<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:36:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.120.449-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-22T11:32:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:373 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-01-2014 / 200.120.449-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Uiterste wilsbeschikking. Een erfstelling kan niet buiten toepassing worden gelaten door toepassing van het leerstuk van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.120.449/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 118397 / HA ZA 12-65)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de tweede kamer van 21 januari 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [appellant],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellante],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>in eerste aanleg: eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[appellanten]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Burgum,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [geïntimeerde 1],</title>
    <para>wonende te [woonplaats],</para>
    <bridgehead role="bold">2. [geïntimeerde 2],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[geïntimeerden]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. C. van der Slikke, kantoorhoudende te Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het geding in eerste aanleg </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 3 oktober  2012 van de rechtbank Leeuwarden, hierna te noemen de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het geding in hoger beroep </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure is als volgt:</para>
    <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 december 2012;</para>
    <para>- de memorie van grieven met producties;</para>
    <para>- de memorie van antwoord met producties.</para>
    <para>2. Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
    <para />
    <para>3. De conclusie van de memorie van grieven luidt:</para>
    <bridgehead role="italic">"voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis op 3 oktober 2012 onder nummer 118397 /HA ZA 12-65 door de Rechtbank te Leeuwarden (…) tussen partijen gewezen, en, opnieuw rechtdoende, alsnog primair de vorderingen van appellanten, oorspronkelijk eisers, toe te wijzen, althans subsidiair toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerden, oorspronkelijk gedaagden, in de kosten van beide instanties".</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vaststaande feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Het hof gaat in hoger beroep van de volgende vaststaande feiten uit:</para>
    <para />
    <para>( i) [in 2011] is te [plaats] overleden [erflaatster], geboren [in 1917], hierna te noemen de erflaatster. De erflaatster was onhertrouwde weduwe van [A]. Zij heeft geen afstammelingen achtergelaten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ii) De erflaatster heeft bij openbaar testament, op 4 december 2001 verleden voor mr. Th. Koelma, notaris te Franekeradeel, onder bezwaar van legaten haar zuster [zuster] tot haar enig erfgenaam benoemd en voor het geval van vooroverlijden of gelijktijdig overlijden van deze de vier kinderen van haar vooroverleden broer [broer], waaronder [appellanten] Genoemde [zuster] is vóór de erflaatster overleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(iii) Bij openbaar testament, op 23 juli 2007 verleden voor mr. F.G. Heeres, notaris te  [woonplaats], heeft de erflaatster [geïntimeerden] tot haar enige erfgenamen benoemd. [geïntimeerden] zijn nichten van de genoemde echtgenoot van de erflaatster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(iv) Het CIZ (centrum indicatiestelling zorg) heeft op 8 maart 2006 een indicatiebesluit genomen vanwege persoonlijke beperkingen en omstandigheden van [erflaatster].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>( v) Op 20 juli 2007 heeft [erflaatster] een overeenkomst voor zorg-, dienstverlening en huisvesting met de Stichting Zorggroep Tellens te Bolsward gesloten. Op grond van deze overeenkomst heeft zij haar intrek genomen in verzorgingstehuis Saxenoord te Franeker. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(vi) Het voorbereidingsformulier bewonersoverleg groepsverzorging d.d. 5 september 2007 vermeldt onder meer het navolgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘ <emphasis role="italic">Psychische factoren </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- Volgens de papieren van het Ciz is mevr. dementerend. </para>
    <para>- Mevr. is gedesorienteerd in tijd en plaats. </para>
    <para>- Doordat mevr. onwennig is op haar kamer loopt ze ook veel op de gang. </para>
    <para>- Door cognitieve achteruitgang bezoekt mevr. de groepsverzorging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Communicatie </emphasis>
      </para>
      <para>   Mevr. is goed in communiceren, mits ze je wel goed hoort.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  (vii)  Het verslag van het Multi Disciplinair Overleg d.d. 14 november 2007 bevat onder</para>
      <para>  meer de volgende beoordeling: </para>
      <para>  ‘ PSYCHISCHE FACTOREN  	Stelt zich afhankelijk op. Sociaal inactief en lichte geheugenproblemen. (zie uitkomst GIP 31 juli j.l.) Mw. is niet graag alleen op kamer, voelt zich dan bang en eenzaam.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> (viii)  Het verslag van het Multi Disciplinair Overleg d.d. 9 april 2008 bevat onder meer de</para>
      <para> volgende beoordeling: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>   ‘ PSYCHISCHE FACTOREN      Mw. is dementerend, is gedesorienteerd is plaats. Mw. kan tijdens een gesprek niet altijd de juiste woorden vinden.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> (ix)  Het verslag van het Multi Disciplinair Overleg d.d. 9 september 2009 bevat onder</para>
      <para> meer de volgende beoordeling: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  ‘PSYCHISCHE FACTOREN        Mevr. heeft weinig tot geen inprentingsvermogen en is dus niet in staat nieuwe dingen op te nemen. Mevr. haar korte-termijn geheugen is dermate slecht dat mevr. langer dan 5 minuten terug zich de dingen niet kan herinneren.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>( x) Het verslag van het Multi Disciplinair Overleg d.d. 4 november 2009 bevat</para>
    <para>  onder meer de volgende beoordeling: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para> ‘ Psychische factoren                      Mevr. lijdt aan dementieel ziektebeeld waarschijnlijk type Alzheimer. Met name het inprentingsvermogen is ernstig aangetast.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(xi) De nalatenschap van de erflaatster bestaat uit een bedrag in contanten ten belope van</para>
      <para> €19.389,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(xii) Een schriftelijke verklaring d.d. 16 april 2012 van voornoemde notaris Heeres luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> ‘Hierbij verklaart de ondergetekende dat zij een tweetal gesprekken heeft gevoerd met</para>
      <para>  [erflaatster]. In deze gesprekken heeft [erflaatster], in zeer heldere en in</para>
      <para>  duidelijke bewoordingen aangegeven wat ze juist wel en juist niet wilde regelen in haar</para>
      <para>  uiterste wilsbeschikking. </para>
      <para>  Het testament van [erflaatster] is een niet-complex testament, waarvan ik ben</para>
      <para>  overtuigd dat [erflaatster] de gevolgen helemaal heeft overzien.</para>
      <para>  Overigens was bij deze gesprekken ook [B] aanwezig; zij is dezelfde</para>
      <para>  mening toegedaan, hetgeen moge blijken uit de medeondertekening van deze verklaring.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vordering in eerste aanleg</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. [appellanten] hebben primair gevorderd om vast te stellen dat het testament nietig</para>
    <parablock>
      <para>is en subsidiair voor recht te verklaren dat wegens strijd met redelijkheid en</para>
      <para>billijkheid ongewijzigde instandhouding van het testament van 22 juli 2007</para>
      <para>onaanvaardbaar is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft zowel de primaire als de subsidiaire vordering van Leijstra</para>
    <parablock>
      <para>afgewezen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van het geding.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot de grieven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De grieven leggen het geschil tussen partijen in volle omvang ter beoordeling</para>
    <para>aan het hof voor. Zij zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.</para>
    <para />
    <para>5. [appellanten] hebben aan hun primaire vordering ten grondslag gelegd dat</para>
    <parablock>
      <para>de door de erflaatster ten behoeve van [geïntimeerden] gemaakte erfstelling nietig is,</para>
      <para>omdat de geestelijke stoornis van de erflaatster een redelijke waardering van de </para>
      <para>bij de erfstelling betrokken belangen belette.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het hof leest in de grieven en de daarop gegeven toelichting geen andere </para>
    <parablock>
      <para>relevante stellingen en verweren dan die reeds in eerste aanleg zijn aangevoerd en</para>
      <para>door de rechtbank in de overwegingen 3.5 tot en met 3.7 van de beroepen beslissing</para>
      <para>gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen rechtbank ter motivering</para>
      <para>van haar beslissing daar heeft overwogen en neemt die beslissing over. Het hof</para>
      <para>overweegt daartoe nog dat – mede in het licht van de hiervoor in rechtsoverweging 3</para>
      <para>onder (xii) weergegeven verklaring van voornoemde notaris Heeres - de </para>
      <para>onderbouwing van [appellanten] van hun hiervoor in rechtsoverweging 5 weergeven </para>
      <para>stelling als onvoldoende moet worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De rechtsopvatting van [appellanten], die besloten ligt in het hetgeen zij aan hun</para>
    <parablock>
      <para>subsidiaire vordering ten grondslag hebben gelegd en die inhoudt dat een erfstelling</para>
      <para>buiten toepassing zou kunnen worden gelaten omdat zij naar maatstaven van redelijkheid en</para>
      <para>billijkheid onaanvaardbaar is, vindt geen steun in het recht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De grieven falen derhalve. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Het beroepen vonnis dient te worden bekrachtigd en [appellanten] moeten als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep worden veroordeeld. Deze kosten zullen worden berekend wordt volgens het liquidatietarief voor de hoven (tarief II; 1 punt à € 894,--).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het beroepen vonnis van 3 oktober 2012;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, welke kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] worden begroot op € 299,- verschotten en € 894,-aan salaris van de advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. W. Breemhaar, mr. M.E.L. Fikkers en mr. G.K. Schipmölder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>