<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:2699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-21T14:20:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.145.265/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:2699">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:2699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-21T14:19:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:2699 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-03-2018 / 200.145.265/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:2699:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Aanneming van werk. Eigenaar vordert vervangende schadevergoeding als bedoeld in art. 6:87 BW wegens niet behoorlijke nakoming door de aannemer en hij stelt de door hem geleden schade op het bedrag van de herstelkosten (vervanging vloer eerste verdieping wegens grote onvlakheden). In een dergelijk geval moet de schade worden begroot op basis van de vermogensvermindering die ten tijde van de niet-nakoming door de tot de prestatie gerechtigde is geleden ten opzichte van de situatie waarin hij zou zijn geraakt bij behoorlijke nakoming van de verbintenis, en is een eventuele latere verkoop van het huis een omstandigheid waaraan in het kader van een vordering tot vervangende schadevergoeding als de onderhavige geen betekenis toekomt (Vgl. Hoge Raad 26 april 2002 ECLI:NL:HR:2002:AD9339, NJ 2004, 210).</para>
        <para>Vervanging begane grond vloer wordt disproportioneel geacht.</para>
        <para>Eigenaar die in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over het concept deskundigenbericht, werpt bij memorie na deskundigenbericht een nieuw bezwaar daartegen op. Het hof acht dat in strijd met de goede procesorde en ziet geen aanleiding de deskundige naar aanleiding daarvan opnieuw te raadplegen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:2699:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.145.265/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 582339 CV EXPL 11-17385)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 20 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. T. Binnema, kantoorhoudend te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Schoonmaak- en Onderhoudsbedrijf "De Vallei",</title>
    <para>gevestigd te Zeewolde,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [geïntimeerde2] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [B] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [B] ,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">De Vallei</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. L.J. Krijgsman, kantoorhoudend te Enter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 2 augustus 2016 hier over.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft de door het hof benoemde deskundige een schriftelijk deskundigenbericht opgemaakt, dat aan partijen is toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Daarna hebben beide partijen een memorie na deskundigenbericht genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van de grieven en de vordering </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontbindingsschade wegens niet verrichte werkzaamheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Zoals het hof in zijn tussenarrest van 26 januari 2016 heeft overwogen (rov 7.21) heeft [appellant] ingevolge art. 6:277 BW recht op vergoeding van schade die hij lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar (gedeeltelijke) ontbinding plaatsvindt. [appellant] heeft voor de afronding van de werkzaamheden een derde ingeschakeld die per m2 meer rekent dan de prijs die [appellant] met De Vallei was overeengekomen. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen in hoger beroep heeft [appellant] verklaard dat het verschil € 3,25 per m2 bedraagt. De Vallei heeft dat niet betwist. Verder is ter gelegenheid van de comparitie vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat de opdracht van [appellant] aan De Vallei betrekking had op 425 m2 vloer in totaal. Omdat er tussen partijen echter onenigheid bestond over het aantal door de Vallei aangebrachte meters en daarmee over het aantal resterende meters, heeft het hof de volgende vraag aan de deskundige voorgelegd:<?linebreak?><emphasis role="underline">Vraag 1</emphasis>) Hoeveel m2 tegelwerk is door De Vallei aangebracht in de ruimten waarover op dit punt onenigheid tussen partijen bestaat en hoeveel m2 tegelwerk heeft De Vallei in totaal aangebracht in de woning van [appellant] ?</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft daarop het volgende geantwoord – verkort weergegeven: <?linebreak?><emphasis role="italic">De opgaven van de heer [appellant] voor het door De Vallei verrichte werk op alle verdiepingen worden als juist beoordeeld, uitgezonderd die betreffende de gang en de nachthal op de bovenverdieping. (…) Aangaande de nachthal op de bovenverdieping is door de heer [appellant] een fout gemaakt in de basisafmeting van deze ruimte. (…) Dit betekent dat door de heer [appellant] hier 4,395 m2 te weinig is gerekend. Voor de gang (…) de heer [appellant] heeft hier 0,239 m2 te veel gerekend.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In totaal is door de heer [appellant] (4,395 - 0,239 =) 4,156 m2 te weinig gerekend. Dit betekent dat door De Vallei in totaal (327,076 + 4,156 =) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">331,232 m2</emphasis>
          <emphasis role="italic"> is uitgevoerd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De Vallei heeft bij memorie na deskundigenbericht aangegeven met die berekening akkoord te zijn en ook [appellant] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt.<?linebreak?>Dat betekent dat aan [appellant] ter zake van de afronding van de niet door <?linebreak?>De Vallei uitgevoerde werkzaamheden een bedrag toekomt van € 305,50 </para>
        <para>(425 m2 – 331 m2 = 94 m2 x € 3,25). <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gebreken in het werk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Verder heeft het hof een aantal vragen gesteld over de kwaliteit van de werkzaamheden. Deze vragen zijn door de deskundige als volgt beantwoord.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vraag 2</emphasis>) Voldoet het door De Vallei aangebrachte tegelwerk in de hieronder genoemde ruimten aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap? <?linebreak?><emphasis role="italic">Begane grond</emphasis> : entrée, garderobe en hal, woonkamer, keuken(met uitzondering van drie rijen tegels die gelegd zijn door derden. <?linebreak?><emphasis role="italic">Tussenverdieping</emphasis>: Master bedroom en dressing, badkamer (vloer en wand), met dien verstande dat de aansluitingen tussen de drie vertrekken zijn aangebracht door derden.<?linebreak?><emphasis role="italic">Eerste verdieping: </emphasis>Nachthal en gang (met uitzondering van de omranding van de vide en de aansluiting met de trap), toilet (vloer en wand, met uitzondering van het voegwerk in de wand en de afwerking van het raam), vier slaapkamers, badkamer (vloer en wand, met uitzondering van de afwerking rond het kozijn en de douchebak en het aanhelen van de badkuip).<?linebreak?>Bij de beantwoording van deze vraag wordt u verzocht de volgende subvragen te beantwoorden:</para>
      <para>a. Brengen de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap mee dat een natuursteenlegger, indien en voor zover mogelijk, zorgdraagt voor het uitvlakken van de vloer? </para>
      <para>b. Had er naar uw oordeel gebruik moeten worden gemaakt van constructienetten (zie het rapport van Jabjo)? Zo ja, behoort het in beginsel tot de taak van de (hoofd)aannemer of van de natuursteenlegger dergelijke netten aan te brengen?<?linebreak?>c.  Waren de onderlinge hoogteverschillen tussen de tegels met goed en deugdelijk vakmanschap te voorkomen geweest of zijn deze hoogteverschillen inherent aan de aard en kwaliteit van de door [appellant] ingekochte tegels?<?linebreak?>d. Is het niet doorlopen van de patronen als gevolg van het werken met zaagstukken, op de plekken waarop De Vallei daarvoor heeft gekozen, in strijd is met de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap?<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Antwoord</emphasis>
          <emphasis role="italic">:</emphasis> na een opsomming van de geconstateerde afwijkingen per vertrek, komt de deskundige tot de volgende – verkort weergegeven – beantwoording van de subvragen:<?linebreak?><emphasis role="underline italic">Ad a)</emphasis><emphasis role="italic">In het onderhavige geval zijn hoogteverschillen aanwezig tussen de keukenvloer en de</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aansluitende hal en woonkamer van 25 mm(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een aansluitknelpunt is ook aanwezig tussen de kamervloer en de hal, alwaar over een afstand van 0,8 m1een hoogte van 6 mm wordt overbrugd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vraag is overigens of op de begane grond hoogteverschillen tussen ruimten te voorkomen zijn geweest. Dit geldt specifiek voor de overgangen vanuit de keuken naar de hal en de woonkamer. Uitgaande van de dorpel van de voordeur als peil loopt de vloer in de huidige situatie richting keuken al circa 40 mm omhoog, waarna alsnog de 'provisorische' hellingbaan aanwezig is van 25 mm. Dit is een zodanig groot hoogteverloop dat verwacht wordt dat hier altijd een opstapje noodzakelijk zal zijn. Dit geldt ook, zij het in mindere mate, voor de aansluiting tussen keuken en woonkamer, zeker nu in de woonkamer de vloer is opgehoogd door de toepassing van de dikbedtechniek. Controle van de diverse, oorspronkelijke vloerpeilen is, door een gebrek aan een hoogte-inventarisatie van de aanwezige vloeren niet meer mogelijk zonder uitgebreid destructief onderzoek, bijvoorbeeld door het nemen van diverse boorkernen (met vloerverwarmingsleidingen als knelpunt). </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Op de verdieping is sprake van grote golvingen in het tegelwerk die de gehanteerde criteria</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overschrijden. Het betreffen een bolling in de vloer van de nachthal, daar waar deze over gaat in de gangvloer, en hollingen in de slaapkamers 2, 3 en 4. De bolling in de vloer van de nachthal zet zich als het ware voort in het sterk aflopen van de gang in de richting van slaapkamer 4. Deze onvlakheden in de vloer zijn naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van een constructieve vervorming, welke reeds aanwezig was in de vloer voordat de tegels werden gelijmd. Met de toegepaste lijmtechniek kunnen slechts in zeer beperkte mate onvlakheden in de ondergrond opgevangen worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De gemeten hoogteverschillen tussen tegels onderling op de verdieping kunnen zonder meer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(mede) veroorzaakt worden door de golvingen/oneffenheden in de ondergrond. Vandaar ook het belang van een deugdelijke inventarisatie van de ondergrond door de tegelzetter en de daaraan verbonden waarschuwingsverplichting, zodat tijdig maatregelen getroffen kunnen worden. Wie de maatregelen uitvoert is om het even. Vaak zullen maatregelen getroffen worden door de tegelzetter, die, indien hij vooraf criteria heeft gesteld, die maatregelen als meerwerk kan opvoeren.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het antwoord op subvraag a is dan ook dat indien een ondergrond te onvlak wordt bevonden door de natuursteenverwerker, deze dit dient te melden aan zijn opdrachtgever. Laatst genoemde kan dan maatregelen treffen. Het staat de opdrachtgever vrij de noodzakelijke maatregelen aan de natuursteenverwerker of aan een derde op te dragen. Indien opdrachtgever geen melding ontvangt dan mag hij ervan uitgaan dat maatregelen niet noodzakelijk zijn dan wel dat de natuursteenverwerker maatregelen heeft getroffen, zonder daarvoor meerkosten in rekening te brengen. Normaliter betreffen maatregelen het uitvlakken (egaliseren) van de ondergrond en/of het aanpassen van de lijmtechniek (van dunbed naar middelbedlijm of overstappen op de dikbedtechniek).</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ad b</emphasis>
          <emphasis role="italic">) Het antwoord (…) is zonder meer ‘nee’.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ad c) </emphasis>
          <emphasis role="italic">Ervan uitgaande dat tussen de tegels onderling grotere dikteverschillen aanwezig waren (niet tegengesproken door de heer [appellant] ) dan had het voor de hand gelegen dat partij De Vallei, zeker in combinatie met de golvingen in de ondergrond op de 1e verdieping had gekozen voor een alternatieve verwerkingstechniek. Gezien de aard van de tegels, had deze aanpassing wel tot gevolg kunnen hebben dat veel uitval door breuk zou zijn ontstaan.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ad d</emphasis>
          <emphasis role="italic">) Voor wat betreft de aansluiting tussen ruimten met verschillende tegelpatronen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(keuken/woonkamer, keuken/hal, woonkamer/hal, bad- en kleedkamer/masterbedroom) zijn de uitgewerkte compromisoplossingen passend. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de verdeling van de tegels in de friesrand en het tegelkader in de vloer geldt het zelfde principe als voor de verdere vloertegelwerken: er dient gestreefd te worden naar een symmetrische verdeling met passtukken welke niet kleiner zijn dan een halve tegel. Aan dit principe is in de woonkamer en in de master bedroom onnodig niet voldaan, een incident daargelaten, alwaar anders te smalle passtukken noodzakelijk zouden zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het zelfde principe qua verdeling geldt voor de sierstrip in de badkamer, alwaar per wand</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">incidenteel tegen gezondigd wordt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat betreft het wandtegelwerk in de badkamer op de verdieping zijn verschillende oplossingen mogelijk: of men verdeelt per wand of men laat de banen doorlopen over de diverse wanden. Welke keuze ook gemaakt wordt, passtukken midden in een baan zijn niet toegelaten. Dergelijke passtukken zijn wel aanwezig.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft daarnaast nog onderzoek gedaan naar de oorzaak van de niet massieve klankkleur van het tegelwerk. Dienaangaande heeft hij opgemerkt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de uitname van de tegels is geconstateerd dat deze (…) aan de achterzijde zijn voorzien van een vezelwapening. De lijm waarmee deze vezelwapening is bevestigd op de tegels neemt niet of nauwelijks water op. Dit heeft tot gevolg dat in feite alleen een zogenaamde adhesiebinding plaats vindt tussen de cementgebonden hechtlaag en deze lijmlaag. Deze binding is beduidend zwakker dan de gemengde ad- en cohesiebinding, welke normaliter plaats vindt tussen cementgebonden lijmen en de Crema Marfil natuursteen. Deze binding met beperkte hechtsterkte is door krimpspanning (bij toepassing van de dikbedtechniek) en thermische spanning (bij lijmen op de gerede dekvloer) bezweken</emphasis>. <emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Het contactoppervlak tussen tegel en lijmlaag is, in het geval van het tijdens de 2e inspectie</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitgenomen tegeldeel, langs de randen van het tegeldeel vrijwel 100% doch verder van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">randen af slechts 50%. Dit betekent dat de resulterende hechting niet optimaal is in het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">midden van de tegel. Aanvullend wordt opgemerkt dat het mindere contactvlak het gevolg</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kan zijn van dikteverschillen tussen tegels onderling enerzijds en golvingen in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ondergrond anderzijds, waardoor lijmrillen de ene keer meer en de andere keer minder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvloeien. (…)	Bij het destructieve onderzoek op de verdieping is tevens gebleken dat in het oppervlak van de materiaallaag onder de tegellijm een zwakke plek aanwezig is, waar onthechting plaats gevonden heeft. Niet bekend is wie deze materiaallaag heeft aangebracht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Vraag 3) Indien en voor zover sprake is van gebreken in het tegelwerk die voortvloeien uit het niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap, wilt u dan per gebrek aangeven of herstel c.q. sloop en vervanging noodzakelijk is. Wilt u daarbij tevens een indicatie geven van de hiermee gemoeide kosten? </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Antwoord </emphasis>De deskundige heeft allereerst beoordeeld of de door hem geconstateerde niet massieve klankkleur van de tegels noopt tot vervanging van de tegelvloer vanwege de gebrekkige hechting van de tegels ten gevolge van het op de achterzijde van de tegels aangebrachte wapeningsnetje. De deskundige is tot de conclusie gekomen dat dat niet het geval is en dat incidenteel herstel op dit punt volstaat.  <?linebreak?>Dienaangaande heeft hij het volgende overwogen:<?linebreak?><emphasis role="bold italic">Niet massief klinkende tegels</emphasis><emphasis role="italic"> (…) In principe is het zo dat tegels behoren te hechten op een ondergrond, zodat eventuele mechanische belastingen op de tegels over gedragen kunnen worden aan die ondergrond zonder dat de tegel zelf wordt beschadigd of dat de samenhang tussen de tegels onderling verbroken wordt. Tijdens de 2e inspectie is waargenomen dat uitname van een tegel slechts met de grootste moeite plaats kon vinden. Verder is geconstateerd dat tot nu toe, uitgezonderd één tegel in de woonkamer en 4 tegels in de master bedroom, geen tegels volledig zijn beschadigd of onthecht. Aangezien de tegelvloer in 2010 is aangebracht en nu nog steeds niet of nauwelijks beschadigingen kent is vanuit technisch oogpunt is op dit moment dan ook geen directe noodzaak van vervanging aangetroffen. Wel is er sprake van een niet massieve klankkleur bij belopen met harde zooltypen.  Incidenteel herstel is noodzakelijk in de volgende ruimten: Woonkamer: 1 los gekomen tegel. Master Bedroom 4 losliggende tegels.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inspanning wordt beperkt geacht. Inclusief uitname van een te hoog gelegen tegel in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">woonkamer en 4 sierstriptegels in de badkamer op de 1e verdieping wordt gerekend op een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">inspanning van 8 manuur a € 42,- excl. BTW plus de aankoop van 1,5 m2 plus 2 sierstriptegels, hetgeen een inspanning vergt van circa € 600,- inclusief BTW </emphasis>[opmerking hof: dit bedrag is door de deskundige naar aanleiding van een opmerking van [appellant] op het conceptrapport verhoogd tot € 700.- incl. btw].</para>
        <para>Verder heeft de deskundige ter beantwoording van vraag 3 het volgende naar voren gebracht. <?linebreak?><emphasis role="bold italic">Onvlakheden en hoogteverloop op de verdieping:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Grote ontoelaatbare onvlakheden zijn aangetroffen op de 1e verdieping in de gang, nachthal en de slaapkamers 2, 3 en 4. Vervanging wordt noodzakelijk geacht. Bij vervanging zal naar alle waarschijnlijkheid de vloerverwarming in die ruimten zodanig beschadigd raken dat vervanging noodzakelijk zal zijn. Verder zullen na de sloop aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden zodat een vlakke ondergrond ontstaat of er dient een alternatieve verwerkingstechniek gekozen te worden. In tabel 4 is een globale kostenbegroting gegeven uitgaande van het gemiddelde Nederlandse prijspeil op basis van de dikbedtechniek.</emphasis>
          <?linebreak?>In tabel 4 worden de kosten begroot op  een bedrag van € 26.661,52 incl. btw.<?linebreak?><emphasis role="bold italic">Hoogteverloop op de begane grond:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het voorgaande is reeds aangegeven dat verwacht wordt dat tussen de keuken en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aansluitende ruimten altijd een optrede of helling noodzakelijk zal zijn, gezien het grote</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoogteverschil tussen de keukenvloer en de dorpel bij de voordeur.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Resteert het verschil tussen de woonkamer en de hal. De vraag is of de woonkamervloer in zijn geheel niet lager had kunnen liggen, doch verwacht wordt dat dan knelpunten zullen ontstaan ter plaatse van de aansluiting op de pui en de toegangsdeuren tussen de hal en de woonkamer. Vanuit het oogpunt van vlakheid wordt dan ook geadviseerd om geen aanpassingen te plegen. De verdere onvlakheden in de vloer zijn relatief beperkt, niet of nauwelijks visueel waarneembaar en niet of nauwelijks voelbaar, een incident in de omgeving van de wand bij de toegang naar de keuken daargelaten.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">Verdeling van de tegels:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de vloeren wordt alleen de verdeling van de tegels over de begane grond en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tussenverdieping beoordeeld, aangezien vervanging van de tegelvloer op de 1e verdieping reeds noodzakelijk vanuit de onvlakheden in de vorm van golvingen in de vloer.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vlakverdeling over de diverse ruimten wordt als passend beoordeeld, gezien de vormfaktoren en afmetingen van de op elkaar aansluitende ruimten en de diverse tegelpatronen.(…)Wel zijn er knelpunten aangetroffen in de uitwerking van de friesranden en aansluitende kadertegels, doch deze knelpunten zijn beperkt waarneembaar en herstel wordt zonder meer disproportioneel geacht, aangezien de fries- en kaderranden dan volledig vervangen dienen te worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangaande de tegelverdeling op de wanden van de verdieping wordt geoordeeld dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afwijkingen in de verdeling slechts beperkt waarneembaar zijn en herstel volledig disproportioneel wordt geacht, aangezien dan de wanden gesloopt en hernieuwd betegeld kunnen worden.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">Incidentele beschadigde en/of afwijkende getekende tegels.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de kaderstroken naast de friesranden zijn incidentele qua basiskleur en of tekening afwijkende tegels geplaatst. Onafhankelijk van de opmerking van de heer [appellant] dat deze tegels voor de bovenverdieping waren geplaatst, wordt opgemerkt dat deze tegels eenvoudig uitgeselecteerd hadden kunnen worden. Doch tevens wordt opgemerkt dat binnen één partij tegels van het type Crema Marfil altijd afwijkende tegels aanwezig kunnen zijn. Als zodanig worden de afwijkingen als niet storend beschouwd en wordt herstel niet noodzakelijk geacht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zeker de twee sierstrooktegels in de badkamer op de 1e verdieping hadden uitgeselecteerd kunnen worden. Deze zijn duidelijk waarneembaar en dienen vervangen te worden (zie opmerking onder onderdeel 'Niet massief klinkende tegels' van de onderhavige paragraaf.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tegel met het plaatselijk iets ruwere oppervlak in de badkamer op de tussenverdieping had weliswaar uitgeselecteerd kunnen worden, doch past in de uitstraling van deze antiek gemaakte natuursteen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Resulterende begroting herstel:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De herstelkosten worden </emphasis>[na aanpassing, opmerking hof] <emphasis role="italic">begroot op (€ 26.661,52 + € 700,- =) € 27.361,52. Hierbij dient een inspanning van (8x € 22,- =) € 176,- inclusief BTW gerekend te worden voor een eindreiniging.</emphasis><?linebreak?></para>
        <para>Vraag 4) Geeft het onderzoek overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn?<?linebreak?><emphasis role="italic">Antwoord: De door De Vallei gerekende prijs per m2 wordt als zeer laag beschouwd. Deze prijs is alleen marktconform indien de werkzaamheden alleen bestaan uit eenvoudig rechttoe rechtaan tegelwerk zonder knelpunten in ondergronden en/of complexe patronen.</emphasis></para>
        <para>Het hof zal nu de reacties van partijen op het deskundigenrapport bespreken en zijn oordeel daaromtrent.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De eerste verdieping</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>De deskundige is op basis van zijn onderzoek, waarvan hij in een uitvoerig en goed gedocumenteerd rapport verslag heeft gedaan, tot het oordeel gekomen dat vervanging van de vloer op de eerste verdieping noodzakelijk is vanwege de aangetroffen grote, ontoelaatbare onvlakheden. De deskundige begroot de kosten daarvan op € 26.661,52 incl. btw. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>
        [appellant] onderschrijft het oordeel van de deskundige voor zover hij de vervanging van de tegelvloer op de eerste verdieping noodzakelijk acht, met dien verstande dat [appellant] zich op het standpunt stelt dat in de kostenraming rekening moet worden gehouden met een toeslag op het aantal m2 wegens breuk van 10-15% in plaats van het door de deskundige  gehanteerde 5%. [appellant] beroept zich in dat verband op een technische fiche van Fenebat. Uit die fiche volgt volgens [appellant] ook dat – anders dan de deskundige heeft geoordeeld – wel een roestvrij stalen verstevigingsnet in de dekvloer moet worden aangebracht. [appellant] heeft echter nagelaten de betreffende fiche in het geding te brengen, zodat het hof die niet in zijn beoordeling kan betrekken. Het hof gaat dan ook aan deze niet onderbouwde stellingen voorbij. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in zijn memorie na deskundigenbericht kritiek geuit op het deskundigenrapport door een aantal stellingen van de deskundige op te sommen die naar zijn oordeel onjuist of tegenstrijdig zijn. Voor zover de opmerkingen van [appellant] zien op het onderzoek van de deskundige op de eerste verdieping, gaat het hof daaraan als niet ter zake doende voorbij. [appellant] heeft de conclusie van de deskundige dat de vloer op de eerste verdieping vervangen dient te worden immers uitdrukkelijk onderschreven, ondanks die vermeende onjuistheden. De opmerkingen die [appellant] heeft gemaakt over de hoogteverschillen op de begane grond komen hierna nog aan de orde.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <para>De Vallei heeft er in zijn memorie na deskundigenbericht allereerst op gewezen dat [appellant] zijn huis te koop heeft gezet, zodat het volgens De Vallei niet aannemelijk is dat [appellant] de schade nog zal laten herstellen. [appellant] heeft niets gesteld omtrent mogelijke waardevermindering van zijn pand qua koopprijs en een bedrag van € 26.661,- is dan ook veel te hoog. Sloop en herstel is disproportioneel en compensatie van wat voor schade dan ook is niet aan de orde, aldus De Vallei. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. [appellant] heeft nog niet op deze stelling van De Vallei kunnen reageren, maar in het geval dat zou komen vast te staan dat [appellant] tot verkoop van zijn woning overgaat zonder herstel aan de vloer te plegen, geldt het volgende. <?linebreak?> vordert in de onderhavige procedure vervangende schadevergoeding als bedoeld in art. 6:87 BW wegens niet behoorlijke nakoming door de Vallei van haar verbintenissen uit het niet ontbonden gedeelte van de overeenkomst en hij stelt de door hem geleden schade op het bedrag van de herstelkosten. In een dergelijk geval moet de schade worden begroot op basis van de vermogensvermindering die ten tijde van de niet-nakoming door de tot de prestatie gerechtigde is geleden ten opzichte van de situatie waarin hij zou zijn geraakt bij behoorlijke nakoming van de verbintenis, en is een eventuele latere verkoop van het huis een omstandigheid waaraan in het kader van een vordering tot vervangende schadevergoeding als de onderhavige geen betekenis toekomt (Vgl. Hoge Raad 26 april 2002 ECLI:NL:HR:2002:AD9339, <emphasis role="italic">NJ 2004, 210</emphasis>).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14</nr>
      <para>De Vallei heeft ter onderbouwing van haar stelling dat sloop en vervanging van de vloer op de eerste verdieping ‘disproportioneel’ is, aangevoerd dat de deskundige van een te hoog uurtarief is uitgegaan, zeker gelet op het beperkte bedrag dat tussen [appellant] en De Vallei is overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15</nr>
      <para>Het hof verwerpt ook dat verweer. De Vallei heeft geen inhoudelijke argumenten aangevoerd tegen het oordeel van de deskundige dat de vloer op de eerste verdieping dusdanig grote onvlakheden vertoont dat deze moet worden vervangen. De omstandigheid dat De Vallei met [appellant] is overeengekomen het werk voor een laag bedrag uit te voeren, doet niet af aan de verplichting van De Vallei de werkzaamheden naar de maatstaven van goed en deugdelijk werk te verrichten. Nu De Vallei het werk uit eigen beweging heeft verlaten en daardoor in verzuim is geraakt, behoefde [appellant] haar niet in de gelegenheid te stellen het herstel zelf uit te voeren. [appellant] kan aanspraak maken op de kosten die met herstel door een derde gemoeid zijn. Van bijzondere omstandigheden die tot een andere conclusie dwingen, is het hof niet gebleken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof acht de conclusies van de deskundige aangaande de vloer op de eerste verdieping goed gemotiveerd en overtuigend. Het hof zal zijn oordeel dan ook mede op het deskundigenbericht baseren en het door De Vallei ter zake aan [appellant] te betalen bedrag vaststellen op het door de deskundige begrote bedrag van € 26.661,52, incl. btw, nu die begroting voor het overige niet door partijen is betwist. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Begane grond en tussenverdieping en wanden op de eerste verdieping</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17</nr>
      <para>Met betrekking tot de begane grond, de tussenverdieping en de wanden op de eerste verdieping komt de deskundige tot het oordeel dat plaatselijk herstel van een aantal gebreken volstaat. De kosten die daarmee gemoeid zijn, begroot hij op € 700,- incl. btw. Algehele vervanging van de vloer op de begane grond en tussenverdieping acht de deskundige in dit geval onnodig en disproportioneel.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18</nr>
      <para>De Vallei onderschrijft het oordeel van de deskundige wat de begane grond en de tussenverdieping betreft. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19</nr>
      <para>
        [appellant] is van mening dat ook de vloer op de begane grond en tussenverdieping moet worden vervangen. Hij heeft drie punten van kritiek op het rapport van de deskundige, die het hof hierna zal bespreken.<?linebreak?>I. De deskundige gaat er volgens [appellant] in de eerste plaats aan voorbij dat er in het onderhavige werk twee variëteiten van de marmersoort Crema Marfil zijn toegepast, te weten Crema Marfil Classic en Crema Marfil High Commercial. Aan de heer [C] is voorafgaand aan het uitbrengen van zijn offerte een spreadsheet ‘Berekening oppervlakten’ ter beschikking gesteld waarin per vertrek is gespecifieerd welke variëteit afwerking en afmetingen dienen te worden toegepast (productie 4 bij memorie na deskundigenbericht). Daar waar in de vloeren tegels van verschillende variëteiten zijn verwerkt, doet dat afbreuk aan het uiterlijk van de vloeren en is geen sprake van goed en deugdelijk vakmanschap.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De deskundige heeft vastgesteld dat een aantal tegels (negen in de woonkamer en een incidentele randstrook in de master bedroom) afwijkend toont vanwege een drukkere tekening, maar de deskundige merkt op dat ook binnen een partij afwijkende tekeningen voorkomen en dat hij niet heeft kunnen vaststellen dat de betreffende tegels afkomstig waren uit de partij van de bovenverdieping. Er is derhalve niet komen vast te staan dat De Vallei tegels heeft verwisseld. Hoewel de deskundige enerzijds overweegt dat de betreffende tegels eenvoudig uitgeselecteerd hadden kunnen worden, stelt hij anderzijds vast dat de afwijkingen niet als storend worden beschouwd en herstel daarom niet noodzakelijk wordt geacht. De deskundige komt tot eenzelfde oordeel waar het de verdeling van tegels betreft in de friesranden en aansluitende kadertegels alsmede in de wanden op de verdieping. Hij overweegt dat de daar geconstateerde knelpunten beperkt waarneembaar zijn en herstel disproportioneel moet worden geacht, omdat dat de volledige randen vervangen zouden moeten worden, met bovendien het risico op beschadiging van naastgelegen tegels. <?linebreak?>Nu het hier gaat om een natuurproduct waaraan enige onderlinge verschillen inherent zijn en de verdeling van de tegels een louter esthetische kwestie betreft die naar het oordeel van de deskundige niet als storend kan worden beschouwd, volgt het hof de deskundige in zijn oordeel dat herstel op deze punten disproportioneel zou zijn en daarom niet is aangewezen. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat vervanging van de betreffende tegels het risico van beschadiging van naastgelegen tegels met zich zou brengen (Vgl. Hoge Raad van 21 april 2017, (ECLI:NL:HR:2017:743).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21</nr>
      <para>II. In de tweede plaats heeft [appellant] aangevoerd dat de op de begane grond gebruikte mortel (Strasser Egalflix) niet geschikt is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22</nr>
      <para>In dit verband heeft [appellant] , toen hij door de deskundige in de gelegenheid werd gesteld te reageren op diens concept rapport, naar aanleiding van Subvraag <emphasis role="bold">e </emphasis>op pagina 40 van het rapport opgemerkt dat hij navraag heeft gedaan bij de fabrikant van de mortel (Cantillana) en dat op de website van de Cantillana wordt aangegeven dat de toegepaste mortel, Strasser Egalfix, niet geschikt is voor toepassing op vloerverwarming. [appellant] heeft de deskundige in dat verband gewezen op pagina 12 van het <emphasis role="italic">“Overzicht tegellijmen en tegelvloeren”</emphasis> van Strasser, waar ten aanzien van deze mortel staat vermeld:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Niet geschikt bij vloerverwarming”. </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23</nr>
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft daarop als volgt gereageerd: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Waarom de dikbedmortel Strasser Egalfix niet geschikt zou zijn voor vloerverwarming licht</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de fabrikant in haar brochure in het geheel niet toe. Toepassing van vloerverwarming stelt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geen specifieke extra eisen aan dekvloer- en lijmmortels. Dergelijke mortels dienen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(ongeacht wel of geen vloerverwarming) te voldoen aan een minimaal een basis druksterkte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(t.b.v. dekvloeren) en een bepaalde minimale hechtsterkte voor tegellijmen (0,5 N/mm2).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien een vloerafwerking goed is uitgevoerd, dan voldoen die basismortels bij toepassing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van vloerverwarming, althans uitgaande van een deugdelijk gebruik van die verwarming. (…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Tijdens de inspectie zijn aan de tegels zelf geen beschadigingen ten gevolge van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mindere hechting waargenomen. Eén tegel in de woonkamer is gescheurd ter plaatse van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een styloliet. In de woonkamer is één tegel (voor de open haard) volledig onthecht en iets</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">omhoog gekomen. Hier zijn ook de voegen bezweken. In de masterbedroom zijn 4 tegels</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onthecht en vertonen de voegen rond deze tegels overmatige scheurvorming. Incidentele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">fijne scheuren langs flanken van tegels zullen bij toepassing van een middelbedlijm altijd aanwezig zijn.” </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24</nr>
      <para>
        [appellant] is bij memorie na deskundigenbericht met een nieuw argument gekomen voor zijn stelling dat de toegepaste mortel ongeschikt is. Onder verwijzing naar een technische fiche van Strasser (productie 6 bij zijn memorie) stelt hij dat de hechtsterkte van de mortel ≥  0,2 N/mm2 is en daarmee niet aan de door de deskundige genoemde norm van<?linebreak?>≥ 0,5 N/mm2 voldoet en evenmin aan de norm van ≥ 1 N/mm2 die in de uitvoeringsrichtlijn van het IKOB wordt genoemd. De door de leverancier voorgeschreven mortel (Strasser Egalflix Plus) voldoet wel aan die normen. Volgens [appellant] moet de conclusie zijn dat de gedeeltelijke onthechting van de vloer het gevolg is van toepassing van de verkeerde mortel en een verkeerde verwerkingswijze. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25</nr>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt. [appellant] is door de deskundige in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken naar aanleiding van diens concept rapport. [appellant] heeft van die gelegenheid uitvoerig gebruik gemaakt en heeft een groot aantal opmerkingen gemaakt en vragen gesteld, die stuk voor stuk door de deskundige zijn besproken en beantwoord in zijn definitieve rapport.  [appellant] heeft bij die gelegenheid niet gesteld dat de mortel onvoldoende hechtsterkte zou hebben en de technische fiche waarop hij zich thans beroept heeft hij evenmin aan de deskundige voorgelegd. In het door [appellant] aan de deskundige wel voorgelegde <emphasis role="italic">“Overzicht tegellijmen en tegelvloeren”</emphasis> komt de informatie over de hechtsterkte niet voor. Op de thans in het geding gebrachte technische fiche staat vermeld “Gecreëerd op 01/2017” zodat het de vraag is of dit iets zegt over de in 2010 toegepaste mortel. <?linebreak?>Het hof kan deze informatie zelf niet kan beoordelen. Nu gesteld noch gebleken is dat [appellant] niet eerder over de betreffende informatie kon beschikken, acht het hof het in strijd met de goede procesorde dat [appellant] in dit stadium van de procedure nog het onderhavige bezwaar tegen het deskundigenrapport opwerpt. Het hof ziet om deze reden maar tevens om de hierna te noemen reden geen aanleiding de deskundige op dit punt opnieuw te raadplegen.<?linebreak?>Want wat er van genoemde hechtsterkte ook zij, het hof acht van doorslaggevend belang dat de deskundige – wiens deskundigheid als zodanig niet gemotiveerd is betwist –  met inachtneming van de opmerkingen van [appellant] over de niet massief klinkende tegels op de begane grond en de tussenverdieping, heeft geconstateerd dat tot nu toe, uitgezonderd één tegel in de woonkamer en vier tegels in de master bedroom, geen tegels volledig zijn beschadigd of onthecht en dat, gegeven het feit dat de tegelvloer in 2010 is aangebracht en nu nog steeds niet of nauwelijks beschadigingen kent, er vanuit technisch oogpunt op dit moment dan ook geen directe noodzaak van vervanging is aangetroffen. Naar het oordeel van het hof is niet beslissend of de mortel in theorie te weinig hechting zou geven, maar of de hechting van de vloer in de praktijk voldoet. Uit het deskundigenrapport blijkt dat dat – met uitzondering van een enkele, te vervangen tegel - het geval is. Vervanging van de gehele vloer wegens onthechting is daarom niet aan de orde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.26</nr>
      <para>III. Het derde bezwaar van [appellant] ziet op de hoogteverschillen op de begane grond. Hij is van mening dat daardoor geen sprake is van goed en deugdelijk vakmanschap.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.27</nr>
      <para>De deskundige heeft overwogen dat gezien het hoogteverschil tussen de keukenvloer en de voordeurdorpel er sowieso een opstapje of helling noodzakelijk was. <?linebreak?>[appellant] heeft weliswaar betwist dat er bij de start van de werkzaamheden sprake was van een hoogteverschil tussen woonkamer en keuken, maar hij voegt daaraan toe dat dit achteraf niet meer is vast te stellen. Nu hij op dat punt ook geen bewijs heeft aangeboden, houdt het hof het ervoor dat de situatie was zoals deze door de deskundige is aangetroffen.<?linebreak?>Wat het verschil tussen de hal en woonkamer betreft, heeft de deskundige overwogen dat er bij aanpassing knelpunten bij de toegangsdeuren en de aansluiting op de pui zouden ontstaan, zodat hij aanpassing afraadt. Het hof begrijpt de bevindingen van de deskundige aldus dat de gekozen oplossing in de gegeven situatie naar het oordeel van de deskundige passend is.<?linebreak?>Het hof verwerpt dit bezwaar van [appellant] dan ook.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.28</nr>
      <para>Grief 15 slaagt ten dele.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.29</nr>
      <para>Hetgeen het hof heeft overwogen, brengt mee dat ook de grieven 9 en 14, die zien op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, slagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.30</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Slotsom </emphasis>
        </para>
        <para>De vonnissen waarvan beroep zullen worden vernietigd. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden, namelijk voor zover de werkzaamheden nog niet door De Vallei waren uitgevoerd. De Vallei zal worden veroordeeld tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 29.461,07 (€ 2.913,75 + € 305,50 + € 700 +26.661,52 incl. btw minus het bedrag van de openstaande factuur van De Vallei van € 1.119,70), alsmede in de kosten van expertise ad € 726,-. De vordering van De Vallei zal worden afgewezen, nu het door [appellant] onbetaald gelaten bedrag al in mindering op diens vordering is gebracht. Voorts zal De Vallei in de kosten van beide instanties worden veroordeeld. Het hof begroot deze kosten tot aan deze uitspraak voor zover gevallen  aan de zijde van [appellant]<?linebreak?>in eerste aanleg in conventie op:<?linebreak?>explootkosten 		€      90,81,-<?linebreak?>griffierecht		€    202,-<?linebreak?>getuigentaxe		<emphasis role="underline">€      42,-</emphasis><?linebreak?>totaal aan verschotten 	€    292,81,-</para>
        <para>salaris gemachtigde	<emphasis role="underline">€ 1.250,-</emphasis> (5 pt, tarief 250,-)<?linebreak?>totaal in conventie	€ 1.542,81,-</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in eerste aanleg in reconventie op:<?linebreak?>salaris gemachtigde	€   250,- (2 pt, ½ tarief 250,-)<?linebreak?></para>
        <para>en in hoger beroep op:<?linebreak?>explootkosten		€      76,71,-<?linebreak?>griffierecht		€    299,-<?linebreak?>kosten deskundige	<emphasis role="underline">€ 6.925,80,-  </emphasis><?linebreak?>totaal verschotten	€ 7.301,51,-<?linebreak?>salaris advocaat		<emphasis role="underline">€ 4.632,- </emphasis>(4pt, tarief 1.158,-)<?linebreak?>totaal			€ 11.933,51,-<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing<?linebreak?>Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 17 juli 2013, alsmede de vonnissen van 15 februari 2012 en 24 oktober 2012  voor zover die aan de uiteindelijke beslissing van de kantonrechter hebben bijgedragen</para>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontbindt de overeenkomst gedeeltelijk, namelijk voor zover de werkzaamheden nog niet door De Vallei waren uitgevoerd;<?linebreak?></para>
      <para>veroordeelt De Vallei tot betaling aan [appellant] van € 29.461,07.- aan vervangende schadevergoeding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de  Vallei voorts tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 726,- aan expertisekosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van De Vallei af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt De Vallei in de kosten van het geding in beide instanties, aan de zijde van [appellant] begroot in eerste aanleg in conventie op € 292,81,- aan verschotten en op € 1.250,- aan salaris voor de gemachtigde, in reconventie op € 250,- aan salaris voor de gemachtigde en in hoger beroep op € 7.301,51,- aan verschotten en op € 4.632,- aan salaris voor de advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.<?linebreak?></para>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. L. Janse, M.W. Zandbergen en M.M.A. Wind en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>