<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:7323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:52:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.116.313-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:7323">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:7323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-25T12:41:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:7323 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-09-2014 / 200.116.313-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:7323:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Risico-aansprakelijkheid voor opstallen (artikel 6:174 BW). </para>
        <para>Is de scheurvorming in de achtergevel van de aanbouw van een pand veroorzaakt door het feit dat de balkonopbouw van een aangrenzend pand op een gedeelte van deze achtergevel is komen te rusten? Deskundigenbericht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:7323:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.087.681/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Groningen 99931/HA ZA 08-119)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de tweede kamer van 23 september 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats],</para>
      <para>appellant, </para>
      <para>in eerste aanleg: eiser,</para>
      <para>hierna te noemen: <emphasis role="bold underline">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. D.A. Westra kantoorhoudende te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.<emphasis role="bold underline">[geïntimeerde 1]</emphasis>,</para>
      <para>2.<emphasis role="bold underline">[geïntimeerde 2]</emphasis>,<?linebreak?>beiden wonende te [woonplaats],	</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold underline">[geïntimeerden]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. F.H. Kappelhof, kantoorhoudende te Delfzijl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 9 oktober 2012 hier over. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep blijkt uit:<?linebreak?>- een deskundigenrapport d.d. 7 februari 2014;<?linebreak?>- een begrotingsbeschikking van de raadsheer-commissaris d.d. 17 maart 2014;<?linebreak?>- een memorie na deskundigenbericht van [appellant];<?linebreak?>- een antwoordmemorie na deskundigenbericht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In genoemd tussenarrest heeft het hof ing. [deskundige 1] (hierna: de deskundige) tot deskundige benoemd teneinde een (aanvullend) onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen omtrent de volgende vragen:<?linebreak?><?linebreak?>1) Rust het balkon van [geïntimeerden] op de uitbouw van [appellant], in die zin dat er belastingoverdracht plaatsvindt vanuit het balkon naar de uitbouw van [appellant]?<?linebreak?>2) Heeft uw antwoord op de vorige vraag tot gevolg dat geoordeeld moet worden dat de scheurvorming in de uitbouw van [appellant] (mede) is veroorzaakt doordat het balkon van [geïntimeerden] op de uitbouw van [appellant] rust? Zo ja, voor welke deel (percentage) is naar uw inschatting het balkon van [geïntimeerden] debet aan de scheurvorming in de uitbouw van [appellant]?<?linebreak?>3) Als de uitbouw van [appellant] later is aangebouwd aan het pand van [geïntimeerden], had [appellant] of diens rechtsvoorganger maatregelen kunnen treffen - door het aanbrengen van dilatatie en/of anderszins - om scheurvorming in de uitbouw te voorkomen? Zo ja, kunt u een inschatting geven in hoeverre (percentage) de schade hierdoor is ontstaan?<?linebreak?>4) Kunt u een inschatting geven in welke mate (percentage) de beperkte samenhang van de achtergevel van de uitbouw aan de scheurvorming heeft bijgedragen?<?linebreak?>5) Heeft u nog verdere opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft als volgt gerapporteerd:<?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?>"(…) Bovenstaande vragen zijn door ondergetekende op 15 april 2013 beantwoord</para>
        <para>in een CONCEPT-rapport (zaaknummer: 9931/HA ZA 08-119; met referentie:</para>
        <para>5009-0301-002_31_.RO1/OD). De antwoorden zoals opgenomen in deze CONCEPT-rapportage</para>
        <para>luiden als volgt:<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">'Na het (deels opnieuw) bestuderen van de stukken kom ik tot de volgende voorlopige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">antwoorden:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Zoals ik in de rapportage van 9 juni 2010 reeds meldde zitten beide gevels aan elkaar</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">vast, hetgeen betekent dat er sprake is van onderlinge krachtsoverdracht. Dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betekent dus ook dat er sprake is van belastingoverdracht vanuit het balkon naar de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitbouw van [appellant].</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Bij de beantwoording van vraag 2 stuit ik op de volgende onduidelijkheden. Punt 1:</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens de inspectie zaten de gevels aan elkaar vast maar er wordt in het dossier gesproken over een situatie waarbij het balkon voorheen niet op de gevel van [appellant]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rustte, hetgeen dus afwijkt van hetgeen ik tijdens de inspectie kon waarnemen. Uit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het dossier heb ik niet kunnen opmaken of en in welke mate de gevel/ het balkon van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [geïntimeerden] is gezakt ten opzichte van de gevel van [appellant]. Punt 2 dient er gezien de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ouderdom van het “balkon” van [geïntimeerde 1] sprake te zijn geweest van een significante</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">belastingverhoging binnen of op de gevel of de vloer(-en) van [geïntimeerde 1] om nieuwe</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zettingen te veroorzaken. Het moet dan wel een belastingverhoging op korte afstand</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(binnen circa 2 m) van het pand van [appellant] betreffen en de belastingverhoging dient</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op een zodanig tijdstip te zijn aangebracht dat deze de schade kan hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroorzaakt. Op basis van de thans beschikbare informatie kan niet worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geconcludeerd dat het balkon van [geïntimeerde 1] debet is aan de scheurvorming in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitbouw van [appellant]. Zonder aanvullende informatie concludeer ik daarom dat 0% van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de schade aan de uitbouw van [appellant] is veroorzaakt door het balkon van [geïntimeerden]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Als de uitbouw van [appellant] later is aangebouwd aan het pand van [geïntimeerden] dan had</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant] maatregelen kunnen treffen om scheurvorming in de uitbouw te voorkomen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met name door het toepassen van een meer robuuste constructie en fundering in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">combinatie met het toepassen van dilatatie of ruimte tussen de gevels en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">funderingen. De schade is op basis van de thans bekende gegevens voor 100%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontstaan als gevolg van een onvoldoende robuuste constructie en fundering van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitbouw van [appellant].</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Analoog aan antwoord 3 is de conclusie dat de beperkte samenhang van de uitbouw</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van [appellant] voor 100% de schade heeft veroorzaakt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Verdere opmerkingen: nadere informatie over de opgetreden verschilzettingen in</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">relatie tot de tijd, aangebrachte belastingverhogingen en funderingswijze van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitbouw van [appellant] zijn van wezenlijk belang om bovenstaande voorlopige conclusies</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te ondersteunen dan wel te ontkrachten. Aangezien dergelijke informatie grotendeels</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontbreekt, kan de oorzaak van schade aan de onroerende zaak niet worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toegeschreven aan [geïntimeerden]'</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 30 juli 2013 is door de advocaat van [geïntimeerde 1], Mr. F.H. Kappelhof, een brief gestuurd</para>
        <para>gedateerd 29 juli 2013, waarin hij aangeeft dat dhr. [geïntimeerde 1] (en mevrouw [geïntimeerde 2]) kunnen</para>
        <para>instemmen met de inhoud van het deskundigenonderzoek.</para>
        <para>Op 31 mei 2013 zijn naar aanleiding van mijn CONCEPT-rapportage, zoals gerapporteerd op</para>
        <para>15 april 2013, door de advocaat van [appellant], Rotshuizen Geense Advocaten te Leeuwarden,</para>
        <para>per e-mail een aantal aanvullende vragen/opmerkingen gesteld, te weten:</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="underline italic">Vraag 1</emphasis>
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U geeft als antwoord op de vraag of het balkon van [geïntimeerden] op de uitbouw van [appellant]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rust, dat beide gevels aan elkaar vast zitten en dat daardoor sprake is van onderlinge</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">krachtsoverdracht. U verzuimt hier te vermelden dat de muur van het pand van [appellant]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ouder is dan het balkon van [geïntimeerden] Dit is het geval omdat er vroeger een brandgang</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">liep, al waar thans door [appellant] c.s. [lees: [geïntimeerden]; toevoeging door het hof] het balkon is gerealiseerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vraag 2.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U geeft aan niet uit het dossier te kunnen hebben opmaken of en in welke mate de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gevel/het balkon van [geïntimeerden] is gezakt ten opzichte van de gevel van [appellant]. Als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezegd noopt dit tot onderzoek ter plaatse. Verder verwijs ik naar de opmerkingen bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vraag 1. Onbegrijpelijk is uw conclusie dat het balkon van [geïntimeerden] niet debet zou zijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan de scheurvorming in de uitbouw van [appellant]. Dit klemt temeer daar u zelf</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vraagtekens hebt/onduidelijkheden bij een en ander.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vraag 3.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De uitbouw van [appellant] was eerder aanwezig dan het balkon van [geïntimeerden] Bovendien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bevat de uitbouw van [appellant] wel degelijk een fundering. Uit het dossier, produktie H4 bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">akte uitlating zijn de foto’s ook overgelegd. Onbegrijpelijk is dan ook dat u oordeelt dat er</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">sprake zou zijn van een onvoldoende robuuste constructie en fundering van de uitbouw.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immers een fundering is aanwezig en ten tweede bent u niet eens (opnieuw) ter plaatse</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geweest. Volledigheidshalve zend ik u hierbij nog de foto’s die als productie H4 in de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">procedure zijn gebracht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vraag 4</emphasis>
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorvloeiend uit de reactie op vraag 3 is uw antwoord/conclusie op vraag 4 dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beperkte samenhang van de uitbouw voor 100% de schade van [appellant] zou hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroorzaakt. Onbegrijpelijk en ook niet op feiten gesteund.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vraag 5.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als verdere opmerkingen geeft u aan dat nadere informatie over opgetreden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verschilzettingen ontbreekt. Als gezegd over de funderingswijze was en is wel degelijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">informatie, zoals foto’s beschikbaar. Bovendien bent u door het gerechtshof als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deskundige ingeschakeld en mag ook onderzoek het op die wijze verkrijgen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">informatie verwacht worden. Dit klemt temeer daar u zelf die informatie noodzakelijk acht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om uw antwoorden op de voorgaande vragen te ondersteunen, dan wel te ontkrachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Slotopmerkingen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van uw concept-rapport heeft mijn cliënt via [X] de deskundige de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heer ing. [deskundige 2] ingeschakeld. Hij heeft het concept-rapport en de situatie ter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">plaatse beoordeeld. De bevindingen van de heer [deskundige 2] zijn vervat in zijn schrijven</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van 28 mei 2013. De eerder genoemde opmerkingen namens mijn cliënt worden hierin</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bevestigd en zelfs gesterkt.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>Naar aanleiding van bovengenoemde vragen/opmerkingen is op vrijdag 10 januari 2014</para>
        <para>aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de fundering van de uitbouw aan de achterzijde van</para>
        <para>de onroerende zaak aan [adres]. Op circa 30 cm uit de achtergevel heb ik aan de</para>
        <para>buitenzijde van de uitbouw een proefsleuf laten graven teneinde te bepalen op welke wijze</para>
        <para>en op welke diepte de uitbouw is gefundeerd (zie figuur 1 en 2).<?linebreak?>Uit de inspectie blijkt dat de onderzijde van de (buiten)gevel van de uitbouw van de</para>
        <para>onroerende goed aan de [adres]is gelegen op circa 43 cm beneden het huidige</para>
        <para>maaiveldniveau. Tevens is aan de onderzijde van de vrijgegraven buitengevel geen</para>
        <para>fundering aangetroffen in de vorm van bijvoorbeeld een betonnen funderingsstrook of een</para>
        <para>getrapt metselwerk. De muur loopt derhalve recht naar beneden door en is niet verbreed.</para>
        <para>Deze bevindingen zijn deels afwijkend van hetgeen door [deskundige 2] is gerapporteerd.</para>
        <para>
          [deskundige 2] rapporteert dat aan de binnenzijde wel sprake is van een verbreed</para>
        <para>funderingselement in de vorm van een getrapt gemetselde fundering. De onderzijde van</para>
        <para>deze fundering is gelegen op circa 42 cm beneden de klinkerverharding in de uitbouw.</para>
        <para>Mijn interpretatie van de situatie is dat er inderdaad sprake is van een gevel met weinig</para>
        <para>samenhang en een gebrekkige fundering. De fundering is ondiep en asymmetrisch. </para>
        <para>Dit ondersteunt de reeds door mij gecommuniceerde antwoorden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mede op basis van de aanvullende inspectie d.d. 10 januari 2014 kom ik tot de volgende</para>
        <para>antwoorden op de door Rotshuizen Geense Advocaten te Leeuwarden per e-mail gestelde</para>
        <para>vragen/opmerkingen:</para>
      </parablock>
      <para>1. Dat de muur van [appellant] ouder is dan het balkon van [geïntimeerde 1] heeft geen invloed op</para>
      <parablock>
        <para>mijn conclusies. De betreffende situatie is al bijzonder oud en daarom is de volgorde</para>
        <para>van bouwen minder relevant. De betreffende gevels ter plaatse van de aansluiting</para>
        <para>van beide panden zakken nu vrijwel niet meer.</para>
      </parablock>
      <para>2. Onderzoek ter plaatse is uitgevoerd maar geeft geen aanwijzing over in het verleden</para>
      <parablock>
        <para>opgetreden zakkingsverschillen van gevels. Het dossier en potentiële alternatieve</para>
        <para>bronnen geven eveneens geen informatie over dit onderwerp, hetgeen reeds eerder</para>
        <para>door mij was vastgesteld en gerapporteerd. Door partijen is geen relevante</para>
        <para>historische informatie verstrekt op basis waarvan een zakkingsverschil tussen de</para>
        <para>gevels eenduidig kan worden vastgesteld/gekwantificeerd.</para>
      </parablock>
      <para>3. De fundering van de uitbouw van [appellant] is marginaal (ondiep, smal, niet sterk, niet</para>
      <parablock>
        <para>stijf) en asymmetrisch. De gevel van de uitbouw is ter plaatse van de schade niet</para>
        <para>alleen gescheurd, maar in het verleden ook al deels opnieuw gemetseld. Mede op</para>
        <para>basis de proefsleuf die ik heb laten graven blijft mijn conclusie dat er sprake is van</para>
        <para>een onvoldoende robuuste constructie.</para>
      </parablock>
      <para>4. De schade aan de uitbouw van [appellant] bevindt zich helemaal niet ter plaatse van het</para>
      <parablock>
        <para>balkon en het is niet aannemelijk dat het pand van [geïntimeerde 1], inclusief het balkon, in de</para>
        <para>afgelopen circa 10 jaar onderhevig is geweest aan een significante zetting. Het is</para>
        <para>derhalve niet aannemelijk dat het pand van [geïntimeerde 1] de oorzaak van de schade van de</para>
        <para>uitbouw van [appellant] is.</para>
      </parablock>
      <para>5. Uit geen van de beschikbare gegevens (foto’s) kan worden afgeleid dat zakking van</para>
      <parablock>
        <para>het pand/balkon van [geïntimeerde 1] de oorzaak is van de schade van de uitbouw van [appellant].</para>
        <para>De eerdere inspectie door mij, en ook de proefsleuf die ik later heb laten graven, kan</para>
        <para>ook niet worden afgeleid dat er een verband is tussen het pand/balkon van [geïntimeerde 1] en</para>
        <para>de opgetreden schade aan de uitbouw van [appellant].</para>
        <para>Uit bovenstaande kan worden afgeleid dat de antwoorden die ik als concept heb</para>
        <para>gerapporteerd, mijns inziens ongewijzigd als definitief kunnen worden beschouwd."<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Zoals uit het hiervoor geciteerde rapport blijkt, heeft [appellant] tegen de concept-rapportage gemotiveerd bezwaar gevoerd, waarbij hij zich heeft gebaseerd op de bevindingen van een door hem - via [X] (hierna: [X]) - ingeschakelde deskundige, de heer ing. [deskundige 2] (hierna: [deskundige 2]). [deskundige 2] heeft deze bevindingen neergelegd in een brief d.d. 28 mei 2013 aan [X]. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [deskundige 2], schrijft, samengevat, het volgende.<?linebreak?>Onderzoek heeft uitgewezen dat de "balkon-aanbouw" aan het pand van [geïntimeerden] midden vorige eeuw (1945-1950) is aangebracht met een gemeenschappelijk deel van circa 3 à 4 m aan de achtergevel van [adres](pand [appellant]). De fundering van het gemeenschappelijke ofwel direct aanliggende geveldeel kantelt zodanig schuin, dat de fundering aan de [adres]-pandzijde (pand [geïntimeerden]) sterk naar beneden is gezakt en aan de [adres]-pandzijde naar boven is gekanteld. De eenzijdige belasting van de "balkon-aanbouw" heeft aldus in de ondergrond een extra zetting veroorzaakt, welke de muur van [adres]zodanige trekbelasting oplegt, dat deze scheurvorming te zien geeft. Ook de scheurpatronen geven aan, dat voornamelijk de naderhand aangebrachte balkon-aanbouw, zich horizontaal van het pand [adres]afkantelt, alsmede hier een extra verticale zetting geeft bij het gezamenlijke deel. Het afkantelen heeft te maken met het feit dat de ondergrond onder de oude fundering zich al voor 90% heeft aangepast aan de belasting (namelijk vanaf 1900 tot 1945). <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>In zijn definitieve rapportage heeft de deskundige - na het (alsnog) verrichten van onderzoek ter plaatse - de door [appellant] opgeworpen bezwaren c.q. de bevindingen van [deskundige 2] weerlegd, zoals hiervoor geciteerd. Volgens de deskundige zou het feit dat de balkon-aanbouw van [geïntimeerden] op de achtergevel van [appellant] rust tot scheurvorming hebben kunnen leiden indien het pand van [geïntimeerden] in de afgelopen jaren een significant grotere zetting zou hebben ondergaan dan het pand van [appellant]. Voor een zodanig zettingsverschil heeft de deskundige echter geen aanwijzingen gevonden (zie zijn concept-antwoord op vraag 2 en zijn definitieve antwoord op vraag 4). <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>In de memorie na deskundigenbericht stelt [appellant] - met een beroep op een brief van [deskundige 2] d.d. 7 maart 2014 -  het volgende. De balkonaanbouw van [geïntimeerden] is in twee fasen is uitgevoerd: (1) eind jaren veertig is de balkon-aanbouw tot de brandgang gebouwd en (2) in een latere periode is de brandgang tussen de uitbouw van het pand van [geïntimeerden] en de achtergevel van het pand van [appellant] dichtgemetseld tot een hoogte van bovenzijde balkon [geïntimeerden] Deze laatste uitbouw was in eerste instantie 1 à 2 cm los van de bovenzijde van de achtergevel van het pand van [appellant]. Na verloop van tijd is deze tweede fase gaan rusten op de achtergevel van het pand van [appellant] en heeft deze zich ook afgescheurd van de eerste fase van de uitbreiding van het balkon van het pand van [geïntimeerden]  Aan de scheurvorming is duidelijk te zien dat deze heeft plaatsgevonden ná de tweede fase vanwege het duidelijk zichtbare metselverband, waarbij de gave koppen van de metselstenen tegen de eerste fase aan zijn gemetseld, zonder enig verband hiermee te maken. Met andere woorden: de tweede fase rust in feite <emphasis role="italic">zonder verband met de eerste fase</emphasis> rechtstreeks op de achtergevel en dus op de fundering van het pand van [appellant] en heeft zodoende de opgetreden scheurvorming veroorzaakt.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het hof begrijpt hieruit dat [appellant] thans niet de als gevolg van de eerste fase van de balkonopbouw omstreeks 1945-1950 opgetreden zetting in de ondergrond als oorzaak van de scheurvorming aanvoert, maar de excentrische belasting die een aantal jaren geleden is ontstaan doordat de tweede fase van de balkonopbouw op de gevel van [appellant] is komen te rusten. Het hof is van oordeel dat de beginselen van een goede procesorde meebrengen, dat voor het onderzoeken van de thans door [appellant] gestelde oorzaak in dit late stadium van de procedure geen plaats meer is. Bovendien heeft de deskundige bij zijn onderzoek ter plaatse, zowel in eerste als in tweede instantie, kennelijk geen aanwijzingen gevonden voor het ontbreken van (voldoende) verband tussen de "eerste fase" en de "tweede fase" van de balkon-aanbouw van [geïntimeerden] en een daaruit voortvloeiende excentrische belasting op de gevel van [appellant]. De deskundige heeft integendeel vastgesteld dat het niet aannemelijk is dat het pand van [geïntimeerden], inclusief het balkon, in de afgelopen circa 10 jaar onderhevig is geweest aan een significante zetting <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Het hof ziet ook in het overigens door [appellant] aangevoerde geen reden om te twijfelen aan de expertise van de deskundige. De deskundige heeft naar aanleiding van de door [appellant] tegen zijn concept-rapportage opgeworpen bezwaren opnieuw onderzoek ter plaatse verricht en heeft deze bezwaren voldoende gemotiveerd en overtuigend weerlegd. Het hof zal zich bij zijn beslissing dan ook baseren op de conclusies van de deskundige.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat de balkonopbouw van [geïntimeerden] debet is aan de scheurvorming in de achtergevel van de aanbouw van [appellant]. Hierop stuiten de vorderingen sub 1 en 2 af.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Grief II</emphasis> faalt derhalve. Alleen <emphasis role="underline">grief III</emphasis> slaagt (zie rechtsoverweging 19-21 van het tussenarrest van 24 april 2012).<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <parablock>
        <para>De grieven slagen ten dele, zodat de bestreden vonnissen moeten worden vernietigd voor zover de vordering sub 3 ten aanzien van de schutting bij het afdak ("<emphasis role="italic">schutting 2")</emphasis> is afgewezen. Het hof zal de vordering sub 3 toewijzen als in het dictum geformuleerd. Voor het overige zal het hof de bestreden vonnissen bekrachtigen.</para>
        <para>Het hof zal [appellant] als de overwegend in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het hoger beroep. Deze zullen aan de zijde van [geïntimeerden] worden vastgesteld op € 284,- aan verschotten en € 894,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief </para>
        <para>(1 punt in tarief II). Tevens dient [appellant] de kosten van het deskundigenbericht te dragen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de vonnissen  van de rechtbank Groningen van 3 juni 2009, 23 september 2009 en 9 februari 2011 voor zover de vordering sub 3 ten aanzien van de schutting bij het afdak (<emphasis role="italic">"schutting 2"</emphasis>) is afgewezen en doet opnieuw recht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerden] binnen vier weken na betekening van deze uitspraak de schutting bij het afdak ("<emphasis role="italic">schutting 2")</emphasis> te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, tot een maximum van € 10.000,-, voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat [geïntimeerden] na betekening nalaten aan deze veroordeling te voldoen;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van dit hoger beroep tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 894,-  voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 284,-  voor verschotten, alsmede in de kosten van het deskundigenbericht; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt genoemde vonnissen voor het overige;<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. W. Breemhaar en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 23 september 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>