<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2017:1023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-21T08:52:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.194.231/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:1023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:1023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-21T08:51:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:1023 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-02-2017 / 200.194.231/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2017:1023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewindvoering. Professioneel- of familietarief.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2017:1023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.194.231</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 4335128 MT VERZ 15-6245 BM 4088)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 9 februari 2017 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te [A] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep, </para>
      <para>verder te noemen: <emphasis role="bold">de voormalige bewindvoerster </emphasis>of <emphasis role="bold">[verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [B] ,</para>
      <para>verder te noemen: <emphasis role="bold">betrokkene </emphasis>of <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 24 maart 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 23 juni 2016;</para>
      <para>- een journaalbericht met bijlagen van 5 juli 2016 van mr. Vos.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 16 januari 2017 plaatsgevonden. Dhr. [C] en mevrouw [D] zijn namens [verzoekster] verschenen, vergezeld van mr. Vos. Ook is de betrokkene verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Betrokkene is geboren [in] 1961. Bij beschikking van  de kantonrechter te Amsterdam van 21 december 2007 is het vermogen van [betrokkene] onder bewind gesteld en is [verzoekster] benoemd tot bewindvoerster van [betrokkene] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brieven van 22 februari 2013 en 5 mei 2014 heeft [verzoekster] verzocht om een honorarium in rekening te mogen brengen voor de in 2012 en 2013 verrichte werkzaamheden. De bedragen die de voormalige bewindvoerster heeft verzocht, zijn de bedragen die volgens de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiel en Kanton (LOVCK) maximaal zijn toegestaan voor professionele bewindvoerders, die niet zijn aangesloten bij de branchevereniging. </para>
        <para>De rechtbank heeft bij brief van 24 juni 2014 aangegeven dat [verzoekster] bij haar niet bekend is als professionele bewindvoerster en heeft verzocht om een bewijsstuk daarvan te zenden. Vervolgens heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen en [verzoekster] gevraagd hetgeen teveel is ontvangen terug te storten. Daarna heeft [verzoekster] om haar ontslag als bewindvoerster gevraagd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 21 mei 2015 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere is [verzoekster] op haar verzoek ontslagen en is [E] , handelend onder de naam [F] Bewindvoering te [B] , benoemd tot opvolgend bewindvoerster.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter bepaald dat [verzoekster] het teveel ontvangen bedrag aan bewindvoerderskosten ter grootte van € 828,02 terug dient te betalen aan [betrokkene] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [verzoekster] is het er niet mee eens dat zij niet het tarief voor een professioneel bewindvoeringsbureau, (nog) niet aangesloten bij een branchevereniging, in rekening heeft mogen brengen maar alleen het tarief voor een familiebewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] de maximale tarieven voor een professionele bewindvoerder die geen lid is van de branchevereniging  in rekening heeft mogen brengen. Daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Volgens de richtlijnen van het LOVCK wordt een onafhankelijke persoon of instelling die ten aanzien van drie of meer personen bewindvoerder, curator of mentor is, aangemerkt als een professionele bewindvoerder. Uit de ingebrachte stukken door de voormalige bewindvoerster blijkt dat zij al jaren als professioneel bewindvoerder of curator wordt benoemd door de rechtbank Amsterdam, de rechtbank die [verzoekster] ook tot bewindvoerster van [betrokkene] heeft benoemd, en dat zij aldaar het professionele tarief  mocht en mag hanteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [verzoekster] is inmiddels als benoembare bewindvoerder en curator onder nummer [0000] vermeld op de landelijke lijst van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM, dat beoordeelt of een professionele bewindvoerder voldoet aan de kwaliteitseisen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het hof is dan ook van oordeel dat bij de bestreden beschikking ten onrechte is bepaald dat het verschil tussen het familietarief en professionele tarief terugbetaald dient te worden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 24 maart 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. G. Jonkman, G.M. van der Meer en J.L. Roubos, bijgestaan door mr. E.L.K. Bijma als griffier, en is op 9 februari 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>