<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-07T08:04:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-007320-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2015:8750" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:8750</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2018:2016" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:2016, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:611">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:611</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-30T13:41:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:611 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-01-2017 / 21-007320-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:611:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 21-jarige boekhouder in dienst van FC Utrecht, heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. De boekhouder heeft samen met zijn 20-jarige broer een overval in scène gezet. De 21-jarige (toenmalige) vriendin van één van de broers - in deze zaak is zij de verdachte- heeft meegewerkt aan de verduistering door de vluchtwagen te besturen. De vrouw is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Daarnaast moeten de verdachte en haar medeverdachten gezamenlijk het verduisterde geld aan FC Utrecht terugbetalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:611:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-007320-15 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	30 januari 2017</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>Promis</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 7 december 2015 met parketnummer 16-661101-15 in de strafzaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte]
    </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. W. Hendrickx, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 26 januari 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een (groot) geldbedrag (ter grootte van ongeveer 77.500,- euro in contanten), in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorden aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk geldbedrag [medeverdachte 1] uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als financieel medewerker van [benadeelde] , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 januari 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest door </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [medeverdachte 2] te vervoeren van en/of naar Herculesplein te Utrecht, alwaar het FC Utrecht stadion gevestigd is; </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de motor van de auto draaiende te houden, terwijl [medeverdachte 2] naar het stadion van FC Utrecht ging;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">zij in of omstreeks de periode van 26 januari 2015 tot en met 28 januari 2015 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, (telkens) een auto (merk Volkswagen) en/of een geldbedrag (250 euro in contanten) en/of een tas (merk Michael Kors) en/of drie kledingstukken (merk Esprit) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) en/of geld (telkens) wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) en/of geld betrof;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt daarbij in het bijzonder geen redenen te hebben om te twijfelen aan de verklaring van [medeverdachte 2] , inhoudende - kort gezegd- dat verdachte wist van het plan om het geld te verduisteren en dat hij verdachte daartoe had gevraagd om de auto te besturen. </para>
      <para>De verklaring van [medeverdachte 2] wordt ondersteund door  andere (objectieve) bewijsmiddelen in het dossier, zoals onder meer de WhatsApp gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 2] en de zendmastgegevens. De verklaring van verdachte, inhoudende dat zij wel samen met [medeverdachte 2] in de auto heeft gezeten, maar dat zij niet heeft gereden, acht het hof ongeloofwaardig. Nu verdachte wist van het plan en zij een faciliterende rol heeft gehad bij de uitvoering hiervan (in de vorm van het besturen van de auto en het met draaiende motor klaarstaan terwijl medeverdachte [medeverdachte 2] het geld haalde), heeft verdachte een significante bijdrage geleverd – in de deelnemingsvorm van medeplichtigheid- aan de verduistering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1] en/</emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of</emphasis>
        <emphasis role="italic"> [medeverdachte 2] op </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of omstreeks</emphasis>
        <emphasis role="italic"> 26 januari 2015 te Utrecht, </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">althans in het arrondissement Midden-Nederland</emphasis>
        <emphasis role="italic">, tezamen en in vereniging </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis>
        <emphasis role="italic"> opzettelijk een </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">(groot)</emphasis>
        <emphasis role="italic"> geldbedrag (ter grootte van </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">ongeveer</emphasis>
        <emphasis role="italic"> 77.500,- euro in contanten), </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele</emphasis>
        <emphasis role="italic"> toebehorend aan [benadeelde] , </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en</emphasis>
        <emphasis role="italic"> welk geldbedrag [medeverdachte 1] uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als financieel medewerker van [benadeelde] , </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">in elk geval anders dan door misdrijf</emphasis>
        <emphasis role="italic"> onder zich had, wederrechtelijk zich hebben toegeëigend, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">of omstreeks </emphasis>
        <emphasis role="italic">26 januari 2015 te Utrecht, </emphasis>
        <emphasis role="italic strike-through">althans in het arrondissement Midden-Nederland</emphasis>
        <emphasis role="italic"> opzettelijk behulpzaam is geweest door </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [medeverdachte 2] te vervoeren van </emphasis>
      <emphasis role="italic strike-through">en/of naar</emphasis>
      <emphasis role="italic"> het Herculesplein te Utrecht, alwaar het FC Utrecht stadion gevestigd is;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de motor van de auto draaiende te houden, terwijl [medeverdachte 2] naar het stadion van FC Utrecht ging;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het primair bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplichtigheid aan medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is betrokken geweest bij de verduistering in dienstbetrekking van een aanzienlijk geldbedrag. Haar (toenmalige) partner en diens broer hebben dit geldbedrag ontvreemd uit de kluis van [benadeelde] . Verdachte heeft - kennelijk uitsluitend vanwege het vooruitzicht van financieel gewin -  ermee ingestemd om de vluchtauto te besturen. Mede door het handelen van verdachte is grote financiële schade ontstaan. Ten voordele van verdachte heeft het hof acht geslagen op het feit dat uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat zij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegend acht het hof een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 77.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een tas met kleding van het merk Esprit in beslag genomen (beslagnummer G1359250). Dit voorwerp behoort toe aan verdachte. Nu dit voorwerp geheel of grotendeels uit de baten van het primair bewezen verklaarde feit is verkregen, wordt dit voorwerp verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goed , te weten een personenauto, merk Volkswagen, kenteken SBPB89 (beslagnummer G1243149), behoort aan verdachte toe. Niet is gebleken dat het voorwerp zodanig verband houdt met het bewezen verklaarde feit dat het verbeurd kan worden verklaard. Het hof is van oordeel dat het betreffende voorwerp aan de verdachte terug dient te worden gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 47, 48 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">60 (zestig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 77.500,00 (zevenenzeventigduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade</emphasis> en veroordeelt de verdachte die, met haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is - met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd - om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd</emphasis> de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- een tas met kleding van het merk Esprit (nummer G1359250).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast</emphasis> de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- een personenauto, merk Volkswagen, kenteken SBPB89 (nummer G1243149).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. P.R. Wery, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.P. Bordes en mr. J.W. Rijkers, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden, griffier,</para>
      <para>en op 30 januari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>