<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T11:35:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P14/0019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-10T11:38:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:2924 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-04-2014 / TBS P14/0019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:2924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof acht zich voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. De stelling dat in het geval dat overwogen wordt om een terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, nader multidisciplinair advies dient te worden ingewonnen indien de eerder uitgebrachte gedragskundige adviezen ouder dan een jaar zijn, wordt verworpen, nu de wet dit niet vereist. Ook overigens wordt het verzoek om onafhankelijke gedragskundigen nader multidisciplinair te laten rapporteren over de (on)wenselijkheid van de omzetting afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:2924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P14/0019 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 3 april 2014</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende in FPC [kliniek],</para>
    <para>verder te noemen de terbeschikkinggestelde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 25 november 2013, houdende het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
  <para>- de beslissing waarvan beroep;</para>
  <para>- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 26 november 2013;</para>
  <para>- de aanvullende informatie van de FPC [kliniek] van 5 maart 2014, met als</para>
  <para>bijlage de wettelijke aantekeningen van 12 augustus 2013 tot en met 20 januari 2014.</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 20 maart 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, en de advocaat-generaal mr E.J. Julsing-Nijenhuis.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft ten onrechte de omzetting van de maatregel van terbeschikkingstelling</para>
      <para>met voorwaarden in de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van</para>
      <para>overheidswege bevolen. Weliswaar hebben zich in het verleden incidenten voorgedaan,</para>
      <para>maar de afgelopen drie maanden verliep de behandeling voorspoedig, zonder dat enige vorm</para>
      <para>van dwang was vereist en zonder dat de veiligheid in gevaar was. Onder die omstandigheden is het disproportioneel de vordering tot omzetting toe te wijzen. Daarbij</para>
      <para>speelt ook de aard en de ernst van de indexdelicten een rol alsmede het feit dat de</para>
      <para>reclassering bij de rechtbank heeft aangegeven dat de maatregel van terbeschikkingstelling — zeker in retrospectief — niet het meest geëigende middel was om de terbeschikkinggestelde succesvol te behandelen en te laten resocialiseren.</para>
      <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier</para>
      <para>van justitie dient te worden afgewezen, omdat omzetting buiten proportioneel is. Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat blijkens jurisprudentie bij een vordering tot omzetting een nader multidisciplinair onderzoek behoort te worden verricht indien de eerdere gedragskundige rapportages ouder zijn dan een jaar en verzocht om door twee gedragsdeskundigen een aanvullend multidisciplinair advies te laten opstellen over de (on)wenselijkheid van de omzetting van de maatregel.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de (aanvullende) informatie blijkt dat de terbeschikkinggestelde veel psychiatrisch zorg</para>
      <para>en begeleiding nodig heeft en dat er sprake is van een hoog risico op schending van de</para>
      <para>gestelde voorwaarden. Om die reden dient er een kader te zijn waarin er sprake is van</para>
      <para>opgelegde structuur, begeleiding en indien nodig dwangmaatregelen. De advocaat-generaal</para>
      <para>heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwijzing verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof acht zich voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. De stelling dat in het geval dat overwogen wordt om een terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, nader multidisciplinair advies dient te worden ingewonnen indien de eerder uitgebrachte gedragskundige adviezen ouder dan een jaar zijn, wordt verworpen, nu de wet dit niet vereist. Ook overigens wordt het verzoek om onafhankelijke gedragskundigen nader multidisciplinair te laten rapporteren over de (on)wenselijkheid van de omzetting afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indexdelict</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal in dit geval een eigen oordeel moeten geven over de vraag of de</para>
      <para>terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is gemaximeerd tot vier jaar, nu</para>
      <para>aanvankelijk een terbeschikkingstelling zonder dwangverpleging is opgelegd en het</para>
      <para>voorschrift van artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering in dat geval</para>
      <para>niet van toepassing is.</para>
      <para>Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant</para>
      <para>van 31 januari 2013 (onder meer) is veroordeeld ter zake van -kort gezegd- diefstal met geweld, meermalen gepleegd, en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de</para>
      <para>straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak</para>
      <para>besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van geweldsmisdrijven in de zin</para>
      <para>van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevestiging</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is onder aanvulling van gronden als hiervoor weergegeven van oordeel dat de</para>
      <para>rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal</para>
      <para>het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af</emphasis>  het verzoek tot het doen uitbrengen van nadere rapportage door twee onafhankelijke deskundigen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bevestigt</emphasis> met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 25 november 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,</para>
      <para>mr M. Keppels en mr J.P. Balkema als raadsheren, </para>
      <para>en drs. G. Mensing en drs. M.G.E. Tervoort als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr J.P. Fuchs-van Dis als griffier,</para>
      <para>en op 3 april 2014 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr Balkema en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>