<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:7853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:35:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.087.092-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:7853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:7853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-14T16:01:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:7853 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-10-2014 / 200.087.092-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:7853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huwelijksvermogenrecht. Verrekenbeding. Artikel 1:141 lid 3 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:7853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.087.092/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 79965 / HA ZA 06-1019)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de derde kamer van 14 oktober 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.G. Miedema, kantoorhoudend te Heerenveen, die ook heeft gepleit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellante in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. N.H.M. Poort, kantoorhoudend te Heerenveen, voorheen mr. B. Delhaye, advocaat te Heerenveen, die ook heeft gepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van </para>
      <para>18 april 2007, 2 april 2008,18 februari 2009 en 29 december 2010 van de rechtbank Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure is als volgt:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 28 maart 2011,</para>
      <para>- de memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis, met producties,</para>
      <para>- de memorie van antwoord, tevens van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties,</para>
      <para>- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met producties,</para>
      <para>- het gehouden pleidooi waarbij pleitnotities zijn overgelegd,</para>
      <para>- akte uitlating na pleidooi van [geïntimeerde],</para>
      <para>- antwoordakte na pleidooi van [appellant].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof heeft arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie van de memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis luidt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"(…)  de vonnissen in conventie en reconventie van de Rechtbank Leeuwarden, onder zaaknummer/rolnummer:79965/HA ZA 06-1019 op 2 april 2008, op 18 februari 2009, op </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">28 april 2010 en op 29 december 2010 tussen de man en vrouw gewezen, waarvan beroep, te vernietigen en bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de door de vrouw in conventie bij de rechtbank ingestelde vorderingen alsnog niet ontvankelijk te verklaren of aan haar te ontzeggen met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties, alsmede dat het u moge behagen bij arrest in reconventie, voor zover mogelijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaar bij voorraad,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1. de vrouw te veroordelen om binnen 1 maand na betekening van het ten deze te wijzen arrest over te gaan tot beschrijving van het te verrekenen vermogen van haar als bedoeld in en conform artikel 1:143 BW. Zulks onder verbeurte van een direkt opeisbare dwangsom van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1000 euro voor elke dag, dat zij daarmee in gebreke is.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">primair</emphasis>
        <emphasis role="italic"> de voormalige echtelijke woning met schuur, met erf, tuin en ondergrond,</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">plaatselijk bekend [adres] te verdelen aldus, dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan de man wordt toegedeeld het onverdeeld 5/10e aandeel van de vrouw daarin, zonder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarbij de man te veroordelen tot voldoening aan de vrouw van een overbedelingsvergoeding ter zake gelijk aan 5/10e van de overwaarde c.q. van 5/10 van de waarde van die woning met schuur,erf, tuin en ondergrond; althans voormelde onroerende goederen te verdelen zoals u in goede justitie nodig acht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> -in geval u het in voorgaande alinea onder primair gestelde niet toewijst</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de voormalige echtelijke woning met schuur met erf,tuin en ondergrond, plaatselijk bekend</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [adres] te verdelen aldus, dat aan de man wordt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toegedeeld het onverdeeld 5/10e aandeel van de vrouw daarin, en daarbij de man te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordelen tot voldoening aan de vrouw van een overbedelingsvergoeding ter zake gelijk aan de helft van het totaal van de waarde van die woning met schuur,erf tuin en ondergrond</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verminderd met de helft van het totaal van de kosten, welke de man ter verwerving en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oprichting van die woning, schuur met erf,tuin en ondergrond, plaatselijk bekend [adres] gemaakt heeft, c.q. daarin geïnvesteerd heeft, zijnde een bedrag van 88237,28 euro; zijnde althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag; althans voormelde onroerende goederen te verdelen zoals u ingoede justitie nodig acht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">3.primair -voor het geval- dat de man niet de benodigde gelden zal kunnen lenen voor de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betaling van het aan de vrouw ingevolge uw arrest toekomende, dan wel de man niet in staat is het aan de vrouw ingevolge uw arrest toekomende anderszins te betalen, de verkoop te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelasten van de woning met schuur, erf, tuin en ondergrond, plaatselijk bekend [adres] middels onderhandse verkoop; althans partijen te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordelen tot de onverwijlde onderhandse verkoop daarvan over te gaan, met bepaling van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de verdeling of de wijze van verdeling van de netto-opbrengst van die goederen tussen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">partijen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zulks met veroordeling van de vrouw - voor zover zij na betekening van het in deze te wijzen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arrest in gebreke blijft mee te werken aan de levering van voormelde woning met schuur, erf,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tuin en ondergrond aan de koper(s)- het in deze te wijzen arrest in de plaats van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medewerking van de vrouw aan de levering daarvan zal treden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en zulks met veroordeling van de vrouw om aan de man binnen 14 dagen na betekening van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het ten dezen te wijzen vonnis; althans binnen 14 dagen na de overdracht/levering van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voormelde onroerende goederen een bedrag te betalen van 88237,28 euro; althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag ter zake de vergoeding van de vrouw aan de man van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">helft van door de man gemaakte kosten van verwerving en oprichting van voormelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onroerende goederen c.a.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">dan wel </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> ingeval u het in voorgaande alinea gestelde niet toewijst, de verkoop te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelasten van de woning met schuur met erf, tuin en ondergrond, plaatselijk bekend [adres]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> middels een door u in goede justitie te bepalen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijze van verkoop met bepaling van de verdeling of de wijze van verdeling van de </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">netto-opbrengst van die goederen tussen partijen; althans partijen te veroordelen tot de onverwijlde verkoop daarvan over te gaan middels een door u te bepalen wijze van verkoop; met bepaling van de verdeling of de wijze van verdeling van de netto-opbrengst van die goederen tussen partijen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zulks met veroordeling van de vrouw - voor zover zij na betekening van het in deze te wijzen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arrest in gebreke blijft mee te werken aan de levering van voormelde woning met schuur, erf,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tuin en ondergrond aan de koper(s)- het in deze te wijzen arrest in de plaats van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medewerking van de vrouw aan de levering daarvan zal treden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en zulks met veroordeling van de vrouw om aan de man binnen 14 dagen na betekening van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het ten dezen te wijzen vonnis; althans binnen 14 dagen na de overdracht/levering van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voormelde onroerende goederen een bedrag te betalen van 88237,28 euro; althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag ter zake de vergoeding van de vrouw aan de man van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">helft van door de man gemaakte kosten van verwerving en oprichting van voormelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onroerende goederen c.a.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">4. de omvang van het tussen partijen te verdelen en te verrekenen vermogen vast te stellen</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomstig de stellingen van de man; althans voor wat betreft het overige vermogen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">partijen; althans een zodanige verdeling en verrekening vast te stellen als u in goede justitie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nodig acht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">5.voor recht te verklaren,dat partijen recht hebben op de verdeling bij helfte van hun tijdens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">huwelijk opgebouwde pensioenrechten als bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">scheiding, althans zulks conform die wet en dat de vrouw aan die verdeling haar medewerking dient te geven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">6. -primair- de vrouw te veroordelen om als gebruiksvergoeding aan de man te betalen 4 %</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">berekend over de middels taxatie te bepalen waarde van de echtelijke woning met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ondergrond, welke vergoeding berekend dient te worden over de periode vanaf 1 april 2004</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tot aan de dag van het </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">rechtens</emphasis>
          <emphasis role="italic"> beëindigd hebben door de vrouw van het gebruik van die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">echtelijke woning met ondergrond;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-subsidiair- de vrouw te veroordelen om als gebruiksvergoeding aan de man te betalen 4 %</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">berekend over de helft van de middels taxatie te bepalen waarde van die woning met erf, tuin</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en ondergrond vermeerderd met de helft van het totaal van de kosten, welke de man ter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwerving en oprichting van die woning schuur met erf,tuin en ondergrond, plaatselijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bekend [adres] gemaakt heeft, c.q. daarin</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geïnvesteerd heeft, zijnde een bedrag van 88237,28 euro; zijnde althans een door u in goede</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">justitie te bepalen bedrag;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en welke vergoeding berekend dient te worden over de periode vanaf 1 april 2004 tot aan de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dag van het </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">rechtens</emphasis>
          <emphasis role="italic"> beëindigd hebben door de vrouw van het gebruik van die echtelijke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">woning met ondergrond;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">althans met verzoek de vrouw te veroordelen om als gebruiksvergoeding aan de man uit te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betalen een in goede justitie door U te bepalen bedrag;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">7.zulks met veroordeling van de vrouw om aan de man te voldoen het door haar in totaal aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de man verschuldigde vermeerderd met de wettelijke rente daarover, berekend vanaf het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vroegst mogelijke moment; althans berekend vanaf de dag van het instellen van deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vordering bij de rechtbank c.q. 4 april 2007 tot aan die der algehele voldoening;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">8.alsmede voorts te bepalen, dat de man de eventueel aan de vrouw -ingevolge het ten dezen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te wijzen arrest- verschuldigde geldsom geheel of ten dele in door u in goede justitie te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bepalen termijnen mag voldoen of dient te voldoen;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">9. en tevens een nieuw deskundigenonderzoek te gelasten naar de waarden van desbetreffende onroerende goederen; althans een door u te bepalen nieuw deskundigenonderzoek te gelasten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zulks met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties;”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>In de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel en wijziging/vermeerdering van eis heeft [geïntimeerde] als volgt geconcludeerd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> "A) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">in Principaal Appel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De man niet ontvankelijk te verklaren in zijn grieven; deze grieven te ontzeggen; af te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijzen alsmede de man in zijn vermeerdering van eis/wijziging van eis eveneens niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontvankelijk te verklaren; deze af te wijzen, te ontzeggen en de vonnissen waartegen de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">man hoger beroep heeft ingesteld te bekrachtigen voor zover de vrouw in incidenteel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">appèl niet heeft gevorderd om deze zelf te vernietigen op de aangegeven punten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">B) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">In incidenteel Appel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(..) de voorzieningen in conventie en reconventie van de Rechtbank Leeuwarden onder zaaknummer/rolnummer 79965/HA ZA 06 -1019 op 2 april 2008, 18 februari 2009 op 28 april 2010 en op 29 december 2010 tussen de man en de vrouw gewezen, waarvan beroep, te vernietigen en bij arrest - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - de door de man in Conventie bij de Rechtbank ingestelde vorderingen zoals door de man in appèl gewijzigd, vermeerderd alsnog niet ontvankelijk te verklaren en:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1.  Vervangende toestemming zal treden in de plaats van de toestemming van de man,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     respectievelijk:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- primair daarbij te bepalen dat de uitspraak van uw Hof terzake van de toescheiding/</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">       verdeling van de woning dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">       akte tot verdeling en levering van dit registergoed art. 3:300 BW;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- <emphasis role="italic">    - subsidiair te bepalen dat de uitspraak van uw Hof terzake van de toescheiding/toe-</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> deling van de woning voor de wilsverklaring van de man (indien deze niet aan deze ver-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deling meewerkt) in de plaats komt;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- meer subsidiair dat uw Hof een vertegenwoordiger benoemt die namens de man </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(indien hij aan de verdeling niet meewerkt) optreedt onder de bepaling dat deze verte-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">genwoordiger niet de goedkeuring van uw Hof behoeft van de door hem tot stand te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">brengen verdeling;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">meest subsidiair</emphasis>
        <emphasis role="italic"> dat de man wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">van het ten deze te wijzen arrest mee te werken aan notariële verdeling en levering</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de woning aan de [adres] aan eiseres op straffe van verbeurte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een dwangsom van € 200,-- (zegge tweehonderd euro) per dag voor iedere dag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat de man met de medewerking aan de notariële verdeling en levering in gebreke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">blijft.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wanneer de man niet zal worden veroordeeld tot betaling van de helft van het overbe-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">delingsbedrag aan de vrouw bij toescheiding van de woning aan de man (omdat bijv. uw Hof zal oordelen dat de man er in is geslaagd te bewijzen dat hij het overbedelingsbedrag niet aan de vrouw zou kunnen betalen) primair om de verkoop te gelasten van de woning met schuur, erf en tuin en ondergrond plaatselijk bekend [adres] middels onderhandse verkoop tezamen en als één geheel met het naastliggend perceel grond (bekend onder [adres]) althans partijen te veroordelen tot de onverwijlde onderhandse verkoop daarvan over te gaan met bepaling dat de verdeling van de alsdan te verkrijgen kooppenningen zal gescheiden, aldus dat van de totale koopprijs in mindering wordt gebracht een bedrag van € 39.235,-- zijnde het door het deskundige getaxeerd bedrag minus 8% van dat bedrag derhalve € 31.388,--) en dat het alsdan resterende bij helfte tussen partijen zal worden verdeeld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zulks met veroordeling van de man om wanneer hij na betekening van dit arrest aan hem binnen een maand niet zal meewerken aan de verkoop door een door uw Hof aan te wijzen makelaar; zijn toestemming daarvoor weigert, om de man te veroordelen voor elke dag dat hij daarmee in gebreke blijft om aan de vrouw bij wijze van dwangsom te betalen een bedrag van € 1.000,-- voor elke dag dat hij daarmee in gebreke blijft.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> de man te veroordelen om mee te werken aan de verkoop, zulks met veroor-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deling van de man, voor zover hij na betekening van het in deze te wijzen arrest binnen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">14 dagen in gebreke blijft, mee te werken aan de verkoop en levering van de litigieuze</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">woning met het daarnaast gelegen perceel het in deze te wijzen arrest in de plaats treedt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de medewerking van de man aan de verkoop en levering daarvan waarbij van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">koopprijs in mindering wordt gebracht een bedrag van € 31.388,-- en dat het alsdan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">resterende bij helfte zal worden verdeeld (beide partijen betalen de helft van de make-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">laarskosten).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Ten aanzien van de in het huwelijk door partijen opgebouwde pensioenrechten primair          de man te veroordelen om vanaf het moment dat hij 65 jaar is geworden, de pensioenge-</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">    rechtigde leeftijd heeft bereikt (23 juli 2012) aan de vrouw uit te keren het bedrag van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> € 38.008,-- als uiteengezet in de Memorie van Grieven en toelichting in het Incidenteel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Appèl no. 12 en ten aanzien van de redelijke gebruikersvergoeding.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. <emphasis role="italic">  3. </emphasis><emphasis role="underline italic">Primair</emphasis><emphasis role="italic"> te bepalen dat de vrouw geen redelijke gebruikersvergoeding aan de man zal</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">      dienen te betalen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> indien en voor zover de vrouw wel aan de man een gebruikersvergoeding zal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">      moeten betalen vast te stellen dat die vergoeding verschuldigd is over de periode 4 juli</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">      2005 (datum inschrijving in de registers van de Burgerlijke Stand) tot 1 september 2009</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">     (datum feitelijke beëindiging van de bewoning voormalige echtelijke woning minus </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">     6 maanden ex art. 1:165 BW) en deze vergoeding over die periode te bepalen op € 375,--</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">per maand zijnde de helft van de door de deskundige Hoogeveen vastgestelde gemiddelde       huurwaarde van € 750,--.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Meer subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> indien en voor zover het primair en subsidiair door de vrouw gevorderde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zal worden afgewezen en ontzegd, de redelijke vergoeding over de door de vrouw ge-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">noemde periode te bepalen op 2% van de waarde van de voormalige echtelijke woning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en daar de helft van (waarde € 388.000,-- wanneer de toedeling van de woning aan de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">man wordt bekrachtigd en/of de uiteindelijke verkoopwaarde van de woning lager wordt).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Meer meer subsidiair</emphasis>
          <emphasis role="italic"> indien en voor zover het primair subsidiair en meer subsidiair door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vrouw gevorderde zal worden afgewezen en ontzegd, de redelijke vergoeding over de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door de vrouw gevoerde periode te bepalen op 4% van de waarde van de voormalige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">echtelijke woning en daar de helft van (waarde € 388.000,-- wanneer de toedeling van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">woning aan de man wordt bekrachtigd en/of de uiteindelijke verkoopwaarde van de wo-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ning lager wordt).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. <emphasis role="italic"> 4. Primair de man te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het ten deze te</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijzen arrest een volledige beschrijving te geven van het te verrekenen vermogen als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedoeld in art. 1:143 lid 1 BW op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,--</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(zegge tweehonderd euro) per dag voor iedere dag dat de man met het geven van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">volledige beschrijving in gebreke blijft en een deskundige (door uw Hof) te benoemen die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een rapport zal opmaken ten aanzien van het te verrekenen vermogen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. <emphasis role="italic"> 5. De man te veroordelen over te gaan tot het verrekenen van het te verrekenen vermogen</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">bij helfte binnen 7 dagen na het doen van de volledige beschrijving c.q. nadat uw Hof bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arrest de volledige beschrijving heeft vastgesteld op verbeurte van een dwangsom van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 200,-- (zegge tweehonderd euro) per dag voor iedere dag dat de man met het over</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gaan tot verrekening in gebreke is en niet voldoet aan het door uw Hof gegeven oordeel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met betrekking tot het bij helfte te verrekenen bedrag.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. <emphasis role="italic"> 6. De man te veroordelen om met ingang van 10 december 2010 (datum eindvonnis) aan</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vrouw te betalen de wettelijke rente over het bedrag van het door de man te verreke-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nen vermogen inclusief het overbedelingsbedrag terzake van het litigieus onroerend</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">goed, zowel wanneer het litigieus onroerend goed aan de man wordt toegescheiden voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het bedrag van € 388.000,-- dan wel een ander door uw Hof vast te stellen bedrag als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ook wanneer het litigieus onroerend goed zal zijn verkocht te rekenen tot de dag waarop</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het litigieus onroerend goed bij notariële akte aan de man is toegescheiden c.q. tot de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">datum waarop het litigieus onroerend goed is verkocht en de kooppenningen zijn betaald</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en de man te veroordelen in de proceskosten zowel in prima als in hoger beroep.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten rechtens</emphasis>."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft [appellant] geconcludeerd tot niet ontvankelijk verklaring van [geïntimeerde] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wijzigingen van eis</title>
    <para>Partijen hebben ieder voor zich hun eis gewijzigd. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van de wederpartij. Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijzigingen ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Ter zake van de vordering van ieder van partijen zal derhalve recht worden gedaan op de gewijzigde eis.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Tussen partijen staat als niet dan wel onvoldoende weersproken het volgende vast:</para>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Partijen zijn [in] 1986 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij notariële akte [in] 1986 zijn partijen de volgende huwelijkse voorwaarden overeengekomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)  </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">artikel 1</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">          a. Tussen de echtgenoten zal geen gemeenschap van goederen bestaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">          b. Ieder der echtgenoten behoudt derhalve alle goederen, welke hij of zij ten huwelijk aanbrengt en die, welke gedurende het huwelijk door erfenis, legaat of schenking of op andere wijze aan hem of haar opkomen, alsmede de vruchten daarvan en de inkomsten uit hoofde van beroep of bedrijf en de goederen, welke door hem of haar worden verkregen door belegging of wederbelegging of door ruiling van ieders bijzonder vermogen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">            (…)         </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">artikel 4</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">           a. De echtgenoten zijn verplicht de vermeerdering van beider vermogen door opleg van inkomsten invoege alsvolgt met elkander te verdelen, met dien verstande, dat deze verplichting niet geldt met betrekking tot een periode waarin de echtelijke samenwoning is verbroken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. Telkens wanneer een echtgenoot zulks tijdens het huwelijk verlangt, alsmede na ontbinding van het huwelijk, wordt ten aanzien van ieder der echtgenoten vastgesteld, wat per kalenderjaar van zijn of haar inkomsten is opgelegd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. De aldus vastgestelde jaarlijkse vermogensvermeerderingen worden bijeengevoegd en bij helfte verdeeld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">artikel 6 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">           a.Kleren, lijfstoebehoren en kleinodiën zullen worden beschouwd eigendom te zijn van diegene der echtgenoten, in wiens gebruik zij zijn of tot diens gebruik zij uiteraard of in feite zijn bestemd, zonder enig onderzoek naar de herkomst van die zaken en zonder enige verrekening van aanschaffingskosten en dergelijke.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">           b. De huishoudelijke inboedel (...) zal worden beschouwd eigendom te zijn van de vrouw eveneens zonder enig onderzoek naar de herkomst en zonder enige verrekening.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">           c. Alle overige goederen, waarvan niet blijkt aan wie van de echtgenoten zij in eigendom toebehoren, zullen worden beschouwd eigendom te zijn van beide echtgenoten, ieder voor de onverdeelde helft.</emphasis>
        </para>
        <para> (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Uit een aan de akte huwelijkse voorwaarden gehechte staat van aanbrengsten [in]</para>
        <para> 1986 blijkt dat door [appellant] onder meer de volgende aktiva ten huwelijk zijn aangebracht:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Een perceel grond gelegen te [plaats] met daarop staande schuur, kadastraal bekend gemeente [gemeente].</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een rekening-courant [rekeningnummer] met een saldo van </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="underline">+</emphasis> ƒ 30.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Bij notariële akte van 14 juni 1988 heeft [appellant] [bedrijf 1] opgericht. In de openingsbalans per 1 april 1988 van [bedrijf 1] (i.o.), staat dat het eigen vermogen van de vennootschap bestaat uit een gestort aandelen-kapitaal van ƒ 40.000,- [appellant] werd directeur/ groot aandeelhouder van de vennootschap. De aandelen in de vennootschap zijn op 6 augustus 1990 door [appellant] verkocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Uit een notariële akte van 3 oktober 1990 blijkt dat aan [geïntimeerde] en [appellant] ieder de onverdeelde helft is geleverd van een gedeelte van het perceel weiland gelegen aan [adres]. Het betreffende perceelsgedeelte is op een aan de notariële akte gehechte tekening nader aangeduid door middel van een dubbele arcering. Een ander deel van genoemd perceel weiland (op de aan de notariële akte gehechte tekening enkel gearceerd) is aan [appellant] geleverd.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Op 7 mei 1991 heeft [appellant] [bedrijf 2] opgericht. De activiteiten van deze vennootschap zijn in 1995 gestaakt. [appellant] heeft in de jaren daarvoor en in de jaren daarna in loondienst  gewerkt bij diverse vennootschappen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2004 is de samenwoning van partijen beëindigd. [appellant] heeft toen de echtelijke woning verlaten. [geïntimeerde] is, samen met de minderjarige kinderen van partijen, in de echtelijke woning blijven wonen. Het verzoek tot echtscheiding is ingediend op</para>
        <para>14 september 2004.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Het huwelijk is [in] 2005 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beslissing van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft in het vonnis van 29 december 2010 in conventie en in reconventie: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de onroerende zaak aan de [adres] – waarop de voormalig echtelijke woning van partijen is gebouwd – aan [appellant] toegedeeld en [appellant] veroordeeld om wegens overbedeling een bedrag van € 194.000,- aan [geïntimeerde] te voldoen. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht verklaard dat partijen recht hebben op verdeling bij helfte van hun tijdens huwelijk opgebouwde pensioenrechten als bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, althans op verdeling daarvan conform die wet, en [geïntimeerde] veroordeeld daaraan mee te werken.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [geïntimeerde] veroordeeld om als gebruiksvergoeding voor het gebruik van de voormalig echtelijke woning aan de [adres] aan [appellant] te voldoen een bedrag van € 42.033,33, te vermeerderen met wettelijke rente over de periode van</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>28 april 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [geïntimeerde] veroordeeld om aan de griffier van de rechtbank een bedrag van € 416,50 te voldoen wegens de voorgeschoten kosten voor de deskundige.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de kosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Partijen zijn in artikel 4 van de huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding overeengekomen. Zij hebben daaraan tijdens hun huwelijk geen uitvoering gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft overwogen dat ter zake van de verrekening artikel 1: 141 lid 1 BW van toepassing is en dat de peildatum voor de samenstelling en omvang van het te verrekenen vermogen 1 maart 2004 is. Daartegen is geen grief gericht, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. Dat brengt mee dat het bepaalde in art. 1:141 lid 3 BW van toepassing is, waardoor het op 1 maart 2004 aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het op 1 maart 2004 aanwezige vermogen is (voor het merendeel) verkregen door belegging en herbelegging van de opbrengst uit de verkoop in 1990 van de aandelen in [bedrijf 1]  </para>
        <para>Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de volstorting van de aandelen in [bedrijf 1] is gefinancierd door aanwending van privé-vermogen van [appellant] dan wel door aanwending van inkomen of vermogen dat op grond van in artikel 4 van de huwelijkse voorwaarden voor verrekening in aanmerking komt. </para>
        <para>In het eerste geval behoort de opbrengst uit de verkoop van de aandelen en hetgeen door belegging daarvan is verkregen in beginsel tot het privé vermogen van [appellant]. In het andere geval zijn de aandelen verkregen met te verrekenen inkomsten of vermogen en behoort de opbrengst uit de verkoop van die aandelen en/of het door belegging daarvan verkregene in beginsel tot het te verrekenen vermogen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De herkomst van het bedrag van het gestorte aandelenkapitaal</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>De rechtbank heeft in het vonnis onder 4.2. overwogen dat de aandelen zijn volgestort met door [appellant] ten huwelijk aangebracht vermogen en geoordeeld dat op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid en in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht, het bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW tussen partijen buiten toepassing behoort te blijven.	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft tegen die overweging van de rechtbank de grieven 3, 4 en 5 in het incidenteel appel opgeworpen. Zij voert daartoe onder meer aan dat [appellant] niet heeft aangetoond dat hij de aandelen in [bedrijf 1] heeft volgestort met door hem ten huwelijk aangebracht vermogen. Verder wijst zij er op dat [appellant] zijn eenmanszaak in de vennootschap heeft ingebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>
        [appellant] stelt dat hij zijn eenmanszaak in de vennootschap [bedrijf 1] heeft ingebracht en het aandelenkapitaal heeft volgestort met het bedrag van ƒ 40.000,- dat hij bij het huwelijk heeft aangebracht. Hij betoogt dat er voorafgaand aan het volstorten van het aandelenkapitaal geen overgespaarde inkomsten waren. Hij ontving toen een inkomen uit arbeid in loondienst en dat inkomen is volgens hem tijdens huwelijk volledig opgegaan aan de kosten van de huishouding.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
        <para>Partijen zijn het er over eens dat het door [appellant] ten huwelijk aangebracht vermogen tot het privé vermogen van [appellant] behoort.</para>
        <para>
          [appellant] heeft met de door hem bij de conclusie van antwoord in het geding gebrachte rekeningafschriften, naar 's hofs oordeel voldoende onderbouwd dat hij ten tijde van de huwelijkssluiting beschikte over een bedrag van in totaal ongeveer ƒ 40.000,- en dat hij daarvan een bedrag van ƒ 40.000,- op 19 december 1986 per kas heeft gestort op een en/of rekening van partijen bij de Friese Bondspaarbank. </para>
        <para>In een brief van 14 juni 1988 verklaart de ABN Amro bank aan de notaris die de akte van oprichting van de vennootschap heeft opgemaakt, dat <emphasis role="italic">‘ter voldoening aan genoemde verplichting een bedrag groot ƒ 40.000,- met ingang van de oprichting ter beschikking van de vennootschap zal staan.”</emphasis> Uit welke bron dat bedrag afkomstig is, blijkt daar echter niet uit. Er zijn ook geen bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat [appellant] het bij de Friese Bondsspaarbank gestorte bedrag van ƒ 40.000,- heeft aangewend voor het volstorten van de aandelen van de op 14 juni 1988 opgerichte vennootschap.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <parablock>
        <para>Daarbij komt dat [appellant] zijn eenmanszaak heeft ingebracht in de op 14 juni 1988 opgerichte vennootschap [bedrijf 1]  [appellant] is die eenmanszaak kort na de huwelijkssluiting, volgens [appellant] medio 1987, gestart. Uit de overgelegde bescheiden blijkt dat [appellant] in het laatste kwartaal van 1987 een winst heeft behaald van ruim ƒ 28.000,- en in het eerste kwartaal van 1988 een winst van ruim ƒ 11.000,-. Uit de balans per </para>
        <para>31 maart 1988 van de eenmanszaak blijkt dat toen in de eenmanszaak in totaal een vermogen van ƒ 50.163,52 aanwezig was.</para>
        <para>De openingsbalans van [bedrijf 1](i.o.) per 1 april 1988 vermeldt dezelfde bedragen aan debiteuren, schulden op korte termijn en geldmiddelen als die in de balans per 31 maart 1988 van de eenmanszaak. Het in de eenmanszaak aanwezige vermogen van ƒ 50.163,52 is daarmee in de vennootschap gebracht. Het vermogen van de vennootschap bestaat, gezien de openingsbalans, uit vreemd vermogen in de vorm van een  rekening courant met de directeur/oprichter ([appellant]) van ƒ 10.163,52  en uit eigen vermogen, bestaande uit een gestort aandelenkapitaal van ƒ 40.000,-, en bedroeg derhalve in totaal ƒ 50.163,52. Het valt daarom niet uit te sluiten dat het in de eenmanszaak op 31 maart 1988 aanwezig vermogen (waaronder ƒ 50.699,- aan geldmiddelen) is aangewend voor het volstorten van de aandelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <para>De stelling van [appellant] dat het bedrag van ƒ 40.000,-- afkomstig is uit door hem ten huwelijk aangebracht vermogen is in het licht van het voorgaande niet voldoende onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in voornoemd artikel 141 lid 3 BW ligt het op de weg van [appellant] tegenbewijs te leveren waaruit blijkt dat sprake is van omstandigheden die het  redelijk en billijk doen zijn om het vermoeden dat het op 1 maart 2004 aanwezige vermogen is gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, buiten toepassing te laten. Daarvoor is, in het licht van de stellingen van [appellant], nodig dat [appellant] tegenbewijs levert waaruit blijkt dat hij het bij de oprichting van [bedrijf 1] gestort aandelenkapitaal van </para>
        <para>ƒ 40.000,- heeft voldaan met het in overweging 5.7. genoemde, door hem ten huwelijk aangebracht, vermogen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof zal, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, [appellant] in de gelegenheid stellen om dat tegenbewijs te leveren. </para>
        <para>Het hof zal daartoe de zaak naar rol verwijzen, zodat [appellant] kan aangeven of hij het bewijs door middel van getuigen wenst te leveren en/of door middel van bescheiden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>alvorens nader te beslissen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="underline">dinsdag 11 november 2014</emphasis> voor akte aan de zijde van [appellant], ten einde hem in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag op welke wijze hij het in overweging 5.11 bedoelde tegenbewijs wenst te leveren.;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. M.W. Zandbergen en </para>
      <para>mr. G.K. Schipmölder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 14 oktober 2014. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>