<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:40:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.121.136-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/104</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2015, afl. 3, p. 150</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:338">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-21T15:26:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:338 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-01-2015 / 200.121.136-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:338:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Telefonische advertentie-verkoop. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de medewerkster van de gestelde opdrachtgever is niet komen vast te staan. Opdrachtgever dient nog in te gaan op de stelling dat bekrachtiging van overeenkomsten heeft plaatsgevonden vanwege de langdurig gedane betalingen op de facturen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:338:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.121.136/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 91013/ HA ZA 12-20)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de eerste kamer van 20 januari 2015 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Renaissance Passages B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Renaissance Passages</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. B.F.H.M. van den Tempel, kantoorhoudend te De Bilt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Puzzle &amp; Co B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Emmen,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Puzzle &amp; Co</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. A.J.A. van Dijk, kantoorhoudend te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 september 2014 hier over. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Puzzle &amp; Co heeft een memorie na tussenarrest genomen (met producties) en vervolgens hebben partijen de procesdossiers gefourneerd en wederom arrest gevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het tussenarrest van 16 september 2014 heeft het hof Puzzle &amp; Co in de gelegenheid gesteld nader inhoudelijk te reageren op de vordering van Renaissance Passages voor zover het betreft de overeenkomst met Puzzle &amp; Co handelend onder de naam </para>
        <para>Kijk- en Leesservice Holland en Easy Com. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Puzzle &amp; Co heeft bij nadere memorie in de eerste plaats betoogd dat zij blijft bij haar standpunt dat niet is aangetoond dat de vennootschap met wie zij in 2006/2007 contracteerde en die zich presenteerde onder de naam "Renaissance Reizen" Renaissance Reizen B.V. was. Het hof ziet echter geen aanleiding om op zijn eindbeslissing op dit punt terug te komen. </para>
        <para>De juistheid van die beslissing volgt rechtstreeks uit de bij memorie van grieven overgelegde historische gegevens uit het Handelsregister: pagina 4 van 8 van bijlage 6 bij productie 11.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Puzzle &amp; Co heeft voorts aangevoerd dat zij bij haar telefonische acquisitie zich er altijd van vergewist of de persoon met wie gesproken wordt bevoegd is. Zij verwijst daartoe naar een door haar overgelegd script waar haar medewerkers naar zouden handelen. Ook is in de, door mevrouw [A] (hierna: [A]) namens Renaissance Reizen B.V. ondertekende, overeenkomsten de zinsnede opgenomen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Mocht controle bij de K.v.K. uitwijzen dat er geen nadere gegevens omtrent de bevoegdheid van u bekend zijn, dan verklaart u zich per ondertekening, de bevoegdheid vanuit uw functie te hebben verkregen, hetzij dat u handelt in opdracht van een daartoe bevoegd persoon" </emphasis>(productie 3a inleidende dagvaarding), of:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Tevens geeft u aan door ondertekening bevoegd te zijn namens Renaissance Reizen bevoegdheid heeft verkregen"</emphasis> (productie 3b inleidende dagvaarding). </para>
        <para>Naast deze actieve informatievergaring werd tevens het Handelsregister geraadpleegd, doch dat biedt doorgaans op dit punt geen informatie, aldus Puzzle &amp; Co. Verder betoogt zij dat [A] in de bewuste periode bij Renaissance Reizen B.V. werkzaam was als "office manager" en "dat slecht voorstelbaar is dat mevrouw [A] niet bevoegd was Renaissance Reizen B.V. te vertegenwoordigen". Puzzle &amp; Co wijst erop dat de stelplicht en bewijslast ter zake van de onbevoegdheid van [A] op Renaissance Passages rusten en dat Renaissance Passages tot dusverre alleen maar gesteld heeft dat [A] niet bevoegd was doch geen bewijs heeft geleverd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Daarnaast betoogt Puzzle &amp; Co dat de veelvuldig en langdurig gedane betalingen op de facturen zo nodig als bekrachtigingen van de overeenkomsten hebben te gelden. Verder stelt zij dat in geval van terugbetaling daarmee verrekend moet worden de waarde van de door haar verrichte prestaties, die zij echter niet kan begroten. Ten slotte stelt Puzzle &amp; Co dat factuur 03-1850 buiten de periode valt waarop de bestreden overeenkomsten betrekking hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het hof kan ten aanzien van het debat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid het standpunt van Puzzle &amp; Co niet anders duiden dan dat gesteld wordt dat [A] bevoegd was Renaissance Reizen B.V. te vertegenwoordigen. Het hof leest in de stellingen van Puzzle &amp; Co niet (subsidiair) een beroep op schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, die zou zijn gewekt door verklaringen of gedragingen van de onbevoegd vertegenwoordigde (dus Renaissance Reizen B.V.) of die het gevolg is van feiten en omstandigheden op grond waarvan naar verkeersopvattingen die schijn kan worden afgeleid en die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen (vergelijk o.a. HR 19 februari 2010, LJN BK7671  en HR 2 december 2011, LJN BT7490).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt voorts dat Puzzle &amp; Co zelf heeft gesteld dat zij het Handelsregister heeft geraadpleegd. Uit de overgelegde handelsregisterinformatie (zie eerder genoemde productie) moet haar dan zijn gebleken dat Renaissance Holding B.V. bestuurder was van Renaissance Reizen B.V. en uit de handelsregisterinformatie van Renaissance Holding B.V. (vergl. bijlage 1 bij productie 11) moet haar dan gebleken zijn dat de bestuurder van die holding, [bestuurder], "Alleen/zelfstandig bevoegd" was, zoals door Renaissance Passages ook is gesteld sub 4 van de inleidende dagvaarding. Niet valt in te zien wat Renaissance Passages op dit punt nog meer ter betwisting van de bevoegdheid van [A] had moeten aanvoeren. Hier tegenover is door Puzzle &amp; Co onvoldoende aangedragen waaruit kan volgen dat [A] bevoegd was Renaissance Reizen B.V. te vertegenwoordigen. Het enkele feit dat [A] de functie had van officemanager is daartoe onvoldoende. Het hof wijst er in dit verband nog op dat het niet gaat om overeenkomsten op het gebied van reizen, zijnde de normale bedrijfsactiviteit van Renaissance Reizen B.V. Ook indien aan [A] volgens "het script" zou zijn gevraagd of zij bevoegd was en zij daarop ontwijkend of zelfs bevestigend zou hebben geantwoord, wat Puzzle &amp; Co overigens niet heeft gesteld en daarmee niet vaststaat, maakt nog niet dat zij daadwerkelijk bevoegd was. </para>
        <para>De zinsneden in de door [A] ondertekende contracten kunnen evenmin maken dat </para>
        <para>
          [A] (alsnog) bevoegd wordt waar zij dat niet was.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>  Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat het ervoor moet worden gehouden dat [A] niet vertegenwoordigingsbevoegd was. </para>
        <para>Aan bewijslevering op dit punt komt het hof dan ook niet toe.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Ten aanzien van de resterende verweren van Puzzle &amp; Co (zie r.o. 2.4) wenst het hof een reactie van Renaissance Passages te vernemen. Ten aanzien van het beroep op bekrachtiging (artikel 3:69 BW) overweegt het hof reeds thans dat bekrachtiging een eenzijdige rechtshandeling is van de pseudo-gevolmachtigde (in dit geval: Renaissance Reizen B.V.) gericht tot de wederpartij (in dit geval: Puzzle &amp; Co). Bekrachtiging is niet aan een bepaalde vorm gebonden en kan gelegen zijn in verklaringen en gedragingen (artikel 3: 33, 35 en 37 BW).</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>draagt Renaissance Passages op een nadere memorie te nemen ter uitlating als bedoeld in rechtsoverweging 2.8 van dit arrest, waarna Puzzle &amp; Co daarop bij antwoordmemorie zal mogen reageren;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verwijst daartoe de zaak naar de rol van dinsdag <emphasis role="bold">17 februari 2015 </emphasis>voor nadere memorie aan de zijde van Renaissance Passages;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verstaat dat het hof de overgelegde procesdossiers onder zich houdt in afwachting van het verdere verloop van de procedure en dat partijen, indien zij wederom arrest vragen, het onderhavige arrest en de daarna gewisselde processtukken aanvullend dienen te fourneren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.M.A. Wind en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag </para>
        <para>20 januari 2015.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>