<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:4472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-15T11:22:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.196.966</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:4472">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:4472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-15T11:20:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:4472 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-05-2017 / WAHV 200.196.966</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:4472:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dat de gemachtigde geen brief stelt te hebben ontvangen voor het aanvullen van de beroepsgronden en de kantonrechter om die reden een onjuiste beslissing heeft gegeven, is geen reden voor doorbreking van het appelverbod. Dat de aan de betrokkene opgelegde 'criminal charge' aldus niet inhoudelijk kan worden getoetst door een rechterlijke instantie doet hieraan niet af. Artikel 6 EVRM geeft daarop, in zaken als deze, geen aanspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:4472:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.196.966</emphasis>
    </para>
    <para>29 mei 2017</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 187463089</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland</para>
    <para>van 10 mei 2016</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaats].</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.</para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
      <para>Op 4 mei 2017 is nog een aanvulling op de hoger beroepsgronden ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 van de WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,- of indien de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard om reden dat niet (tijdig) zekerheid is gesteld. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 55,- en het beroep is niet-ontvankelijk verklaard om reden dat geen beroepsgronden zijn ingediend. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Noch de betrokkene, noch de gemachtigde van de appellant hebben enige brief ontvangen om de beroepsgronden aan te vullen. Er is in strijd gehandeld met het bepaalde in art. 6:5 en 6:6 Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd, alsook de beslissing van de officier en de inleidende beschikking, en het hof dient te doen wat de rechtbank had behoren te doen. Daartoe worden gronden aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>3. De bezwaren komen er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen. Dit vormt geen reden tot doorbreking van het appelverbod. De omstandigheid dat de aan de betrokkene opgelegde "criminal charge" aldus inhoudelijk niet kan worden getoetst door een rechterlijke instantie doet hieraan niet af. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geeft daarop, in zaken als deze, geen aanspraak. Gelet hierop dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>