<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:1646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:34:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS 13-0539</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:1646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:1646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-05T15:32:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:1646 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-02-2014 / TBS 13-0539</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:1646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof is van oordeel dat een (onherroepelijke) veroordeling van de terbeschikkinggestelde voor nieuwe strafbare feiten niet is vereist om vast te kunnen stellen dat hij de voorwaarden heeft overtreden. Het hof komt op andere gronden dan de rechtbank tot een afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:1646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P13/0539 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 13 februari 2014</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende in het [PI verblijfplaats].</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2013, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 11 december 2002, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing van het gerechtshof Arnhem van 5 juli 2012, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk werd beëindigd;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 19 februari 2013, waarbij de voorwaarden werden gewijzigd met betrekking tot de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de rapportage van Reclassering Nederland van 28 oktober 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het bevel van de rechter-commissaris van 29 oktober 2013, waarbij de voorlopige hervatting van de verpleging werd bevolen;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 30 oktober 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep,  ingekomen op 3 december 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de appelschriftuur van de officier van justitie, ingekomen op 13 december 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de emailberichten van het ressortsparket van 21 januari 2014 en 12 februari 2014 betreffende een strafzaak tegen de terbeschikkinggestelde;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de door de raadsman aan het hof overgelegde rapportage van Reclassering Nederland van 25 januari 2014. </para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 13 februari 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr E.J. Julsing-Nijenhuis.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De adviezen van de reclassering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 oktober 2013 werd de terbeschikkinggestelde aangehouden op verdenking van het besturen van een personenauto, terwijl hij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. Voorts bleek hij geen rijbewijs te hebben. Hij verzette zich tegen de aanhouding en weigerde ook mee te werken aan een ademanalyse onderzoek. Verder wordt hem verweten dat hij de voorwaarde met betrekking tot het middelengebruik heeft overtreden doordat hij meer dan de toegestane hoeveelheid alcoholische consumpties heeft gedronken.</para>
      <para>Naar aanleiding van de aanhouding van de terbeschikkinggestelde heeft de reclassering het adviesrapport van 28 oktober 2013 opgesteld. Dit rapport houdt in dat de reclassering het niet verantwoord acht het reclasseringstoezicht voort te zetten. De reclassering adviseert de verpleging van overheidswege te hervatten. Dit advies is gehandhaafd en toegelicht namens de reclassering door de deskundige Vlottes ter zitting van de rechtbank op 27 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclasseringsrapportage van 25 januari 2014, die is opgesteld in het kader van de procedure tot verlenging van de terbeschikkingstelling, houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in. Of er daadwerkelijk overtredingen hebben plaatsgevonden is tot op heden niet vastgesteld door de rechtbank. Indien de rechtbank van mening is dat het toezicht dient te worden voortgezet, dan zijn hier naar de mening van de reclassering ook mogelijkheden voor. De eerder gestelde voorwaarden hoeven wat de reclassering betreft niet te worden gewijzigd. Indien er een veroordeling komt met betrekking tot rijden onder invloed kan de voorwaarde omtrent het volgen van een ambulante behandeling worden ingezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkinggestelde ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Hij stelt dat zijn toenmalige begeleider van de reclassering hem niet heeft verteld dat hij slechts één tot twee alcoholische consumpties mocht gebruiken. De terbeschikkinggestelde heeft onlangs gesproken met zijn huidige begeleider van de reclassering en een psychiater in het kader van de procedure tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Uit deze gesprekken leidt hij af dat de reclassering nu vindt dat het toezicht wel kan worden voortgezet in het kader van de voorwaardelijk beëindigde verpleging van overheidswege.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman is van mening dat moet worden uitgegaan van de onschuldspresumptie bij de beantwoording van de vraag of de terbeschikkinggestelde (een van) de algemene voorwaarden heeft overtreden door strafbare feiten te plegen, zolang hij niet is veroordeeld door de strafrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorwaarde met betrekking tot het alcoholgebruik is volgens de raadsman niet duidelijk geweest voor de terbeschikkinggestelde. De raadsman pleit primair voor bevestiging van de beslissing van de rechtbank met de daarin gegeven gronden en subsidiair in ieder geval voor afwijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal vindt dat de vordering van de officier van justitie in beginsel kan worden toegewezen en dat het hoger beroep van de officier van justitie op goede gronden berust. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een (onherroepelijke) veroordeling voor strafbare feiten is niet vereist om vast te kunnen stellen dat de terbeschikkinggestelde de voorwaarden heeft overtreden. Gelet op de gewijzigde opstelling van de reclassering en het proportionaliteitsbeginsel concludeert de advocaat-generaal evenwel tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vernietiging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het hof op andere gronden tot een afwijzing van de vordering van de officier van justitie komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwijzing vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat een (onherroepelijke) veroordeling van de terbeschikkinggestelde voor nieuwe strafbare feiten niet is vereist om vast te kunnen stellen dat hij de voorwaarden heeft overtreden. Maar wat er ook zij van de door de officier van justitie aan zijn vordering ten grondslag gelegde bezwarende  omstandigheden,  mede gelet op de recente reclasseringsrapportage, waarin het eerdere advies tot hervatting van de verpleging van overheidswege niet langer wordt gehandhaafd, acht het hof een voortzetting van het toezicht door de reclassering in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, mogelijk en verantwoord. Daarom wordt de vordering van de officier van justitie afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vernietigt</emphasis> de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering van de officier van justitie.</para>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,</para>
      <para>mr. P.R. Wery en mr. B.J.J. Melssen als raadsheren, </para>
      <para>en drs. R. Poll en dr. L. Kaiser als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,</para>
      <para>en op 13 februari 2014 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr P.R. Wery en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>