<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:2342</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:38:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.134.489-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2014/224</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2342">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:2342</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-25T14:27:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:2342 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-03-2014 / 200.134.489-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:2342:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot zekerheidstelling op grond van artikel 224 Rv. Nu appellante in de procedure in eerste aanleg geen eiser maar gedaagde was, bestaat in het onderhavige geval de mogelijkheid tot zekerheidstelling voor de betaling van proceskosten en schadevergoeding in hoger beroep niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:2342:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.134.489/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 567911 CV 11-11517)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de eerste kamer </emphasis>in het incident tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv<emphasis role="bold"> van        25 maart 2014</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. E.N. Mulder, kantoorhoudend te Nijkerk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bermeltec B.V., tevens handelende onder de naam Europe Dairy Systems (EDS),</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Loosdrecht,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">EDS</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. R.C.W. van der Zande, kantoorhoudend te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 21 september 2011, 28 december 2011 en 9 januari 2013 van de rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, locatie Lelystad (hierna: de kantonrechter).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure is als volgt:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 25 maart 2013,</para>
      <para>- de memorie van grieven,</para>
      <para>- de incidentele vordering tot zekerheidstelling,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in incident overgelegd en heeft het hof arrest in incident bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De incidentele vordering van EDS luidt:</para>
        <para> "<emphasis role="italic">(…) dat het Uw Gerechtshof behage, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. [appellante] te veroordelen om zekerheid te stellen voor de proceskosten en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. schadevergoeding, tot betaling waarvan [appellante] veroordeeld zou kunnen worden;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. het bedrag van de zekerheid (gematigd en minimaal) te bepalen op € 35.000, althans een bedrag door Uw Gerechtshof in goede justitie te bepalen, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. [appellante] te veroordelen de zekerheid te stellen door middel van een bankgarantie;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">e. [appellante] te veroordelen in de kosten van het incident.</emphasis>"</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing in het incident<?linebreak?><?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>EDS heeft onder het betoog dat [appellante] thans op een onbekende plaats in het buitenland verblijft, op grond van (zo begrijpt het hof) artikel 224 Rv gevorderd dat [appellante] wordt verplicht om zekerheid te stellen voor de proceskosten en schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zou kunnen worden, tot een bedrag van € 35.000,-. <?linebreak?>[appellante] heeft zich tegen deze vordering verweerd. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 224 lid 1 Rv zijn allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden, tenzij er sprake is van een van de uitzonderingen zoals vermeld in artikel 224 lid 2 Rv. <?linebreak?>Artikel 353 Rv beperkt de mogelijkheid om in hoger beroep op grond van artikel 224 Rv zekerheid te eisen; de regeling van artikel 224 Rv is in hoger beroep uitsluitend van toepassing op appellant en indien deze in eerste aanleg optrad als eiser. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Nu [appellante], appellante, in de procedure in eerste aanleg geen eiser, maar gedaagde was, bestaat in het onderhavige geval de mogelijkheid tot zekerheidstelling voor de betaling van proceskosten en schadevergoeding in hoger beroep niet. Reeds hierom kan de incidentele vordering van EDS niet voor toewijzing in aanmerking komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het hof zal de vordering in het incident dan ook afwijzen en EDS in de proceskosten van het incident veroordelen (salaris advocaat: 1 punt, tarief II). <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>In de hoofdzaak<?linebreak?><?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De zaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?><?linebreak?></title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
      <para>wijst de vordering van EDS tot zekerheidstelling af;</para>
      <para>veroordeelt EDS in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [appellante] tot aan de dag van deze uitspraak worden vastgesteld op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>verwijst de zaak naar de rol <emphasis role="bold">van dinsdag 6 mei 2014</emphasis> voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van EDS;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. J.H. Kuiper en mr. L. Groefsema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>