<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:37:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.097.395-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2014/80</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-12T10:56:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:906 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-02-2015 / 200.097.395-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkrijging door bevrijdende verjaring. Bewijs bezit gedurende 20 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.097.395/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 102314 / HA ZA 10-101)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de eerste kamer van 10 februari 2015 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [appellant 1],</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [plaats],</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">de vennootschap</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2. [appellant 2],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant 2]</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. [appellant 3],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant 3]</emphasis>,</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[appellanten]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. I. Grijpma, kantoorhoudend te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gemeente Tytsjerksteradiel,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Burgum,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">de gemeente</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Bauman, kantoorhoudend te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 31 december 2013 hier over. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ingevolge het vermelde tussenarrest hebben op 13 maart 2014 en 10 april 2014 getuigenverhoren plaatsgevonden. De hiervan opgemaakte processen-verbaal bevinden zich in afschrift bij de stukken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Daarna hebben [appellanten] een memorie na enquête genomen en heeft de gemeente een antwoordmemorie na enquête genomen, waarbij de gemeente de producties 16 en 17 in het geding heeft gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij voormeld tussenarrest is aan [appellanten] opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit onmiskenbaar blijkt dat [appellant 2] en/of [appellant 3] gedurende een periode van twintig jaar voorafgaand aan de ontvangst van de brief van de gemeente van 16 maart 2009 openlijk en ondubbelzinnig als bezitters van de strook grond zijn opgetreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [appellanten] hebben [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] (de broer van [appellant 2]) en [getuige 8] als getuigen doen horen. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van haar recht op contra-enquête. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [getuige 7] voornoemd heeft onder meer het volgende verklaard:</para>
        <para>	"<emphasis role="italic">Op vragen van mr. Bauman antwoord ik:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In 1995 is mijn moeder overleden en in 2005 is mijn vader overleden. In 1999 is de woonboot vervangen door de nieuwe woonboot. Deze jaartallen zijn na veel gepuzzel door iedereen aanwezig in de zaal tot stand gekomen. De gebeurtenissen en de volgorde kan ik mij nog wel goed herinneren, maar de jaartallen heb ik niet paraat. Toen mijn moeder ziek werd hebben mijn ouders besloten om de boot aan ons te schenken en dat is ook gebeurd."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Naar aanleiding van genoemde getuigenverklaring van [getuige 7] heeft de gemeente [appellanten] gevraagd om een kopie van de door [getuige 7] bedoelde schenkingsakte. [appellanten] hebben vervolgens de kopieën van twee notariële akten aan de gemeente overhandigd. De gemeente heeft deze stukken als productie 16 en 17 bij antwoordmemorie na enquête overgelegd, te weten:</para>
      <para>- de op 9 september 1994 verleden notariële akte, waarbij de vader van [appellant 2] de woonark, gelegen nabij het [adres 1] en de [adres 2] te [plaats], het perceel grond kadastraal bekend [perceel] en het onverdeeld een/vierde gedeelte in een ander perceel grond aldaar in economische eigendom heeft geleverd aan [appellant 2] en zijn broer, [getuige 7] voornoemd, ieder voor de onverdeelde helft. In deze akte is ten behoeve van de ouders van [appellant 2] het recht van vruchtgebruik van de woonark en van (het aandeel in) de genoemde percelen grond gevestigd.</para>
      <para>- de op 28 september 2005 verleden akte van verdeling/levering, waarbij de genoemde woonark en (het aandeel in) de genoemde percelen grond zijn toegedeeld aan [appellant 2]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het hof overweegt dat uit deze notariële akten blijkt dat [appellant 2] sinds 9 september 1994 economisch (mede-)eigenaar is van de woonark en dat zijn ouders sindsdien van de woonark het recht van vruchtgebruik hadden, alsmede dat [appellant 2] na het overlijden van vader op 28 september 2005 juridisch eigenaar van de woonark is geworden. Vast staat dat [appellant 2] eerst bij zijn vader in de woonark heeft gewoond, dat [appellant 3] in 1985 bij hen is ingetrokken en dat [appellant 2] en [appellant 3] na hun huwelijk in mei 1989 aldaar zijn blijven wonen (rechtsoverweging 3.3 van voormeld tussenarrest van 31 december 2013). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De in de vorige rechtsoverweging genoemde omstandigheden wijzen er voorshands op dat [appellant 2] en [appellant 3] tot 9 september 1994 bij de ouders van [appellant 2] <emphasis role="italic">in</emphasis>woonden die sinds 1965 de bij <emphasis role="italic">hun</emphasis> woonark gelegen strook grond in gebruik hadden, zodat [appellant 2] en [appellant 3] (in elk geval) tot 9 september 1994 de strook grond niet <emphasis role="italic">voor zichzelf </emphasis>hebben gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het hof zal [appellanten], aan wie deze notariële akten bekend zijn, in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de consequenties van deze stukken voor het bewijs van hun stelling dat zij de strook grond gedurende een periode van twintig jaar voorafgaand aan de ontvangst van de brief van de gemeente van 16 maart 2009 in bezit hebben gehad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>In afwachting van de door [appellanten] te nemen akte houdt het hof iedere verdere uitspraak aan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">dinsdag 10 maart 2015</emphasis> teneinde [appellanten] in de gelegenheid te stellen bij akte zich uit te laten zoals hiervoor onder 2.7 overwogen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. K.M. Makkinga, mr. I. Tubben en mr. R.Ch. Verschuur en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>