<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2018:10877</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-09T11:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.190.883</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:10877">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:10877</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-09T11:23:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:10877 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-12-2018 / WAHV 200.190.883</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2018:10877:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Appelverbod. Er bestaat geen aanleiding het appelverbod buiten toepassing te laten. </para>
        <para>Uitgangspunt is weliswaar dat indien de behandeling ter zitting is aangehouden, een vervolgzitting dient plaats te vinden, maar het hof ziet in dit geval geen aanleiding gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat de kantonrechter dat heeft nagelaten. De enkele vaststelling van de kantonrechter dat het verzuim een geldige machtiging over te leggen niet was hersteld door het nogmaals overleggen van die machtiging, brengt niet mee dat de rechtens te erkennen belangen van de pretense gemachtigde zijn geschaad door het niet houden van een vervolgzitting.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2018:10877:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.190.883</emphasis>
    </para>
    <para>13 december 2018</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 186876551</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland</para>
    <para>van 29 april 2016</para>
    <para>betreffende</para>
    <parablock>
      <para>
        [A] (hierna: [A] ), </para>
      <para>kantoorhoudende te [B] , </para>
      <para />
      <para>beweerdelijk optredend voor [betrokkene] (hierna: de betrokkene), </para>
      <para>wonende te [C] .</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        [A] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>
        [A] heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:</para>
    <para>- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-</para>
    <para>- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.</para>
    <para>Van geen van deze situaties is hier sprake. </para>
    <para />
    <para>2. [A] stelt dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen om op een vervolgzitting van de kantonrechter te reageren op de vermeende gebreken in de machtiging. Daardoor zou het recht op toegang tot de rechter als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn geschonden en dient het appelverbod buiten toepassing te worden gelaten. </para>
    <para />
    <para>3. Wanneer blijkt dat het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter is geschonden en de betrokkene daar een beroep op doet, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402). </para>
    <para />
    <para>4. Het hof stelt vast dat [A] en/of de betrokkene toegang had tot de rechter en er derhalve geen aanleiding bestaat om het appelverbod buiten toepassing te laten. </para>
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op de openbare zitting van 30 maart 2016 behandeld. Voor deze zitting is [A] uitgenodigd, maar niet verschenen. Op die zitting heeft de kantonrechter - wat hier ook van zij - vastgesteld dat de overgelegde machtiging niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed en had [A] - mits hij was verschenen - daarover zijn standpunt naar voren kunnen brengen. </para>
      <para>Uitgangspunt is weliswaar dat indien de behandeling ter zitting is aangehouden, een vervolgzitting dient plaats te vinden, maar het hof ziet in dit geval geen aanleiding gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat de kantonrechter dat heeft nagelaten. De enkele vaststelling van de kantonrechter dat het verzuim een geldige machtiging over te leggen niet was hersteld door het nogmaals overleggen van die machtiging, brengt niet mee dat de rechtens te erkennen belangen van [A] zijn geschaad door het niet houden van een vervolgzitting. </para>
      <para>Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Gegeven deze beslissing wordt het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>