<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:4740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-13T15:16:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.229.794</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4740">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-13T15:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:4740 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-05-2018 / 200.229.794</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:4740:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewind. Machtiging schenking. Schenkingstraditie. 1:441 lid 2 onder a BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:4740:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN	</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem					 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.229.794</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 6301833)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 24 mei 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>verzoekers in hoger beroep, hierna afzonderlijk te noemen </para>
      <para>“ [kind 1] ”, “ [kind 2] ” en “ [kind 3] ”, en gezamenlijk te noemen “de kinderen”,</para>
      <para>advocaat: mr. E.M. van Hemert te Zaandam, gemeente Zaanstad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te residentie “ [residentie] ” te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 27 september 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met producties, ingekomen op 8 december 2017;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Van Hemert van 9 februari 2018 met productie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 12 april 2018 plaatsgevonden. [kind 1] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. [kind 2] , [kind 3] en de moeder zijn niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling is met toestemming van het hof ingekomen een journaalbericht van mr. Van Hemert van 23 april 2018 met bijlagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De moeder is geboren op [geboortedatum] . Verzoekers zijn de kinderen van de moeder.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In 2012 is een bewind ingesteld over de goederen die de moeder als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren en [kind 1] en [kind 2] gezamenlijk  benoemd tot haar bewindvoerders. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij verzoekschrift, gedateerd 16 augustus 2017, hebben de bewindvoerders de kantonrechter toestemming verzocht voor een schenking van de moeder aan de kinderen in 2017 van € 5.320,- per kind.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking van 27 september 2017 heeft de kantonrechter de bewindvoerders machtiging verleend voor een schenking van de moeder aan de kinderen van <?linebreak?>€ 1.000,- per kind in 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerders en [kind 3] zijn met ongenummerde grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoeken het hof, zo begrijpt het hof, de bestreden beschikking te vernietigen en hun verzoek alsnog toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:441 lid 2 onder a van het Burgerlijk Wetboek behoeft de bewindvoerder toestemming van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat of weigerachtig is, machtiging van de kantonrechter voor het beschikken over een onder het bewind staand goed, tenzij de handeling als gewone beheersdaad kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Uit de overgelegde medische verklaring van de behandelend arts van de moeder is genoegzaam gebleken dat de moeder, die aan dementie lijdt, niet meer in staat is om haar wil te bepalen. De kinderen hebben dan ook toestemming nodig van de rechter voor de door hen gewenste fiscaal onbelaste schenking van € 5.320,- per kind in 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige slaat het hof acht op de “Aanbevelingen meerderjarigenbewind” (hierna: de aanbevelingen), zoals deze door het LOVCK met het oog op de gewenste uniformering in de rechtstoepassing binnen de bewindspraktijk zijn vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Op grond van de aanbevelingen geldt als hoofdregel dat het doen van schenkingen namens een rechthebbende die zijn wil niet kan bepalen slechts wordt toegestaan indien er een schenkingstraditie wordt aangetoond. Ook als sprake is van een schenkingstraditie, wordt een schenking echter in beginsel niet toegestaan wanneer het liquide vermogen van een rechthebbende door de schenking minder wordt dan € 30.000,-.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof is genoegzaam gebleken dat van een schenkingstraditie sprake is. Deze schenkingstraditie is vanaf de start van de onderbewindstelling met toestemming van de kantonrechter voortgezet. Zo is in 2012 bijvoorbeeld toestemming gegeven voor een schenking van € 3.500,- aan [kind 1] , € 4.000,- aan [kind 2] en € 4.000,- aan [kind 3] , in 2014 in totaal € 20.000,- aan [kind 1] en in 2016 € 1.000,- per kind. </para>
        <para>De bewindvoerders en [kind 3]  hebben met bankafschriften aangetoond dat de moeder in november/december 2017 een spaarsaldo had van ongeveer € 445.000,-. Daarnaast heeft de moeder blijkens een overgelegde notariële akte van 20 november 2017 recht op € 187.697,- uit verkoop van een woning in [plaatsnaam] .</para>
        <para>Nu niet te verwachten is dat de fiscaal vrijgestelde schenkingen van in totaal € 15.960,- in 2017 de financiële positie van de moeder, die thans 88 jaar oud is, in het kader van haar toekomstige verzorging in gevaar brengen, zal het hof het verzoek tot schenking van het genoemde bedrag aan de kinderen alsnog toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de grieven slagen. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen van 27 september 2017, en opnieuw beschikkende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de bewindvoerders  alsnog toestemming voor een schenking door de moeder aan de kinderen van € 5.320,- per kind in 2017;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Krijger, R. Feunekes en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 24 mei 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>