<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:6249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-08T10:36:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.145.500</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:6249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:6249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-08T10:35:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:6249 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-08-2015 / 200.145.500</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:6249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Artikelen 6:233, 6:237 sub i en 6:94 lid 1 BW.</para>
        <para>Annulering door consument van koopovereenkomst keuken. Art. 12 van de toepasselijke CBW-algemene voorwaarden geeft de consument de bevoegdheid de overeenkomst te annuleren tegen betaling van 30% van de koopsom.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:6249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.145.500</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, 2281537)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de tweede kamer van  25 augustus 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P-P.F. Tummers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Brugman Keukens &amp; Badkamers BV</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Capelle aan den IJssel,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: Brugman,</para>
      <para>advocaat: mr. Ph. Ekering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 3 februari 2015 hier over.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verdere verloop blijkt uit: </para>
      <para>- akte na tussenarrest met vier producties van de zijde van Brugman;</para>
      <para>- akte na tussenarrest van de zijde van [appellant] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het tussenarrest is Brugman toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het in artikel 6:237 aanhef en sub i BW bedoelde vermoeden dat het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is. Brugman heeft vervolgens schriftelijke bewijsstukken in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Artikel 6:233 aanhef en sub a BW houdt in dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. De hier genoemde relevante omstandigheden voor beantwoording van de vraag of een beding onredelijk bezwarend is, zijn ook relevant in het kader van het door Brugman te leveren tegenbewijs tegen het vermoeden op grond van artikel 6:237 aanhef en sub i BW dat het annuleringsbeding in de door Brugman gehanteerde algemene voorwaarden (artikel 12) onredelijk bezwarend is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In de akte na tussenarrest heeft Brugman gesteld dat het annuleringsbeding in artikel 12 van de algemene voorwaarden met consumentenorganisaties is overeengekomen en door leveranciers en consumentenorganisaties gezien werd als een redelijk alternatief voor het geval een consument een aankoop doet in een winkel aangesloten bij de Centrale Branchevereniging Wonen en achteraf de consument onder de betreffende aankoop uit wil. Het onderhavige annuleringsbeding en het daarin genoemde percentage is derhalve niet eenzijdig door Brugman opgesteld maar het resultaat van onderhandelingen met consumentenorganisaties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Brugman heeft ter voldoening aan de bewijsopdracht de gepubliceerde                          jaarrekening 2011 van D.M.G. Holding B.V (verder de holding)  -Brugman is een 99% dochter van deze holding- in het geding gebracht. Uit deze geconsolideerde jaarrekening kan worden afgeleid dat de groep in 2010 een bruto winstmarge haalde van 44,9% en in 2011 een bruto winstmarge van 41,6%. Zoals uit de producties 4 en 5 volgt was de brutowinstmarge van de holding in 2012 42% en in 2013 46%. [appellant] heeft de door de holding over de jaren 2010 tot en met 2013 gerealiseerde bruto winstmarge niet gemotiveerd betwist. Aan [appellant] kan worden toegegeven dat de door de holding behaalde brutowinstmarges niet zonder meer gelijk kunnen worden gesteld aan de door Brugman gerealiseerde brutowinstmarges. Het hof is echter van oordeel dat  Brugman met de gepresenteerde cijfers in samenhang met de op Brugman toegespitste nadere toelichting (productie 5) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Brugman een brutowinstmarge realiseert van in ieder geval ruim meer dan 30%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit rechtsoverweging 2.4 volgt dat artikel 12 van de door Brugman gehanteerde CBW-algemene voorwaarden een redelijke vergoeding inhoudt voor de door Brugman gederfde winst. Brugman is daarmee geslaagd in het leveren van het aan haar opgedragen tegenbewijs. In samenhang met de omstandigheid dat artikel 12 niet eenzijdig door Brugman is opgesteld maar het resultaat is van onderhandelingen met consumentenorganisaties komt het hof tot het oordeel dat dit annuleringsbeding niet onredelijk bezwarend is zoals bedoeld in artikel 6:233 BW.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de vordering van Brugman terecht heeft toegewezen. In het tussenarrest (rechtsoverweging 4.7 slot) heeft het hof reeds overwogen dat [appellant] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om tot matiging op grond van artikel 6:94 lid 1 BW te kunnen komen. Aldus falen de grieven zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Brugman zullen worden vastgesteld op:</para>
      <para>- griffierecht		€ 704,-</para>
      <para>- salaris advocaat		€ 948,- (1,5 punten x tarief I)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Arnhem, zittingsplaats Nijmegen) van 13 december 2013; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Brugman vastgesteld op € 704,- voor verschotten en op € 948,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, F.J.P. Lock en H. Wammes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>