<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2016:410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-06T11:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.157.208</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:410">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-06T11:02:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2016:410 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-01-2016 / WAHV 200.157.208</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2016:410:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>11 WAHV. Het bedrag van de zekerheidstelling is vier dagen te laat betaald. De kantonrechter was hieraan voorbij gegaan. De advocaat-generaal verzoekt het hof het beroep bij de kantonrechter om die reden alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Volgt vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2016:410:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.157.208</emphasis>
    </para>
    <para>22 januari 2016</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 170452499</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">locatie Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam</para>
    <para>van 27 augustus 2014</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [naam] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [naam] , wonende te [plaats] .</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 8 januari 2016. De betrokkene en de gemachtigde van de betrokkene zijn niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. M.E. Joha. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de termijnen en formaliteiten voor de beroepsprocedure tegen de beslissing van de officier van justitie in acht zijn genomen. Vervolgens heeft hij het beroep ongegrond verklaard omdat de officier van justitie terecht heeft geoordeeld dat het beroep tegen de inleidende beschikking niet tijdig is ingesteld. </para>
    <para />
    <para>2. De betrokkene voert in hoger beroep aan dat de APK-sanctie van € 130,- hem ten onrechte is opgelegd, omdat het voertuig met het kenteken [kenteken] op de pleegdatum 18 maart 2013 gestolen was en bij de RDW ook als zodanig stond geregistreerd. </para>
    <para />
    <para>3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter het beroep van de gemachtigde van de betrokkene ten onrechte ontvankelijk heeft geacht aangezien de betrokkene eerst op 14 oktober 2013 - na het verstrijken van de gestelde termijn - zekerheid heeft gesteld. </para>
    <para />
    <para>4. De zekerheidstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de WAHV is vereist met het oog op de ontvankelijkheid van het bij de kantonrechter ingestelde beroep. Artikel 11, derde lid, laatste volzin, van de WAHV bepaalt dat indien de zekerheidstelling niet binnen de gestelde termijn is geschied, het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>5. Het hof stelt het volgende vast. De betrokkene is bij schrijven van de officier van justitie d.d. 9 september 2013 gewezen op de verplichting om op grond van artikel 11 van de WAHV zekerheid te stellen voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten. De betrokkene is bij schrijven d.d. 26 september 2013 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen de termijn van twee weken na de dag van verzending van de mededeling aan deze verplichting te voldoen. Beide brieven zijn op dezelfde data ook verzonden aan de gemachtigde van de betrokkene. </para>
    <para />
    <para>6. Uit het voorgaande volgt dat het bedrag van de zekerheidstelling, € 137,-,  uiterlijk op 10 oktober 2013 had dienen te zijn ontvangen. Uit het zaakoverzicht van het CJIB blijkt dat op 14 oktober 2013 een bedrag van € 202,- is ontvangen. Het bedrag van de zekerheidstelling is derhalve na afloop van de gestelde termijn ontvangen. </para>
    <para />
    <para>7. Nu niet gesteld of gebleken is dat het niet tijdig voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling verschoonbaar is, had de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Nu de kantonrechter dat niet heeft gedaan, kan zijn beslissing niet in stand blijven. Het hof zal met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen. Dit brengt mee dat ook het hof niet kan toekomen aan de door de betrokkene gewenste beoordeling van zijn bezwaren tegen de opgelegde sanctie. </para>
    <para />
    <para>8. Niet gebleken is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>