<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:3190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-18T11:25:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.174.539/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:3190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:3190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-18T11:24:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:3190 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-04-2017 / 200.174.539/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:3190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekers zijn in hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij hun schriftelijke wrakingsverzoek niet hebben laten mede ondertekenen door een advocaat terwijl dit ondertekeningsvereiste in civiele procedures wel is voorgeschreven (hetgeen uit het stelsel van de wet volgt), en door hen van de aan hen geboden mogelijkheid tot herstel van dit verzuim geen gebruik is gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:3190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.174.539/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 11 april 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het schriftelijke verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] en [verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [A] ,</para>
      <para>verzoekers in het wrakingsincident</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[verzoekers] c.s.</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M.W. Zandbergen</emphasis>,</para>
      <para>raadsheer in dit hof, locatie Leeuwarden,</para>
      <para>verweerder in het wrakingsincident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij de afdeling civiel recht van het hof is onder zaaknummer 200.174.539/01 een procedure aanhangig tussen [verzoekers] c.s. en Deutsche Bank Nederland N.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 23 februari 2017 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de civiele kamer van dit hof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>
        [verzoekers] c.s. hebben bij verzoekschrift van 27 februari 2017, ingekomen ter griffie van het hof op 28 februari 2017, een schriftelijk verzoek gedaan dat strekt tot wraking van bovengenoemde raadsheer. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Ter griffie is verder binnengekomen:</para>
      <para>- een brief van 1 maart 2017 van mr. R. Klarus, ingekomen op 6 maart 2017; </para>
      <para>- een brief van 5 maart 2017 met bijlagen van [verzoekers] c.s., ingekomen op 7 maart 2017; </para>
      <para>- een brief van 30 maart 2017 van [verzoekers] c.s., ingekomen op 31 maart 2017.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek<?linebreak?>De ontvankelijkheid van het verzoek <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij brief van 27 februari 2017 hebben [verzoekers] c.s. een schriftelijk verzoek gedaan dat strekt tot wraking van mr. M.W. Zandbergen. Dit verzoek is door [verzoekers] c.s. ondertekend. Bij brief van 1 maart 2017 heeft mr. Klarus, de advocaat van [verzoekers] c.s. in de zaak onder zaaknummer 200.174.539/01, laten weten [verzoekers] c.s. niet bij te staan in het wrakingsverzoek. Aangezien het verzoek niet mede is ondertekend door een advocaat zijn [verzoekers] c.s. bij brief van dit hof van 1 maart 2017 op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld om dat verzuim uiterlijk op 17 maart 2017 te herstellen (zie HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3633). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [verzoekers] c.s. hebben het hof bij brief van 5 maart 2017 laten weten dat hun advocaat zijn handtekening heeft geweigerd en zij daarom de Orde van Advocaten om toewijzing van een advocaat voor ondertekening van het wrakingsverzoek hebben verzocht. In verband daarmee heeft het hof bij brief van 24 maart 2017 de termijn voor het herstellen van het verzuim verlengd tot 14 april 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij brief van 30 maart 2017 hebben [verzoekers] c.s. aangegeven dat de Orde van Advocaten geen advocaat voor het wrakingsverzoek aan heeft willen wijzen en/of aan heeft gewezen, zodat een verder uitstel omtrent de beslissing van de wrakingskamer niet nodig is. [verzoekers] c.s. verzoeken de wrakingskamer om een beslissing te geven met betrekking tot de ontvankelijkheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Ingevolge artikel 37 lid 2 Rv geschiedt het verzoek, voor zover hier van belang, schriftelijk. In deze bepalingen is niet uitdrukkelijk vastgelegd dat het schriftelijke wrakingsverzoek moet zijn ondertekend door een advocaat. Toch volgt dat laatste wel uit het stelsel van de wet. In procedures als die waarin [verzoekers] c.s. thans partij zijn, is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging. Dat brengt mee, zoals is bepaald in artikel 83 lid 2 Rv dat conclusies en akten moeten worden ondertekend door een advocaat. Dat geldt dus ook voor een conclusie (verzoek) tot wraking tenzij in de artikelen 36 en volgende Rv zou zijn bepaald dat dit ondertekeningsvereiste in zaken van verplichte procesvertegenwoordiging niet geldt. Die situatie doet zich echter niet voor. Het wrakingsverzoek van [verzoekers] c.s. voldoet derhalve niet aan de vereisten voor het indienen van een dergelijk verzoek. Van de geboden gelegenheid tot herstel van dit verzuim is geen gebruik gemaakt. Nu het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk is, wordt afgezien van een mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande zullen [verzoekers] c.s. in hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gerechtshof (wrakingskamer):<?linebreak?></para>
        <para>verklaart [verzoekers] c.s. niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. ter Berg, mr. J.H. Kuiper en mr. R.E. Weening, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 april 2017 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>