<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:7780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-03T14:15:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-001309-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBGEL:2017:2084" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2017:2084, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:7780">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:7780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-31T15:14:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:7780 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-09-2018 / 21-001309-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:7780:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving op 3 november 2016 (feit 1) en 4 november 2016 (feit 2). Het hof heeft vrijgesproken van feit 1. Het hof heeft het medeplegen van het wederrechtelijk beroven en beroofd houden van de vrijheid en de afpersing van het slachtoffer door de verdachte bewezen verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:7780:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-001309-17 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	3 september 2018</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 3 maart 2017, hersteld bij herstelvonnis van 7 maart 2017, met parketnummer 05-800069-16 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, </para>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het hoger beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Onderzoek van de zaak</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J. Velthoven, naar voren is gebracht.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte is door de meervoudige kamer in de rechtbank veroordeeld ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, telkens gekwalificeerd als:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
  </parablock>
  <para>1. primair:<?linebreak?>hij op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
  <parablock>
    <para>opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, </para>
    <para>immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen - die [slachtoffer] gedwongen plaats te nemen achterin een voertuig waarin hij -verdachte- en/of zijn mededader(s) zich op dat moment bevond(en) en/of </para>
  </parablock>
  <para>- ( daarbij) aan die [slachtoffer] een mes, althans een scherp of puntig voorwerp getoond en/of die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Je kunt nu maar beter in de auto gaan zitten", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard of strekking en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) in het rijdende voertuig die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Je gaat vandaag je jas afgeven of je geeft ons je geld" en/of "We kunnen het op een moeilijke manier of op een makkelijke manier doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) een mes, althans een scherp of puntig voorwerp aan die [slachtoffer] getoond en/of op die [slachtoffer] gericht en/of </para>
  <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden toegevoegd "Je kunt beter je jas afgeven dan kun je in het vervolg op ons rekenen" en/of </para>
  <para>- die [slachtoffer] belet/belemmerd de auto te verlaten; </para>
  <parablock>
    <para>en/of </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, </para>
    <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Canada Goose), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte- tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer] een mes, althans een scherp of puntig voorwerp heeft getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "Je kunt nu maar beter in de auto gaan zitten" en/of "Je gaat je jas afgeven of je geeft ons je geld" en/of "We kunnen het op een moeilijke manier of op een makkelijke manier doen" en/of "Je kunt beter je jas afgeven dan kun je in het vervolg op ons rekenen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
  <para>1. subsidiair:<?linebreak?>[betrokkene 1] op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
  <parablock>
    <para>opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, </para>
    <para>immers heeft die [betrokkene 1] , tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- die [slachtoffer] gedwongen plaats te nemen achterin een voertuig waarin die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) zich op dat moment bevond(en) en/of </para>
  <para>- ( daarbij) aan die [slachtoffer] een mes, althans een scherp of puntig voorwerp getoond en/of die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Je kunt nu maar beter in de auto gaan zitten", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard of strekking en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) in het rijdende voertuig die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Je gaat vandaag je jas afgeven of je geeft ons je geld" en/of "We kunnen het op een moeilijke manier of op een makkelijke manier doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) een mes, althans een scherp of puntig voorwerp aan die [slachtoffer] getoond en/of op die [slachtoffer] gericht en/of - (daarbij) die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Je kunt beter je jas afgeven dan kun je in het vervolg op ons rekenen" en/of </para>
  <para>- die [slachtoffer] belet/belemmerd de auto te verlaten, </para>
  <parablock>
    <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij -verdachte- op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door: </para>
  </parablock>
  <para>- als bestuurder en/of bijrijder van een personenauto in de richting van genoemde [slachtoffer] te rijden en/of die [slachtoffer] op te halen en/of te laten in stappen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) (op de achterbank van een personenauto) dicht naast die [slachtoffer] plaats te nemen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] in een personenauto door Tiel en/of Zoelen te vervoeren en/of </para>
  <para>- meermalen, althans eenmaal die personenauto te parkeren en/of die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) de gelegenheid te geven samen met die [slachtoffer] de personenauto te verlaten en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) met die personenauto te wachten op die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of hen in de gelegenheid te stellen (weer) met die [slachtoffer] als passagier in de personenauto te stappen en/of verder te vervoeren; </para>
  <parablock>
    <para>en/of </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [betrokkene 1] op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
    <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Canada Goose), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [betrokkene 1] en/of zijn mededaders en/of aan verdachte, </para>
    <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [betrokkene 1] tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer] een mes, althans een scherp of puntig voorwerp heeft getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Je kunt nu maar beter in de auto gaan zitten" en/of "Je gaat je jas afgeven of je geeft ons je geld" en/of "We kunnen het op een moeilijke manier of op een makkelijke manier doen" en/of "Je kunt beter je jas afgeven dan kun je in het vervolg op ons rekenen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, </para>
  <parablock>
    <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij -verdachte- op of omstreeks 03 november 2016 te Tiel en/of te Zoelen, in elk geval in Nederland, </para>
    <para>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door: </para>
  </parablock>
  <para>- als bestuurder en/of bijrijder van een personenauto in de richting van genoemde [slachtoffer] te rijden en/of die [slachtoffer] op te halen en/of te laten in stappen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) (op de achterbank van een personenauto) dicht naast die [slachtoffer] plaats te nemen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] in een personenauto door Tiel en/of Zoelen te vervoeren en/of </para>
  <para>- meermalen, althans eenmaal die personenauto te parkeren en/of die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) de gelegenheid te geven samen met die [slachtoffer] de personenauto te verlaten en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) met die personenauto te wachten op die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of hen in de gelegenheid te stellen (weer) met die [slachtoffer] als passagier in de personenauto te stappen en/of verder te vervoeren; </para>
  <para>2 primair:<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, </para>
  <parablock>
    <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, </para>
    <para>immers heeft hij -verdachte- tezamen en in vereniging zijn mededader(s), althans alleen </para>
  </parablock>
  <para>- die [slachtoffer] de toezegging gedaan dat hij zijn jas terug zou krijgen wanneer hij in de auto zou stappen, waarin hij -verdachte- en/of zijn mededader(s) zich op dat moment bevond(en) en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] plaats laten nemen (achter) in het voertuig, waarna hij -verdachte- en/of zijn mededader(s) dicht op die [slachtoffer] is/zijn gaan zitten en/of </para>
  <para>- in het rijdende voertuig aan die [slachtoffer] een pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) de woorden toegevoegd "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en/of "Stilzitten en je mond houden" en/of </para>
  <para>- die [slachtoffer] belet/belemmerd de auto te verlaten; </para>
  <parablock>
    <para>en/of </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, </para>
    <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas met bijbehorende pincode en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, </para>
    <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte- tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- in een rijdend voertuig aan die [slachtoffer] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) heeft getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en/of "Stilzitten en je mond houden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
  <para>2 subsidiair:<?linebreak?>[betrokkene 1] in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
  <parablock>
    <para>opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, </para>
    <para>immers heeft die [betrokkene 1] tezamen en in vereniging zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- die [slachtoffer] de toezegging gedaan dat hij zijn jas terug zou krijgen wanneer hij in de auto zou stappen, waarin die [betrokkene 1] - en/of zijn mededader(s) zich op dat moment bevond(en) en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] plaats laten nemen (achter) in het voertuig, waarna die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) dicht op die [slachtoffer] is/zijn gaan zitten en/of </para>
  <para>- in het rijdende voertuig aan die [slachtoffer] een pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) de woorden toegevoegd: "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en/of "Stilzitten en je mond houden" en/of </para>
  <para>- die [slachtoffer] belet/belemmerd de auto te verlaten; </para>
  <parablock>
    <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij -verdachte- in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, </para>
    <para>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door: </para>
  </parablock>
  <para>- als bestuurder en/of bijrijder van een personenauto in de richting van genoemde [slachtoffer] te rijden en/of die [slachtoffer] op te halen en/of te laten in stappen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens)(op de achterbank van een personenauto) dicht naast die [slachtoffer] plaats te nemen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] in een personenauto door Tiel en/of Zoelen te vervoeren en/of </para>
  <para>- meermalen, althans eenmaal die personenauto te parkeren en/of die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) de gelegenheid te geven samen met die [slachtoffer] de personenauto te verlaten en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) met die personenauto te wachten op die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of hen in de gelegenheid te stellen (weer) met die [slachtoffer] als passagier in de personenauto te stappen en/of verder te vervoeren; </para>
  <parablock>
    <para>en/of </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [betrokkene 1] in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, </para>
    <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, </para>
    <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas met bijbehorende pincode en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [betrokkene 1] en/of zijn mededaders en/of aan verdachte, </para>
    <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [betrokkene 1] tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, </para>
  </parablock>
  <para>- in een rijdend voertuig aan die [slachtoffer] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) heeft getoond en/of </para>
  <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en/of "Stilzitten en je mond houden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, </para>
  <parablock>
    <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij -verdachte- in of omstreeks de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, althans in Nederland, </para>
    <para>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door: </para>
  </parablock>
  <para>- als bestuurder en/of bijrijder van een personenauto in de richting van genoemde [slachtoffer] te rijden en/of die [slachtoffer] op te halen en/of te laten in stappen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) (op de achterbank van een personenauto) dicht naast die [slachtoffer] plaats te nemen en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] in een personenauto door Tiel en/of Zoelen te vervoeren en/of </para>
  <para>- meermalen, althans eenmaal die personenauto te parkeren en/of die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) de gelegenheid te geven samen met die [slachtoffer] de personenauto te verlaten en/of </para>
  <para>- ( vervolgens) met die personenauto te wachten op die [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of hen in de gelegenheid te stellen (weer) met die [slachtoffer] als passagier in de personenauto te stappen en/of verder te vervoeren.</para>
  <parablock>
    <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bevestiging van het vonnis en daarmee tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft ten aanzien van beide feiten aangevoerd dat de verdachte niet de rol van medepleger of medeplichtige heeft gehad.</para>
    <para>Voor wat betreft feit 1 geldt dat verdachte te weinig heeft meegekregen van wat er in het Zoelense Bos gebeurde en van de handelingen van medeverdachte [betrokkene 1] .</para>
    <para>Voor wat betreft feit 2 is het verhaal voor de verdediging moeilijker, maar het is mogelijk dat verdachte door drukke gesprekken in de auto niet heeft begrepen wat er met [slachtoffer] gebeurde.</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair</title>
    <parablock>
      <para>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. </para>
      <para>Het dossier bevat zeer sterke aanwijzingen dat de verdachte bij de onder 1 ten laste gelegde afpersing en vrijheidsberoving op 3 november 2016 betrokken is geweest. Verdachte was immers in de directe omgeving van aangever, terwijl deze door bekenden van verdachte – met wie verdachte naar het Zoelense Bos was gereden – werd afgeperst en van zijn vrijheid werd beroofd. </para>
      <para>Naar het oordeel van het hof kan echter niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat  verdachte op de hoogte was van het plan om aangever af te persen en van zijn vrijheid te beroven. Ook acht het hof niet overtuigend bewezen dat verdachte een actieve rol heeft gespeeld bij, of zich bewust was van wat er op 3 november 2016 tussen medeverdachte [betrokkene 1] en aangever gebeurde. </para>
      <para>Daarmee is niet komen vast te staan dat er op 3 november 2016 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeverdachte(n) en verdachte en kan  verdachte niet als medepleger van het onder 1 primair tenlastegelegde worden aangemerkt. Ook is niet gebleken dat verdachte zijn medeverdachte(n) behulpzaam is geweest bij het plegen van het feit zoals onder 1 subsidiair ten laste is gelegd. Ten aanzien van die feiten zal het hof verdachte daarom vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 2 primair</title>
    <para>Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is het hof van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof sluit zich volledig bij de rechtbank aan als het gaat om de bewijsoverweging van feit 2 primair en neemt deze integraal over <emphasis role="italic">(cursief)</emphasis>, met enkele tussen haken geplaatste verbeteringen. Overal waar de rechtbank conclusies trekt worden die door het hof overgenomen. Omwille van de leesbaarheid wordt dat niet bij iedere conclusie van de rechtbank afzonderlijk vermeld. De overweging met betrekking tot het medeplegen neemt het hof alleen ten aanzien van feit 2 over. Die overweging is herschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Verklaring aangever [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 4 november2016 via whatsapp een bericht</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kreeg van [voornaam betrokkene 1] met de vraag of hij zijn jas terug wilde. Een paar uur later ontving aangever weer een bericht van [voornaam betrokkene 1] [ [betrokkene 1] ] en werd er een afspraak gemaakt voor diezelfde avond om 22.30 uur op station [naam station] . Aangever zag dat er omstreeks het afgesproken tijdstip een zwarte auto kwam aanrijden. [Verdachte] bestuurde de auto en [betrokkene 1] zat op de bijrijdersstoel. Aangever hoorde [betrokkene 1] zeggen dat zij de jas bij de zus van [betrokkene 1] zouden gaan ophalen. Zij reden naar de rotonde met de gouden tol. Aangever zag dat zowel aan de linker- als de rechterzijde van het voertuig een jongen aan kwam lopen. Hij zag dat vanaf de linkerkant [betrokkene 2] aan kwam lopen en hij de deur achter de bestuurderszijde opende, waarna hij naast aangever plaatsnam. Vanaf de rechterkant zag aangever een voor hem onbekende Marokkaanse jongen aan komen lopen die vervolgens aan zijn rechterzijde plaatsnam. Hierna reed de auto verder. Aangever vertrouwde het op dat moment niet meer en vroeg daarom of hij geld kon pinnen, als smoes, zodat hij de auto kon verlaten. Hierop werd door [betrokkene 1] en [verdachte] geantwoord dat dit kon als de jas was opgehaald. Vanaf de berenkuil werd er over de Rivierenlandlaan gereden naar het [adres] . [betrokkene 1] en [verdachte] stapten uit de auto en zeiden dat ze zo terug zouden zijn. Toen zij weer terug kwamen zag aangever dat [betrokkene 1] de jas van aangever aan had.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De autorit werd vervolgd in de richting van de Grotebrugse Grintweg en richting Diepert.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vervolgens reden zij naar het industrieterrein bij [locatie] waar de auto bovenaan de oprit stopte. Aangever hoorde dat [betrokkene 1] tegen hem zei dat hij hem eigenlijk in de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onderbroek naar huis had willen laten gaan en zag dat [betrokkene 1] een pistool in zijn rechterhand vasthad. Het was een grijskleurige revolver en de loop van het wapen was erg kort. [betrokkene 1] zei dat het een echte was en dat hij geladen was. [ [betrokkene 1] ] liet aangever toen goudkleurige kogels zien die in het ronde magazijn zaten. Aangever zag dat de hamer naar achter stond. Aangever was op dat moment erg bang. Hij zag dat [betrokkene 1] het vuurwapen weer in de binnenzak van zijn jas deed. [betrokkene 1] zei dat hij wilde kijken hoeveel geld aangever kon opnemen, waarna ze naar de parkeerplaats op de Veemarkt zijn gereden. Hier zijn aangever en [ [betrokkene 1] ] uitgestapt en naar de SNS-pinautomaat gelopen. De telefoon van aangever moest in de auto achter blijven. Aangever heeft toen twintig euro gepind. [betrokkene 1] zei dat hij nog een keer moest pinnen en drukte op de knop waardoor aangever tweehonderdvijftig euro opnam. Hierna zijn ze terug naar de auto gelopen en zijn ze verder gereden. Aangever hoorde dat [betrokkene 1] zei: “we gaan nu naar het Zoelense bos, daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter”. De auto werd geparkeerd op de parkeerplaats voor [supermarkt] . [betrokkene 1] zei vervolgens tegen aangever: “je geeft ons het geld wat je net hebt gepind en je geeft ons je pinpas met je code”. Aangever zag dat [betrokkene 1] op dat moment het vuurwapen weer uit zijn jaszak pakte en vasthield. Hierop heeft aangever zijn pinpas met pincode en het geld aan [betrokkene 1] gegeven. Vervolgens stapte [betrokkene 1] met aangevers pinpas uit de auto en liep hij naar de naast de [supermarkt] gelegen ING-pinautomaat. Aangever hoorde dat [voornaam betrokkene 2] [ [betrokkene 2] ] tegen hem zei: “stilzitten en je mond houden”. Later zag aangever dat er vierhonderdvijftig euro was gepind.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangever heeft in de auto gezegd dat zijn ouders argwaan zouden krijgen waarop ze naar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam station] zijn gereden en hij tien minuten de tijd kreeg om zijn jas aan zijn ouders te laten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zien. Aangever moest zijn telefoon en pinpas in de auto achterlaten. Vervolgens is aangever naar huis gelopen om zijn jas te laten zien. Hierna heeft hij weer plaatsgenomen in de auto en de jas teruggegeven aan [betrokkene 1] . Zijn telefoon en pinpas kreeg aangever toen weer terug. De autorit werd toen vervolgd naar de Hertog Karellaan waar de auto op de parkeerplaats bij de flats werd geparkeerd. [betrokkene 1] en [voornaam betrokkene 2] [ [betrokkene 2] ] stapten uit de auto en kwamen na ongeveer tien minuten terug. Vervolgens is aangever (in de buurt) bij een vriend afgezet in Tiel-Oost.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 10 november 2016 ontving aangever via facebookmessenger een bericht van iemand met de profielnaam [naam] . Aan de hand van foto’s op dit profiel herkende aangever deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">persoon als de voor hem onbekende jongen. Door verbalisanten zijn het facebookprofiel van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam] en daarop geplaatste foto’s bekeken en zij herkenden de persoon op deze foto’s ambtshalve als [betrokkene 3] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Betrokken personen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat de hiervoor genoemde personen aanwezig waren bij de door aangever beschreven autorit vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in het volgende. [Verdachte] heeft verklaard dat hij wist dat [voornaam slachtoffer] (de rechtbank begrijpt dat hiermee aangever [slachtoffer] wordt bedoeld) op 4 november 2016 zijn spullen zou terugkrijgen, dat ze hem bij station [naam station] hebben opgehaald en dat er iets verderop nog twee jongens in de auto stapten. [voornaam betrokkene 2] [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij verdachte op 4 november 2016 heeft gezien en dat een voor hem onbekende jongen op station [naam station] is opgehaald. Er zaten ook nog twee andere jongens in de auto, waaronder [ [voornaam betrokkene 1] [betrokkene 1] ]. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ) heeft verklaard dat hij samen met drie vrienden in een auto zat en dat aangever bij station [naam station] in de auto is gestapt. [Verdachte] was de bestuurder, [betrokkene 1] de bijrijder en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zaten achterin. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Afgelegde route</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door aangever is beschreven welke route de auto heeft afgelegd. Kort samengevat is aangever opgehaald op station [naam station] , via de rotonde met de gouden tol richting de berenkuil gereden naar het [adres] , verder gereden naar het industrieterrein bij [locatie] , naar [supermarkt] , langs zijn ouderlijk huis, een parkeerplaats bij flats en vervolgens weer afgezet in Tiel-Oost.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De telefoon van aangever is onderzocht. Met behulp van locatiegegevens is zichtbaar waar de telefoon zich heeft bevonden. Op de locatiegegevens van 4 november 2016 is te zien dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangever die dag de door hem beschreven route heeft afgelegd. Voorts vindt de verklaring van aangever over de afgelegde route steun in de verklaringen van [verdachte], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . [Verdachte] heeft verklaard dat aangever bij station [naam station] is opgehaald. Iets verderop, vanaf de rotonde met de gouden tol in de richting van de berenkuil, stapten er nog twee jongens in. [Verdachte] is naar een huis gereden waar de jas zou zijn en daarna is hij naar [naam station] gereden, zodat aangever zijn jas aan zijn ouders kon laten zien. Ook is [verdachte] naar [supermarkt] gereden en heeft hij verklaard dat zij ook bij flats zijn geweest en daar hebben stilgestaan. [betrokkene 2] heeft eveneens verklaard dat de voor hem onbekende jongen op station [naam station] is opgehaald, dat zij naar het huis van [voornaam betrokkene 1] op het [adres] te Tiel zijn gereden en dat zij hebben geparkeerd bij [supermarkt] . Ook heeft hij verklaard, dat zij naar [locatie] zijn gereden en daar op de parkeerplaats hebben gestaan. [betrokkene 3] heeft eveneens verklaard dat aangever bij station [naam station] is ingestapt. Vervolgens zijn zij volgens hem naar een plek vlakbij een industrieterrein gereden en later naar het huis van aangever gegaan. Zij hebben ook even stilgestaan op een parkeerplaats tussen twee flats. Aangever is afgezet in Tiel-Oost. Op grond van het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de auto de door aangever beschreven route heeft afgelegd en dat [betrokkene 1] , [verdachte], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] gedurende de hele autorit aanwezig waren.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Belofte teruggave jas</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De reden dat aangever met [betrokkene 1] heeft afgesproken en bij hem in de auto is gestapt, is gelegen in de toezegging die hem was gedaan dat hij zijn jas zou terugkrijgen. Dit volgt ook uit de verklaringen van [verdachte], [betrokkene 3] en [betrokkene 2] . Aangever zou de jas terug krijgen, aldus [verdachte]. Ook [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij dacht dat de jas zou worden teruggegeven aan aangever. [betrokkene 2] heeft verklaard dat [betrokkene 1] aangaf dat hij de jas wilde teruggeven. Het voorgaande bevestigt naar het oordeel van de rechtbank de verklaring van aangever over de aanleiding voor hem om plaats te nemen in de auto en zijn verklaring dat hiervoor een afspraak was gemaakt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Algemene dreiging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen aangever plaats had genomen op de achterbank van de auto, stapten even verderop [betrokkene 2] en [betrokkene 3] in die aan weerszijden van hem gingen zitten. De verklaring van aangever op dit punt wordt ondersteund door [verdachte] die eveneens heeft verklaard dat er nog twee jongens in de auto zijn gestapt. Dit wordt ook door [betrokkene 2] bevestigd. Dat aangever in het midden op de achterbank zat, vindt ook steun in de verklaring van [betrokkene 3] . Hij zat samen met [betrokkene 2] achterin. Volgens hem wilde de bijrijder aangever in het midden hebben, omdat hij hem dan beter kon zien. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat aangever midden op de achterbank heeft gezeten waarbij er aan weerszijde van hem iemand zat. Aangever kreeg toen direct een slecht gevoel en wilde zo snel mogelijk de auto uit. Omdat hij in het midden zat, kon dit niet. Dat aangever zich niet op zijn gemak voelde, vindt steun in de verklaring van [verdachte] en [betrokkene 3] . [Verdachte] heeft verklaard dat aangever een beetje bang was. Hij zag namelijk dat aangever weg keek en steeds naar beneden keek. [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij aan aangever zag dat hij het niet echt relaxt vond. Dat aangever onder druk stond volgt naar het oordeel van de rechtbank ook uit de verklaring van aangevers moeder [getuige] waarin zij bevestigt dat aangever kort thuis is geweest omstreeks 22.45 of 23.00 uur. Hij droeg toen zijn jas van het merk Canada Goose over een andere winterjas, wat zij erg vreemd vond. Aangever was erg gehaast en [getuige] kreeg de indruk dat ze niet veel aan hem mocht vragen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In dit verband acht de rechtbank ook van belang dat aangever heeft verklaard dat hij op twee momenten zijn bezit als onderpand in de auto moest achterlaten toen hij de auto verliet. Dit was als eerste op het moment dat hij samen met [betrokkene 1] naar de SNS-pinautomaat ging. Zijn telefoon moest toen in de auto achterblijven. Daarnaast moest hij zijn telefoon en pinpas in de auto achterlaten toen hij kort naar zijn ouderlijk huis ging. De verklaring van aangever wordt op dit punt ondersteund door [verdachte] die heeft verklaard dat aangever zijn pinpas in de auto moest achterlaten toen hij zijn jas aan zijn ouders ging laten zien. Dat de pinpas van aangever in de auto is achter gebleven vindt ook steun in een op de telefoon van [verdachte] aangetroffen foto van de betaalpas op naam van aangever. Deze foto dateert van 4 november 2016 om 22.53 uur. Gelet hierop, en gezien ook de verklaringen van [verdachte], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] dat nabij een bank is geparkeerd en aangever en [betrokkene 1] de auto toen kort hebben verlaten, vindt de verklaring van aangever over het moeten achterlaten van zijn telefoon en/of pinpas voldoende bevestiging in andere bewijsmiddelen en kan dan ook van de juistheid daarvan worden uitgegaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Pinnen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangever heeft verklaard dat er met de auto twee keer in de buurt van een pinautomaat is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gestopt en dat er toen geld is gepind. De eerste keer was dit bij een SNS-pinautomaat waar hij in het bijzijn van [betrokkene 1] tweehonderdvijftig euro opnam. De tweede maal was bij [supermarkt] waar [betrokkene 1] bij een ING-pinautomaat met aangevers pinpas vierhonderdvijftig euro heeft gepind. Uit bevestigde pintransactiegegevens blijkt dat op 4 november 2016 om 22.25 uur tweehonderdvijftig euro is opgenomen bij een SNS-bank en om 22.36 uur bij een ING-bank een bedrag van vierhonderdvijftig euro, beide van het rekeningnummer dat op naam staat van aangever. Gelet hierop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er van aangevers bankrekening geld is gepind. De gepinde bedragen komen ook overeen met de door aangever genoemde bedragen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Afgifte pinpas en pincode</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat aangever zijn pinpas met bijbehorende pincode heeft gegeven vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in het volgende. Aangever heeft verklaard dat [betrokkene 1] met aangevers pinpas in zijn eentje de auto heeft verlaten en naar een ING-pinautomaat is gelopen. Zoals hiervoor reeds is genoemd blijkt uit pintransactiegegevens dat om 22.36 uur vierhonderdvijftig euro van de rekening van aangever is gepind. Van de betreffende ING-pinautomaat, gelegen aan de [adres] te Tiel in de wijk [naam] , zijn de camerabeelden van 4 november 2016 rond voornoemd tijdstip bekeken. Hierop is een man zichtbaar gekleed in een grijze jas van het merk Canada Goose. Deze persoon wordt door meerdere verbalisanten herkend als [voornaam betrokkene 1] [betrokkene 1] . Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat [betrokkene 1] met de pinpas van aangever vierhonderdvijftig euro heeft gepind en dat daaraan voorafgaand aan [betrokkene 1] aangevers pinpas met bijbehorende pincode is afgegeven. De vraag of dit onder dwang is gebeurd, zal hierna worden besproken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Resumé</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het voorgaande blijkt dat de verklaringen van aangever op meerdere te onderscheiden, essentiële punten bevestiging vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaringen daarom betrouwbaar en ziet geen aanleiding eraan te twijfelen dat deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overeenkomstig de waarheid zijn afgelegd. Weliswaar bevatten de verklaringen van aangever enige inconsistenties, doch deze zijn, bezien in het licht van het door hem gedane detailrijke relaas, begrijpelijk en ook niet van zodanige aard dat deze zijn verklaringen ongeloofwaardig maken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">gebruik van een vuurwapen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> overweegt de rechtbank in dit verband nog als volgt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aangever heeft verklaard dat [betrokkene 1] hem twee keer een wapen heeft getoond terwijl zij in de auto zaten. Hierover heeft hij meerdere verklaringen afgelegd. In zijn eerste verklaring heeft aangever verklaard dat [betrokkene 1] een pistool vast had in zijn rechterhand en heeft hij het wapen beschreven: een grijskleurige revolver waarvan de loop erg kort was, in het ronde magazijn zaten goudkleurige kogels en de hamer stond naar achter. Aangever wist dat het een revolver betrof, omdat hij het wapen herkende van computerspelletjes. Toen de auto stilstond op de parkeerplaats bij [supermarkt] zag aangever dat [betrokkene 1] het vuurwapen weer vasthad, waarna hij het eerder door hem gepinde geld en zijn pinpas met pincode aan [betrokkene 1] heeft gegeven. In een nader verhoor heeft aangever verklaard dat toen hij zei dat hij zijn geld en zijn pinpas met pincode niet zou geven, [betrokkene 1] het pistool uit zijn jaszak pakte. Op dat moment stonden zij volgens aangever geparkeerd op de parkeerplaats voor de [supermarkt] . Tegenover de rechter-commissaris heeft aangever eveneens verklaard over het getoonde vuurwapen. Aangever heeft verklaard dat [betrokkene 1] het vuurwapen uit zijn zak haalde en hij eerst met het magazijn speelde. Toen [betrokkene 1] zei dat aangever misschien wel kon denken dat het wapen niet echt was, liet hij het magazijn met de kogels zien. Aangever heeft bij de rechter-commissaris het wapen getekend.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoewel de verklaring van aangever op dit punt geen steun vindt in het dossier, zal de rechtbank deze niettemin voor het bewijs gebruiken. Zoals in het voorgaande ten aanzien van feit 2) is overwogen, heeft de rechtbank de verklaringen van aangever betrouwbaar geacht. Hij heeft over meerdere voorvallen/momenten gedetailleerd verklaard en deze verklaringen vinden, bevestiging, dan wel steun in andere bewijsmiddelen. In dat licht bezien bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om de juistheid van de verklaring van aangever over het tonen van een vuurwapen, die eveneens consistent en gedetailleerd is (wel) in twijfel te trekken De rechtbank ziet daartoe te minder reden nu onaannemelijk is dat aangever zijn pinpas met bijbehorende pincode vrijwillig aan [betrokkene 1] zou afstaan. Veeleer is aannemelijk dat dit is gebeurd onder zodanige dreiging dat aangever zich gedwongen voelde zijn pinpas met pincode af te staan, in dit geval, volgens aangever, onder dreiging met een vuurwapen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank volgt dan ook de verklaring van aangever dat hij werd gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas met bijbehorende pincode en van het eerder door hem gepinde geldbedrag, doordat aan hem een wapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp werd getoond. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat gebruik is gemaakt van een wapen op de door aangever beschreven wijze.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voor de rechtbank relevante en redengevende omstandigheden zijn hiervoor afzonderlijk besproken en vinden voldoende steun in het onderliggende dossier. Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank het volgende worden bewezen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 4 november 2016 heeft aangever afgesproken met [betrokkene 1] , omdat hem de toezegging was gedaan dat hij zijn jas zou terug krijgen. Om die reden heeft aangever plaatsgenomen op de achterbank van de auto die [verdachte] bestuurde en waarin [betrokkene 1] als bijrijder zat. Nadat de auto een kleine afstand had afgelegd, stapten er aan weerszijden van aangever jongens in, namelijk [betrokkene 2] en [betrokkene 3] , waardoor aangever tussen hen op de achterbank zat. Op dat moment kreeg aangever een slecht gevoel en wilde hij de auto uit. Door de aanwezigheid van [betrokkene 1] en de drie medeverdachten werd aangever geconfronteerd met een overwichtssituatie. Doordat aangever letterlijk zat ingesloten, kon hij niet weg. Deze situatie is beangstigend te noemen en dat aangever dit ook als zodanig heeft ervaren blijkt uit de omstandigheid dat is gezien dat hij bang en niet relaxt was. Naar het oordeel van de rechtbank was aangever onder deze omstandigheden niet vrij om de auto te verlaten doordat zijn fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt. De rechtbank acht dan ook bewezen dat [betrokkene 1] aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd. Gedurende de autorit zat aangever steeds in het midden achterin, zodat hem werd belemmerd de auto te verlaten. Daarbij komt dat [betrokkene 1] aan hem een wapen heeft getoond. Dit maakte de situatie naar het oordeel van de rechtbank zo bedreigend dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangevers keuze- en bewegingsvrijheid hem is ontnomen en de rechtbank acht daarom ook</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezen dat [betrokkene 1] hem van zijn vrijheid beroofd heeft gehouden. Hierbij weegt de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">rechtbank ook mee dat op de momenten waarop aangever de auto kort verliet hij zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardevolle bezittingen als onderpand moest achterlaten, zodat hij weer terug zou keren en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangever als gevolg hiervan evenmin volledige keuze- en bewegingsvrijheid had.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De auto heeft een route door Tiel afgelegd. Gedurende deze hele autorit waren [betrokkene 1] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[verdachte], [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en aangever in de auto aanwezig. Onderweg is er onder andere in de nabijheid van twee banken gestopt en ook geld gepind. De eerste pintransactie is door aangever verricht in het bijzijn van [betrokkene 1] . De tweede pintransactie heeft [betrokkene 1] uitgevoerd, nadat hij aangevers pinpas met bijbehorende pincode had gekregen. Deze heeft aangever afgestaan toen [betrokkene 1] hem wederom het wapen toonde. Ook het eerder gepinde geld is toen door aangever afgegeven.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [betrokkene 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden alsmede dat hij aangever heeft afgeperst. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Medeplegen</emphasis>
      </para>
      <para>Ter beantwoording van de vraag of de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden aangemerkt, dient het hof te beoordelen of bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Reeds vastgesteld</emphasis>
      </para>
      <para>Hiervoor is al besproken dat [betrokkene 1] , verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op 4 november 2016 steeds aanwezig zijn geweest en bij elkaar in dezelfde auto als de aangever hebben gezeten. De auto werd door verdachte bestuurd. [betrokkene 1] zat voorin als bijrijder en op de achterbank zat de aangever constant tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 3] in. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht bewezen dat [betrokkene 1] de aangever op 4 november 2016 wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden en dat hij de aangever heeft afgeperst. Ook is uit het dossier gebleken dat de aangever op 3 november 2016 zijn jas onder bedreiging van een mes aan [betrokkene 1] heeft afgegeven. Daarnaast acht het hof bewezen dat de aangever op 4 november 2016 onder bedreiging van een vuurwapen zijn pinpas, pincode en een eerder gepind geldbedrag aan [betrokkene 1] heeft afgestaan. De vraag die het hof dient te beantwoorden is of verdachte en de medeverdachten zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen. Het hof overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene 1] heeft in het geheel geen verklaring willen afleggen. Verdachte, [betrokkene 2] en</para>
      <para>
        [betrokkene 3] hebben bij de politie verklaard bij de twee autoritten (op 3 en 4 november 2016) aanwezig te zijn geweest, maar naar eigen zeggen wisten zij allen niet wat verder de bedoeling was, dan wel hebben zij niet meegekregen wat er is gebeurd. Het dossier bevat ten aanzien van de rit op 4 november 2016 echter bewijsmiddelen die op het tegendeel wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek telefoons</emphasis>
      </para>
      <para>De telefoon van verdachte is onderzocht en daarin waren verschillende whatsapp-gesprekken terug te lezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 november 2016 omstreeks 23.40 uur was er een conversatie tussen verdachte (S) en [betrokkene 4] (D):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">D: Waar was je</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	S: Ik was ff ergens</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	D: En dat had je niet kunnen laten weten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	S: Nee kan niet, was onverwachts</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	D: Fijn, babe ik wil niet dat t elke keer zo gaat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	S: Jaa sorry, ik moet ook me brood halen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	D: Ga naar appie jij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	S: Laat mij lekker mij ding doen, ik val jou er toch ook niet mee lastig toch”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 november 2016 omstreeks 17.50 uur was er een conversatie tussen verdachte (S) en [betrokkene 4] (D):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">D: Oh wat ga je vandaag doen babe</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Iets wat niet via de tel. kan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">D: Ga je nu al?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nee, voorbereiden en zo. Maak je niet druk x</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Maak je niet druk a.u.b. Ik bel je als t veilig is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">D: Babe je maakt me bang nu</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">D: Wat..</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Niks aan de hand komt goed</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Wij gaan een heeel leuk dagje weg doen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Als het klaar is. En gelukt. (...)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 november 2016 omstreeks 17.15 uur was er een conversatie tussen verdachte (S) en</para>
      <para>
        [betrokkene 3] (N):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Misschien komt die [voornaam slachtoffer] ook nog hahaha. (...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">N: Twa mag ik die jacka aan vanavond?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Tuurlijk bro maar moet m wel terug man</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">N: Duh(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">N: Dacht dat ik m voor altijd ging houden en je morgen geld laat pinnen om hem</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terug te krijgen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: HAHAHAHAHAHAHA (...)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is op de telefoon van verdachte, zoals reeds ten aanzien van feit 2 is besproken, een</para>
      <para>foto aangetroffen van de betaalpas van aangever. Deze foto dateert van 4 november 2016 om 22.53 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft [betrokkene 3] aangever op 10 november 2016 via Facebook een bericht gestuurd, wat eerder in de bewijsoverwegingen al is genoemd. De letterlijke tekst van dit bericht luidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Pikk wat is er allemaal gebeurd haha</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Je kan gewoon tegen mij praten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">niks aan de hand dat weetje</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik snap jou wel, kgeefje ook gelijk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Doe rusteg aan maatje, later man”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot is ook de telefoon van [betrokkene 3] onderzocht waarin een whatsapp-gesprek met de zus</para>
      <para>van [betrokkene 2] was terug te lezen. Op 13 november 2016 was er een conversatie tussen [betrokkene 3]</para>
      <para>(N) en de zus van [betrokkene 2] (Z):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">N: Hun hebben met zijn drieën iets ergs gedaan daarom is het zo erg geworden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Z: Die [voornaam betrokkene 1] teringhond heeft bewijs</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">N: Ja, maar die bewijs heeft geen zin tegenover wat hun hebben gedaan (…)”</emphasis>
      </para>
      <para>De gesprekspartner van verdachte op 5 november 2016 betreft volgens het hof – gelet op wat zowel [verdachte] als [betrokkene 3] over dit gesprek hebben verklaard – [betrokkene 3] . In dit gesprek werd gegrapt dat [voornaam slachtoffer] misschien ook nog zou komen en er geld zou moeten worden gepind om een jas terug te krijgen. Dit is een specifieke opmerking die exact overeenkomt met de verklaring van aangever en het hof is dan ook van oordeel dat dit gesprek over de gebeurtenissen met aangever gaat. De andere hiervoor genoemde conversaties zijn in het licht van het voorgaande zeer opmerkelijk te noemen en duiden er naar het oordeel van het hof sterk op dat minst genomen sprake is van wetenschap over de gebeurtenissen met aangever op 4 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gemaakte afspraken</emphasis>
      </para>
      <para>Op 4 november 2016 hebben verdachte en [betrokkene 1] aangever met de auto opgehaald. Verdachte was de bestuurder. Iets later zijn [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ingestapt. [betrokkene 3] heeft hierover verklaard dat [betrokkene 2] en hij van tevoren al samen waren met [betrokkene 1] en verdachte, door wie ze zijn afgezet. Later zouden ze weer in contact komen. [betrokkene 1] en verdachte hadden verteld waar ze [betrokkene 3] en [betrokkene 2] weer zouden oppikken. Gedurende de tweede autorit waren [betrokkene 1] , verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 3] steeds aanwezig in de auto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Nauwe en bewuste samenwerking</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is op basis van het voorgaande van oordeel dat er op 4 november 2016 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. [betrokkene 1] , verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zijn die avond/nacht steeds met elkaar opgetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals eerder overwogen acht het hof niet bewezen dat [verdachte] er vóór en op 3 november 2016 van op de hoogte was dat de aangever zou worden afgeperst en van zijn vrijheid zou worden beroofd en dat dit ook daadwerkelijk op 3 november 2016 is gebeurd. Wel is het hof van oordeel dat verdachte vóór de gebeurtenissen van 4 november op de hoogte was van hetgeen [slachtoffer] was aangedaan. Naar zijn eigen zeggen heeft verdachte gezien dat aangever zijn jas op 3 november 2016 aan [betrokkene 1] heeft afgegeven. Na de autorit op 3 november en voorafgaand aan de autorit op 4 november 2016 geeft verdachte via whatsapp aan een vriendin van hem, [betrokkene 4] , te kennen dat hij met zaken bezig is waar zij beter niet van op de hoogte kan zijn. </para>
      <para>Bij de autorit op 4 november 2016 bevonden verdachte en de medeverdachten zich allen in dezelfde auto met de aangever, die ingeklemd zat in het midden op de achterbank. De gehele gang van zaken getuigt naar het oordeel van hof van het onderling maken van afspraken om elkaar op gezette tijden en op bepaalde plekken te treffen. Dit blijkt ook uit de verklaring van [betrokkene 3] dat hij en [betrokkene 2] samen met [betrokkene 1] en verdachte waren, door wie ze zijn afgezet en vervolgens weer zijn opgepikt. In die tussentijd had de aangever op de achterbank plaatsgenomen en werd hij plotseling geconfronteerd met [betrokkene 3] en [betrokkene 2] die hem insloten door aan weerszijden van hem te gaan zitten. Dit duidt naar het oordeel van het hof op een vooropgezet plan. Gelet op de afspraken die onderling moeten zijn gemaakt, het gezamenlijk optrekken en de route die is afgelegd, onder meer langs twee banken waar geld is gepind, acht het hof de verklaringen van verdachte dat hij niet van de vrijheidsberoving en de afpersing zou hebben geweten ongeloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof bestaat de nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeverdachten en verdachte in de kern uit een gezamenlijke uitvoering. Zij zijn</para>
      <para>op 4 november 2016 samen in dezelfde auto opgetrokken en hebben dus ook zicht gehad op wat er gebeurde. Gelet op alle hiervoor genoemde vaststellingen kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat verdachte volledig op de hoogte was van het feit dat aangever niet vrij was de auto te verlaten en zich aan de situatie te onttrekken. Door onder die omstandigheden als chauffeur te blijven optreden is naar het oordeel van het hof sprake van opzet op een gezamenlijke wederrechtelijke vrijheidsberoving van de aangever alsmede opzet op het gezamenlijk van zijn vrijheid beroofd houden van de aangever. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is het hof van oordeel dat verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever onder bedreiging (i.c. van een vuurwapen) gedwongen werd zijn jas, pinpas, pincode en geld af te staan. Zoals hierboven aangegeven neemt het hof hierbij in aanmerking dat verdachte wist wat zich een dag eerder had afgespeeld en in die wetenschap als bestuurder is opgetreden van de auto waarin zich – voor hem ook waarneembaar – ten aanzien van hetzelfde slachtoffer opnieuw een afpersingsscenario voltrok.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat – zowel ten aanzien van de vrijheidsberoving als de afpersing – sprake is van medeplegen. Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan de onder 2 primair ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 primair:<?linebreak?>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through"> ander of</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> beroofd gehouden, </para>
      <para>immers heeft hij -verdachte- tezamen en in vereniging zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>,<emphasis role="strike-through">althans alleen </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] de toezegging gedaan dat hij zijn jas terug zou krijgen wanneer hij in de auto zou stappen, waarin hij -verdachte- en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> zich op dat moment bevond<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] plaats laten nemen (achter) in het voertuig, waarna <emphasis role="strike-through">hij -verdachte- en/of </emphasis>zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dicht op die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">is/</emphasis>zijn gaan zitten en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- in het rijdende voertuig aan die [slachtoffer] een <emphasis role="strike-through">pistool, althans</emphasis> op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) getoond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- ( daarbij) de woorden toegevoegd "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en<emphasis role="strike-through">/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of</emphasis> "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> "Stilzitten en je mond houden" en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">belet/</emphasis>belemmerd de auto te verlaten; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 04 november 2016 tot en met 05 november 2016 te Tiel, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> op de openbare weg, </para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door <emphasis role="strike-through">geweld en/of</emphasis> bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas met bijbehorende pincode en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een geldbedrag, <emphasis role="strike-through">in elk geval van enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">welk geweld en/of </emphasis>welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte- tezamen en in vereniging met zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen, </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- in een rijdend voertuig aan die [slachtoffer] een <emphasis role="strike-through">, althans een </emphasis>op een vuurwapen gelijkend voorwerp (waarvan de hamer naar achter stond) heeft getoond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "We gaan nu naar het Zoelense bos. Daar geef je al je spullen die je hebt en daar laten we je in je onderbroek achter" en<emphasis role="strike-through">/of "Je moet ons tippen in welke woning veel contant geld of goud te halen is" en/of</emphasis> "Je moet nu geld pinnen van jouw bankrekening en je moet dat geld aan ons afstaan" en/of "Stilzitten en je mond houden"<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;. </emphasis><?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat door het hof (ter zake van het onder 1 én 2 tenlastegelegde) aan de verdachte eenzelfde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd als door de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het hof verzocht in het geval van een bewezenverklaring rekening te houden met de taakstraf die op 19 januari 2018 door de rechtbank Midden-Nederland is opgelegd. Dit om ervoor te zorgen dat de totale last aan te werken uren te overzien blijft, ook in het belang van de samenleving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten het slachtoffer van zijn vrijheid beroofd en afgeperst. Het slachtoffer heeft tegen zijn wil samen met de verdachte en de medeverdachten achterin de auto gezeten en onder dreiging van een aan hem getoond vuurwapen zijn pinpas, pincode en een onder dwang gepind geldbedrag afgestaan. Dit terwijl hem was beloofd dat hij zijn jas, die hij de vorige dag onder dwang had moeten afgeven, terug zou krijgen. De verdachte heeft hiermee op grove wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en eigendomsrechten van het slachtoffer. Het handelen van de verdachte getuigt van het ontbreken van respect voor het welzijn van het slachtoffer en diens bezittingen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte geen blijk gegeven zich bewust te zijn van de ernst van hetgeen aangever is aangedaan en de rol die hij daarbij zelf gespeeld heeft. Dit rekent het hof de verdachte zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het bewezen verklaarde feit op zichzelf de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 juli 2018 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit.</para>
      <para>Met de rechtbank is het hof van oordeel dat die omstandigheid aanleiding geeft om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. </para>
      <para>Wel benadrukt het hof dat het gepleegde feit op zichzelf zeer ernstig is. Zo ernstig dat het hof ter zake van alleen het onder 2 bewezenverklaarde dezelfde straffen zal opleggen als de rechtbank heeft gedaan en door de advocaat-generaal is gevorderd ter zake van beide feiten, te weten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een CoVa-training, en;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een taakstraf voor de duur van tweehonderdveertig uur, bij niet voldoen te vervangen door honderdtwintig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorwaardelijke gevangenisstraf met de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden worden opgelegd om verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het hof ziet gelet op de ernst van de feiten ook geen aanleiding om –  zoals de raadsman heeft verzocht – het gevorderde aantal uren taakstraf te matigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt in totaal € 2.240,-- en is als volgt opgebouwd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>materiële schade voor een bedrag van € 700,--, bestaande uit de onder dwang gepinde geldbedragen, en;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>immateriële schade voor een bedrag van € 1.540,--.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek komt deze schade voor vergoeding in aanmerking.</para>
      <para>De materiële schade is voldoende onderbouwd en ook al in de bewijsoverwegingen aan de orde gekomen. </para>
      <para>Ten aanzien van de immateriële schade overweegt het hof dat de verdachte en zijn medeverdachten benadeelde [slachtoffer] op grove wijze in zijn persoon hebben aangetast. De gevorderde immateriële schade is voldoende onderbouwd. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om – zoals de raadsman heeft verzocht – de schade bij een gedeeltelijke vrijspraak te matigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is de verdachte samen met zijn medeverdachten tot vergoeding van de schade, een bedrag van in totaal € 2.240,--, gehouden zodat de vordering volledig en hoofdelijk zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naast de schade is een bedrag van € 28,56 aan proceskosten gevorderd, bestaande uit reiskosten voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank.</para>
      <para>De benadeelde partij heeft zich op die zitting echter laten vertegenwoordigen door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland en heeft zich in die zin heeft bediend van een gemachtigde. Daarom doet zich de situatie als bedoeld in artikel 238 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor en komen deze kosten niet als proceskosten voor vergoeding in aanmerking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 282 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">3 (drie) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit arrest te melden bij Reclassering Nederland (telefoonnummer 088-8041405) om een afspraak te maken voor een eerste gesprek op de locatie aan de Stieltjesstraat 1 te Nijmegen, waarna hij zich gedurende de proeftijd dient te blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie CoVa, bestaande uit een GI-RN Cognitieve Vaardigheden, aangeboden door de reclassering of een soortgelijke instelling, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan de veroordeelde zullen worden gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van de voormelde bijzonder voorwaarden en tot en begeleiden van de veroordeelde ten behoeve daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.240,00 (tweeduizend tweehonderdveertig euro) bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) materiële schade en € 1.540,00 (duizend vijfhonderdveertig euro) immateriële schade</emphasis>, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 2.240,00 (tweeduizend tweehonderdveertig euro) bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) materiële schade en € 1.540,00 (duizend vijfhonderdveertig euro) immateriële schade</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening</emphasis>, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 4 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering tot vergoeding van de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.W. Rijkers en mr. W.A. Holland, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.W.P. Soons, griffier,</para>
      <para>en op 3 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 3 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.C.J. Stienen, advocaat-generaal,</para>
      <para>P. Heinst, griffier.</para>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>