<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:4303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:26:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P14-0127</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:4303">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:4303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-05T15:44:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:4303 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-05-2014 / TBS P14-0127</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:4303:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Anders dan de rechtbank acht het hof geen termen aanwezig om voor de volgende verlengingszitting op voorhand een maatregelrapport op te laten maken. Bovendien biedt de wet niet de mogelijkheid om aan het openbaar ministerie op voorhand opdracht te geven  ervoor te zorgen dat er voor een volgende verlengingszitting een maatregelrapport beschikbaar is. Het is aan de rechtbank om bij de volgende verlengingszitting te beoordelen of de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege al dan niet moeten worden onderzocht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:4303:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P14/0127 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 28 mei 2014</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende in [centrum] te [plaats] onder begeleiding van [kliniek].</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2014, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 30 januari 2014;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de aanvullende informatie van [kliniek] van 30 april 2014, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over het derde en vierde kwartaal van 2013.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 15 mei 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Lonterman, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr G.J. de Haas.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben verzocht om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken, omdat de tijd daar nu rijp voor is. Het gaat goed met de terbeschikkinggestelde, die al sinds 25 april 2012 over onbegeleid verlof beschikt. Hij woont zelfstandig in een appartement van [centrum], is werkzaam als conciërge in de [plaats] binnenstad en regelt veel zaken zelf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verwijzing naar de (aanvullende) informatie van de kliniek heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, met dien verstande dat de opdracht van de rechtbank aan het openbaar ministerie om er voor zorg te dragen dat de rechtbank bij de volgende verlengingszitting over een maatregelrapport van de reclassering beschikt, wordt geëlimineerd, nu de wet immers voor een dergelijke opdracht geen grondslag biedt. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is prematuur. Er wordt toegewerkt naar zelfstandig wonen, waarbij de reclassering actief in het traject zal worden betrokken. Het is van belang om te toetsen hoe dat zal verlopen, voordat kan worden bezien of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege tot de mogelijkheden behoort. De rechtbank kan bij een volgende verlengingszitting mogelijk de zaak aanhouden voor het laten opmaken van een maatregelrapport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te</para>
      <para>kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot </para>
      <para>het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke </para>
      <para>beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid </para>
      <para>daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel </para>
      <para>thans prematuur gezien het belang van een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden van de </para>
      <para>terbeschikkinggestelde en de stappen die nog moeten worden gezet in zijn </para>
      <para>resocialisatietraject. Het traject dat is ingezet dient te worden voortgezet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met dien verstande dat het hof – anders dan de rechtbank – geen termen aanwezig acht om voor de volgende verlengingszitting op voorhand een maatregelrapport op te laten maken. Bovendien biedt de wet niet de mogelijkheid om aan het openbaar ministerie op voorhand <emphasis role="italic">opdracht </emphasis>te geven  ervoor te zorgen dat er voor een volgende verlengingszitting een maatregelrapport beschikbaar is. Het is aan de rechtbank om bij de volgende verlengingszitting te beoordelen of de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege al dan niet moeten worden onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot nader onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2014 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[naam terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,</para>
      <para>mr P.R. Wery en mr M. Keppels als raadsheren, </para>
      <para>en drs. R. Poll en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,</para>
      <para>en op 28 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>