<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:9725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T08:32:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.158.387-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:9725">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:9725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-22T11:15:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:9725 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-12-2014 / 200.158.387-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:9725:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen rechtens te respecteren belang bij faillissementsverzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:9725:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.158.387/01</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank C/16/379141 /FT EA 14/559 en C/16/379142 /FT EA 14/560) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de derde civiele kamer van 11 december 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [appellant 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellant 2],</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>hierna te noemen: <emphasis role="bold underline">[appellant 1]</emphasis><emphasis role="bold"> en </emphasis><emphasis role="bold underline">[appellant 2]</emphasis><emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. P.J. Stuy, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 21 oktober 2014 is het verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] tot faillietverklaring op eigen aangifte afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 27 oktober 2014, hebben [appellant 1] en [appellant 2] verzocht voornoemd vonnis te vernietigen en opnieuw beslissende hen in staat van faillissement te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een journaalbericht met bijlagen van 6 november 2014 van mr. Stuy, alsmede van het proces-verbaal in eerste aanleg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 december 2014, waarbij [appellant 1] en [appellant 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat, </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vaststaande feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de stukken en de verklaringen ter zitting blijkt het volgende.</para>
        <para>
          [appellant 1] en [appellant 2] zijn met elkaar in gemeenschap van goederen gehuwd op [in] 2011 te [woonplaats]. Zij hebben een inkomen van € 977,- netto per maand. Tevens ontvangen zij huurtoeslag (€ 237,- netto per maand); de huur bedraagt € 549,- per maand. Aan premie ziektekosten wordt een bedrag van € 216,- betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De schuldenlijst bestaat uit 28 crediteuren en de totale schuld bedraagt ten minste </para>
        <para>€ 69.476,04.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] om hen - op eigen aangifte - failliet te verklaren afgewezen.<?linebreak?>De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>"Aan verzoekers kan worden toegegeven dat zij aan de in de faillissementswet gestelde</para>
        <para>vereisten om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard voldoen.</para>
        <para>Immers, summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekers</para>
        <para>in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen. Echter, er zijn geen baten (te</para>
        <para>verwachten) waaruit de kosten van de curator kunnen worden voldaan en bij deze stand van</para>
        <para>zaken zal de curator in verband met de (oplopende) kosten het faillissement zo snel mogelijk</para>
        <para>voordragen voor opheffing wegens gebrek aan baten, waarbij de schuldenlast van verzoekers</para>
        <para>ongewijzigd zal zijn gebleven.</para>
        <para>Mede gelet op het belang van een te benoemen curator verschoond te blijven van niet</para>
        <para>verhaalbare kosten, is onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoekers een redelijk belang</para>
        <para>hebben bij hun faillissementsaanvraag en zal het verzoek tot faillietverklaring worden</para>
        <para>afgewezen."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beroep van [appellant 1] en [appellant 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [appellant 1] en [appellant 2] kunnen zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en voeren aan dat zij belang hebben bij hun faillietverklaring omdat </para>
      <para>( a) de kosten van schuldeisers oplopen en er geen uitzicht is op een financiële afwikkeling van de penibele financiële situatie;</para>
      <para>( b) het voor schuldeisers mogelijk wordt om BTW te verrekenen;</para>
      <para>( c) de boedel met de daaraan verbonden schulden kan worden afgewikkeld, nu pogingen in het verleden niet hebben geleid tot het gewenste resultaat. De curator heeft, in de visie van [appellant 1] en [appellant 2], meer mogelijkheden.</para>
      <para>Ter zitting is nog aangevuld dat de belangen van [appellant 1] en [appellant 2] in deze groter zijn dan het door de rechtbank verwoorde belang van de curator.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Summierlijk is ook het hof gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat [appellant 1] en [appellant 2] in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [appellant 1] en [appellant 2] kan worden toegegeven dat zij voldoen aan de in de faillissementswet gestelde vereisten om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>In zoverre merkt het hof – wellicht ten overvloede – nog op dat [appellant 1] en [appellant 2] geen misbruik van recht maken met hun verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [appellant 1] en [appellant 2] geen rechtens te respecteren belang hebben bij hun faillissementsverzoek. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Het doel van de Faillissementswet is ervoor te zorgen dat de boedel van de gefailleerde op een eerlijke wijze wordt verdeeld tussen de schuldeisers. Wanneer er - zoals hier aannemelijk is geworden - geen baten (te verwachten) zijn kan voornoemd doel niet worden gediend. Na faillissement zal er voor [appellant 1] en [appellant 2] financieel niets gewijzigd zijn ten opzichte van hun huidige situatie. Schuldeisers kunnen nu ook al op hun schulden afschrijven zodat de door [appellant 1] en [appellant 2] gestelde belangen van schuldeisers bij het faillissement in verband met afschrijven van die schulden niet spelen. Dat de curator meer mogelijkheden voor afwikkeling van de boedel heeft mag juist zijn echter dit is niet het doel van een faillissement.</para>
        <para>Het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij het faillissementsverzoek is voldoende grond om het faillissementsverzoek af te wijzen. Dat de rechtbank bij haar beslissing mede heeft gelet op de belangen van de aan te stellen curator die benadeeld zullen worden omdat hij zijn kosten niet zal kunnen verhalen maakt niet dat, zoals [appellant 1] en [appellant 2] hebben gesteld, de rechtbank uitsluitend het belang van de curator heeft gewogen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden het verzoek heeft afgewezen, zodat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van </para>
      <para>21 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. W. Foppen, mr. J.G. Idsardi en mr. A.W. Jongbloed en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van </para>
      <para>11 december 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>