<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2014:1501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T13:54:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/00687</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/457</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2014/152 met annotatie van J.P. Kruimel</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2014/25.20.44</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/1048</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2014-0567</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2014031006</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:1501">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2014:1501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-27T08:09:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2014:1501 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-02-2014 / 13/00687</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2014:1501:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet WOZ.  Heffingsambtenaar is gebonden aan verminderingsbeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2014:1501:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN		</bridgehead>
    <para>Afdeling belastingrecht</para>
    <para>Locatie Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummer 13/00687</para>
      <para>uitspraakdatum: <emphasis role="bold"> 25 februari 2014</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X]
        </emphasis>, wonende te <emphasis role="bold">[Z]</emphasis> (hierna: belanghebbende),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle </emphasis>(hierna: de heffingsambtenaar),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 15 mei 2013, nummer <?linebreak?>AWB ZWO 13/267, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 7 te [Z] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2012, naar de waardepeildatum 1 januari 2011, vastgesteld op € 221.000. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 december 2012 het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft de onder 1.1 genoemde waarde bij beschikking van <?linebreak?>24 december 2012 verminderd tot € 208.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Belanghebbende is tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar in beroep gekomen bij de rechtbank Oost-Nederland. De rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank) heeft - als opvolger van de rechtbank Oost-Nederland - het beroep bij uitspraak van 15 mei 2013 ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2013 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en [A], als de gemachtigde van belanghebbende. De heffingsambtenaar is met kennisgeving aan het Hof niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof een kopie van de beschikking van 24 december 2012 (zie 1.3.) overgelegd, welk stuk niet eerder door één der partijen is ingebracht. Daar het een op de zaak betrekking hebbend stuk betreft en de heffingsambtenaar het derhalve ingevolge artikel 8:42 Algemene wet bestuursrecht had moeten inbrengen,  rekent het Hof dit stuk tot de stukken van het geding. Een kopie van het stuk is aan deze uitspraak gehecht. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. Het betreft een hoekwoning uit 1979 met een aangebouwde garage, gelegen op een perceel van 176 m².</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft de onder 1.1 genoemde waarde bij beschikking van 24 december 2012 verminderd tot € 208.000.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Belanghebbende staat een waarde voor van € 208.000. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarde van € 221.000 en stelt dat de onder 2.2 genoemde vermindering van de waarde tot € 208.000 een administratieve fout betreft.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De door belanghebbende verdedigde waarde van € 208.000 is gelijk aan de bij de beschikking van 24 december 2012 vastgestelde waarde van de onroerende zaak. Het Hof begrijpt het standpunt van de heffingsambtenaar aldus dat de vastgestelde waarde bij deze beschikking per abuis is verminderd tot € 208.000, dat hij steeds heeft bedoeld de oorspronkelijk vastgestelde waarde van € 221.000 te verdedigen en dat de waarde van € 221.000 daarom onderwerp van geschil is. De heffingsambtenaar stelt in wezen dat de verminderingsbeschikking van 24 december 2012 niet is genomen. Het Hof kan de heffingsambtenaar niet volgen in zijn stelling. Ingevolge artikel 27 Wet WOZ kan een te laag vastgestelde waarde uitsluitend onder de in dat artikel genoemde voorwaarden door een voor bezwaar vatbare beschikking worden herzien. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke herzieningsbeschikking is genomen.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uitgaande van de verminderingsbeschikking van € 208.000 dient het hoger beroep van belanghebbende gegrond te worden verklaard. Nu belanghebbende in hoger beroep geen verdere vermindering verzoekt, zal het Hof de vastgestelde waarde, zoals deze ambtshalve is verminderd tot € 208.000, handhaven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom </emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep van belanghebbende gegrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof acht termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 2 punten voor beroep (beroepschrift en zitting)  en 2 punten voor hoger beroep (hogerberoepschrift en zitting)  wegingsfactor 1  € 487 = € 1.948 aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak van de heffingsambtenaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>handhaaft de door de heffingsambtenaar ambtshalve verminderde waarde van <?linebreak?>€ 208.000; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.948;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 42 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 118 in verband met het hoger beroep bij het Hof.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan te Arnhem door mr. C.M. Ettema, voorzitter, <?linebreak?>mr. A.J.H. van Suilen en mr. B.F.A. van Huijgevoort, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,						De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(J.H. Riethorst)						(C.M. Ettema)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 26 februari 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij 	</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	Postbus 20303, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	2500 EH  Den Haag. </emphasis>
      </para>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
    <para>2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
      <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>