<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:4660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-21T11:53:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.197.437</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2018:3119" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtnemingherstelarrest" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde arrest: ECLI:NL:GHARL:2018:3119</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-21T11:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:4660 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-05-2018 / 200.197.437</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:4660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing verzoek ex artikel 31 Rv. Verzoek afgewezen. Geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:4660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.197.437</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 273814)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing op verzoek ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellante] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>appellante,<?linebreak?>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.J.B.C. Maton,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hoist Kredit AB</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Stockholm (Zweden),</para>
      <para>geïntimeerde,<?linebreak?>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: Hoist Kredit,</para>
      <para>advocaat: mr. A.M. van Heest.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">1.	Het procesverloop</emphasis>
        <?linebreak?>1.1 	Het hof heeft in deze zaak op 3 april 2018 arrest gewezen, waarbij het hof de vonnissen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 juni 2015 en <?linebreak?>11 mei 2016 heeft bekrachtigd en [appellante] heeft veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, tot aan die uitspraak aan de zijde van Hoist Kredit vastgesteld op € 1.957,- voor griffierecht en op € 1.158,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (1 procespunt x tarief III).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij brief van 4 april 2018 heeft mr. Van Heest namens Hoist Kredit het hof verzocht om het arrest van 3 april 2018 te herstellen en is de ontvangen grosse aan het hof geretourneerd. Hoist Kredit heeft gesteld dat in het arrest een fout staat, die zich leent voor eenvoudig herstel. Hoist Kredit heeft aangevoerd dat het gerechtshof abusievelijk één punt aan salaris advocaat liquideert, waar dat twee punten hadden moeten zijn, te weten voor de comparitie na aanbrengen van 15 november 2016 en de memorie van antwoord van <?linebreak?>14 maart 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellante] is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Deze heeft daarvan geen gebruik gemaakt.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2. 	De beoordeling en beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof vat het verzoek van Hoist Kredit op als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de Memorie van toelichting bij artikel 31 Rv is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of ander kennelijke fout sprake ingeval van zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen. Hoist Kredit heeft bezwaar gemaakt tegen het inhoudelijke oordeel van het hof betreffende het toekennen van procespunten bij de begroting van de kosten. Zij verzoekt het hof daarmee in wezen de in het arrest van 3 april 2018 uitgesproken kostenveroordeling te heroverwegen, althans een herberekening te maken. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv niet. Het hof wijst het verzoek daarom af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.B. Beekhoven van den Boezem, S.M. Evers en M.H.F. van Vugt en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>22 mei 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>