<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2016:3332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-22T15:38:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.168.567 T</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-22T15:37:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2016:3332 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-04-2016 / WAHV 200.168.567 T</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2016:3332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Bevoegdheid medewerker CVOM. Het hof verzoekt de advocaat-generaal om nadere informatie naar aanleiding van de vragen van de betrokkene of voldoende blijkt welke medewerker van de CVOM op het administratief beroep heeft beslist en of voldoende blijkt dat de bevoegdheid van de officier van justitie om op het beroep te beslissen aan die medewerker is gemandateerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2016:3332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.168.567</emphasis>
    </para>
    <para>22 april 2016</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 172698120</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">locatie Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam</para>
    <para>van 27 januari 2015</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] (hierna te noemen: de Stichting),</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie optreedt [de vertegenwoordiger] , </para>
      <para>advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. </para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        [de vertegenwoordiger] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>
        [de vertegenwoordiger] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.</para>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 19 februari 2016. [de vertegenwoordiger] is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. M.E. Joha. </para>
      <para>Ter zitting heeft het hof het onderzoek ter zitting geschorst en de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden, teneinde [de vertegenwoordiger] gelegenheid te bieden het door de advocaat-generaal ter zitting van het hof ingediende schrijven te bestuderen en daarop te reageren. [de vertegenwoordiger] heeft bij brief van 11 maart 2016, per faxbericht op diezelfde datum ontvangen bij het hof, gereageerd op het bedoelde schrijven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Gedurende de procedure heeft [de vertegenwoordiger] (onder meer) verweer gevoerd op - kort weergegeven - de wijze van beëdiging van de bij onderhavige zaak betrokken verbalisant, zoals blijkt uit die akte van beëdiging. Volgens [de vertegenwoordiger] blijkt onvoldoende van een bevoegd gegeven administratieve sanctie.</para>
    <parablock>
      <para>Ook heeft [de vertegenwoordiger] aangevoerd - kort weergegeven - dat in het onderhavige geval niet valt na te gaan welke medewerker van de CVOM de beslissing op het administratief beroep heeft genomen. Reeds daarom valt, aldus [de vertegenwoordiger] , niet na te gaan of de bevoegdheid van de officier van justitie om op het administratief beroep te beslissen op juiste wijze is gemandateerd aan die individuele medewerker van de CVOM, zodat onvoldoende blijkt van een bevoegd gegeven beslissing op administratief beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Ter zitting van het hof van 19 februari 2016 heeft de advocaat-generaal, in aanvulling op het verweerschrift en de nadere toelichting, een schrijven in het geding gebracht, betrekking hebbende op de beëdiging (en bevoegdheid) van de verbalisant die bij deze zaak betrokken is. Nu dat schrijven eerst ter zitting van het hof in het geding is gebracht en het hof en [de vertegenwoordiger] daarvan niet eerder kennis hebben kunnen nemen, heeft hij van het hof gelegenheid gekregen dat schrijven te bestuderen en daar schriftelijk op te reageren. Hem is daarbij verzocht om, indien hij een nieuwe behandeling ter zitting van het hof wenst, dit in zijn schriftelijke reactie aan te geven. Bij brief van 11 maart 2016, per faxbericht ontvangen op diezelfde datum, heeft [de vertegenwoordiger] gereageerd op voornoemd schrijven. Daarbij heeft hij aangegeven dat een nieuwe zitting achterwege kan blijven. </para>
    <para />
    <para>3. Gelet op laatstgenoemde mededeling van [de vertegenwoordiger] zal de zaak verder worden afgedaan zonder nieuwe behandeling ter zitting van het hof. </para>
    <para />
    <para>4. Alvorens tot een beoordeling van de zaak over te gaan, stelt het hof vast dat door de advocaat-generaal - noch ter zitting van het hof, noch in de daaraan voorafgaande schriftelijke procedure -  inhoudelijk is gereageerd op de door [de vertegenwoordiger] opgeworpen vragen, of voldoende blijkt welke medewerker van de CVOM in onderhavige zaak op het administratief beroep heeft beslist en of voldoende blijkt dat de bevoegdheid van de officier van justitie om op het administratief beroep te beslissen aan die medewerker is gemandateerd. Het hof acht het voor de beoordeling van de zaak noodzakelijk dat de advocaat-generaal met betrekking tot die vragen alsnog een standpunt inneemt. </para>
    <para />
    <para>5. Het hof zal de advocaat-generaal opdragen om met betrekking tot de onder 4. genoemde vragen alsnog schriftelijk te reageren, binnen <emphasis role="underline">een termijn van vier weken na dagtekening van dit tussenarrest</emphasis>. </para>
    <para />
    <para>6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <parablock>
      <para>draagt de advocaat-generaal op om binnen vier weken na dagtekening van dit tussenarrest zijn standpunt met betrekking tot de onder 4. genoemde vragen schriftelijk aan het hof kenbaar te maken;</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>