<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:6523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-15T08:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.171.249</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:6523">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:6523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-15T08:48:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:6523 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-07-2017 / WAHV 200.171.249</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:6523:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 Awb en de beslissing van de officier van justitie in stand heeft gelaten. De officier van justitie heeft de gemachtigde ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld de gronden van het beroep op te geven. Er is weliswaar sprake van een vormverzuim, maar nu de gemachtigde de gronden tegen de inleidende beschikking bij de kantonrechter niet heeft gehandhaafd valt niet in te zien hoe het belang van de betrokkene of gemachtigde gediend zou zijn bij een door de officier van justitie gegeven gelegenheid tot indienen van gronden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:6523:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">WAHV 200.171.249</emphasis>
  </para>
  <para>28 juli 2017</para>
  <parablock>
    <para>CJIB 183867704</para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
  </para>
  <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
  <para>van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland</para>
  <para>van 11 mei 2015</para>
  <para>betreffende</para>
  <para>
    [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
  <parablock>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,  <?linebreak?>kantoorhoudende te [plaats] .</para>
    <para />
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing van de kantonrechter</title>
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het procesverloop</emphasis>
      </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.</para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Het hof begrijpt het betoog van de gemachtigde zo, dat in de visie van de gemachtigde de beslissing van de officier van justitie had moeten worden vernietigd, omdat de officier van justitie heeft nagelaten de gemachtigde een termijn te geven om beroepsgronden aan te voeren. De gemachtigde had wel om die termijn verzocht.</para>
    <para />
    <para>2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep.</para>
    <para />
    <para>3. Indien een beroepschrift – in strijd met artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb – geen gronden bevat, dient de indiener daarvan de gelegenheid te worden geboden om deze op een later moment in te dienen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens daartoe. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan (vgl. het arrest van het hof van 22 december 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:10365).</para>
    <para />
    <para>4. Het hof stelt vast dat het administratief beroepschrift geen beroepsgronden tegen de inleidende beschikking bevat. In het beroepschrift is (onder meer) verzocht om een termijn voor het indienen van beroepsgronden. De officier van justitie heeft het beroep bij beslissing van 7 oktober 2014 ongegrond verklaard. Niet blijkt dat de gemachtigde daaraan voorafgaand in de gelegenheid is gesteld om beroepsgronden in te dienen.</para>
    <para />
    <para>5. De kantonrechter heeft in lijn met het hiervoor vermelde uitgangspunt geoordeeld dat de officier van justitie ten onrechte de gemachtigde niet de gelegenheid heeft gegeven om beroepsgronden in te dienen. Hij heeft echter overwogen dat de gemachtigde door dit vormverzuim niet in zijn belangen is geschaad, nu de gemachtigde de in de procedure bij de kantonrechter ingediende gronden tegen de inleidende beschikking weer heeft ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>6. Ingevolge artikel 6:22 Awb kan een besluit, ondanks schending van een vormvoorschrift, in stand kan blijven als een betrokkene daardoor niet is benadeeld.</para>
    <para />
    <para>7. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:22 van de Awb. De gemachtigde heeft immers bij de kantonrechter zijn inhoudelijke bezwaren tegen de inleidende beschikking niet gehandhaafd. Niet valt daarom in te zien hoe het belang van de betrokkene dan wel diens gemachtigde gediend zou zijn geweest bij een door de officier van justitie gegeven gelegenheid tot het indienen van beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat het geschonden vormvoorschrift in de administratief beroepsprocedure in dit geval niet leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.</para>
    <para />
    <para>9. Voor het overige heeft de gemachtigde geen bezwaren ingebracht tegen de beslissing van de kantonrechter. Het hof zal deze beslissing daarom bevestigen.</para>
    <para />
    <para>10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>