<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:11168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-20T13:49:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.157.483/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:11168">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:11168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-20T13:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:11168 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-12-2017 / 200.157.483/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:11168:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak. Energieleveranties.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:11168:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.157.483/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2263535 CV EXPL 13-9922)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 19 december 2017 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. H.H. Gerdes, kantoorhoudend te Nieuwe Pekela,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">E.ON BENELUX LEVERING B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Eindhoven,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">EON</emphasis>,</para>
      <para>verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van </para>
      <para>22 oktober 2013 en 29 juli 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, sector kanton, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure is als volgt:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 27 augustus 2014, </para>
      <para>- het herstelexploit van 25 september 2014,</para>
      <para>- de memorie van grieven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan EON is verstek verleend. Vervolgens heeft [appellante] de stukken overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eis van [appellante] in hoger beroep, zoals geformuleerd bij appeldagvaarding, luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"(…) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het op 29 juli 2014 door </emphasis>[toevoeging hof: de rechtbank] <emphasis role="italic">Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen onder zaaknummer 2263535/13-9922 tussen partijen gewezen vonnis te vernietigen, en, opnieuw recht doende bij arrest te bepalen dat geïntimeerde alsnog niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen, althans dat deze haar ontzegd worden, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van de procedures in beide instanties."</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>EON en [appellante] hebben overeenkomsten gesloten voor de levering van gas (ingangsdatum 24 december 2010) en elektriciteit (ingangsdatum 28 december 2010). EON heeft op grond van deze overeenkomst gas en elektriciteit aan [appellante] geleverd op het adres [a-straat] 13 te [B] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De volgende door EON aan [appellante] verzonden facturen zijn onbetaald gebleven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum			Omschrijving						    Bedrag</para>
        <para>31-12-2011		10000311         jaarafrekening 2011			  2.950,42</para>
        <para>17-03-2012		35004734727   termijnnota maart 2012	 		     450,25</para>
        <para>14-04-2012		36004371018   termijnnota april 2012			     450,25</para>
        <para>12-05-2012		39506387417   termijnnota mei 2012			     450,25</para>
        <para>16-06-2012		3500878441     termijnnota juni 2012			     450,25</para>
        <para>14-07-2012		35004925552   termijnnota juli 2012			     450,25</para>
        <para>09-08-2012		100000350791 eindafrekening 9 augustus 2012                 1.044,84</para>
        <para>Totaal									                6.246,51</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na aanmaning is één voorschotnota ad € 450,25 alsnog voldaan, zodat nog een gefactureerd bedrag van € 5.796,26 open staat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil en de beslissing in eerste aanleg</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In eerste aanleg heeft EON gevorderd [appellante] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling aan haar tot een bedrag van € 6.246,51 aan hoofdsom en rente tot </para>
        <para>24 oktober 2012 en een bedrag van € 700,00 terzake van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.796,26 vanaf 24 oktober 2012, alsmede in de proceskosten. EON heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij gas en elektriciteit heeft geleverd en hiervoor facturen aan [appellante] heeft verzonden, die hij onbetaald heeft gelaten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [appellante] heeft de vordering weersproken. Hij heeft aangevoerd dat de vordering is gebaseerd op onjuiste meterstanden en niet in overeenstemming is met de tussen partijen afgesproken bedragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft de vordering van EON toegewezen en [appellante] in de proceskosten veroordeeld. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">5.	De beoordeling van de grieven en de vordering </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Grief 1</emphasis> richt zich tegen rechtsoverweging 4.3. van het vonnis van de kantonrechter. De kantonrechter heeft daarin overwogen: <emphasis role="italic">" [appellante] beroept zich er voorts op dat Eon zich bij het opmaken van de afrekeningen niet heeft gehouden aan de tussen partijen afgesproken bedragen, waarbij de kantonrechter er van uit gaat dat [appellante] met bedragen mede de diverse tarieven bedoelt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [appellante] nagelaten om aan te geven welke afspraken tussen partijen zijn gemaakt en waar Eon zich aan die afspraken niet heeft gehouden. [appellante] heeft daarmee naar het oordeel van de kantonrechter niet voldaan aan de op hem rustende stelplicht. Weliswaar heeft [appellante] bij akte diverse producties overgelegd die zouden moeten duiden op de tussen partijen gemaakte afspraken, maar deze kunnen [appellante] niet baten, waar [appellante] heeft verzuimd een nadere uitleg van die stukken te geven. De enkele verwijzing naar de producties, die zijn voorzien van allerlei, niet nader inzichtelijk gemaakte aantekeningen, omcirkelingen etc., is onvoldoende om daaraan enig rechtgevolg te verbinden. De kantonrechter wijst er daarbij op dat een procespartij niet kan volstaan met een enkele verwijzing naar door hem in het geding gebrachte stukken, maar dient aan te geven welke stellingen hij op basis van die stukken inneemt en waar die stellingen in die stukken steun vinden of onderbouwd worden (vgl. Gerechtshof Leeuwarden, 17 november 2009, LJN; BK3727)."</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>In de toelichting op de grief heeft [appellante] aangevoerd dat zijn totaalverbruik ter zake elektriciteit meer dan 17.000 Kwh per jaar heeft bedragen en daarbij geldt aldus <?linebreak?> een piektarief van € 0,075 en een daltarief van 0,05 cent per Kwh. [appellante] heeft verwezen naar de berekeningen die hij in eerste aanleg heeft overgelegd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Volgens [appellante] zou de eindafrekening 2011 er als volgt uit moeten zien: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>elektriciteit 2.819 kWh (piek) * € 0.075 = € 211,43</para>
        <para>2.500 kWh (dal)* € 0.050 = € 125,00</para>
        <para>19 % BTW = € 63,92</para>
        <para>gas 6.843 m<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" scale="100" fileref="73cd10bc-2a32-46b9-b86b-e7ef9abb4801" depth="48" width="28" format="image/png" /></imageobject></inlinemediaobject> * 0,3115 = € 2.131,59</para>
        <para>vastrecht € 23,88 +19% BTW = € 28,42</para>
        <para>energiebelasting 5.319 kWh * € 0.0408+19% = € 258,24</para>
        <para>6.843 mᶟ * € 0.1419 + 19% = € 1.155,51</para>
        <para>vermindering energiebelasting -/- € 379,16</para>
        <para>administratiekosten en korting € 0,00</para>
        <para>netwerkkosten € 381,67 + 19% =  € 454,18</para>
        <para>voldane voorschotbedragen -/- € 1.911,21</para>
        <para>per saldo nog te betalen over 2011: <emphasis role="bold">€ 2.137,89. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en de eindafrekening over 2012 als volgt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>elektriciteit 1.841 kWh (piek)* € 0.08840 = € 162,74</para>
        <para>1.559 kWh (dal) * € 0.0594 = € 92,60</para>
        <para>gas 5.441 mᶟ * 0,317 = € 1.447,30</para>
        <para>vastrecht € 26,76 +19% BTW € 31,84</para>
        <para>energiebelasting 3.400 kWh *€ 0.415 € 141,10</para>
        <para>5.441 mᶟ*€ 0.1443 € 780,81</para>
        <para>vermindering energiebelasting -/- € 219,18</para>
        <para>administratiekosten en korting € 0,00</para>
        <para>netwerkkosten € 381,67 + 19%  € 267,77</para>
        <para>voldane voorschotbedragen  -/- € 1.350,75</para>
        <para>Per saldo nog te betalen over 2012: <emphasis role="bold">€ 1.213,03.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>EON heeft dan ook slechts een vordering van € 2.137,89 + € 1.213,03 = € 3.350,94, aldus <?linebreak?>[appellante] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De bezwaren van [appellante] tegen de door EON aan hem gezonden eindafrekeningen richten zich tegen de door EON voor het verbruik gehanteerde tarieven. Het ligt op de weg van EON om te stellen en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen welke tarieven tussen partijen zijn overeengekomen. EON heeft in eerste aanleg slechts aangevoerd dat zij energie heeft geleverd tegen de op het moment van levering geldende tarieven, zonder aan te geven welke dat zijn. In de door haar overgelegde overeenkomsten met [appellante] zijn de tarieven niet opgenomen. Daarmee blijft onduidelijk welke tarieven zijn overeengekomen. Nu EON in hoger beroep niet is verschenen, dus ook in hoger beroep geen nadere onderbouwing van haar stellingen heeft gegeven en geen bewijs heeft aangeboden van haar stellingen, komt het hof aan het geven van een bewijsopdracht aan EON terzake de overeengekomen tarieven niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Aangezien de omvang van het verbruik voor het leveringsadres [a-straat] 13 te [B] tussen partijen niet in geschil is, zal het hof voor dit verbruik verschuldigde bedrag aanknoping zoeken bij de door [appellante]  overgelegde berekeningen, zoals hiervoor in rov. 5.3. weergegeven. Dit houdt in dat [appellante] over 2011 een bedrag van € 2.137,89 aan EON is verschuldigd. </para>
        <para>De berekening van [appellante] over 2012 sluit op een bedrag van € 1.213,03. In de berekening is opgenomen een bedrag van € 1.350,75 aan voldane voorschotbedragen. [appellante] heeft op 14 maart 2012 een bedrag van € 900,50 en op 23 april 2012 een bedrag van 450,25 aan voorschotten voldaan (prod. 7 bij akte uitlating 11 maart 2014). Deze betalingen komen overeen met de betalingen op het overzicht van EON (prod 1. bij antwoordakte d.d. 6 mei 2014), zodat het hof hier eveneens vanuit zal gaan. Per saldo dient [appellante] nog te betalen over 2012 een bedrag van € 1.213,03. Het hof zal in hoofdsom een bedrag toewijzen van </para>
        <para>€ 3.350,94.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Grief 2</emphasis> ziet op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. In de toelichting op de grief heeft [appellante] gesteld dat, nu slechts een bedrag van € 3.350,94 toewijsbaar is, de proceskostenveroordeling niet in stand kan blijven en de overige vorderingen ook niet voor toewijzing in aanmerking komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Het hof volgt [appellante] hierin niet. Van het door EON in hoofdsom gevorderde bedrag van € 6.264,51 wordt een bedrag van € 3.350,92 toegewezen. Hoewel dit bedrag ook volgens [appellante] was verschuldigd is hij niet tot betaling overgegaan en restte EON geen andere mogelijkheid dan zich tot de kantonrechter te wenden. Het hof ziet hierin aanleiding om de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in stand te laten. Tegen de (ingangsdatum van) de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten is geen inhoudelijk verweer gevoerd, zodat het vonnis ook op dat punt zal worden bekrachtigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Grief 1 slaagt. Het vonnis van de kantonrechter van 29 juli 2014 zal worden vernietigd voor zover is toegewezen een bedrag van € 6.596,66. [appellante] zal worden veroordeeld om aan EON te betalen een bedrag van € 4.050,92 (€ 3.350,92 plus de buitengerechtelijke incassokosten van € 700,-), vermeerderd met wettelijke rente over </para>
        <para>€ 3.350,92 vanaf 24 oktober 2012. Het hof zal EON in de kosten van het hoger beroep veroordelen, aan de zijde van [appellante] vastgesteld op € 308,- aan verschotten en op € 632,- aan salaris advocaat conform het liquidatietarief (1 punt/tarief 1).</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigt het vonnis van 29 juli 2014 van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen voor zover [appellante] is veroordeeld tot betaling van € 6.596,66 vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.796,26 vanaf 24 oktober 2012 tot de dag van</para>
        <para>algehele voldoening;</para>
        <para>
          <?linebreak?>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] tot betaling aan EON tot een bedrag van € 4.050,92 vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.350,92 vanaf 24 oktober 2012 tot de dag van algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bekrachtigt het vonnis van 29 juli 2014 voor het overige;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt EON in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [appellante] vastgesteld op € 308,- aan verschotten en op € 632,- aan salaris advocaat;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart de in dit arrest uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. I. Tubben, mr. M.M.A. Wind en mr. J. Smit en uitgesproken door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier op 19 december 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>