<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:8229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T09:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.223.027</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T09:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:8229 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-09-2018 / WAHV 200.223.027</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:8229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenvergoeding voor het verschijnen ter zitting van het hof. Voor het verschijnen ter zitting dient één procespunt en het verschijnen op de nadere zitting (anders dan na tussenuitspraak) dient - overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht - een halve procespunt te worden toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:8229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.223.027</emphasis>
    </para>
    <para>14 september 2018</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 197774403</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland</para>
    <para>van 24 juli 2017</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [B] , </para>
      <para>kantoorhoudende te [C] .</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. <?linebreak?>Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 25 juni 2018. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [D] . Ter zitting heeft het hof het onderzoek ter zitting geschorst en de behandeling van de zaak tot de zitting van 31 augustus 2018 aangehouden, teneinde de gemachtigde van de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen de vraag van de gemachtigde te beantwoorden. </para>
      <para>Op 21 augustus 2018 heeft het hof een brief ontvangen van de advocaat-generaal waarin wordt medegedeeld dat de inleidende beschikking wordt ingetrokken.</para>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 31 augustus 2018. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [D] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 28 april 2016 om 05.59 uur op de Johannes Geradtsweg, ter hoogte van perceel 67 - Jacob van Campenlaan te Hilversum met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .</para>
    <para />
    <para>2. Nu de advocaat-generaal heeft besloten om voormelde beschikking in te trekken en derhalve is bewerkstelligd, hetgeen de betrokkene met het hoger beroep beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van deze beschikking, heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep. Derhalve dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de gemachtigde alleen een proceskostenvergoeding dient te worden toegekend voor het verschijnen ter zitting. De gemachtigde heeft voor het eerst in de fase van hoger beroep en pas ter zitting het verweer gevoerd met betrekking tot de nachtstand van het verkeerslicht. Dat verweer heeft ertoe geleid de inleidende beschikking in te trekken. Volgens de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal valt niet in te zien waarom de gemachtigde dit betoog niet in een eerdere fase naar voren had kunnen brengen. </para>
    <para />
    <para>4. Ter zitting bij het hof heeft de gemachtigde desgevraagd naar voren gebracht dat hij dit weliswaar geen eerlijk statement vindt, maar dat hij zich wel in dit standpunt kan vinden en dat hij zich refereert aan het oordeel van het hof. </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het standpunt van beide partijen is het hof van oordeel dat aan de gemachtigde (slechts) een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor het verschijnen ter zitting bij het hof. </para>
    <para />
    <para>6. Dit brengt mee dat het hof de advocaat-generaal zal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 375,75. Deze kosten zijn als volgt opgebouwd. De gemachtigde is tweemaal ter zitting verschenen bij het hof. Voor het verschijnen ter zitting dient één procespunt te worden toegekend en voor de nadere zitting (anders dan na tussenuitspraak) dient - overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht - een halve procespunt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 375,75.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>