<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:4339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-30T13:12:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.217.001/01 en 200.217.002/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenbeschikking">Tussenbeschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-30T13:12:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:4339 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-05-2018 / 200.217.001/01 en 200.217.002/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:4339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onjuiste oproeping van een in Frankrijk wonende verweerder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:4339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers gerechtshof 200.217.001/01 en 200.217.002/01</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank Overijssel C/08/178954 / ES RK 15-3872 en C/08/184603 ES RK 16-1233)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 8 mei 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Schriemer te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [B] (Frankrijk),</para>
      <para>verder te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat voorheen: mr. V.N. Sakkers te Amstelveen,</para>
      <para>thans zonder advocaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 6 maart 2017, uitgesproken onder voormelde  zaaknummers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 1 juni 2017;</para>
      <para>- een brief van mr. Sakkers van 19 juni 2017 met productie(s);</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Schriemer van 30 juni 2017 met productie(s);</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Schriemer van 4 juli 2017 met productie(s);</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Schriemer van 23 februari 2018 met productie(s);</para>
      <para>- een brief van mr. Schriemer van 2 maart 2018 met productie(s);</para>
      <para>- een brief van mr. Schriemer van 5 maart 2018 met productie(s).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft op 6 maart 2018 plaatsgevonden. De vrouw is, bijgestaan door haar advocaat en haar begeleider de heer [C] , verschenen. </para>
        <para>De man is niet verschenen. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De man is in hoger beroep niet verschenen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een schriftelijk verweerschrift in te dienen en was evenmin, in persoon of bij gevolmachtigde, ter zitting van 6 maart 2018 aanwezig om mondeling verweer te voeren. Alvorens een inhoudelijke beoordeling aan de orde kan zijn, zal het hof dan ook eerst         beoordelen of de man op de bij wet voorgeschreven wijze in kennis is gesteld van de         procedure in hoger beroep en is opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 6 maart 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De man heeft geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. Blijkens de brief van mr. Schriemer van 4 juli 2017 is zijn laatst bekende woon- of verblijfplaats in Frankrijk Rue [D 1] - [B] , waar de man kennelijk tijdens de procedure in eerste aanleg woonachtig was. Dat de toenmalige advocaat van de man blijkens zijn brief van 19 juni 2017 geen contact met de man kan krijgen en niet (meer) weet waar hij woont, kan niet leiden tot het oordeel dat van de man geen woon- of verblijfplaats in Frankrijk bekend is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Frankrijk is een Staat waar de verordening (EG) nr. 1393/ 2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken </para>
        <para>('de betekening en kennisgeving van stukken') en tot intrekking van Verordening (EG)                       nr. 1348/2000 (<emphasis role="italic">Pb</emphasis>EU L 324/79, hierna: de herziene EG-betekeningsverordening) van </para>
        <para>toepassing is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De herziene EG-betekeningsverordening heeft ten doel de verzending van               gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken tussen de          lidstaten te verbeteren en te versnellen met het oog op de betekening of kennisgeving van deze stukken. Dit heeft onder meer geleid tot aanpassingen van de artikelen betreffende                       -kort gezegd- de oproeping van belanghebbenden in verzoekschriftprocedures opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De regels die gelden voor de oproeping van belanghebbenden gelden op grond van artikel 291 Rv -welk artikel in hoger beroep van    overeenkomstige toepassing is, ingevolge het bepaalde in artikel 362 Rv- eveneens voor de verzending van processtukken en van andere mededelingen aan de verzoeker en                                   belanghebbenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De man is verweerder en daarmee belanghebbende in de onderhavige procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Aangezien de man een bekende woon- of verblijfplaats heeft in een Staat waar de herziene EG-betekeningsverordening van toepassing is, kan de oproeping op grond van                            artikel 277 lid 1 Rv geschieden door rechtstreekse toezending daarvan overeenkomstig                       artikel 14 van de verordening. Het hof dient in de oproeping melding te maken van de                      verzending zelf alsmede van:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>. de datum van verzending;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de wijze van verzending;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <para>. de mededeling (in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen) dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet                              gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8,                           eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar het hof moeten worden toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De rechtstreekse toezending van de oproeping kan op grond van artikel 14 van de verordening rechtstreeks door de postdiensten worden verricht bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>De oproeping mag -op grond van het bepaalde in lid 2 van artikel 277 Rv- ook     worden verricht door verzending daarvan of van een vertaling daarvan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van die verordening, ter betekening aan degenen voor wie de oproeping bestemd is. Het hof dient in de oproeping melding te maken van de verzending, alsmede van de                     volgende gegevens:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>. de datum van verzending;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de naam en het adres van de ontvangende instantie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de wijze van verzending;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. of een vertaling is gezonden en zo ja, in welke taal;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening is ingevuld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de gevraagde wijze van betekening.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Uit de correspondentie in het dossier is gebleken dat aan de man op 7 juli 2017 bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging een exemplaar van het beroepschrift is                       toegezonden met mededeling van de termijn waarbinnen een verweerschrift zou kunnen            worden ingediend. Het schrijven is op 7 augustus 2017 -als niet opgehaald- retour gekomen waarna het op 10 augustus 2017 opnieuw per gewone post is verzonden. Op 15 januari 2018 is de man via de Staatscourant opgeroepen om op 6 maart 2018 om 14:00 uur te verschijnen ter zitting van het hof.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof constateert dat de wijze waarop het verzoekschrift aan de man is               toegezonden en de wijze waarop de oproeping voor de mondelinge behandeling is gedaan, niet in overeenstemming zijn geweest met het bepaalde in artikel 277 Rv en de herziene    EG-betekeningsverordening. </para>
        <para>In het bijzonder is bij het aangetekend schrijven verzuimd om een zogeheten weigerings-                   formulier mee te zenden, zijnde een kennisgeving (in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen) dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar het hof moeten worden toegezonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het bepaalde in artikel 272 Rv geschiedt de oproeping van niet in de                         procedure verschenen belanghebbenden van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf                onbekend zijn door plaatsing van de oproeping in de Staatscourant. </para>
        <para>Nu de man, als inleidend verzoeker, wordt aangemerkt als in de procedure te zijn verschenen en hij een bekende woon- of verblijfplaats in Frankrijk heeft, is hij vervolgens ten onrechte via de Staatscourant opgeroepen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>Artikel 19 van de herziene EG-betekeningsverordening schrijft voor dat de rechter    -in het onderhavige geval, het hof- de beslissing aanhoudt wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmee gelijk te stellen stuk -in het onderhavige geval, het beroepschrift van de vrouw- overeenkomstig de bepalingen van deze verordening ter betekening of kennis-                geving naar een andere lidstaat moest worden verzonden en de verweerder niet is                                verschenen. Deze aanhouding dient plaats te vinden totdat is gebleken dat:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>. hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de in de wetgeving van de aangezochte lidstaat -in het onderhavige geval, Frankrijk- voorgeschreven vormen voor de betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en voor zich op het grondgebied van dat land bevindende    personen bestemd zijn, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. hetzij het stuk daadwerkelijk is afgegeven aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in deze verordening geregelde wijze, en dat de                  betekening of kennisgeving respectievelijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <para>Het vorenstaande brengt mee dat een inhoudelijke behandeling op dit moment                    niet aan de orde kan zijn en dat de man alsnog de mogelijkheid moet worden geboden                daadwerkelijk kennis te nemen van de gerechtelijke stukken en hij in staat moet worden    gesteld om in rechte te verschijnen. Dit betekent dat de man nogmaals, en thans op juiste wijze, kennis moet worden gegeven van het door de vrouw ingediende beroepschrift met               mededeling van de mogelijkheid om daartegen een verweerschrift in te dienen en met                kennisgeving van een nieuwe datum van de mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14</nr>
      <parablock>
        <para>De kennisgeving van de nieuwe datum van de mondelinge behandeling met een exemplaar van het beroepschrift en het geven van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen, zal door het hof op grond van artikel 3 onder c) van de herziene EG-betekeningsverordening worden toegezonden aan de centrale instantie in Frankrijk. Door middel van het in deze verordening voorgeschreven formulier zal aan deze instantie worden verzocht zorg te dragen voor kennisgeving van deze stukken aan de man overeenkomstig het recht van </para>
        <para>Frankrijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15</nr>
      <para>De verdere behandeling zal worden aangehouden tot de zitting van 13 december 2018 om 12.15 uur. Op die zitting zal worden nagegaan of de man alsnog in rechte is                      verschenen dan wel, indien hij niet is verschenen, de kennisgeving omtrent het door de vrouw ingestelde hoger beroep, de mogelijkheid van het indienen van een verweerschrift en de oproeping voor de mondelinge behandeling hebben plaatsgevonden overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 Rv en de herziene EG-betekeningsverordening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16</nr>
      <para>Het hof zal beslissen als na te melden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de griffier op om de man in kennis te stellen van het door de vrouw ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 6 maart 2017, onder toezending van een exemplaar van het beroepschrift, met de mededeling dat de man gelegenheid wordt geboden om daartegen een verweerschrift in te dienen en met de         oproeping van de man voor de mondelinge behandeling van 13 december 2018 om 12.15 uur, welke kennisgeving, mededeling en oproeping moet geschieden door toezending                   daarvan aan:</para>
      <para>Ministère de la Justice</para>
      <para>Direction des Affaires Civiles et du Sceau</para>
      <para>Bureau du droit de l'Union, du droit international privé et de l'entraide civile (BDIP)</para>
      <para>13, place Vendȏme</para>
      <para>F-75042 Paris Cedex 01 </para>
      <para>met het verzoek zorg te dragen voor kennisgeving van deze stukken aan de man </para>
      <para>overeenkomstig het recht van Frankrijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op <emphasis role="bold">13 december 2018 om 12.15 uur </emphasis>in één van de zalen van het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. G. Jonkman, I.A. Vermeulen en M. Weissink, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, en is op 8 mei 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>