<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:3880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T11:05:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-006104-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:3880">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:3880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-03T09:03:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:3880 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-06-2015 / 21-006104-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:3880:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft met een tractor een aanrijding met een fietser veroorzaakt waarbij de fietser is komen te overlijden.</para>
        <para>Het hof ziet onvoldoende bewijs om te komen tot een bewezenverklaring dood door schuld. Van zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam  handelen door verdachte is geen sprake. Van schuld, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, een aanmerkelijke mate van verwijtbaar onvoorzichtig handelen, is daarom naar het oordeel van het hof geen sprake. Verdachte wordt daarom van dood door schuld vrijgesproken. Het hof acht wel bewezen dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:3880:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-006104-14 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	3 juni 2015</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>Promis</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 10 oktober 2014 met parketnummer 05-820189-14 in de strafzaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1972], </para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 mei 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.<?linebreak?></para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, <?linebreak?>mr. P.W.E. Hoezen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair:<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 november 2013 in de gemeente Winterswijk, <?linebreak?>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtrekker), daarmede rijdende over de weg, de Morskes Driehuisweg, komende uit de richting Meddo en gaande in de richting van Winterswijk, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend <?linebreak?>en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte <?linebreak?>- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse (enigszins) werd belemmerd, beperkt of</para>
      <para>  gehinderd door langs genoemde weg staande bomen en/of struiken, en/of </para>
      <para>- terwijl het zicht van verdachte (enigszins) werd belemmerd, beperkt of gehinderd </para>
      <para>  door een voor op die landbouwtrekker bevestigde frontlader, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte (daarbij) niet, althans onvoldoende, gelet op de weg vóór </para>
      <para>  hem, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte (daarbij) niet voortdurend de nodige oplettendheid en/of  </para>
      <para>  voorzichtigheid betracht, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte niet, althans onvoldoende, voldaan aan zijn verplichting zoveel</para>
      <para>  mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement</para>
      <para>  verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of </para>
      <para>- is verdachte in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, </para>
      <para>  naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig geheel of gedeeltelijk op </para>
      <para>  het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg</para>
      <para>  terechtgekomen, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte een hem op de Morskes Driehuisweg tegemoetkomende fietser</para>
      <para>  niet (tijdig) opgemerkt/gezien, en/of </para>
      <para>- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig </para>
      <para>  gebotst, althans in aanrijding gekomen met die fietser, </para>
      <para>  en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten</para>
      <para>  verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (genaamd [slachtoffer])</para>
      <para>  werd gedood;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 november 2013 in de gemeente Winterswijk, <?linebreak?>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtrekker), daarmede heeft gereden over de weg, de Morskes Driehuisweg, komende uit de richting Meddo en gaande in de richting van Winterswijk, <?linebreak?>- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse (enigszins) werd belemmerd, <?linebreak?>  beperkt of gehinderd door langs genoemde weg staande bomen en/of struiken,</para>
      <para>  en/of </para>
      <para>- terwijl het zicht van verdachte (enigszins) werd belemmerd, beperkt of <?linebreak?>  gehinderd door een voor op die landbouwtrekker bevestigde frontlader, en/of <?linebreak?>- heeft verdachte (daarbij) niet, althans onvoldoende, gelet op de weg vóór <?linebreak?>  hem, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte (daarbij) niet voortdurend de nodige oplettendheid en/of</para>
      <para>  voorzichtigheid betracht, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte niet, althans onvoldoende, voldaan aan zijn verplichting <?linebreak?>  zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement</para>
      <para>  verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of </para>
      <para>- is verdachte in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, </para>
      <para>  naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig geheel of gedeeltelijk op </para>
      <para>  het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg</para>
      <para>  terechtgekomen, en/of </para>
      <para>- heeft verdachte een hem op de Morskes Driehuisweg tegemoetkomende fietser </para>
      <para>  niet (tijdig) opgemerkt/gezien, en/of </para>
      <para>- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig </para>
      <para>  gebotst, althans in aanrijding gekomen met die fietser, </para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft op 22 november 2013 om 15.10 uur met een landbouwtrekker over de Morskers Driehuisweg in de gemeente Winterswijk gereden. Op die weg is hij in aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomende fietser. De fietser is als gevolg van de aanrijding overleden. </para>
      <para>Aan verdachte is primair tenlastegelegd -kort gezegd- dat hij met de door hem bestuurde  landbouwtrekker zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden zodanig dat het aan zijn schuld is te wijten dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander is gedood. Subsidiair is tenlastegelegd dat hij door zijn wijze van rijden gevaar op de weg heeft veroorzaakt. In de tenlastelegging is gedetailleerd opgenomen waarin de onvoorzichtigheid van de verdachte, volgens de steller van de tenlastelegging, heeft bestaan, waarbij deze concrete omschrijvingen in het primair en het subsidiair tenlastegelegde identiek zijn. </para>
      <para>Verdachte is in eerste aanleg voor het primair tenlastegelegde feit veroordeeld. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal ook een veroordeling voor het primair tenlastegelegde feit gevorderd. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben bepleit dat er sprake is van een noodlottig ongeval en dat een integrale vrijspraak moet volgen.</para>
      <para>Het hof oordeelt hierover als volgt. </para>
      <para>Uit het dossier, waarvan deel uitmaakt het “proces-verbaal Verkeers Ongeval Analyse” (VOA) en het onderzoek ter terechtzitting komt het volgende naar voren. Verdachte bestuurde een landbouwtrekker die voorzien was van een voorop bevestigde frontlader. De landbouwtrekker was 2.60 meter breed, de breedte van de Morskers Driehuisweg was ongeveer 4.00 meter. De ter plaatse geldende maximumsnelheid is 60 km per uur. Verdachte naderde een onoverzichtelijke bocht naar links. Door langs de weg staande bomen en struiken was het zicht op de voor hem liggende weg beperkt. Verdachte heeft verklaard dat hij bekend is op die weg, dat hij goed heeft gekeken tussen de bomen door of er tegemoetkomend verkeer aankwam, maar dat hij niemand heeft zien naderen. Hij reed ongeveer 30 kilometer per uur. Bij het naderen van de bocht heeft hij iets vaart geminderd. Pas toen hij een ‘bonk’ hoorde realiseerde hij zich dat er iets was gebeurd, is hij gestopt en zag hij de fietser liggen. Hij heeft ook verklaard dat hij op het midden van de weg reed toen hij de bocht doorreed.</para>
      <para>Het hof acht de volgende gedachtestreepjes -verkort weergegeven- bewezen. </para>
    </parablock>
    <para>- dat het zicht van verdachte werd beperkt door langs de weg staande bomen;</para>
    <para>- dat het zicht van verdachte enigszins werd beperkt door de op de trekker bevestigde    frontlader;</para>
    <para>- dat verdachte de tegemoetkomende fietser niet (tijdig) heeft opgemerkt;</para>
    <para>- dat verdachte in aanrijding is gekomen met de fietser.</para>
    <para>Het hof acht onvoldoende bewijs aanwezig voor het onvoldoende opletten door verdachte, het niet zoveel mogelijk rechts van de weg houden door verdachte en voor het op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terechtkomen. Ten aanzien van dit laatste overweegt het hof dat door de breedte van de trekker (2.60 meter) en de breedte van de weg (4 meter) het niet anders kan of de bestuurder van dit voertuig zal (gedeeltelijk) op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer moeten rijden. Het hof ziet geen bewijs voor het ‘afsnijden’ van de bocht naar links door verdachte. De verklaring van verdachte dat hij midden op de weg reed toen hij de bocht doorreed acht het hof dus niet redengevend voor het bewijs van het tenlastegelegde geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg terechtkomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al met al ziet het hof onvoldoende bewijs om te komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam  handelen door verdachte. Van schuld, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, een aanmerkelijke mate van verwijtbaar onvoorzichtig handelen, is daarom naar het oordeel van het hof geen sprake. Verdachte wordt daarom van het hem primair tenlastegelegde feit vrijgesproken. </para>
      <para>Voor het subsidiair tenlastegelegde feit, het veroorzaken van gevaar op de weg, acht het hof wel voldoende wettig bewijs aanwezig, namelijk de hiervoor genoemde bewezen geachte omstandigheden/gedragingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of <emphasis role="strike-through">omstreeks</emphasis> 22 november 2013 in de gemeente Winterswijk, <?linebreak?>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtrekker), daarmede heeft gereden over de weg, de Morskes Driehuisweg, komende uit de richting Meddo en gaande in de richting van Winterswijk, <?linebreak?>- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse <emphasis role="strike-through">(enigszins)</emphasis> werd belemmerd, <?linebreak?>  beperkt of gehinderd door langs genoemde weg staande bomen en/of struiken,</para>
      <para>  en/of </para>
      <para>- terwijl het zicht van verdachte <emphasis role="strike-through">(</emphasis>enigszins<emphasis role="strike-through">)</emphasis> werd belemmerd, beperkt of <?linebreak?>  gehinderd door een voor op die landbouwtrekker bevestigde frontlader, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>-<emphasis role="strike-through"> heeft verdachte (daarbij) niet, althans onvoldoende, gelet op de weg vóór </emphasis><?linebreak?><emphasis role="strike-through">  hem, en/of </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- heeft verdachte (daarbij) niet voortdurend de nodige oplettendheid en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  voorzichtigheid betracht, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- heeft verdachte niet, althans onvoldoende, voldaan aan zijn verplichting </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="strike-through">  zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- is verdachte in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig geheel of gedeeltelijk op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  terechtgekomen, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>- heeft verdachte een hem op de Morskes Driehuisweg tegemoetkomende fietser </para>
      <para>  niet <emphasis role="strike-through">(tijdig)</emphasis> opgemerkt<emphasis role="strike-through">/gezien</emphasis>, en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>- is verdachte <emphasis role="strike-through">(vervolgens)</emphasis> met dat door hem bestuurde motorrijtuig </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">gebotst, althans</emphasis> in aanrijding gekomen met die fietser, </para>
      <para>door welke gedraging<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.<?linebreak?></para>
      <para>Het hof heeft in het bijzonder rekening gehouden met de volgende omstandigheden.</para>
      <para>Verdachte is als bestuurder van een landbouwtrekker in aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomende fietser, die als gevolg van de aanrijding is overleden. Verdachte wordt, anders dan door de rechtbank, vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde feit, dood door schuld. Wel is bewezen dat verdachte de veiligheid op de weg in gevaar heeft gebracht, dit is een overtreding. <?linebreak?></para>
      <para>Verdachte is volgens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie niet eerder met politie of justitie in aanraking gekomen. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat verdachte nog dagelijks kampt met de gevolgen van de aanrijding en dat hij hiervoor ook een behandeling ondergaat. <?linebreak?></para>
      <para>Alles in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur, met een proeftijd van één jaar, passend is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 500,00 (vijfhonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. J.I.M.W. Bartelds, voorzitter,</para>
      <para>mr. M. Barels en mr. A. van Waarden, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen, griffier,</para>
      <para>en op 3 juni 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>mr. J.I.M.W. Bartelds is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 3 juni 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. R. de Groot, voorzitter,</para>
      <para>mr. drs. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,</para>
      <para>B.J. Berendsen, griffier.</para>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>