<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:5051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-15T13:25:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.180.602 en 604 TB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5051">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-15T13:06:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:5051 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-05-2017 / WAHV 200.180.602 en 604 TB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:5051:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Het hof verzoekt de RDW om nadere schriftelijke informatie betreffende de RTL-registratie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:5051:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.180.602 &amp; WAHV 200.180.604</emphasis>
    </para>
    <para>18 mei 2017</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 183193826 en 183195552</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland</para>
    <para>van 8 april 2015</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats].</para>
      <para />
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Het tussenarrest</bridgehead>
    <para>De inhoud van het tussenarrest van 17 augustus 2016 wordt hier overgenomen.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het verdere procesverloop</title>
    <para>Op 2 november 2016 heeft het de reactie van de advocaat-generaal ontvangen. De</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere informatie. De betrokkene heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de sancties op juiste wijze, met</para>
    <para>inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van WAHV, zijn opgelegd.</para>
    <para />
    <para>2. De advocaat-generaal heeft daaromtrent het volgende aangevoerd. Uit artikel 55,</para>
    <parablock>
      <para>derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) juncto artikel 36, derde lid, van het</para>
      <para>Kentekenreglement kan worden afgeleid dat in het kentekenregister tenaamstellingen en</para>
      <para>vervangende tenaamstellingen worden opgenomen. Het RTL-register kan, als onderdeel van</para>
      <para>het kentekenregister, worden aangemerkt als ‘enige andere registratie betreffende</para>
      <para>motorvoertuigen, waarvan de houder gerechtigd is deze in Nederland te voeren (artikel 1,</para>
      <para>tweede lid van de WAHV). De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de persoon</para>
      <para>op wie de ‘vervangende tenaamstelling’ betrekking heeft, kan worden gezien als de persoon</para>
      <para>op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was</para>
      <para>ingeschreven, in de zin van artikel 5 van de WAHV. Wanneer het een op kenteken</para>
      <para>geregistreerde overtreding betreft kan aan deze personen rechtstreeks een verkeersboete</para>
      <para>worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Met betrekking tot hetgeen de advocaat-generaal heeft gesteld over artikel 55, derde</para>
    <parablock>
      <para>lid, van de WVW 1994 juncto artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement overweegt</para>
      <para>het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Artikel 55, derde lid van de WVW 1994, is op 1 januari 2014 inwerking getreden en</para>
    <parablock>
      <para>houdt in: “Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde</para>
      <para>wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, verstrekt deze dienst</para>
      <para>overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangende</para>
      <para>tenaamstellingscode ten behoeve van een wijziging van de tenaamstelling.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 2012/13, 33 504 nr. 3, p. 19) is het</para>
    <parablock>
      <para>volgende opgenomen, voor zover van belang:</para>
      <para>“Artikel 55 regelt de vervanging van kwijtgeraakt of beschadigde kentekenbewijzen. (...) In</para>
      <para>het nieuwe derde en vierde lid worden regels gesteld voor de vervanging van</para>
      <para>tenaamstellingscode die op grond van artikel 52a wordt verstrekt ten behoeve van wijzing</para>
      <para>van de tenaamstelling.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Voorts houdt artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement het volgende in:</para>
    <parablock>
      <para>“Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze</para>
      <para>een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te</para>
      <para>bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard</para>
      <para>en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer</para>
      <para>bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een</para>
      <para>door deze aangewezen persoon wordt gezonden.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In de memorie van toelichting bij de invoering van artikel 36, derde lid, van het</para>
    <parablock>
      <para>Kentekenreglement (Staatsblad 760 p. 49) is het volgende opgenomen, voor zover van</para>
      <para>belang:</para>
      <para>“Krachtens het derde lid kan de minister in door hem te bepalen gevallen verlangen dat voor</para>
      <para>de afgifte van een vervangend bewijs toestemming wordt verkregen van de eigenaar van het</para>
      <para>voertuig, indien het kentekenbewijs op naam van de houder van het voertuig is gesteld. Het</para>
      <para>betreft hier bijvoorbeeld de situatie waarbij een voertuig wordt geleased en het kenteken op</para>
      <para>naam van de lessee is gesteld. Ter voorkoming van het overschrijven van het kentekenbewijs</para>
      <para>tegen de wil van de lessor, kan de aanvraag voor een vervangend kentekenbewijs aldus</para>
      <para>worden geweigerd indien de lessor geen toestemming verleent voor de afgifte. De minister</para>
      <para>kan bepalen dat het vervangende kentekenbewijs in dergelijke gevallen naar de eigenaar dan</para>
      <para>wel naar een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement is in de loop der jaren ook</para>
    <parablock>
      <para>gewijzigd. Deze wijzigingen houden verband met de wijze waarop het kentekenbewijs werd</para>
      <para>verstrekt. Zo is in 2014 de kentekencard ingevoerd. In Staatsblad 523 p. 43 is met betrekking</para>
      <para>tot artikel 36 derde lid, van het Kentekenreglement de volgende passage opgenomen: “Het</para>
      <para>derde lid ziet, net als voorheen, op lease-voertuigen. Indien het voertuig een lease-voertuig</para>
      <para>betreft, kan het nodig zijn dat de eigenaar van het voertuig toestemming geeft voor een</para>
      <para>nieuw uit te geven kentekencard en tevens kan de RDW bepalen dat de nieuwe kentekencard</para>
      <para>en tenaamstellingscode wordt verzonden aan de eigenaar van het voertuig. Dit om te</para>
      <para>voorkomen dat de lessee via de aanvraag van een nieuwe kentekencard en</para>
      <para>tenaamstellingscode de auto kan verkopen en tenaamstellen.”</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>9. Gelet op voorgaande is de vraag of artikel 55, derde lid, van de WVW 1994 slechts</para>
    <parablock>
      <para>de grondslag biedt voor de verstrekking van een nieuwe tenaamstellingscode bij</para>
      <para>kwijtgeraakte of beschadigde kentekenbewijzen. Voorts is het de vraag of artikel 36, derde</para>
      <para>lid, van het Kentekenreglement niet enkel de vervanging van een kentekencard dan wel de</para>
      <para>tenaamstellingscode reguleert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Gelet op het voorstaande en in aanmerking genomen het verweer van de advocaat-generaal acht het hof zich thans nog onvoldoende voorgelicht om te kunnen beoordelen of de</para>
    <parablock>
      <para>sancties op juiste wijze, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van WAHV, zijn</para>
      <para>opgelegd. Het hof acht het noodzakelijk dat de advocaat-generaal het hof nader informeert</para>
      <para>omtrent de RTL-registratie. Het hof verzoekt de advocaat-generaal onderstaande vragen voor</para>
      <para>te leggen aan de afdeling bestuurlijke en juridische zaken van de RDW. De RDW wordt</para>
      <para>verzocht schriftelijk te reageren op de vragen. De advocaat-generaal wordt verzocht het</para>
      <para>tussenarrest en de reactie daarop aan de RDW ter beschikking te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. Wat is volgens de RDW de wettelijke grondslag voor de RTL-registratie?</para>
    <para>d. Hoe verhoudt de RTL-registratie zich tot de gedachte van de wetgever dat er één</para>
    <parablock>
      <para>kentekenregister is en het uitgangspunt van de kentekenaansprakelijkheid in het kader van de</para>
      <para>WAHV?</para>
    </parablock>
    <para>c. Op welke wijze geeft de RDW uitvoering aan de RTL-registratie?</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de advocaat-generaal om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest antwoord</para>
      <para>te doen geven op boven gestelde vragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>