<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:8460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T23:24:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.219.259</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2018/325</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2018-0113</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2018-0113</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:8460">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:8460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-09T14:56:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:8460 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-09-2017 / 200.219.259</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:8460:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Ontslagname door werkneemster. Burn-out.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:8460:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.219.259</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 5838746)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in kort geding van 26 september 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis> ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante in het hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.J. Fraaije-Luising,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting <emphasis role="bold">[stichting X]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Wageningen,</para>
      <para>geïntimeerde in het hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: [stichting X]</para>
      <para>advocaat: mr. A.J.H. Rutten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in kort geding van 17 mei 2017, dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland (zittingsplaats Arnhem) tussen partijen heeft gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep van 14 juni 2017 (met producties)</para>
      <para>- het herstelexploit van 7 juli 2017,</para>
      <para>- de memorie van antwoord (met producties). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [appellante] vordert in hoger beroep, verkort weergegeven, het bestreden vonnis te vernietigen en [stichting X] alsnog te veroordelen tot doorbetaling van het loon ad € 4.054,50 bruto per maand, te vermeerderen met vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 1 maart 2017 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, alsmede [stichting X] te gebieden haar re-integratieverplichtingen jegens [appellante] alsnog onverkort na te komen en de teamleden schriftelijk te informeren over de onderhavige situatie volgens een in de dagvaarding opgenomen bericht, een en ander onder veroordeling van [stichting X] in de kosten van beide procedures inclusief de nakosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.26 van het bestreden vonnis, waartegen geen grieven zijn gericht. Het hof neemt deze feiten hier over en vult ze, waar nodig, aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellante] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 augustus 2007 in dienst getreden bij</para>
        <para>
          [stichting Y] (hierna: [stichting Y] ) tegen een salaris van laatstelijk € 4.054,50 bruto per maand, te vermeerderen met een vakantietoeslag van 8 %. Per 6 september 2016 is de naam gewijzigd in [stichting X] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellante] was laatstelijk werkzaam als Senior Onderzoeker binnen het</para>
        <para>
          [onderzoeksinstituut] . Naast haar</para>
        <para>functie van Senior onderzoeker had [appellante] de rol van Expertiseleider Consumer Science (door partijen afgekort tot “CS)”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>In september 2016 is [de universiteit] een samenwerkingsverband aangegaan</para>
        <para>met diverse onderzoeksinstituten, waaronder [stichting X] , genaamd</para>
        <para>‘ [samenwerkingsverband] ’ (hierna: [samenwerkingsverband] ).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Stichting [stichting Y] van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Op 21 juni 2016 heeft [appellante] met [R&amp;D manager] (R&amp;D Manager Consumer</para>
        <para>Science &amp; Health Group, hierna: [R&amp;D manager] ) tijdens een wandeling gesproken over haar</para>
        <para>motivatie voor haar werk en haar toekomstvisie. In de periode daarna heeft [appellante] vaker</para>
        <para>gesprekken over haar loopbaan gevoerd met [R&amp;D manager] , maar ook met andere personen,</para>
        <para>zoals met [Business Unit manager] (Business Unit Manager, hierna: [Business Unit manager] ), haar promotor prof.</para>
        <para>
          [HR-manager 1] en [HR-manager 2] , HR-Manager (hierna: [HR-manager] ).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <parablock>
        <para>Op 18 oktober 2016 heeft [appellante] een gesprek gevoerd met [HR-manager] . Van dit gesprek</para>
        <para>stuurt [appellante] op 19 oktober 2016 een verslag per e-mail (met als onderwerp: ‘loopbaan’)</para>
        <para>waarin onder meer is weergegeven:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">[appellante] heeft aangegeven onvoldoende werkplezier, uitdaging en</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">doorgroeimogelijkheden in haar huidige baan te ervaren, wat bij haar leidt naar de wens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om haar loopbaan buiten GS/FBR voort te willen zetten. Dit kan zowel binnen de [samenwerkingsverband] ,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als ook extern. De volgende punten zijn er ter sprake gekomen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- Binnen de [samenwerkingsverband] heeft [appellante] nog geen concrete ideeën/voorstellen en staat ze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vooral open voor ‘opportunities’. Dit kan zowel een leidinggevende functie zijn als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ook een inhoudelijke (interim)klus. [appellante] zal hiervoor actief op zoek gaan binnen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">haar [samenwerkingsverband] netwerk en via de interne vacatures (...)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-Voorgesteld is dat [appellante] , [R&amp;D manager] en [HR-manager 2] regelmatig contact houden over de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voortgang. Echter, de wens van [appellante] is dat er geen vaste timelines voor dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">traject worden afgesproken, omdat [appellante] geen ontslag genomen heeft en binnen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">haar huidige functie goed functioneert. Het is de oprechte bedoeling van [appellante] om</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dit ook te blijven doen tot zij een andere baan gevonden heeft. [HR-manager 2] geeft hierbij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan dat de werkgever er van uit mag gaan dat [appellante] haar taken naar tevredenheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">blijft uitvoeren tot het moment dat ze ontslag neemt</emphasis>.”</para>
        <para>In de bijgaande e-mail vraagt [appellante] aan [HR-manager 2] : “<emphasis role="italic">Een praktische vraag die ik</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gisteren nog vergeten was te vragen. Wat is op dit moment mijn opzegtermijn</emphasis>?”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <parablock>
        <para>Op 31 oktober 2016 stuurt [appellante] per e-mail het voornoemde gespreksverslag aan</para>
        <para>
          [R&amp;D manager] ter bespreking toe.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <parablock>
        <para>Op 14 november 2016 bericht [appellante] aan, onder meer, [Business Unit manager] en [R&amp;D manager] :</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik moet mij helaas vanochtend ziek melden. Het gaat sinds Donderdag avond lichamelijk</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">helemaal niet goed met mij, ik kan niet meer slapen en eten. Als ik zit of sta ben ik heel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">duizelig. Het lijkt alsof mijn lichaam even iets anders wil als mijn hoofd. Mijn man gaat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met mij vanochtend naar de huisarts</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 15 november 2016 schrijft [appellante] aan [Business Unit manager] en [R&amp;D manager]</para>
        <para>met als onderwerp “<emphasis role="italic">Ik wil blijven”</emphasis>, onder meer, als volgt:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Inmiddels heb ik - dank zij een slaapmiddel van de huisarts - de eerste redelijke nacht</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in weken achter de rug en voel ik mij weer een stuk beter.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [Business Unit manager] , ik heb het gesprek met jou gisteren als erg fijn gevonden. Het heeft mij laten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">realiseren wat ik aan het doen ben en ook dat ik dit eigenlijk niet echt wil. Mijn enorme trots zat mij in de weg om toe te geven dat ik eigenlijk niet echt weg wil bij FBR. Ik heb</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het besluit genomen op een moment waar ik zowel op mijn werk als thuis erg onder druk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stond en naar een tijdje durfde ik eigenlijk aan niemand - inclusief mezelf - meer toe te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geven dat ik grote twijfels had over mijn vertrekwens (vandaar ook alle onderliggende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">emoties). Fijn om gisteren te horen dat jullie alsnog open staan voor mijn blijven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik bied hierbij ook mijn oprechte excuses aan voor deze “rollercoaster”.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De dynamic die grote delen van het CS team de laatste weken aan mij heeft laten zien en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ook de oprechte wens van velen hun steentjes bij te dragen en echt te veranderen, laten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mij inmiddels weer geloven in een doorstart van dit team. En ik zou dit graag samen met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hun doen - zeker nu de inhoud ook meer concreet word en meer mensen uit het team hun</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bijdrage kunnen leveren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik stel voor om nu zsm bij elkaar te zitten om af te stemmen hoe wij dit verder vorm</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen geven. Zelf heb ik ook nog de behoefte om samen met een coach te kijken hoe</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het zo ver had kunnen komen en wat ik in toekomst anders zou moeten doen om zo’n</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kortsluit reactie te voorkomen</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 16 november 2016 bericht [appellante] aan [HR-manager 2] en [R&amp;D manager] ,</para>
        <para>onder meer, als volgt:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik heb net probeert mij weer beter te melden via de medewerkersbutton/citrix (van thuis).</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar die geeft helaas een foutmelding. Is er een andere mogelijkheid dit alsnog te doen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezien ik vandaag al weer bij FBR was en ook mijn taken hervat heb? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder heb ik een uitnodiging ontvangen van Zorg van de Zaak voor morgen ochtend</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">10 uur in [plaats] . Moet ik deze nog waarnemen? Of kunnen jullie deze nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">cancellen? Wie kan mij helpen met het betermelden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb ook even mijn vakantie dagen nagelopen. Ik denk dat ik nog ongeveer 40 uur heb</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">die ik tussen nu en de kerstdagen extra zou kunnen opnemen om te zorgen dat ik een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beetje meer rust pak. Ik sta open voor jullie suggesties.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 16 november 2016 schrijft [HR-manager 2] aan [appellante] , onder meer, als</para>
        <para>volgt:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Je bent me net voor, wilde je zojuist mailen over de uitnodiging van de bedrijfsarts. Wij</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hebben hem gevraagd je op te roepen zodat hij kan beoordelen of er sprake is van ziekte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en een advies kan geven wat er nodig is om je weer aan het werk te krijgen. Omdat je je</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">per vandaag weer hersteld meldt, zoals vanmiddag besproken, zal ik de bedrijfsarts</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">laten weten dat de afspraak kan vervallen</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van donderdag 17 november 2016 (met als onderwerp ‘ontslag</para>
        <para>indiening’) bericht [R&amp;D manager] aan [appellante] , onder meer, als volgt:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Vanochtend hebben we elkaar aan de telefoon gehad en vertelde je mij jouw besluit om</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">je ontslag in te dienen. Zojuist hebben we elkaar weer gesproken mbt je besluit tot</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">indiening van ontslag. We respecteren je besluit en werken graag mee aan een goede</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beëindiging van je loopbaan hier. Wel hebben we afgesproken dat wij - als je werkgever</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- graag zien dat je jezelf net wat extra tijd gunt om over dit besluit na te denken, dat we</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zeker weten dat dit een weloverwogen besluit is gezien je uitingen eerder deze week.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarom zullen we maandag aanstaande samen zitten, zodat je me dan de bevestiging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kan geven dat indienen van ontslag inderdaad een weloverwogen keuze van je is</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <parablock>
        <para>De daarop volgende maandag (21 november 2016) zou [appellante] verder praten over</para>
        <para>haar eventuele ontslag, maar het aangekondigde gesprek is niet gevoerd. [appellante] stuurt op 21</para>
        <para>november 2016 het volgende bericht aan [R&amp;D manager] :</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik heb vannacht weer heel slecht geslapen en zal vandaag van thuis werken. Ik bel je</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dan om 11 uur</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellante] en [R&amp;D manager] hebben vervolgens op die dag een intensief telefoongesprek gevoerd, waarvan [R&amp;D manager] een verslag heeft gemaakt dat zij per e-mail van 21 november 2016 aan [appellante] toestuurt. Daarin staat onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">We hebben vanmiddag een lang gesprek gevoerd van bijna 2 uur. Bedankt voor je openheid! De belangrijkste punten zoals ik die heb gehoord, heb ik hieronder samengevat. Corrigeer en vul graag aan waar nodig!</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">●Je hebt beslissing genomen dat het voor jou tijd is om iets anders te gaan doen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">●Je stelt voor om je ontslag in te dienen per 1 dec of per 1 jan, met uiterlijk vertrek per 1 april 2017 of zoveel eerder als andere baan is gevonden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">●Indienen ontslag is weloverwogen eigen besluit.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Wel voel je je op dit moment ’op’ en mentaal niet sterk genoeg om al snel door te pakken. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolg acties &amp; afspraken:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Je zult pas fysiek terugkomen werken bij de groep als er een communicatie is geweest. (…)</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 23 november 2016 bericht [appellante] aan [R&amp;D manager] onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Middels deze brief deel ik u mede dat ik mijn arbeidsovereenkomst met [stichting Y]</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> wil beëindigen. Met inachtneming van de contractuele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opzegtermijn van drie maanden houdt dit in dat ik per 28 februari 2017 uit dienst treed.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zal de restant van mijn vakantie uren aan het einde van de maand februari 2017</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opnemen. Indien U dit goedkeurt, zou dit betekenen dat 23 februari 2017 mijn laatste</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkdag is.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik bedank u voor de prettige tijd die ik bij Wageningen [stichting X] heb gehad. Ik wens jullie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">allen veel succes en voorspoed</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16</nr>
      <parablock>
        <para>Op het ontslagformulier van [stichting Y] vult [appellante] in:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Reden ontslag: op eigen verzoek, bestemming: op zoek naar nieuwe uitdaging</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 23 november 2016 schrijft [appellante] aan [R&amp;D manager] :</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik kon van thuis wel ontslag indienen via de medewerker button. Ik heb nu allebei gedaan</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(MB &amp; brief) en stuur je de originele zo per post op</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 23 november 2016 schrijft [R&amp;D manager] aan [appellante] onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Dankjewel voor het snelle regelen [appellante] . Ik hoop dat er ruimte in je hoofd en rust</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in je lijf gaat komen nu je deze stap hebt gezet</emphasis>!”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 23 november 2016 heeft [appellante] haar collega’s over haar vertrek</para>
        <para>ingelicht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20</nr>
      <parablock>
        <para>Op 24 november 2016 stuurt [appellante] aan [R&amp;D manager] een e-mail met een overzicht</para>
        <para>waarbij de nog openstaande verlofuren zijn ingepland voor de periode tot aan het einde van</para>
        <para>de arbeidsovereenkomst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21</nr>
      <para>Op 29 november 2016 meldt [appellante] zich wederom ziek per e-mail aan [HR-manager 2] , waarin zij schrijft: “<emphasis role="italic">Het lukt mij nog altijd onvoldoende om te slapen en daardoor ben ik oververmoeid. Mijn huisarts heeft mij vandaag doorverwezen, word nu hierin begeleid door een hele team. Op advies van de erbij betrokkene arts meld ik mij nu ziek.</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de rapportage van de bedrijfsarts van 7 december 2016 blijkt dat [appellante] op 30</para>
        <para>november 2016 volledig arbeidsongeschikt is verklaard, waarbij de eerste verzuimdag van</para>
        <para>het zogeheten ‘samengesteld verzuim’ 14 november 2016 is. De bedrijfsarts schrijft onder de</para>
        <para>‘Huidige stand van zaken, beperkingen en advies’ als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“- Er is sprake van gezondheidsklachten door ziekte.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- In relatie met deze klachten zijn er forse beperkingen in de energie balans.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De behandeling is adequaat en voldoende.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Momenteel zijn er naar mijn beoordeling geen re integratie mogelijkheden; ik</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwacht daarin de komende 2-3 weken geen substantiële verbeteringen. Ik adviseer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om in de komende 3 weken de (ook telefonische) contacten van “het werk” met mw.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellante] te beperken tot alleen zeer dringende zaken</emphasis>.”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23</nr>
      <parablock>
        <para>In een aangetekende brief van 20 januari 2017 heeft de gemachtigde van [appellante] aan</para>
        <para>
          [stichting X] de vernietiging van de opzegging door [appellante] ingeroepen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 20 februari 2017 bericht [psycholoog] , GZ-psychloog, aan de</para>
        <para>huisarts van [appellante] :</para>
        <para>“<emphasis role="italic">We hebben bovenstaande cliënt op 16-02-2017 gezien voor een intakegesprek. Door</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">middel van deze brief willen wij u op de hoogte stelten van onze bevindingen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">advisering.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reden van aanmelding:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Cliënte wordt verwezen door [gezondheidszorginstelling] waar zij van 15-12-16 tot 19-01-2017 was</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opgenomen wegens depressieve klachten met suïcidale gedachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uiteindelijk werd een burn-out met depressieve kenmerken vastgesteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Cliënte werkt bij een onderzoeksinstituut in [plaats] waar zij vanaf ‘15 veel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkdruk ervaarde. Zij heeft dit schriftelijk in meerdere malen aangegeven, maar er</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werd niets mee gedaan, ook met toen ze weleens in tranen uitbarstte. Toen cliënte in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het najaar weigerde een project op te pakken werd dit gezien als werkweigering,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waarna een negatieve sfeer niet de hoogste leidinggevende ontstond. Klachten van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">somberheid en moeheid namen toe, als cliënte zich ziek meldde werd ze gedwongen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toch te komen. Uiteindelijk resulteerde dit tot de situatie waarin cliënte ontslag nam,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waar de werkgever haar toe maande. Eenmaal thuis namen de klachten toe, ontstond</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een depressie met vitale kenmerken en doodsgedachten. Via de huisarts is de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">crisisdienst ingeschakeld, wat uiteindelijk resulteerde in opname.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Huidige klachten zijn een slechte concentratie, niet tegen prikkels (zoals geluid)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen. Moeite met in- en doorslapen. Veel moe, weinig energie, moet veel rust</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nemen. Cliënte kan lachen en plezier hebben, maar er is ook verdriet, zich gekwetst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voelen. Ze denkt veel terug aan wal er gebeurd is waarbij een aantal specifieke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">situaties op de voorgrond staan (herbelevingen,). Eten gaat beter, maar er is nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">sprake van een verminderde eetlust.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.25</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 28 februari 2017 schrijft [psychiater] (psychiater) van [gezondheidszorginstelling]</para>
        <para> aan de gemachtigde van [appellante] als volgt:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Hierbij een reactie op de vragen die u mij op 23-02-2017 heeft voorgelegd:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Kan de opzegging, die overduidelijk niet in het belang van cliënte was,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">worden gerelateerd aan haar ziektebeeld? U hoeft de vraag niet te relateren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">aan mijn cliënte, een algemeen antwoord kan desgewenst volstaan</emphasis>
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een aanpassingsstoornis met depressieve stemming kan gepaard gaan met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">concentratieproblemen en een verminderd vermogen tot nadenken. Bovendien ken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het gepaard gaan met verlies van interesse en suïcidaliteit. Met deze combinatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van symptomen kan het voorkomen dat er beslissingen worden gemaakt waarvan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de gevolgen op dat moment niet kunnen worden overzien. Bovendien kan verlies</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van interesse leiden tot onverschilligheid met betrekking tot het nemen van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beslissing.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Komt u dergelijk (korte termijn gericht en niet in eigen belang) handelen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">vaker tegen bij patiënten met een vergelijkbaar ziektebeeld?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Komt het bij patiënten met dit ziektebeeld (vaker) voor dat men de gevolgen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">van het eigen handelen niet goed kan overzien?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Kunt u verder nog informatie verstrekken die in dit kader van belang kan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">zijn?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Patiënte heeft zich in april 2016 gemeld bij de huisarts met vermoeidheid en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hartkloppingen. Mogelijk is dit een teken geweest van een reeds bestaande</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanpassingsstoornis. U zou de huisarts kunnen raadplegen wat zijn bevindingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waren op dat moment.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.26</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 9 maart 2017 bericht de heer [huisarts] van Huisartsenpraktijk</para>
        <para>Engelen (huisarts van [appellante] ) over het verloop van haar ziekte:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Op 29 november bezocht ze mijn spreekuur samen met haar mam. Ze maakte</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op dat moment een ernstig depressieve indruk, had moeite met praten en nadenken, was</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitgeput en suïcidaal.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit maakte dat ze door mij acuut is ingestuurd naar de crisisdienst van de [gezondheidszorginstelling]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> , waar ze ook is opgenomen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terugkijkend is ze diverse keren op het spreekuur geweest met klachten die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">achteraf bezien al een duidelijke overbelasting aangaven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- September 2015: voelt zich niet goed, gejaagd en slap, verzoek om bloedonderzoek</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waar vervolgens niets afwijkends is uitgekomen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- April 2016: komt met snelle hartslag, opgejaagd gevoel en vermoeidheid. Is heel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">emotioneel bij het presenteren van deze klachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- 14 november 2016: geeft aan al 3 maanden slecht te slapen door zorgen op het werk,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">slaapt de laatste 2 weken niet of nauwelijks, piekert veel, maagklachten. Ze maakt op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat moment een ernstig vermoeide indruk.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inmiddels is de diagnose burn-out en aanpassingsstoornis met depressieve</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stemming gesteld. Dit heeft een lange aanloop gehad met al in 2015 de eerste</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">klachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In november is het dusdanig geëscaleerd dat helaas crisisopname nodig bleek.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens de behandeling die op dit moment plaatsvindt blijkt een trauma op de voorgrond</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te staan. Daar is nu de behandeling ook op gericht. Van patiënte heb ik begrepen dat het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">trauma te maken heeft met intimidatie op het werk en de negatieve reactie op haar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ziekmelding.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buiten haar werk lijkt geen factoren mee te spelen. Voorheen zijn er nooit psychische</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">problemen geweest.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.27</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 31 mei 2017, opgesteld op verzoek van (de advocaat van) [appellante] concludeert [verzekeringsarts en medisch adviseur] , onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Zoals eerder aangegeven gaat aan een burn-out een langdurige periode van (over)spanningsklachten vooraf, hetgeen ook het geval was bij cliënte blijkens onder meer het schrijven van de huisarts die immers aangaf dat cliënte al in (september) 2015 de eerste (overbelastings)klachten had. Bij burn-out/overspanning gaat het veelal om aspecifieke klachten – in geval van cliënte bijvoorbeeld een gejaagd gevoel, een snelle hartslag, vermoeidheid en slecht slapen – wat verklaart dat soms pas later klachten worden geduid in het kader van een ziektebeeld, zoals een aanpassingsstoornis c.q. burn-out. Op grond van bovenstaande alsmede de ernstig vermoeide indruk die cliënte maakte bij de huisarts op 14 november 2016 kan naar mijn mening worden aangenomen dat op dat moment diagnostisch reeds sprake was een aanpassingsstoornis/burn-out bij cliënte, welke diagnoses nadien werden gesteld respectievelijk bij GGZ [gezondheidszorginstelling] en [gezondheidszorginstelling 2] , te meer ook gezien de eerder beschreven aanlooptijd voor het ontwikkelen van deze (psychische/geestelijke) stoornis. (…) Al met al wordt geconcludeerd dat cliënte haar ontslag indiende op 24 november 2016 onder invloed van een geestelijke/psychische stoornis en dientengevolge </emphasis><emphasis role="underline italic">geen</emphasis><emphasis role="italic"> weloverwogen beslissing (b)lijkt te hebben genomen.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.28</nr>
      <parablock>
        <para>In een brief van 27 juli 2017, opgesteld op verzoek van (de advocaat van) [stichting X] , schrijft [verzekeringsarts RGA en medisch adviseur] , verzekeringsarts RGA en medisch adviseur, onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Kortom, op grond van de huidige gegevens kan niet gesteld worden dat betrokkene al op of rond 23-11-2016 een geestelijke stoornis had, althans volgens de formele criteria kan met de huidige gegeven niet worden geconstateerd dat wordt voldaan aan de diagnose aanpassingstoornis en niet aan de diagnose burnout.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat er op 15-12-2016 wel sprake was van een geestelijke stoornis is duidelijk, daar is geen twijfel over.  Er waren klachten en er was een stoornis in het functioneren. Op dat moment was er overigens sprake van een depressie, niet van een aanpassingsstoornis (…)In antwoord op uw vraag: nee, op grond van de nu aanwezige feitelijke gegevens kan niet worden geconcludeerd dat bij mevr. [appellante] ten tijde van de opzegging op 23-11-2016 een geestelijke stoornis aanwezig was (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanvullend wil ik opmerken dat zoals de arts in opleiding psychiatrie, collega [arts in opleiding] , terecht schrijft kan bij een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken een verminderd vermogen tot nadenken aanwezig </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">kan</emphasis>
          <emphasis role="italic"> zijn maar uit de nu aanwezige gegevens in het dossier kan niet blijken dat er bij betrokkene een dergelijk verminderd vermogen tot nadenken bestond. (…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil en de beslissing in eerste aanleg</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De vorderingen van [appellante] in eerste aanleg waren identiek aan die in hoger beroep, zoals kort weergegeven onder 2.3. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De  voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 17 mei 2017 de vorderingen van [appellante] afgewezen en haar veroordeeld in proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het hof stelt voorop dat het spoedeisend belang bij de verzochte voorziening niet is betwist door [stichting X] en voortvloeit uit de aard van die voorziening. Voorts geldt dat in dit kort geding dient te worden beoordeeld of de vordering in een bodemprocedure zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat, gelet op de aard van het kort geding, in deze procedure in het algemeen geen plaats is voor uitgebreide bewijslevering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>In geschil is de vraag of sprake is van een rechtsgeldige ontslagname door [appellante] op 23 november 2016. [appellante] beroept zich op de nietigheid van de ontslagname. [stichting X] voert gemotiveerd verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        [appellante] betwist niet dat de opzeggingsbrief van 23 november 2016 (3.15) dient te worden aangemerkt als een ondubbelzinnige, op beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsverklaring in de zin van artikel 3:33 BW. [appellante] stelt echter dat deze verklaring niet overeenstemt met haar wil en dat sprake was van een tijdelijke geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 lid 1 BW. Het hof onderschrijft het oordeel van de kantonrechter, en maakt dat tot de zijne (rov. 4.4 en 4.5 van het bestreden vonnis), dat [stichting X] [appellante] in dit geval niet aan deze wilsverklaring kan houden met een beroep op artikel 3:35 BW, stellende dat zij daarop gerechtvaardigd heeft vertrouwd. Door [stichting X] is immers niet gesteld dat zij door de ontslagname door [appellante] relevant nadeel heeft geleden. In zodanig geval brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid mee dat, hoezeer een werkgever de uitlatingen van een werknemer ook heeft opgevat en mogen opvatten als een ontslagname, de werkgever de werknemer toch niet aan de ontslagname mag houden. Dit zal in het bijzonder het geval zijn indien de werknemer, toen hij deze uitlatingen deed, niet in staat was zijn wil te bepalen omdat hij toen in een hevige gemoedsbeweging verkeerde of handelde onder invloed van een stoornis van zijn geestesvermogens (HR 12 september 1986, NJ 1987, 267 en HR 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0585).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Beoordeeld dient dus te worden of voorshands aannemelijk is dat de geestvermogens van [appellante] ten tijde van de ontslagname waren gestoord als bedoeld in artikel 3:34 lid 1 BW en of sprake is van causaal verband tussen de stoornis en de ontslagname. Op grond van de tweede zin van genoemd artikellid wordt het causaal verband vermoed indien de rechtshandeling nadelig was voor degene die zich op de stoornis beroept. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat in dit geval de ontslagname nadelig is voor [appellante] , nu zij door beëindiging van het dienstverband geen inkomen meer heeft (zij stelt onbetwist dat zij door de ontslagname niet voor een Ziektewet- of Werkloosheidsuitkering in aanmerking komt). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het hof oordeelt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat [appellante] ten tijde van de ontslagname op 23 november 2016 leed aan een geestelijke stoornis. Onbetwist is dat [appellante] kort na haar ontslagname op 29 november 2016 door de huisarts is doorgestuurd naar de crisisdienst en dat zij van 15 december 2016 tot 19 januari 2017 opgenomen is geweest wegens depressieve klachten met suïcidale gedachten. Voorts is onbetwist dat bij haar de diagnose “burn-out met depressieve kenmerken” is vastgesteld. Beide partijen hebben in hoger beroep brieven van verzekeringsartsen overgelegd (zie 3.27 en 3.28). Deze verzekeringsartsen hebben hun oordeel gebaseerd op bestudering van het dossier. Hoewel de conclusies van de rapportages verschillen, volgt uit beide dat bij een burn-out sprake is van een vorm van ernstige overspanning, die zich uit na een lange periode van klachten van moeheid en uitputting en die zich vertalen in psychische spanningen. Uit beide rapportages en uit de onder 3.25 genoemde verklaring van psychiater [psychiater] blijkt voorts dat de artsen het erover eens zijn dat als gevolg van de bij [appellante] geconstateerde diagnose een verminderd vermogen tot nadenken aanwezig kan zijn. De door [stichting X] ingeschakelde verzekeringsarts stelt bovendien dat er geen twijfel is dat er op 15 december 2016 (ten tijde van de opname) sprake was van een geestelijke stoornis bij [appellante] . Daarmee spitst het geschil zich vooral toe op de vraag of aannemelijk is dat dat ook ten tijde van de ontslagname op 23 november 2016 al het geval was. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend op grond van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt dat [appellante] al geruime tijd last had stress- en spanningsklachten. Uit de onder 3.26 genoemde verklaring van de huisarts volgt dat [appellante] vanaf september 2015 diverse keren op het spreekuur is geweest met klachten, die achteraf bezien al een duidelijke overbelasting aangaven (gejaagd en slap gevoel, snelle hartslag, slaapproblemen en vermoeidheid). Uit het dossier blijkt voorts dat [appellante] naar [stichting X] toe al vanaf medio 2015 bij herhaling heeft gemeld dat zij zich overbelast voelde:</para>
        <para>-mail 24 juni 2015 aan haar leidinggevende [R&amp;D manager] (productie 21 [appellante] ):<?linebreak?>“<emphasis role="italic">Schrik behoorlijk van al mijn “ballen in de lucht” (maar ja, aanvoelen doe ik dat al een tijdje, als ik eerlijk ben)… (…)Verklaart wel voor mij ook een beetje waarom mijn agenda zo rampzalig aanvoelt en ik nauwelijks nog lunchpauze heb zonder overleg…stuff to think about (…)”</emphasis></para>
        <para>-input R&amp;O 2015 met als titel “<emphasis role="italic">Werkdruk [appellante]</emphasis>” (productie 22 [appellante] ):</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Hoe heb ik 2015 ervaren:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">● Ik werk structureel te veel uren (…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Ik werk structureel op mijn vrije dag (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Mijn mailbox is geregeld “out of control</emphasis>” <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Ik ga altijd voor het team, soms doe ik mij daardoor zelf te kort(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">● Bij mijn EL/algemene taken word geen rekening gehouden met mijn deeltijd. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">2015 is tot nu toe mijn moeilijkste werkjaar gewest qua werkstress. (…) en realiseer mij tegelijkertijd ook dat dit in 2015 geen duurzame manier van werken voor mij geweest is.</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (…)”</emphasis>
        </para>
        <para>-mail 27 november 2015 aan [R&amp;D manager] (productie 23 [appellante] ):</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Na een aantal nachten over het RenO geslapen te hebben, blijven mij een aantal punten die wij door/afgesproken hebben niet lekker zitten. Vooral ook met het oog op mijn werk-privé balans. Hier wil het graag nog een met jou over hebben (…)</emphasis>”</para>
        <para>-mail 23 september 2016 aan [R&amp;D manager] (productie 30 [appellante] ):</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik merk dat ik na deze twee heeeel intensieve weken een beetje met mijn krachten wil huishouden (om scherp te blijven en te voorkomen dat ik er straks helemaal doorheen zit). (…)</emphasis>”.</para>
        <para>Naast deze schriftelijke signalen is er ook al vanaf 2015 herhaaldelijk met [appellante] gesproken over de door haar ervaren stress en ontevredenheid. Dat is blijkens de hiervoor genoemde input in elk geval besproken in het R&amp;O gesprek 2015 en ook uit de verklaring van [R&amp;D manager] (productie 1 [stichting X] ) blijkt dat daarover herhaaldelijk is gesproken vanaf medio maart 2016. Daaruit blijkt tevens dat [appellante] niet lekker in haar vel zit en af en toe huilt (verslag van gesprek 31 maart 2016). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>In de zomer 2016 is een verandertraject ingezet in het team CS, waarvan [appellante] deel uitmaakt. In de periode vanaf september 2016 lijkt de druk bij [appellante] verder op te lopen. De voornoemde verklaring van [R&amp;D manager] maakt in dit verband melding van teambijeenkomsten onder begeleiding van een externe coach, ervaren onrust en spanningen binnen het team in het algemeen en bij [appellante] in het bijzonder (in de meeting van 22 september 2016 is [appellante] bij momenten emotioneel <emphasis role="italic">en geeft aan ‘het niet te zien zitten’</emphasis>). Op 29 september 2016 mailt [appellante] : “<emphasis role="italic">Vanochtend wakker geworden met een enorme stijve nek/schouder, autorijden lukt mij vandaag niet. Ik werk daarom van thuis. (…) </emphasis>”. Op 11 oktober 2016 heeft [appellante] een gesprek met [R&amp;D manager] . Partijen verschillen van mening over de inhoud en het verloop van dit gesprek, maar wel staat vast dat [appellante] in dit gesprek emotioneel was. [appellante] heeft zich op dezelfde dag ziek gemeld. Op 17 oktober 2016 is zij weer aan het werk gegaan en op 18 oktober 2016 heeft zij een gesprek met de leidinggevende van [R&amp;D manager] , [Business Unit manager] , gehad waarin zij volgens diens in zoverre door [appellante] niet betwiste verklaring heeft gesproken over ontslag. Voorts spreekt zij die dag met [HR-manager 2] . In dit gesprek is aan de orde geweest dat [appellante] zich zou gaan oriënteren op ander werk (binnen of buiten de Universiteit), maar ook dat er geen timelines voor dit traject worden afgesproken, omdat het [appellantes] bedoeling is om te blijven functioneren tot zij een andere baan gevonden heeft (zie ook het verslag van dit gesprek, 3.6). Op 14 november 2016 meldt [appellante] zich opnieuw ziek; zij schrijft dat het lichamelijk helemaal niet goed met haar gaat (3.8). Blijkens de rapportage van de huisarts (3.26) bezoekt [appellante] de huisarts die dag, meldt ze dat ze de laatste 2 weken niet of nauwelijks slaapt, veel piekert en maagklachten heeft. Zij maakt volgens de huisarts op 14 november 2016 een ernstig vermoeide indruk. De daarop volgende dag schrijft [appellante] aan [R&amp;D manager] en [Business Unit manager] dat zij, na een eerste redelijke nacht sinds weken, heeft besloten dat zij toch niet weg wil bij [stichting X] (3.9). Op 16 november 2016 gaat [appellante] weer aan het werk; een voor die dag gemaakte afspraak met de bedrijfsarts vervalt. Op vrijdag 17 november 2016 vindt een gesprek plaats tussen [appellante] en [R&amp;D manager] , waarin is gesproken over een besluit van [appellante] tot ontslag (zie e-mail van [R&amp;D manager] onder 3.12). In die e-mail schrijft [R&amp;D manager] dat zij de maandag daarop verder zullen spreken, zodat [appellante] haar kan bevestigen dat het ontslag een weloverwogen keuze is. Die maandag meldt [appellante] dat zij thuis werkt omdat zij weer heel slecht heeft geslapen, waarna een twee uur durend telefoongesprek tussen [appellante] en [R&amp;D manager] plaatsvindt, dat door [R&amp;D manager] is bevestigd en waarin [appellante] besluit tot ontslagname verder is uitgewerkt (3.14). In dat telefoongesprek meldt [appellante] blijkens het verslag dat zij zich op dat moment ‘op’ voelt en mentaal niet sterk genoeg om al door te pakken. Vervolgens neemt [appellante] , in nauw overleg met [R&amp;D manager] , de vervolgstappen om de ontslagname te concretiseren, waaronder het schrijven van de ontslagbrief van 23 november 2016 en de communicatie naar het team. Op 29 november 2016 meldt [appellante] zich opnieuw ziek met vermelding dat zij oververmoeid is (3.21). Op acute doorverwijzing door haar huisarts is zij van 15 december 2015 tot 19 januari 2016 vanwege ernstige depressieve klachten met suïcidale gedachten opgenomen geweest, waarna zij onder ambulante behandeling voor haar psychische klachten is gesteld. In elk geval tot de datum van de beëindiging van het dienstverband was [appellante] arbeidsongeschikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <para>Uit de onder 5.7 en 5.8 weergegeven feitelijke gang van zaken blijkt dat [appellante] al geruime tijd, in elk geval vanaf medio 2015 (kenbaar) last heeft van stressklachten en dat zij ook in de periode na medio oktober 2016 herhaaldelijk melding doet van stress- en gezondheidsklachten. In verband daarmee werkt zij thuis en meldt zij zich een aantal maal ziek. Voorts volgt hieruit dat [appellante] in haar wens/besluit tot ontslagname niet consistent is en dat zij daarover wisselende standpunten inneemt. Daarbij valt vooral op dat zij daags na de e-mail van 15 november 2016, waarin zij aangeeft niet weg te willen, 180 graden is gedraaid en toch ontslag wil nemen terwijl geen sprake is van zicht op ander werk. Na een gesprek met [R&amp;D manager] daarover op vrijdag blijkt ze de maandag daarop niet in staat om naar het werk te komen. Vervolgens vindt voormeld twee uur durend telefoongesprek met [R&amp;D manager] plaats (in welk gesprek [appellante] als gezegd meldt dat ze op is) en wordt de ontslagname door [appellante] verder in gang gezet. Bovendien blijkt hieruit dat [appellante] vanaf medio november 2016 niet meer heeft gewerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <parablock>
        <para>De bedrijfsarts constateert op 7 december 2016 dat sprake is van forse beperkingen in de energiebalans (3.22) en noteert als eerste verzuimdag van “samengesteld verzuim” 14 november 2016. In een nadere verklaring (productie 44 in hoger beroep) schrijft de bedrijfsarts dat het plausibel is dat de klachten van de ziekmeldingen op 14 november 2016 en 29 november 2016 met elkaar verband houden, dat de diagnose burn-out doorgaans wordt gesteld bij klachten die gedurende langere tijd bestaan en dat een volledig herstel van de gezondheidsklachten na 16 november 2016 (datum herstelmelding) op 29 november 2016 nog niet was opgetreden. Deze visie wordt bevestigd door [verzekeringsarts en medisch adviseur] (3.27). [stichting X] voert weliswaar terecht aan dat een ‘harde’ diagnose gesteld door een op dit terrein terzake deskundige arts ontbreekt voor de datum van de ontslagname, maar voor de beoordeling van de vraag of op die datum sprake was van een geestesstoornis is dit niet zonder meer vereist. Waar het om gaat is of, alle omstandigheden in aanmerking genomen, aannemelijk is dat [appellante] op 23 november 2016 leed aan een geestesstoornis die het vermogen om rekenschap te geven van de strekking en de gevolgen van de ontslagname ernstig beperkt. Tegen de achtergrond van de feitelijke gang van zaken, zoals hiervoor geschetst, bezien tegen de achtergrond van de voorhanden medische informatie en het vaststaande gegeven dat [appellante] op 15 december 2016 in ieder geval gebukt ging onder in ieder geval een depressie, oordeelt het hof dat [appellante] voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij reeds op 23 november 2016 leed aan de later, in elk geval per 15 december 2016, vastgestelde geestelijke stoornis. Daarmee is voldoende aannemelijk dat, gelet op hetgeen onder 5.4 is overwogen, zij haar ontslag onder invloed van deze stoornis heeft genomen en voorts dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel zal komen het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [stichting X] [appellante] aan haar ontslagname van 23 november 2016 houdt (met een beroep op artikel 3:35 BW) en dat deze rechtshandeling op deze grond zal worden vernietigd. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst zal voortduren en dat de loonvordering in dit kort geding toewijsbaar is. Datzelfde geldt voor de verplichting tot re-integratie, die pas zijn beslag kan krijgen als [appellante] voldoende is hersteld. Anders dan [stichting X] betoogt staat de huidige arbeidsongeschiktheid van [appellante] dus aan toewijzing van die vordering niet in de weg. De vordering [stichting X] te gebieden om de teamleden schriftelijk te informeren wijst het hof af, nu spoedeisend belang daarbij ontbreekt en het hof, mede gelet op het tijdsverloop na 23 november 2016, bovendien niet kan overzien in hoeverre een dergelijke communicatie opportuun is. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">6.	De slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat grief 1 slaagt, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd, en dat de overige grieven geen bespreking behoeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        [stichting X] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van beide instanties. De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellante]  zullen worden vastgesteld op:</para>
      <para>- explootkosten		€ 103,11</para>
      <para>- griffierecht		<emphasis role="underline">€ 223,-</emphasis></para>
      <para>totaal verschotten		€ 326,11</para>
      <para>- salaris advocaat		€ 600,-</para>
      <para>De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellante] zullen worden vastgesteld op:</para>
      <para>- explootkosten		€ 97,31</para>
      <para>- griffierecht		<emphasis role="underline">€ 313,-</emphasis></para>
      <para>totaal verschotten		€ 410,31</para>
      <para>- salaris advocaat		€ 894,- (1 punt x tarief II)</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van de kantonrechter in kort geding van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 mei 2016 en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [stichting X] tot doorbetaling van het loon aan [appellante] ad € 4.054,50 bruto per maand, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 1 maart 2017 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [stichting X] tot betaling van de wettelijke rente hierover vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van deze bedragen tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gebiedt [stichting X] tot nakoming van haar re-integratieverplichtingen jegens [appellante] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [stichting X] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellante] wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 326,11 voor verschotten en op  € 600,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 410,31voor verschotten en op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [stichting X] in de nakosten, begroot op € 131,--, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,-- in geval [stichting X] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en betekening heeft plaatsgevonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.E.F. Hillen, A.A. van Rossum en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 september 2017.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>