitwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voorwaardelijke verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging zijn tijdens pleidooi verzoeken gedaan. </para>
      <para>Het verzoek tot voeging van alle stukken uit de zaak tegen [mededader 2] wordt afgewezen. Het staat het openbaar ministerie vrij op grond van capaciteitsproblemen een keuze te maken tegen wie wel en niet nader onderzoek wordt verricht en wie wel of niet wordt vervolgd. Er is geen aanwijzing dat de keuze om tegen [mededader 2] geen verder onderzoek te verrichten op oneigenlijke gronden is gebaseerd. Evenmin is er aanleiding te veronderstellen dat er onder de stukken met betrekking tot [mededader 2] stukken aanwezig zijn die van belang zijn voor de zaak tegen verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot het horen van getuigen/deskundigen wordt eveneens afgewezen. Uitleg van wetgeving is bij uitstek de taak van de rechter. Bijzondere omstandigheden die maken dat daarover deskundigen moeten worden gehoord zijn er niet. </para>
      <para>De noodzaak tot het horen van getuigen is evenmin gebleken. Door de verdediging is aangegeven dat deze getuigen waarschijnlijk een ander licht doen schijnen op de motieven/handelwijze van verdachte. Er is niet concreet aangegeven welke vragen aan de getuigen gesteld dienen te worden en waarom en op welke onderdelen zij daarover een relevante verklaring kunnen afleggen. Daarnaast is het bij uitstek verdachte die iets kan zeggen over zijn eigen motieven. Het verzoek wordt afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. primair:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 25 oktober 2009 <emphasis role="strike-through">in de gemeente Midden-Drenthe, althans</emphasis> in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen </para>
    <parablock>
      <para>D-039, D-040, D-178, D-179, D-183, D-196, D-197, D-236, D-237, D-268, D-269, D-276, D-277, D-330, D-342, D-343, D-377, D-378, D-381, D-406, D-407, D-496 en/of </para>
      <para>D-498, zijnde <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft<emphasis role="strike-through">/hebben </emphasis>opgemaakt <emphasis role="strike-through">en/of heeft/hebben laten opmaken, dan wel heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben laten vervalsen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat verdachte <emphasis role="strike-through">en/of [naam] en/of één of meer andere(n) (telkens): </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- op de bemiddelingsovereenkomsten en/of machtigingen een onjuiste datum <emphasis role="strike-through">en/of onjuiste data</emphasis> heeft<emphasis role="strike-through">/hebben opgenomen/</emphasis>laten opnemen;</para>
    <para />
    <para>3 primair:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 31 oktober 2007 tot en met 25 oktober 2009 <emphasis role="strike-through">in de gemeente Midden-Drenthe, althans</emphasis> in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), <emphasis role="strike-through">althans alleen, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, inhoudende dat verdachte en/of zijn mededader(s), <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> hebben doen voorkomen: </para>
    <parablock>
      <para>A. dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag zonder dat er daadwerkelijk kosten werden gemaakt door de vraagouder voor de oppasouder, althans dat er recht bestond op kinderopvangtoeslag terwijl de hoogte van de kosten lager was dan de gevraagde kinderopvangtoeslag, en/of; </para>
      <para>B. dat er een uurtarief tussen de oppasouder en de vraagouder was afgesproken, en/of; </para>
      <para>C. dat de vraagouder en gastouder de kinderopvangtoeslag dusdanig konden verdelen dat iedereen er profijt van had en het de vraagouder geen geld zou kosten en hiermee vraagouder en gastouder werden overgehaald om kinderopvangtoeslag aan te vragen </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(</emphasis>D-029a, D-086, D-361<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, en/of; </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">D. dat de vraagouder(s) en/of gastouder(s) voldeden aan de eisen gesteld in de Wet Kinderopvang en aanverwante regelingen en besluiten, zoals het hebben van een verklaring omtrent gedrag, en/of; </emphasis>
      </para>
      <para>E. dat er, al dan niet met terugwerkende kracht, voor de diensten verleend in het kader van de oppasrelatie tussen de oppasouder, de vraagouder en het/de kind(eren), recht bestond op kinderopvangtoeslag, waardoor de belastingdienst is bewogen tot de afgifte van <emphasis role="strike-through">in totaal EUR 17.386.241,00 althans van</emphasis> enig geldbedrag, en/of waardoor de vraagouder(s) is/zijn bewogen tot de afgifte van <emphasis role="strike-through">EUR 0,70 en/of EUR 1,00 per oppasuur en/of tot het aangaan van een schuld, van in totaal EUR 17.386.241,00, althans van</emphasis> enig geldbedrag <emphasis role="strike-through">(AH-81) en/of het ter beschikking stellen van gegevens</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in de periode van 28 maart 2008 tot en met 30 juni 2008 <emphasis role="strike-through">in de gemeente Midden-Drenthe en/of Hilversum, althans</emphasis> in Nederland, tezamen en in vereniging met [mededader 1] en/of één of meer andere(n), <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis>: </para>
      <para>A. van <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis>, te weten <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> tot een totaal van ongeveer EUR 410.000 <emphasis role="strike-through">althans EUR 360.000</emphasis>, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats of de verplaatsing, verborgen of verhuld, dan wel verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat<emphasis role="strike-through">/die</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> is <emphasis role="strike-through">of wie het voorhanden heeft</emphasis>, en/of;</para>
      <para>B. <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis>, te weten <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> tot een totaal van ongeveer EUR 410.000 <emphasis role="strike-through">althans EUR 360.000, verworven of</emphasis> voorhanden heeft/hebben gehad of heeft/hebben overgedragen <emphasis role="strike-through">of van een voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, </emphasis></para>
      <para>door te storten en/of te ontvangen en/of te houden en/of op te nemen op/van rekeningnummer<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>: [rekeningnummer 1] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>t.n.v. [gastouderbureau] <emphasis role="strike-through">)</emphasis> en/of [rekeningnummer 2] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>t.n.v. [gastouderbureau] <emphasis role="strike-through">)</emphasis> en/of [rekeningnummer 3] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>t.n.v. [verdachte] e/o<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en/of enig ander rekeningnummer, van diverse contante geldbedragen <emphasis role="strike-through">van EUR 1.500, EUR 5.000, EUR 9.500, EUR 10.000, EUR 13.000, EUR 13.500, EUR 14.500, EUR 20.000 EUR althans van enig(e) contant(e) geldbedrag(en)</emphasis> tot een totaal bedrag van EUR 410.000 <emphasis role="strike-through">(</emphasis>D-672<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door van dit totaal bedrag van EUR 410.000 <emphasis role="strike-through">(</emphasis>D-672<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een bedrag van 360.000 EUR <emphasis role="strike-through">(</emphasis>D-678<emphasis role="strike-through">)</emphasis> althans enig geldbedrag over te boeken en/of door te betalen naar bankrekening [rekeningnummer 4] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>t.n.v. [mededader 1] <emphasis role="strike-through">)</emphasis>, ten behoeve van de aankoop van een appartement<emphasis role="strike-through">/woning</emphasis> in Brazilië, terwijl hij<emphasis role="strike-through">/zij</emphasis> wist<emphasis role="strike-through">(en) dan wel redelijkerwijs moesten vermoeden</emphasis> dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van, van het plegen van witwassen een gewoonte maken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht om bij een eventuele bewezenverklaring, verdachte te veroordelen tot een (geheel) voorwaardelijke straf, althans een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en oplichting. Verdachte heeft via zijn gastouderbureau [gastouderbureau] ouders benaderd met de vraag of zij ook van oppas gebruik maakten voor hun kind of kinderen. Indien dat het geval was, werd door de consulenten van [gastouderbureau] aan de ouders voorgehouden dat zij voor kinderopvangtoeslag in aanmerking konden komen als zij zich door middel van een overeenkomst bij het gastouderbureau aansloten. Tevens werd aan een groot aantal ouders voorgehouden dat de toeslag met terugwerkende kracht kon worden aangevraagd, ook al waren er in het verleden geen kosten gemaakt voor de oppas, was er destijds nog geen overeenkomst met een geregistreerd gastouderbureau en werd op het moment van aanvraag ook aan andere wettelijke voorwaarden nog niet voldaan. Vervolgens werden de overeenkomsten met de vraag- en gastouders geantedateerd, dat wil zeggen dat deze werden gedagtekend op de datum waarop met terugwerkende kracht de aanvraag om kinderopvangtoeslag werd gedaan. Op deze wijze werd tegenover de Belastingdienst voorgedaan alsof reeds vanaf de datum van aanvraag sprake was geweest van een overeenkomst met [gastouderbureau] , hetgeen voorwaarde was om voor de kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen.</para>
      <para>Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat de in de bewezenverklaring beschreven werkwijze breed werd toegepast en niet beperkt was tot de in de bewezenverklaring genoemde gevallen. Daarmee mag en zal het hof bij de strafoplegging rekening houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van deze valse voorstelling van zaken heeft de Belastingdienst een aanzienlijk</para>
      <para>bedrag aan kinderopvangtoeslag aan de betrokken ouders uitgekeerd, hoewel zij daar geen</para>
      <para>recht op hadden. Een deel van dit geld vloeide in de vorm van bureaukosten naar [gastouderbureau] .  Met de door bemiddeling van [gastouderbureau] aangevraagde toeslagen zijn vele miljoenen gemoeid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het handelen van verdachte is buitengewoon kwalijk te noemen. Via [gastouderbureau]</para>
      <para>heeft hij op grote schaal misbruik gemaakt van een toeslagregeling, die bedoeld was om</para>
      <para>werkende ouders te ondersteunen bij de opvang van hun kinderen. Ook veel ouders zijn uiteindelijk de dupe geworden, omdat zij het door de Belastingdienst ten onrechte verstrekte geld weer terug hebben moeten betalen. In dit verband illustratief voor de intentie waarmee verdachte heeft gehandeld, acht het hof de e-mail van verdachte aan [naam 2] van 27 oktober 2007, opgenomen in het dossier onder D-466<footnote-ref linkend="_15213cc7-ba46-4c08-8e74-1dad71d06d87" />. Daar komt bij dat verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geen enkel inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van in totaal € 410.000,--, door zijn rekeningen beschikbaar te stellen voor het ontvangen, storten en doorstorten van dat geld en door in zijn administratie documenten op te nemen waaruit zou moeten blijken dat het ging om legale overboekingen. Het witwassen van geld heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel en economisch verkeer en op de openbare orde. Daarnaast is witwassen een ondermijnend feit dat de maatschappij veel schade toebrengt. Met zijn handelen heeft verdachte meegewerkt aan het aan het zicht van justitie onttrekken van opbrengsten uit misdrijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de rechterlijke oriëntatiepunten voor fraude. In deze oriëntatiepunten wordt bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,-- en hoger een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden of meer gehanteerd. Tegen deze achtergrond is relevant dat het benadelingsbedrag in deze zaak vele malen hoger is dan het in de oriëntatiepunten genoemde bedrag. Verder acht het hof van belang dat verdachte blijkens de bewezen verklaarde feiten zich op meerderlei vlak heeft begeven in financiële malversaties nu tussen enerzijds de feiten 1 en 3 en anderzijds feit 4 geen samenhang lijkt te bestaan.</para>
      <para>Het hof houdt - in het voordeel van verdachte - rekening met het feit dat hij, zoals blijkt uit een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 augustus 2018, niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 7 september 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte zou door het hof een gevangenisstraf van 36 maanden zijn opgelegd indien zijn zaak binnen redelijke termijn zou zijn behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof stelt vast dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in eerste aanleg en in hoger beroep tezamen met ruim vier jaren is overschreden. Het hof is van oordeel dat deze ernstige overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle omstandigheden in aanmerking genomen, in het bijzonder gelet op voornoemde overschrijding van de redelijke termijn, acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van voorarrest, passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 225, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover verdachte is vrijgesproken van het onder 1 ten aanzien van formulier D404 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 primair, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 (dertig) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. G. Dam, voorzitter,</para>
      <para>mr. G.A. Versteeg en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. Muradov, griffier,</para>
      <para>en op 10 oktober 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>Mr. G.A. Versteeg is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. G. Dam, voorzitter,</para>
      <para>mr. drs. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,</para>
      <para>B.J. Berendsen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_15213cc7-ba46-4c08-8e74-1dad71d06d87" label="1">
    <para> Met onder meer: “Ik ga het het probleem met buitenschoolse opvang in Nederland oplossen en daar stinkend rijk mee worden”. “Kinderplan geïntroduceerd, is een Winterthur polis voor de kinderen gefinancierd door de fiscus uit de kinderopvangtoeslag.”</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>