<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:5240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T05:54:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.215.016/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2017-0190</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5240">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-22T08:59:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:5240 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 31-05-2017 / 200.215.016/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:5240:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging uithuisplaatsing elfjarige. Hof maakt zich grote zorgen over het feit dat er sprake is van de 21ste gezinsvoogd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:5240:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.215.016/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/154033/FJ RK 17-276)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 31 mei 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [A] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. S.M. Wolfert te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Leeuwarden,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [B] ,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. F.B. Flooren.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 14 april 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 2 mei 2017;</para>
      <para>- het verweerschrift van de GI met productie(s);</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Wolfert van 22 mei 2017 met productie(s);</para>
      <para>- een fax van de GI van 30 mei 2017 met productie(s). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft op 31 mei 2017 plaatsgevonden. De ouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de GI zijn verschenen </para>
        <para>mr. [C] en mevrouw [D] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling is met toestemming van het hof ingekomen een brief van mr. Flooren van 31 mei 2017 met daarbij gevoegd de beschikking van de rechtbank Leeuwarden van 18 juli 2012.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de relatie van de vader en de moeder is geboren [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige] ), geboren [in] 2006. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij zijn moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [de minderjarige] stond vanaf eind 2006 tot in 2009 onder toezicht. Op 8 juni 2011 is er opnieuw een ondertoezichtstelling uitgesproken, welke telkens is verlengd, laatstelijk tot 8 juni 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 14 april 2017 heeft de kinderrechter de GI gemachtigd [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de andere gezaghebbende ouder, de vader, met ingang van 14 april 2017 tot uiterlijk 8 juni 2017.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van </para>
        <para>14 april 2017. De grieven zien op de noodzakelijkheid van de uithuisplaatsing, het psychodiagnostisch onderzoek en het (niet) horen van [de minderjarige] . De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek van de GI tot machtiging uithuisplaatsing alsnog af te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het hof zal de grieven gezamenlijk beoordelen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] en de beschikking dient te worden bekrachtigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hof onderschrijft daartoe de motivering van de kinderrechter op alle onderdelen zoals uit die beschikking blijken, neemt deze na eigen onderzoek over en overweegt in aanvulling op de bestreden beschikking het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Ook het hof vindt het niet in het belang van [de minderjarige] om hem te horen. [de minderjarige] is nog maar elf jaar en kampt met forse problematiek. Daarbij merkt het hof wel op dat het er niet aan twijfelt dat [de minderjarige] , zoals de moeder stelt, aangeeft dat hij liever bij zijn moeder wil wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Gelet op de voorgeschiedenis van partijen, de noodzakelijkheid van de maatregel en het feit dat sprake is van een ondertoezichtstelling is ook het hof van oordeel dat het indienen van het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen bij de andere gezaghebbende ouder, in onderhavige situatie, zonder meer een geëigende weg is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>De moeder heeft kritiek op het diagnostisch onderzoek van december 2016 en stelt dat het onvoldoende is om de noodzakelijkheid van de maatregel en de beslissing om [de minderjarige] bij de vader te plaatsen te onderbouwen. Het hof leest het rapport en de conclusies die daarin getrokken worden echter anders dan de moeder in haar bezwaren naar voren brengt. De conclusie dat [de minderjarige] bij de vader geplaatst dient te worden is blijkens dat onderzoek uit pedagogisch oogpunt genomen en dan ook niet zozeer gebaseerd op de passages die door de moeder worden aangehaald. Het hof acht deze keuze begrijpelijk en voldoende onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Ten overvloede merkt het hof op dat het zich grote zorgen maakt over de mededeling van de GI ter zitting dat er waarschijnlijk wederom, voor de 21e ! keer, een wisseling van gezinsvoogd komt. Het is evident dat het in het belang van [de minderjarige] is dat er nu op korte termijn daadwerkelijk rust en stabiliteit ontstaat. Ondanks de ondertoezichtstelling en mede ook door de vele wisselingen bij de GI is die rust en stabiliteit die juist ook voor [de minderjarige] zo noodzakelijk is, nog steeds niet aanwezig.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7.	De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 14 april 2017;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 31 mei 2017 door mrs. M.P. den Hollander, </para>
      <para>I.A. Vermeulen en S. Rezel, bijgestaan door mr. I.G. Vos en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>