<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:9451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-14T14:15:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-006706-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:9451">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:9451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-14T09:20:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:9451 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-12-2015 / 21-006706-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:9451:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:9451:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-006706-15 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	14 december 2015</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">ONTNEMINGSZAAK</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 4 februari 2014 met parketnummer 05-701468-11 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1978] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens veroordeelde door zijn raadsman, mr. E. Yeniasci, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op € 394.148,95 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € datzelfde bedrag. De officier van justitie heeft ter terechtzitting het wederrechtelijk voordeel geschat op € 40.000.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 30.638,20 en dat aan veroordeelde wordt opgelegd de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 14 december 2015 (parketnummer 21-000654-14) ter zake van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en ter zake van diefstal door middel van verbreking, veroordeeld tot straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft enkel gesteld dat hij niets aan de kwekerij heeft overgehouden. Veroordeelde is niet ter terechtzitting verschenen om zijn standpunt nader toe te lichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel op een bedrag van (afgerond) € 31.000,00. Het hof komt als volgt tot deze schatting:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals de politierechter gaat het hof uit van een kweekperiode van zes weken. In de berekening wordt voorts uitgegaan van de aangetroffen 267 moederplanten. Per moederplant wordt een aantal van 15 stekken aangehouden.</para>
      <para>Het aantal stekken bedraagt 267 x 15 x 6 = 24.030. </para>
      <para>Van dit aantal dienen de 12.150 inbeslaggenomen stekken te worden afgetrokken, zodat resteert: 24.030 - 12.150 = 11.880 stekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgaande van de rapportage van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) waarin een verkoopprijs van € 2,85 per stek wordt gehanteerd, bedraagt de opbrengst 11.880 x € 2,85 = € 33.858,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op deze opbrengst dienen de variabele kosten in mindering te worden gebracht. Uitgaande van de in de BOOM-rapportage hiervoor gehanteerde bedragen bedragen die variabele kosten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>voor de moederplanten:  267 x € 4,40 =  € 1.174,80</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor de stekken:         11.880 x € 0,10 =  <emphasis role="underline">€ 1.188,00</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>                   € 2.362,80</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan afschrijvingskosten dient voorts een bedrag van € 200,00 in aanmerking te worden genomen.</para>
      <para>Niet gebleken is dat veroordeelde aan Liander heeft betaald, zodat er geen elektriciteitskosten in mindering worden gebracht.</para>
      <para>De totale kosten bedragen derhalve € 2.362,80 + € 200,00 = € 2.562,80.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgaande van voorgaande bedragen wordt het wederrechtelijk genoten voordeel geschat op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>€ 33.858,00</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">€   2.562,80</emphasis>  -/- </para>
      <para>€ 31.295,20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof rondt dit bedrag in het voordeel van veroordeelde af op een bedrag van € 31.000,00.      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De verplichting tot betaling aan de Staat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bovenstaande zal het hof de verplichting tot betaling aan de Staat stellen op voornoemd bedrag van € 31.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">31.000,00 (eenendertigduizend euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 31.000,00 (eenendertigduizend euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. R.H. Koning, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.I.M.W. Bartelds en mr. M.S. Groenhuijsen, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,</para>
      <para>en op 14 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>mr. M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>