<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2016:1439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-20T09:35:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-004925-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:1439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:1439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-20T09:22:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2016:1439 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-02-2016 / 21-004925-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2016:1439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof heeft een verdachte - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad - vrijgesproken van het (kort gezegd) opzettelijk telen en/of aanwezig hebben van 212 hennepplanten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2016:1439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004925-15 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	23 februari 2016</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 8 juni 2012 met parketnummer 19-605222-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 19-830106-10, in de strafzaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad - gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 februari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd om ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit de straf te bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van zes weken onvoorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft tot slot gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zal toewijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, </para>
      <para>mr. P.C. van Diest, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is bij arrest van dit hof van 11 juni 2014 vrijgesproken van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten en veroordeeld voor het tenlastegelegde onder 1 en 4 tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht. Voorts is bij dat arrest de vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 19-830106-10) toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft tegen voornoemd arrest beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 7 juli 2015 heeft de Hoge Raad het arrest van dit hof d.d. 11 juni 2014 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging. De Hoge Raad heeft de zaak teruggewezen naar dit hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw recht te doen, en heeft het cassatieberoep voor het overige verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat thans uitsluitend het tenlastegelegde onder 1 alsmede de strafoplegging aan het oordeel van het hof is onderworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2010 en 25 mei 2010 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] te [plaats] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 212 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf ter zake van het bij arrest van dit hof van 11 juni 2014, parketnummer 21-001355-13, onder 4 bewezenverklaarde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij arrest van 11 juni 2014 aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 4 maanden. Deze straf was gebaseerd op een bewezenverklaring van het onder 1 en 4 tenlastegelegde. Nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde, dient het hof een straf op te leggen voor de onder 4 bewezenverklaarde mishandeling, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hierover het navolgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin [slachtoffer] in november 2011 meermalen mishandeld door haar te slaan/stompen, te schoppen en aan de haren te trekken. Daarbij is sprake geweest van grof geweld. Door aldus te handelen heeft verdachte de fysieke en psychische integriteit van [slachtoffer] op grove wijze geschonden. De mishandelingen hebben verregaande gevolgen gehad. Aangeefster zag zich zelfs genoodzaakt onder te duiken op een ander adres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 13 januari 2016, waaruit blijkt dat verdachte vόόr november 2011  reeds onherroepelijk was veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder geweldsfeiten. Aan hem zijn toen (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd.</para>
      <para>Bovendien liep hij nog in een proeftijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van het hof is door de raadsman van verdachte aangevoerd dat verdachte het criminele leven inmiddels achter zich heeft gelaten en zijn leven op orde heeft. Zo is verdachte eigenaar van twee tatoeagewinkels en runt zijn huidige vriendin een zonnestudio. Indien aan verdachte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, loopt zijn bedrijf - aldus de raadsman - gevaar. De raadsman heeft bepleit om de op te leggen straf ten aanzien van feit 4 te bepalen op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, alsmede een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal niet meegaan in hetgeen door de raadsman is aangevoerd. Gezien de ernst van het feit, en het gegeven dat uit voornoemd uittreksel blijkt dat verdachte eerder wegens huiselijk geweld is veroordeeld en het feit dat verdachte zelfs nog in een proeftijd liep die eveneens was opgelegd vanwege huiselijk geweld (de thans aan de orde zijnde tenuitvoerlegging) acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden en zal  deze bepalen op een duur van twee maanden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 25 mei 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, parketnummer 19-830106-10. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte ter zake van het (eerder) onder 4 bewezenverklaarde feit tot</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Assen , parketnummer 19-830106-10, te weten van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter,</para>
      <para>mr. P. Koolschijn en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,</para>
      <para>en op 23 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>