<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:4302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:50:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P14-0141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2014/179</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:4302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:4302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-05T15:38:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:4302 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-05-2014 / TBS P14-0141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:4302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beroep namens de terbeschikkinggestelde tegen “tussenbeslissing” en “eindvonnis”. Bij “tussenbeslissing” heeft de rechtbank de terbeschikkingstelling verlengd met een jaar en de behandeling van de zaak aangehouden om onderzoek laten doen naar de vraag of sprake is van alcoholverslavingsproblematiek en welke consequenties dit heeft voor de resocialisatie. Het dictum van het “eindvonnis” luidt: “de rechtbank sluit het onderzoek”. </para>
        <para>Beoogd was appel in te stellen tegen de verlenging van de tbs-maatregel. Juridisch en feitelijk doet zich hier niet de situatie voor van artikel 509t, vijfde lid Wetboek van Strafvordering. De “tussenbeslissing” betreft een eindbeslissing, waartegen te laat appel is ingesteld. De terbeschikkinggestelde kan derhalve niet in zijn hoger beroep worden ontvangen.</para>
        <para>Voor zover het appel tegen het “eindvonnis” is gegrond op een in die beslissing gelezen afwijzing van een verzoek tot wijziging of aanpassing van de voorwaarden, is het appel eveneens niet ontvankelijk, gelet op artikel 509n, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:4302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P14/0141 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 15 mei 2014</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam terbeschikkinggestelde],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende bij [GGZ].</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 2 december 2013, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar onder vaststelling van de reeds bij beslissing van het hof van 28 februari 2013 gewijzigde voorwaarden en met heropening van het onderzoek  teneinde de reclassering nader onderzoek te laten verrichten naar de vraag of bij de terbeschikkinggestelde sprake is van alcoholverslavingsproblematiek, alsmede tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 24 februari 2014 tot “sluiting van het onderzoek”.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 28 mei 2003, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2011, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 2 oktober 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg van 18 november 2013 respectievelijk 24 februari 2014;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissingen waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte rechtsmiddel van 4 maart 2014, waarbij namens de terbeschikkinggestelde beroep is ingesteld tegen voornoemde beslissingen.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 15 mei 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr F.P. Holthuis, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal </para>
    <para>mr G.J. de Haas.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben in eerste aanleg afwijzing van de verlengingsvordering bepleit, nu niet langer wordt voldaan aan het gevaarscriterium. De rechtbank heeft bij beslissing van 2 december 2013 de terbeschikkingstelling met één jaar verlengd en het onderzoek heropend voor aanvullend onderzoek. Bij haar beslissing van 24 februari 2014 heeft de rechtbank haar eerdere beslissing gehandhaafd. Nu de rechtbank het onderzoek op 2 december 2013 heeft heropend, geldt volgens de verdediging de datum van de beslissing van 24 februari 2014 ook als startdatum van de appeltermijn van 14 dagen voor de beslissing van 2 december 2013. Het beroep is op 4 maart 2014 - en derhalve tijdig - ingesteld, zodat de terbeschikkinggestelde in zijn beroep tegen  beide beslissingen moet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de advocaat-generaal moet de beslissing van 2 december 2013 worden beschouwd als een eindbeslissing, waartegen binnen 14 dagen na 2 december 2013 appel had moeten worden ingesteld. Nu dit niet is gebeurd, is de terbeschikkinggestelde niet-ontvankelijk in zijn beroep. Tegen de beslissing van 24 februari 2014 is wel tijdig beroep ingesteld, maar gezien het dictum van die beslissing (“sluit het onderzoek”) is het volgens de advocaat-generaal onduidelijk waar dit toe leidt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De akte rechtsmiddel van 4 maart 2014 vermeldt dat het beroep namens de terbeschikkinggestelde is ingesteld tegen de tussenbeslissing van 2 december 2013 en het eindvonnis van 24 februari 2014. Het hof begrijpt uit het onderzoek ter zitting dat de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman met de akte rechtsmiddel van 4 maart 2014 beoogd hebben appel in te stellen tegen de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, waarvan de verpleging van overheidswege reeds bij beslissing van de rechtbank van 1 augustus 2011 voorwaardelijk was  beëindigd. De vraag is  of de terbeschikkinggestelde in zijn beroep tegen de beslissing van 2 december 2013 in zoverre kan worden ontvangen. Dienaangaande overweegt het hof het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de beslissing van 2 december 2013 geen tussenbeslissing maar een eindbeslissing betreft voor zover de rechtbank daarbij de terbeschikkingstelling heeft verlengd voor de duur van een jaar.  Juridisch en feitelijk doet zich hier niet de situatie voor van artikel 509t, vijfde lid Wetboek van Strafvordering, waarbij de rechtbank een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en zij met gelijktijdige verlenging van de verpleging haar beslissing aanhoudt voor een maatregelrapport. Dit betekent dat artikel 509v, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is en dat de gebruikelijke appeltermijn van 14 dagen geldt. Uit het voorgaande volgt dat de terbeschikkinggestelde te laat beroep heeft ingesteld tegen de verlengingsbeslissing van 2 december 2013. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beslissing van 2 december 2013 heeft de rechtbank naast de verlenging van de terbeschikkingstelling tevens het onderzoek heropend en de behandeling van de zaak aangehouden teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen onderzoek te laten doen - door een onafhankelijke deskundige- naar de vraag of bij de terbeschikkinggestelde sprake is van alcoholverslavingsproblematiek en welke consequenties dit heeft voor zijn resocialisatie en daarbij te stellen voorwaarden. De verdediging had ter zitting aangevoerd dat indien zou komen vast te staan dat de terbeschikkinggestelde  niet (meer) lijdt  aan een alcoholverslaving, dit vergaande gevolgen kan hebben  voor de resocialisatie en de gestelde voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing van de rechtbank Rotterdam van 24 februari 2014 vermeldt als dictum “de rechtbank sluit het onderzoek”. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de inhoud van de naar aanleiding van de beslissing van 2 december 2013 uitgebrachte rapportage haar geen aanleiding heeft gegeven haar beslissing van 2 december 2013 te heroverwegen. De terbeschikkinggestelde is van deze beslissing tijdig in appel gekomen. Voor zover echter de verdediging heeft bedoeld te stellen dat bij beslissing van 24 februari 2014 na heropening van het onderzoek bij beslissing van 2 december 2013 de rechtbank (definitief) heeft beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling en hiertegen tijdig is geappelleerd, acht het hof deze stelling op grond van hetgeen hiervoor is overwogen ongegrond, en is het appel ook in zoverre niet ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover het appel tegen de beslissing van 24 februari 2014 is gegrond op een in deze beslissing gelezen afwijzing van een verzoek tot wijziging of aanpassing van de voorwaarden, is het appel eveneens niet ontvankelijk, gelet op artikel 509n, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat de terbeschikkinggestelde niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[naam terbeschikkinggestelde] </emphasis>niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de beslissingen van de rechtbank Rotterdam van 2 december 2013 en  24 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,</para>
      <para>mr P.R. Wery en mr M. Keppels als raadsheren, </para>
      <para>en drs. R. Poll en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,</para>
      <para>en op 15 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>