<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:2908</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-01T13:20:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.131.782</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2908">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2908</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-01T13:19:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:2908 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-03-2014 / WAHV 200.131.782</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:2908:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Zekerheidstelling. Een betrokkene die niet in staat is om het bedrag van de zekerheidstelling in één keer te betalen, moet zich niet tot het CJIB wenden met een (telefonisch) verzoek om in termijnen te mogen betalen, </para>
        <para>maar dient zich te wenden tot de CVOM. Ingeval de betrokkene zich telefonisch tot de officier van justitie wendt met de mededeling dat hij om financiële redenen niet in staat is om tijdig zekerheid te stellen, dient de CVOM de betrokkene erop te wijzen dat hij daartoe een brief moet opstellen dan wel dient de CVOM zelf een telefoonnotitie aan het dossier toe voegen. Een dergelijke taak heeft het CJIB echter niet.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:2908:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.131.782</emphasis>
    </para>
    <para>13 maart 2014</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 161088923</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">locatie Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam</para>
    <para>van 7 maart 2013</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [naam] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats].</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>In hoger beroep is niet bestreden dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en evenmin dat de betrokkene niet binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij brief van 30 november 2012 is de betrokkene door de officier van justitie gewezen op de wettelijke verplichting om vóór de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten. Bij brief van 17 december 2012 is de betrokkene door de officier van justitie opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen. De brieven voldoen aan de daaraan te stellen eisen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De betrokkene heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij telefonisch contact heeft opgenomen met het CJIB. Hij heeft gevraagd of hij in termijnen kon betalen omdat hij financieel niet in staat is om het bedrag in een keer te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De betrokkene heeft zich echter niet gewend tot de officier van justitie die de betrokkene, overeenkomstig artikel 11, derde lid, WAHV, heeft gewezen op de verplichting tot zekerheidstelling. De officier van justitie is, gelet op artikel 11, eerste lid, WAHV, ook belast met het toezenden van het dossier aan de kantonrechter die op het beroep beslist en daarbij (ook) moet betrekken of het niet-tijdig stellen van zekerheid door de betrokkene verschoonbaar is. In dat verband moet de officier van justitie brieven van de betrokkene omtrent de zekerheidstelling aan het dossier toe voegen en, ingeval de betrokkene zich telefonisch  tot de officier van justitie wendt met de mededeling dat hij om financiële redenen niet in staat is om tijdig zekerheid te stellen, de betrokkene erop wijzen dat hij daartoe een brief moet opstellen dan wel zelf een telefoonnotitie aan het dossier toe voegen. Een dergelijke taak heeft het CJIB echter niet.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet hierop moet worden vastgesteld dat in hoger beroep voor het eerst wordt aangevoerd, dat zekerheidstelling niet kan plaatsvinden op grond van te geringe draagkracht. Dit is naar het oordeel van het hof - behoudens in geval van bijzondere omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken - in strijd met de beginselen van een goede procesorde Immers, ook van een niet professionele procespartij mag worden verwacht dat op de toegezonden brieven wordt gereageerd door ofwel de gevraagde zekerheidstelling te verschaffen ofwel uiteen te zetten, waarom men hiertoe niet kan overgaan.</para>
        <para>De betrokkene heeft binnen de daartoe gestelde termijn niet voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling en heeft evenmin in reactie op de toegezonden brieven aangegeven dat hij wegens onvoldoende financiële draagkracht geen zekerheid kon stellen. Aangezien niet gesteld of gebleken is dat het niet tijdig voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling verschoonbaar is, heeft de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen en kan dus, net als de kantonrechter, niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>