<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2015:10007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:11:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24-001940-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2016/40</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:10007">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:10007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-30T13:55:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:10007 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-12-2015 / 24-001940-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2015:10007:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Arrest op bezwaarschrift ex art. 22g Wetboek van Strafrecht. Een eerder ingediend bezwaarschrift van de veroordeelde is gegrond verklaard, er is echter geen termijn door het hof bepaald waarbinnen de taakstraf moest worden verricht. Uitgaande van de maximale termijn als bedoeld in art. 22c Wetboek van Sr. had het OM, gelet op het bepaalde in art. 22i WvSr.,  uiterlijk op 10 juni 2015 een beslissing tot tenuitvoerlegging moeten nemen. Nu deze beslissing eerst op 23 juli 2015 is genomen, is de tenuitvoerleggingsbeslissing tardief en dient derhalve ongedaan te worden gemaakt.</para>
        <para>Gelet hierop wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard en is aan de executiemogelijkheden van de werkstraf een einde gekomen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2015:10007:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">LOCATIE LEEUWARDEN</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van 30 december 2015 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het bezwaarschrift ex artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [naam] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren [geboortedatum en - plaats] ,</para>
      <para>wonende [woonplaats en adres] </para>
      <para>thans verblijvende in [verblijfplaats] ,</para>
      <para>ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door zijn raadsman </para>
      <para>mr. [naam] , advocaat te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De inhoud van het bezwaar</title>
    <para>Het gerechtshof Leeuwarden, nevenzittingsplaats Arnhem,  heeft de veroordeelde bij zijn arrest van 3 november 2011 veroordeeld tot onder meer een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van 40 (veertig) dagen zal worden toegepast.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voormeld bezwaarschrift, ingekomen op 16 november 2015, keert zich tegen de kennisgeving d.d. 9 oktober 2015 van de advocaat-generaal aan de veroordeelde tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, welke kennisgeving aan veroordeelde is betekend op 2 november 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De behandeling ter zitting</title>
    <para>Het hof heeft ter openbare terechtzitting van 28 december 2015 gehoord de advocaat-generaal, de veroordeelde en de advocaat van de veroordeelde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de rapportage d.d. 3 juli 2015 van Reclassering Nederland, is de werkstraf - gelet op het verloop daarvan  - als voortijdig beëindigd retour gezonden. De veroordeelde heeft meerdere malen te maken gehad met familie- en gezondheidsproblemen. Hij heeft meerdere operaties ondergaan, kreeg te maken met een ernstig zieke echtgenote en het plotselinge overlijden  van een familielid. De reclassering maakt melding van een opeenstapeling van uitstel door fysieke en emotionele beperkingen,. Melding wordt gemaakt van het feit dat de veroordeelde de reclassering niet adequaat op de hoogte heeft gehouden en niet steeds contact heeft gezocht op momenten dat hij dat wel had moeten doen. Aan de veroordeelde is meerdere malen uitstel verleend voor het uitvoeren van de werkstraf, maar dit heeft niet tot het gewenste effect geleid. De door de reclassering gevraagde medische bewijsstukken zijn niet aangeleverd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft 32 uren van de 80 opgelegde uren gewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de veroordeelde aangegeven alsnog bereid te zijn om de werkstraf uit te voeren. De raadsman heeft aangevoerd twijfel te hebben bij de tijdigheid van de omzettingsbeslissing, maar niet over de stukken te beschikken die voor een beoordeling van die tijdigheid nodig zijn.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van het bezwaar</title>
    <para>In deze zaak heeft de advocaat-generaal eerder beslist tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis. Veroordeelde heeft tegen deze beslissing toen ook bezwaar aangetekend. Blijkens het daarop gevolgde arrest van dit hof van 12 maart 2014 is het bezwaarschrift van de veroordeelde gegrond verklaard en is de veroordeelde alsnog in de gelegenheid gesteld om de werkstraf te verrichten. Nu in voornoemd arrest geen termijn is bepaald waarbinnen de werkstraf moet zijn verricht gaat het hof er van uit dat veroordeelde binnen de in artikel 22c Wetboek van Strafrecht genoemde wettelijke termijn van maximaal één jaar na het arrest de werkstraf moest voltooien. Uitgaande daarvan had het openbaar ministerie op uiterlijk 10 juni 2015 een beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis moeten nemen, gelet op het bepaalde in artikel 22i Wetboek van Strafrecht. Nu eerst op 23 juli 2015, derhalve buiten deze termijn, deze beslissing door de advocaat-generaal is genomen, is deze tenuitvoerleggingsbeslissing tardief en dient deze ongedaan te worden gemaakt. Weliswaar bevindt zich in het dossier een beslissing tot termijnverlenging voor de uitvoering van deze werkstraf, gedateerd 4 september 2014, maar deze verlenging heeft geen wettelijke basis en kan derhalve in de onderhavige beoordeling geen rol spelen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op vorenstaande is aan de executiemogelijkheden van deze werkstraf een einde gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Het hof zal  als volgt beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaarschrift gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler als voorzitter, mrs. O. Anjewierden en </para>
      <para>W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>