<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:10756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T09:19:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.215.829/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:10756">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:10756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T09:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:10756 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-12-2017 / 200.215.829/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:10756:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arrest in incident tot schorsing ex artikel 225 lid 1 sub a Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:10756:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.215.829/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/148550 / HA ZA 16-120)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest </emphasis>in het incident tot schorsing ex artikel 225 Rv <emphasis role="bold">van 5 december 2017 </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellant,<?linebreak?>verweerder in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. M.N. Mense, kantoorhoudend te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde1] B.V.,</title>
    <para>gevestigd te [B] ,</para>
    <bridgehead role="bold">2. Beentjes en De Bruijn Onroerend Goed B.V.,</bridgehead>
    <para>gevestigd te [B] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Wonende te [B] ,</para>
      <para>geïntimeerden,<?linebreak?>eisers in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[geïntimeerden] c.s.</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. H.J. Bos, kantoorhoudend te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 15 februari 2017 dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 10 mei 2017,</para>
      <para>- de memorie van grieven (met producties),</para>
      <para>- de memorie van antwoord (met producties),</para>
      <para>- de akte schorsing van [appellant] ,</para>
      <para>- een antwoordakte van [geïntimeerden] c.s.,</para>
      <para>- het H16-formulier van [geïntimeerden] c.s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens hebben [geïntimeerden] c.s. de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest in incident bepaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing in het incident<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De advocaat van [appellant] heeft bij akte van 5 september 2017 op de voet van artikel 225 Rv aan [geïntimeerden] c.s. aangezegd dat [appellant] in de nacht van 24 op 25 augustus 2017 is overleden en dat het geding wordt geschorst. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [geïntimeerden] c.s. hebben zich tegen de schorsing verzet. Zij stellen dat de procedure gereed is voor het wijzen van arrest en dat zij er belang bij hebben dat op korte termijn zekerheid wordt verkregen over hun rechtspositie ten opzichte van (de erfboedel van) wijlen [appellant] . <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het hier aan de orde zijnde incident moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 225 Rv, welk artikel op grond van artikel 353 Rv ook in hoger beroep van toepassing is. In artikel 225 Rv is bepaald - voor zover in dit geval relevant - dat de dood van een partij grond is voor schorsing van het geding. De schorsing vindt plaats door betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle. Bij gebreke hiervan wordt het geding op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet. Schorsing kan niet meer plaatsvinden nadat de dag is bepaald waarop het vonnis zal worden uitgesproken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het overlijden van [appellant] is ingevolge artikel 225 lid 1 sub a Rv grond voor schorsing van het geding, welke schorsing door de advocaat van [appellant] conform het bepaalde in artikel 225 lid 2 Rv is aangezegd bij akte ter rolle van 5 september 2017. Op dat moment was door het hof nog geen datum voor arrest bepaald. Het hof oordeelt dan ook dat een geldige aanzegging tot schorsing is gedaan. De schorsing biedt de rechtsopvolger(s) van [appellant] een termijn voor onderzoek naar de stand van de zaak, en voor beraad over voortzetting dan wel staking daarvan. Het argument van [geïntimeerden] c.s., dat er op neerkomt dat zij zekerheid wensen te verkrijgen over hun rechtspositie, doet niet af aan de geldigheid van de schorsing van het geding. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De conclusie luidt dan ook dat het verzet van [geïntimeerden] c.s. tegen de schorsing van het geding zal worden verworpen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Gelet op de aard van dit incident zijn er geen termen voor het uitspreken van een kostenveroordeling ten laste van één van partijen, zodat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het verzet van [geïntimeerden] c.s. tegen schorsing van het geding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
      <para>verstaat dat de zaak is geschorst met ingang van 5 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. D.H. de Witte en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>