<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:50:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ks 21-007676-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:5002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-24T09:28:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:5002 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-06-2014 / ks 21-007676-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:5002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof verwerpt het verweer dat de dagvaarding in hoger beroep niet (juist) is vertaald en dat een betekeningstermijn van veertig dagen niet in acht is genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:5002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-007676-13 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	24 juni 2014 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel,  van 4 oktober 2013 met parketnummer 08-118754-13 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1977], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juni 2014. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, </para>
      <para>mr. M.S. Kat, naar voren is gebracht. Het hof heeft voorts kennis genomen van het standpunt van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geldigheid van de dagvaarding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft een drietal verweren gevoerd met betrekking tot de dagvaarding in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Aan verdachte, die de Nederlandse taal niet beheerst is geen schriftelijke vertaling van de dagvaarding verstrekt in de taal die verdachte wel begrijpt, te weten het Roemeens. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Uit de betekende dagvaarding heeft verdachte plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep niet kunnen opmaken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen het moment van betekening en dag van de terechtzitting had, ingevolge toepasselijke verdragsbepalingen, een termijn van veertig dagen in acht genomen dienen te worden. Dat is niet gebeurd.</para>
        <para>Om al deze redenen dient, aldus de verdediging, de dagvaarding in hoger beroep nietig te worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof beoordeelt het verweer als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad 1</para>
        <para>Verdachte is volgens het uittreksel SKDB ingeschreven op het adres [adres] te [plaats]. Dat is het politiebureau aldaar en lijkt dus niet een juist inschrijfadres. Een ander adres in Nederland is van hem niet bekend. Wel is van verdachte een adres in het buitenland bekend. Op 9 april 2014 is de dagvaarding om die reden betekend aan de griffier van de betrokken rechtbank, waarna de advocaat-generaal op dezelfde datum voor doorzending van de dagvaarding aan dat bekende adres in het buitenland heeft zorggedragen. Als bijlage is meegezonden een in het Roemeens gestelde tekst. In die tekst is meegedeeld, zo begrijpt het hof, dat verdachte terecht staat in hoger beroep voor het feit waarvoor hij ook in eerste aanleg terecht heeft gestaan. Een vertaling van de tekst van de tenlastelegging is niet opgenomen in deze bijlage. Dat laatste was ook niet nodig. Op 29 juni 2013 is met behulp van een tolk de inleidende dagvaarding aan verdachte in persoon uitgereikt. Verdachte is vervolgens in eerste aanleg niet in persoon ter terechtzitting verschenen, maar heeft zich toen doen vertegenwoordigen door een gemachtigd raadsman, die inhoudelijk verweer heeft gevoerd. Verdachte wist dus waarvoor hij zich in eerste aanleg diende te verantwoorden. Door thans, in hoger beroep, te volstaan met een verwijzing naar de tenlastelegging zoals deze in eerste aanleg aan de orde was heeft het openbaar ministerie gehandeld conform de bedoeling van artikel 260, lid 5 juncto artikel 412 van het Wetboek van Strafvordering, te weten dat verdachte in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte is gesteld van de inhoud van de tenlastelegging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad 2</para>
        <para>De hiervoor al genoemde bijlage is een algemene tekst, die voor wat betreft plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep gelezen dient te worden in samenhang met de in het Nederlands gestelde oproep. De bijlage biedt daartoe aan de vertaling van de weekdagen en de maanden. Met die aangereikte sleutel moet het verdachte duidelijk kunnen zijn geweest dat hij op dinsdag 10 juni 2014 te 15.00 uur in Leeuwarden aan het adres Wilhelminaplein 1 terecht moest staan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad 3</para>
        <para>Betekening heeft plaats gevonden op 9 april 2014. De terechtzitting was op 10 juni 2014. Aldus is een termijn van meer dan 40 dagen in acht genomen. Aan het verweer ontbreekt dus feitelijke grondslag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De slotsom is dat de verweren worden verworpen. De dagvaarding was geldig.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat het hof op 10 juni 2014 deze beslissing niet ter terechtzitting heeft genomen en de zaak vervolgens dus niet inhoudelijk aan de orde is gekomen zal thans het onderzoek ter terechtzitting moeten worden heropend met onmiddellijke schorsing van dat onderzoek tot een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de oproeping van de verdachte en een tolk in de Roemeense taal tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte en aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter,</para>
      <para>mr P.A.H. Lemaire en mr. T.M.L. Wolters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,</para>
      <para>en op 24 juni 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>