<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:7894</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-12T07:15:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.170.778/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:7894">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:7894</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-20T10:04:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:7894 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-10-2015 / 200.170.778/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:7894:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek gericht tegen alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waaronder kennelijk ook de raadsheren die de zaak zullen behandelen, niet-ontvankelijk. Door verzoekers tot wraking zijn geen concrete wrakingsgronden aangevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:7894:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.170.778/02</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/153133 / JE RK 14-834)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 13 oktober 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het schriftelijke verzoek van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers]
        </emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [A] (Duitsland),</para>
      <para>verzoekers tot wraking,</para>
      <para>hierna te noemen: <emphasis role="bold">[verzoekers] ,</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. H.F.M. Struycken, kantoorhoudend te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het Gerechtshof Leeuwarden (het hof leest: alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij de afdeling civiel van het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoekers] als appellanten en Jeugdbescherming Noord als geïntimeerde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling in deze zaak is bepaald op 8 oktober 2015 om 11.15 uur en zou gehouden worden voor de vijfde kamer van het hof, bestaande uit mr. J.G. Idsardi, mr. A.W. Beversluis en mr. A.W. Jongbloed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is op 7 oktober 2015 een schrijven van mr. Struycken binnengekomen, waaruit - samengevat - blijkt dat [verzoekers] het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wraken en verzoeken de beoordeling van het verzoek tot wraking over te laten aan het Gerechtshof Amsterdam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De behandelende raadsheren hebben niet in de wraking berust.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De wrakingskamer ziet in hetgeen [verzoekers] hebben aangevoerd geen aanleiding de beoordeling van het wrakingsverzoek over te dragen aan het Gerechtshof Amsterdam, nu de wrakingsprocedure binnen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met voldoende waarborgen is omkleed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit het verzoek van [verzoekers] leidt de wrakingskamer af dat zij alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wraken (waaronder kennelijk ook de raadsheren zijn begrepen die de zaak onder zaaknummer 200.170.778/01 zullen behandelen), omdat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zozeer betrokken is geweest bij eerdere zaken van [verzoekers] dat niet meer kan worden verwacht dat er sprake is van onafhankelijke en eerlijke rechtspraak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Omdat de wet niet voorziet in een door een partij gedaan verzoek tot wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak, dienen [verzoekers] reeds op grond daarvan in hun verzoek om alle raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te wraken, niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor zover het verzoek van [verzoekers] zich eveneens richt tegen de raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de zaak onder zaaknummer 200.170.778/01 zullen behandelen, dienen [verzoekers] ook in dit verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. De eerste te beantwoorden vraag is of een concrete aangevoerde wrakingsgrond een raadsheer betreft die bij indiening van het verzoek de zaak behandelt. Daarvan is in dit geval geen sprake. [verzoekers] hebben niet concreet aangegeven waarom de raadsheren, betrokken bij de behandeling van de zaak en bij de nog te nemen beslissing, niet onpartijdig of niet onafhankelijk zullen zijn. De wrakingskamer stelt vast dat [verzoekers] het verzoek met betrekking tot deze raadsheren niet hebben gemotiveerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande zullen [verzoekers] in het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof (de wrakingskamer): </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [verzoekers] niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.W. Zandbergen, mr. W.P.M. ter Berg en mr. J.J. Beswerda, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>