<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:118</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:17:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/00319 en 16/00320</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2017/116</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2017/22.22.1</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2017/0192</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2017-0202</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2017011705</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:118">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:118</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-10T14:02:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:118 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-01-2017 / 16/00319 en 16/00320</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:118:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen verschoonbare termijnoverschrijding omdat belanghebbende de gestelde dwaling bij de totstandkoming van vaststellingsovereenkomst met de Inspecteur niet aannemelijk maakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:118:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para>Afdeling belastingrecht</para>
    <para>Locatie Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummers 16/00319 en 16/00320</para>
      <para>uitspraakdatum: <emphasis role="bold">11 januari 2017 </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X] V.O.F. </emphasis>te <emphasis role="bold">[Z]</emphasis> (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 26 januari 2016, verzonden op 5 februari 2016, nummers LEE 15/1305 en 15/1310, in het geding tussen belanghebbende en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">inspecteur </emphasis>van de<emphasis role="bold"> Belastingdienst/kantoor Groningen</emphasis> (hierna: de Inspecteur)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 met dagtekening 28 december 2010 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 met dagtekening 25 maart 2011 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op het bezwaarschrift van belanghebbende, door de Inspecteur ontvangen op 23 januari 2015, heeft de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar van 19 februari 2015 belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar tegen de beide naheffingsaanslagen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende is tegen de uitspraken van de Inspecteur in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 26 januari 2016 het beroep ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaak betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Een onderzoek ter zitting heeft niet plaatsgevonden. Partijen hebben, na te zijn uitgenodigd voor de zitting van 15 november 2016, ieder laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij het Hof zijn gelijktijdig aanhangig gemaakt de zaken betreffende de navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2008, met de kenmerken BK 16/00312 tot en met BK 16/00314 van [C] , firmant van belanghebbende, en de zaken betreffende de navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2005 tot en met 2008 met de kenmerken 16/00315 tot en met 16/00318 van [D] , eveneens firmant van belanghebbende. In deze zaken is na een gelijktijdige behandeling eveneens gelijktijdig met de onderhavige zaken uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende houdt zich bezig met de exploitatie van een oliebollenkraam. Haar firmanten zijn [C] en [D] voornoemd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Tot de stukken van het geding behoren twee gelijkluidende vaststellingsovereenkomsten uit 2010, door de Inspecteur met elk van beide firmanten gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen en waarin de firmant als partij A en de Inspecteur als partij B is aangeduid:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">„</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">2 	Omschrijving van de situatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Door het ontbreken van een deugdelijke kasadministratie en het ontbreken van inkopen in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">administratie, verkeren partijen in onzekerheid over de volgende zaken:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De na te heffen omzetbelasting over de periode 1-1-2005 tot en met 31-12-2008.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De vast te stellen inkomens box 1 voor de inkomstenbelasting over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Overleg en correspondentie</title>
    <bridgehead role="italic">Aan de totstandkoming van deze overeenkomst is onder andere het volgende voorafgegaan:</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een boekenonderzoek door partij B gevolgd door diverse telefonische contacten met partij A en zijn adviseur.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een brief van partij B aan partij A met dagtekening 18 oktober 2010, betreffende het verwerpen van de administratie en opvragen van gegevens.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een op 18 november 2010 door partij B aan de partij A en de adviseur van partij A verzonden brief met theoretische omzetberekeningen voor de gezamenlijke bespreking van 23 november 2010.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een bespreking tussen partijen op 23 en 24 november 2010.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een op 25 november 2010 door partij B aan partij A overhandigde brief met compromisvoorstel.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- Een op 25 november 2010 door partij B aan de adviseur van partij A per brief verzonden</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">compromisvoorstel.</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Inhoud van de overeenkomst</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Partijen zijn overeengekomen dat er over de jaren 2005 tot en met 2008 de volgende bedragen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">worden aangemerkt als meer genoten omzet:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(...)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft aan belanghebbende de onderhavige naheffingsaanslagen opgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De Rechtbank heeft geoordeeld dat de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de naheffingsaanslagen wegens termijnoverschrijding terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is of ten aanzien van de termijnoverschrijding redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim was, hetgeen door belanghebbende wordt verdedigd en door de Inspecteur wordt betwist.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst is gedwaald. Eerst in januari 2015 is uit nieuwe gegevens van het Nederlands Bakkerij Centrum gebleken dat uit de grondstoffen meel en gist een hoeveelheid eindproduct kan worden vervaardigd die circa 25 percent bedraagt van de hoeveelheid waarvan bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst was uitgegaan. </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>De Inspecteur stelt dat belanghebbende weloverwogen en bewust een compromis met hem had gesloten, juist om een discussie over de hoogte van de omzet te beëindigen. Het is niet geloofwaardig dat belanghebbende akkoord zou zijn gegaan met een compromis dat erop neerkwam dat een omzet werd vastgesteld die vier keer zou hoog was als de omzet die zij met haar inkoop in werkelijkheid zou kunnen behalen.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <para>De Inspecteur verzoekt het Hof belanghebbende te veroordelen in de door de Inspecteur gemaakte proceskosten, omdat de gemachtigde tegen beter weten in blijft procederen om uitstel van invorderingsmaatregelen te krijgen; daarmee misbruikt zij het bestuursrecht. De door de Inspecteur verzochte proceskostenvergoeding heeft uitsluitend betrekking op reiskosten en worden door hem gesteld op € 20.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot vernietiging van de uitspraak van de Inspecteur en van de naheffingsaanslagen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank, en tot veroordeling van belanghebbende in de proceskosten tot een bedrag van € 20.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ten tijde van het instellen van het bezwaar tegen de naheffingsaanslagen was telkens de wettelijk voorgeschreven termijn voor het instellen van dat rechtsmiddel verstreken, hetgeen in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Blijkens de vaststellingsovereenkomst is de onzekerheid die partijen hebben willen wegnemen veroorzaakt door het ontbreken van een deugdelijke kasadministratie en het ontbreken van inkopen in de administratie. Indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van belanghebbendes stelling dat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst uitging van een onjuiste verhouding tussen de hoeveelheden grondstoffen en de hoeveelheid eindproduct, dan brengt dat geen verandering in de evenvermelde administratieve gebreken. In de vaststellingsovereenkomst is geen enkele relatie gelegd tussen de hoeveelheden meel en gist enerzijds en de omzetcorrecties anderzijds. Nu in de overeenkomst niet is vermeld hoe de omzetcorrecties tot stand zijn gekomen, en belanghebbende daaromtrent ook niets heeft gesteld, is niet aannemelijk geworden dat de nadere informatie van het Nederlands Bakkerij Centrum, wat daarvan overigens zij, tot lagere bedragen aan omzetcorrecties had moeten leiden en dat belanghebbende, indien zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst over die informatie had beschikt, niet met het voorgestelde compromis akkoord zou zijn gegaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande kan - nu belanghebbende geen andere omstandigheden heeft gesteld die de termijnoverschrijding zouden hebben veroorzaakt dan de gestelde wijziging van inzicht - niet worden gezegd dat ten aanzien van de termijnoverschrijding redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim was. De onverschoonbaarheid van de termijnoverschrijdingen brengt mee dat belanghebbende niet-ontvankelijk was in haar bezwaar tegen de naheffingsaanslagen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het Hof zal het verzoek van de Inspecteur tot veroordeling van belanghebbende in de proceskosten niet honoreren, aangezien dat verzoek uitsluitend betrekking heeft op reiskosten en die kosten niet zijn gemaakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
          <?linebreak?>Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. baron van Knobelsdorff, voorzitter, mr. B. van Walderveen en mr. G.J. van Muijen, in tegenwoordigheid van mr. H. de Jong als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is op <emphasis role="bold">11 januari 2017</emphasis> in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>(H. de Jong)</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>(J.W. van Knobelsdorff)</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 12 januari 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij 	</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	Postbus 20303, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	2500 EH  Den Haag. </emphasis>
      </para>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>