<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:3948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T17:53:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.127.478-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:3948">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:3948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-15T14:17:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:3948 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-06-2015 / 200.127.478-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:3948:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet tijdig van grieven gediend. Akte niet-dienen verleend. Hoger beroep verworpen met veroordeling van appellante in de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:3948:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</title>
    <para>locatie Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.127.478/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Oost-Nederland 626916 CV EXPL 12-5278)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van de eerste kamer van 2 juni 2015</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellante],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>appellante</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W.C. Bruins, kantoorhoudend te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vesteda Investment Management B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Vesteda</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.D. van Vlastuin, kantoorhoudend te Veenendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rolbeschikking van 4 november 2014 wordt hier overgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1	De verdere loop van het geding in hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op grond van voormelde rolbeschikking is de zaak verwezen naar de rol van 16 december 2014 voor memorie van grieven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vesteda heeft [appellante] partij peremptoir gesteld en tijdig akte niet-dienen aangezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op de rol van 16 december 2014 heeft [appellante] niet van grieven gediend. Vervolgens is een uitstel van twee weken verleend voor het nemen van de memorie van grieven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Ter rolle van 30 december 2014 heeft [appellante] niet van grieven gediend en is aan Vesteda akte niet-dienen verleend. Aan Vesteda is vervolgens een uitstel van twee weken verleend voor beraad incidenteel appel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>Op de rol van 13 januari 2015 heeft Vesteda arrest gevraagd en daartoe de stukken overgelegd.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [appellante] heeft de haar door het hof gestelde termijnen voor het nemen van de memorie van grieven ongebruikt laten verstrijken. Door de verlening aan Vesteda van akte niet-dienen is het recht van [appellante] om alsnog van grieven te dienen, komen te vervallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nu [appellante] geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat het vonnis van de rechtbank van 19 februari 2013 niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van [appellante] worden verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [appellante] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellante] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing </title>
    <para>Het hof, rechtdoende in hoger beroep:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwerpt het hoger beroep van [appellante];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van Vesteda tot aan deze uitspraak vast op € 683,- aan verschotten en op € 447,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. B.J.H. Hofstee en mr. L. Groefsema, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 2 juni 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>