<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2016:7607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:49:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.166.560/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2016/292</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:7607">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:7607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-21T14:17:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2016:7607 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-09-2016 / 200.166.560/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2016:7607:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Burgerlijk procesrecht. Hoger beroep. Rechtsmiddelenregister.  Onvoldoende kenbaar verzoek tot inschrijving in het rechtsmiddelenregister. Art. 3:301 lid 2 BW. Art. 433 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2016:7607:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.166.560/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/139841 / KG ZA 15-27)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van 20 september 2016 </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellant] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Speksnijder, kantoorhoudende te Akkrum,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. Technisch Bureau Wesko B.V.,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [B] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Wesko</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2. [geïntimeerde2] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [C] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde2]</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [C] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde3]</emphasis>,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>in eerste aanleg: eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[geïntimeerden] c.s.</emphasis>, </para>
      <para>in rechte niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoud van het tussenarrest van 12 mei 2015 wordt hier overgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <para>1. Bij het genoemde tussenarrest van 12 mei 2015 is [appellant] in de gelegenheid gesteld om bij akte een bewijs van inschrijving van het door hem tegen het beroepen vonnis ingestelde appel in het in art. 433 Rv bedoelde register - het zogenaamde rechtsmiddelenregister - over te leggen.</para>
    <para />
    <para>2. [appellant] heeft ter rolle van 12 juli 2016 een akte houdende producties genomen.</para>
    <para />
    <para>3. Hij heeft als productie 2 een door mr. Speksnijder aan de rechtbank gerichte, </para>
    <para>op 28 mei 2015 gedateerde brief overgelegd. Deze brief vermeldt onder meer:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Op 16 maart jl. heb ik de dagvaarding in hoger beroep aangeboden op de receptie van uw rechtbank in het gerechtsgebouw, niet in het gebouw van het hof, met de vraag om deze aan te tekenen en door te leiden aan het Hof. Daarop is instemmend geantwoord. (…). Thans verzoekt het Hof mij om een bevestiging van de aanbieding bij uw rechtbank in verband met het bepaalde in artikel 433 Rv. Op de website heb ik geen enkele aanwijzing gevonden voor het bedoelde register. Ik veronderstel dat dit niet bestaat.’ </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. [appellant] heeft voorts als productie 1 een door [D] , hoofd administratie, locatie Leeuwarden, van de rechtbank Noord-Nederland aan mr. Speksnijder gerichte, op 7 juli 2015 gedateerd e-mailbericht in het geding gebracht. Dit e-mailbericht vermeldt onder meer:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Uw (lees: U, hof) verklaart in uw brief dat u op 16 maart 2015 de dagvaarding bij de receptie van de rechtbank hebt afgegeven.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De afgifte wordt niet geregistreerd. Indien gevraagd wordt een ontvangstbevestiging afgegeven.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De dagvaarding wordt vervolgens doorgezonden naar het Hof.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het arrest van het Hof blijkt dat de dagvaarding van 11 maart 2015 het inleidende processtuk (bedoel wordt: het exploot van de appeldagvaarding, hof) is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb derhalve geen enkele reden om te twijfelen aan uw verklaring dat u op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16 maart 2015 de dagvaarding hebt afgegeven.’ </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Uit de bij genoemde akte overgelegde producties is naar het oordeel van het hof niet af te leiden dat [appellant] het bedoelde appel op de voet van art. 3:301 lid 2 BW in het rechtsmiddelenregister, als bedoeld in art. 433 Rv, heeft doen inschrijven. Hierbij tekent het hof aan dat daarin naar het oordeel van het hof ook niet te lezen valt dat [appellant] weliswaar aan de griffie van de rechtbank een voor deze voldoende kenbaar verzoek zou hebben gedaan om het door hem ingestelde appel in het rechtsmiddelenregister in te schrijven, maar die inschrijving door een verzuim van de griffie achterwege zou zijn gebleven.</para>
    <para />
    <para>6. Meer in het bijzonder gelet op het in rechtsoverweging 2 van het genoemde tussenarrest van 12 mei 2015 overwogene, zal het hof daarom beslissen als in het dictum van dit arrest zal worden omschreven.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. W. Breemhaar, mr. R.E. Weening en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag </para>
      <para>20 september 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>