<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:3743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-20T14:47:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-003018-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:3743">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:3743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-20T14:46:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:3743 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-04-2018 / 21-003018-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:3743:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. Samenhang met strafzaak. Wederrechtelijk verkregen voordeel uit (kortgezegd) mensensmokkel. Het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat wordt vastgesteld op € 54.302,36, met een betalingsverplichting voor datzelfde bedrag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:3743:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-003018-16 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	20 april 2018</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">ONTNEMINGSZAAK</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel van 26 april 2016 met parketnummer 08-963519-13 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 20 november 2017 en 6 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de eerste rechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens veroordeelde door zijn raadsman, mr. T.J.F. Wassenaar, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 54.308,36 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Om processuele redenen zal het hof de beslissing van de rechtbank vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op € 54.308,36 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft deze vordering ter zitting in hoger beroep herhaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 20 april 2018 (parketnummer 21-002577-16) veroordeeld ter zake van - onder meer - het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde medeplegen van kortgezegd mensensmokkel is veroordeeld tot straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde door middel van en/of uit baten van het bewezenverklaarde handelen en soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan financieel voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel op een bedrag van € 54.308,36. Het hof komt als volgt tot deze schatting:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 29 april 2014, zoals dat is opgesteld door de politie, is gebruik gemaakt van een eenvoudige kasopstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beginsaldo </emphasis>
      </para>
      <para>Uitgegaan wordt van een beginsaldo van <emphasis role="underline">€ 400,-</emphasis>, omdat veroordeelde heeft verklaard dat hij dat bedrag legaal zou hebben verdiend in Spanje. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eindsaldo</emphasis>
      </para>
      <para>Als eindsaldo wordt uitgegaan van <emphasis role="underline">€ 2.631,85</emphasis>. Dit bedrag is bij de insluitingsfouillering van veroordeelde bij zijn aanhouding aangetroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beschikbaar geld voor uitgaven</emphasis>
      </para>
      <para>Omdat veroordeelde geen ander inkomen had dan illegaal inkomen, op het als legaal aangemerkte beginsaldo na, was er feitelijk een bedrag van <emphasis role="underline">€ 2.231,85</emphasis> beschikbaar voor het doen van uitgaven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feitelijke uitgaven</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het rapport volgt dat veroordeelde aantoonbaar een bedrag van <emphasis role="underline">€ 56.572,24</emphasis> heeft uitgegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verschil - en daarmee het wederrechtelijk verkregen voordeel - bedraagt dan <emphasis role="underline">€ 58.804,09</emphasis> (= <emphasis role="italic">totaalbedrag uitgaven plus eindsaldo en minus beginsaldo</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aftrek kosten</emphasis>
      </para>
      <para>In het voordeel van veroordeelde worden de overschrijvingen aan ene [naam] van in totaal <?linebreak?><emphasis role="underline">€ 4.501,73</emphasis> als kosten aangemerkt die veroordeelde heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenstaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op <?linebreak?><emphasis role="underline">€ 54.302,36</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft de uitkomst van deze berekening als volgt betwist:</para>
    </parablock>
    <para>- Het legale beginvermogen bedraagt € 2.800,- in plaats van € 400,-;</para>
    <para>- Het bedrag van de auto’s moet gehalveerd worden, omdat de auto’s niet alleen door veroordeelde zijn betaald; </para>
    <para>- Het bedrag moet worden verlaagd door aftrek van een deel van de huurkosten, omdat veroordeelde gedurende een periode van zeven maanden geen huur voor de woning heeft betaald;</para>
    <para>- De internetkosten en de energiekosten dienen op nihil te worden gesteld, omdat niet veroordeelde maar zijn vriendin deze heeft betaald;</para>
    <para>- Het totale bedrag dient te worden gematigd omdat veroordeelde heeft aangegeven dat er meerdere personen in zijn woning hebben verbleven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals de rechtbank en de advocaat-generaal wordt door het hof bij de schatting uitgegaan van de uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen voortvloeiende - als aannemelijk aan te merken - gegevens, waarop ook het rapport van 29 april 2014 is gebaseerd. Het hof ziet in de door de raadsman niet nader onderbouwde stellingen geen aanleiding af te wijken van dit rapport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat het hof <emphasis role="underline">het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis> schat op <?linebreak?><emphasis role="bold underline">€ 54.302,36</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De verplichting tot betaling aan de Staat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal aan veroordeelde ook de verplichting oplegging tot betaling aan de Staat van het hiervoor vastgestelde bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van de procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">54.302,36 (vierenvijftigduizend driehonderdtwee euro en zesendertig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 54.302,36 (vierenvijftigduizend driehonderdtwee euro en zesendertig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. T.H. Bosma, voorzitter,</para>
      <para>mr. H.J. Deuring en mr. H.L. Stuiver, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,</para>
      <para>en op 20 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>