<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:9480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T12:40:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.218.993/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:9480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:9480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T12:40:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:9480 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 31-10-2017 / 200.218.993/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:9480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel voor stellen nieuwe advocaat en memorie van grieven (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht om van grieven te dienen, vervallen. Het beroep is verworpen en appellant is in de proceskosten verwezen (nihil).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:9480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para>locatie Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.218.993/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Overijssel 5210205 \ CV EXPL 16-5033)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 31 oktober 2017 in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. A. Stoel, kantoorhoudend te Dronten, die zich heeft onttrokken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste instantie</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 28 maart 2017 van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de appeldagvaarding van 28 juni 2017 waarbij door [appellante] hoger beroep is ingesteld van voormeld vonnis van 28 maart 2017 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van </para>
      <para>11 juli 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op de eerst dienende dag is [geïntimeerde] niet verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend. De zaak is verwezen naar de rol van 22 augustus 2017 voor het nemen van de memorie van grieven door [appellante] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter rolle van 22 augustus 2017 heeft mr. Stoel zich onttrokken aan de zaak. Hij heeft zijn cliënte schriftelijk gewezen op de gevolgen daarvan. Voor het opnieuw stellen van een advocaat en het nemen van de memorie van grieven is aan [appellante] een uitstel van twee weken verleend tot 5 september 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ter rolle van 5 september 2017 heeft zich voor [appellante] geen nieuwe advocaat gesteld. Bijgevolg heeft [appellante] op laatstgenoemde datum geen memorie van grieven genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In art. 133 lid 4 Rv is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Met ingang van 1 september 2016 zijn diverse bepalingen van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) ingrijpend gewijzigd. In art. 1.7 Lpr is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden nageleefd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Aangezien zich namens [appellante] ter rolle van 5 september 2017 geen nieuwe advocaat heeft gesteld, heeft [appellante] op laatstgenoemde roldatum niet (alsnog) van grieven gediend. [appellante] heeft de haar door het hof gestelde termijnen voor het nemen van de memorie van grieven ongebruikt laten verstrijken. Conform art. 6.4 Lpr is hierdoor het recht van [appellante] om van grieven te dienen, komen te vervallen. Art. 2.14 Lpr bepaalt vervolgens dat, indien het recht op het nemen van de memorie van grieven is komen te vervallen, de zaak ambtshalve naar de rol wordt verwezen voor arrest. Deze verwijzing wordt ongedaan gemaakt indien de wederpartij binnen twee weken na verval van dit recht verzoekt een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen, maar die situatie doet zich thans niet voor.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Nu [appellante] geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat het bestreden vonnis van de kantonrechter niet in strijd is met rechtsregels van openbare orde, zal het hoger beroep van [appellante] worden verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [appellante] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellante] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (nihil).</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing </emphasis>
        </para>
        <para>Het hof, rechtdoende in hoger beroep: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verwerpt het hoger beroep van [appellante] ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan dit arrest vast op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. B.J.H. Hofstee en mr. M.W. Zandbergen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 31 oktober 2017.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>